- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Ouders 25. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Een kind is een HUIS
Kinderen die sociaal vaardig zijn, hebben meer veerkracht:
- Ze kunnen omgaan met verlangens en gevoelens (opkomen voor zichzelf, hulp vragen, omgaan met emoties, zich aanpassen aan de omstandigheden)
- Ze trekken zich uit de slag (kunnen omgaan met geld, een maaltijd bereiden, telefoneren, kaartlezen, het spoorboekje lezen, fietsen)
- Ze hebben professionele vaardigheden (schrijnwerkerij, computer, verpleging, automechaniek, elektriciteit)
Het gezin is de beste oefenplaats voor vele vaardigheden: wie doet wat in het huishouden, naar welk tv-programma kijken we vanavond, hoe laat ga ik slapen, naar waar gaan we op vakantie, hoeveel zakgeld krijg ik? Maar gezinnen worden steeds kleiner en steeds meer geïsoleerd. De school (en vooral de vrije tijd op school) wordt steeds belangrijker. Ze wordt een ontmoetingsplaats: kinderen ontmoeten er hun vrienden en leren er beroepsvaardigheden. Vrienden zijn erg belangrijk. Kinderen leren met hen omgaan, afspraken maken, ze leren van elkaar hoe ze een fiets herstellen, een video of computer gebruiken
Hoe is deze Kamer van de Vaardigheden ingericht? Zijn er trappen naar de gelijkvloerse verdieping?
[ ] Ik betrek mijn kinderen in het huishouden (taakjes, afspraken maken, telefoneren) [ ] Mijn kinderen krijgen genoeg mogelijkheden (op school, met vrienden spelen, thuis) om hun vaardigheden te ontwikkelen. [ ] Ik vind het belangrijk dat ze een goed vak leren. [ ] We praten met onze kinderen over gevoelens. [ ]
Veerle, juf: «Pieter is de slimste van de klas. Maar als er moet worden samengewerkt, is er altijd ruzie. Pieter dringt zich op. De anderen willen dat niet. Ze laten hem dan links liggen.»
«Ze zien me graag»
Ouders die hun kind graag zien, maken hem sterk en veerkrachtig. Hij voelt dat zijn ouders er zijn voor hem, dat hij ze mag vertrouwen. Hij hoort erbij, ook al beantwoordt hij niet altijd aan hun verwachtingen. Hij wordt door zijn ouders gedragen. Kinderen voelen die gedragenheid: samen aan tafel, samen tv-kijken, spelen, uitstapjes doen, werken in het huishouden. De school kan de taak van de ouders hier niet overnemen. Kinderen die deze gedragenheid bij hun ouders niet vinden, zoeken ze soms bij grootouders, andere familieleden of vrienden in de buurt.
Zonder die fundamentele gedragenheid heeft uw kind geen veerkracht. Zijn huis staat er wel, maar zonder fundamenten. Klaar om bij de eerste storm droogjes onderuit te gaan.
[ ] Ik zie mijn kinderen ook graag als ze niet doen wat ik verwacht (slechte cijfers op het rapport, afspraken niet nakomen, ruzie maken) [ ] Ik laat mijn kinderen voelen dat ik ze graag zie en maak daar tijd voor. Ik zeg het ze ook. [ ] Mijn kinderen krijgen ruimte en tijd om vrienden (op school, in de straat, bij de familie, de jeugdbeweging, sportclub, hobby) te maken. [ ]
Brenda, moeder: «Tijdens onze echtscheiding hebben zowel mijn man als ik steeds aan de kinderen laten voelen: we zien jullie graag, het is niet jullie schuld.»
«Dit ben ik»
Wie kinderen aanmoedigt en niet afbreekt, wie ze opbouwende kritiek geeft en realistische eisen stelt, geeft zijn kind zelfvertrouwen, eigenwaarde. Kinderen leren wat ze waard zijn. Ze leren wat ze kunnen en niet kunnen. Dat zorgt ervoor dat ze in moeilijke omstandigheden overeind blijven. Sommige kinderen willen steeds de beste zijn en voelen zich sterk omdat ze zich onderscheiden van anderen. Andere kinderen hebben het moeilijk omdat ze niet meekunnen in de klas, omdat ze zich anders kleden, anders praten, geen computer hebben Vaak is het voor hen moeilijk om in zichzelf te geloven.
Is de Kamer van Eigenwaarde alleen maar schone schijn of is het een kamer vol zelfvertrouwen geworden?
[ ] Fouten maken doet iedereen; we zoeken samen naar waarom iets fout of goed loopt. [ ] Mijn kind kan zichzelf goed inschatten. [ ] Ik bemoedig, geef opbouwend kritiek en verwacht niet meer dan wat de kinderen aankunnen. [ ]
Gert, ouder: «Ons Sanne heeft veel problemen op school. Misschien moet ze haar jaar wel overdoen. Maar ze leeft zich wel uit in de turnclub. Daar steelt ze telkens de show. Dat is goed voor haar zelfvertrouwen.»
«Toch niet zo erg»
Kinderen die kunnen lachen en relativeren («Het is allemaal zo erg niet»), ontwikkelen de veerkracht die ze nodig hebben: thuis, op school en op straat. Humor helpt om moeilijke situaties makkelijker aan te kunnen. Is het kind in staat om op moeilijkere momenten de zware sfeer even te doorbreken? Kunnen we het allemaal wat relativeren of is het leven bloedige ernst (diploma, geld verdienen). Kunnen we op verschillende manieren naar de dingen kijken of is alles zwart-wit?
Als uw kind een huis is, hoeveel plaats is er dan om samen te lachen? Of komt de enige toegestane lach in huis van de lachband op tv?
[ ] Ik help mijn kind relativeren, soms eens zeggen dat hij er niet te zwaar moet aan tillen. [ ] Mijn kind mag lachen. [ ] Ik kan slechte cijfers op een rapport later wel relativeren. [ ] Soms relativeer ik eigen moeilijkheden door ze eens vanuit een andere hoek te bekijken. [ ]
Hilde, moeder: «Toen Jorne (3) zijn tas melk omstootte werd ik boos, net erna gebeurde hetzelfde bij Anja (5). Wie zou de volgende zijn? Toevallig liet ik de doos melk vallen. Een grote plas, maar we lagen met z'n allen plat van het lachen.»
«Ik vind mijn weg wel»
Al heel jong gaan kinderen op zoek naar het waarom van de dingen. Ze zoeken hun eigen zingeving, thuis, op straat, op school, in de jeugdbeweging Toch besteden opvoeders daar weinig aandacht aan. Op school gieten leerkrachten ze vaak vol met kennis en vaardigheden, maar is het duidelijk waarom? Zingeving kan je niet opleggen, je kan ze alleen aanreiken. Kinderen moeten de kans, de ruimte krijgen om zelf op zoek te gaan, zelf te ontdekken. Dan voelen kinderen dat ze greep krijgen op het leven en worden ze veerkrachtig. Ouders en leerkrachten kunnen daarom veel uitdagingen scheppen waarbij kinderen zelf op zoek kunnen gaan. Wat ze zelf ontdekken blijft beter bij.
Hoe kleiner de gelijkvloerse Verdieping van de Zingeving is, hoe moeilijker om er nog ruime kamers boven te bouwen.
[ ] Ik praat vaak met mijn kinderen. Ook over hoe wij de dingen beleven. [ ] Ik daag ze uit, stel ze vragen. [ ] Er zijn geen domme vragen. Ik stimuleer mijn kinderen om zelf veel vragen te stellen? [ ] Ik zorg ervoor dat ze veel kansen krijgen om het leven te ontdekken. [ ] We maken samen tijd om over iets verwonderd te zijn. [ ] Ik betrek de kinderen bij het gezinsgebeuren. [ ]
Mia, leerkracht: «In de klas maken we de afspraken samen. De kinderen kunnen zelf voor een deel bepalen wat ze doen. Ik merk dat ze graag leren.»
Wat maakt het huis van uw kind sterk? Wat doet het wankelen? Hoe zorg je voor sterke fundamenten? In welke kamers van dit huis bent u bezig als u uw kind opvoedt? En wat doet de school? Veel ouders en leerkrachten werken (soms onbewust) volgens dit model aan opvoeding. Deze maand lezen ook alle leerkrachten over dit huis in hun eigen Klasse. Zo kunnen we samen veerkrachtige huizen van kinderen bouwen. Veel geluk.
Heeft uw kind hier ook leuke spullen staan? Niet alles moet zin en betekenis hebben. Iedereen heeft recht op zijn eigen zoldertje vol herinneringen, plannen en privacy.
- Klasse voor Ouders 25 (p. 4-5)
- 24/01/99
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer