- » Alle nummers
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 93. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
«Het wonderkind kan niet lezen»
Frustratie
Mattias leerde in de eerste jaren van de lagere school teksten zoveel mogelijk uit het hoofd. Hij was intelligent genoeg om met allerlei trucjes zijn lees- en schrijfproblemen te verstoppen voor leerkrachten en ouders. Toch waren er af en toe storingen: een dictee, een huistaak, voorlezen. Leen: «Als ik er op oudercontacten over sprak, dan voelde ik wat de leerkrachten dachten. Weer zo'n moeder die haar kind een wonderkind vindt. In het vierde leerjaar zijn we op eigen initiatief naar het PMS gestapt. Hoogbegaafd kind, maar met problemen. Van de school kregen we weinig hulp. Maar Mattias is wilskrachtig en gemotiveerd en nam er de jaren logopedie bij. Gelukkig ging het goed met de meeste vakken. Dan was er de overgang naar het secundair. Technisch onderwijs? Maar Mattias heeft geen enkele interesse voor techniek. Dus humaniora. Weer gefronste wenkbrauwen. Gelukkig vonden we een school waar de directeur zei: 'We hebben geen ervaring met dyslexie, maar we doen ons best.' Toch moeten wij elk jaar weer het hele probleem bij de leerkrachten uit de doeken doen. Soms geloven ze het niet. Dat nemen we erbij. Als we begrip krijgen van de leerkrachten, als ze er rekening mee willen houden, zijn we al tevreden. Vreemde talen zijn wel een echt probleem nu. Vaak is Mattias zenuwachtig, onhandelbaar. Telkens die frustratie. Wij hopen dat het ook dit jaar weer lukt. Eigenlijk zit ons schoolsysteem toch wat verkeerd: wat als hij het voor Duits niet haalt? Is hij dan geen humanioradiploma waard? In het leven haalt Mattias het zeker. Met zijn inzet, werklust en motivatie kan dat niet anders.»
Luiaard
In het eerste leerjaar kon Liesbeth (14) met Pasen nog niet lezen. «Dat komt wel in orde», verzekerde de leerkracht haar ouders. «Oefen maar goed.» In het tweede leerjaar nam de taakleerkracht contact met hen. «Ik had geen idee wat dyslexie was», vertelt moeder Anita. Nu zit Liesbeth in het derde jaar Sociaal-Technische: «Ik heb tot het zesde leerjaar lager onderwijs extra hulp gehad op school en op een centrum voor leerproblemen. En nu houden ze er op school ook rekening mee dat ik dyslexie heb. Mijn klasleraar heeft daarom in het begin van het jaar een bewijsje gevraagd. Ik heb bijvoorbeeld iets meer tijd nodig dan anderen om een toets te maken. Vragen zijn me niet altijd direct duidelijk en dan krijg ik uitleg.»
Leerstof begrijpen en toch geen goede cijfers halen, veroorzaakt een gevoel van frustratie en onzekerheid. Als dyslexie niet vlug wordt gesignaleerd, zijn de gevolgen voor ieder kind anders: zittenblijven, schoolmoeheid, faalangst, depressie. Of agressie.
«Cindy is een luiaard. Punt. Dat was zo'n beetje de conclusie van de klassenraad van het vierde jaar Economie-Wiskunde», vertelt Kaat, leerkracht fysica. «Ik heb het woord dyslexie laten vallen, maar daar lachten de collega's mee. Toch blijf ik erbij dat Cindy een leerprobleem heeft. Maar omdat ze zich erg onbeleefd en agressief gedraagt in de klas, wil niemand dat zien.»
Jungle
«Leerkrachten merken heel vlug dat een kind bij het lezen problemen heeft met teken-klank-koppeling», vindt Pieter Van Biervliet, lector vakdidactiek in Torhout (KATHO). «Dyslexie is een automatiseringsprobleem. De hersenen zijn een soort van jungle waar je je een weg door baant. Bij lezen is dat de weg van het teken naar de passende klank. Bij een dyslecticus groeien de lianen veel vlugger terug. Telkens weer moet de dyslecticus de weg van het teken naar de corresponderende klank 'vrijmaken'. Onderzoekers zijn het nog altijd niet eens over een juiste definitie, maar dat doet er niet toe: is er een leesprobleem, dan moet daaraan worden gewerkt. De diagnose dyslexie is reeds mogelijk in de loop van het eerste leerjaar. Hoe vroeger die diagnose er is, hoe beter. Als er een probleem is, moet de leerkracht zich natuurlijk afvragen welke gepaste hulp hij kan geven. En preventief, of hij wel een goede leesmethode gebruikt. De beste hulpverlener is de leerkracht zelf. Die kent het kind, zijn ouders en kan het best aansluiten bij het leesleerproces in de klas. Er zijn allerlei methodes om een kind met dyslexie te helpen: stimuleren van de hersenhelften, motorische training geven, deelvaardigheden van lezen oefenen of leren herkennen van woordbeelden. Ik geloof het meest in de methode die zich toespitst op het opsporen van zwakke teken-klankkoppelingen en combinaties ervan om ze dan opnieuw te trainen. Maar ook werken aan leesmotivatie is altijd waardevol. Als een kind met dyslexie leesplezier ontdekt, is hij gemotiveerd om door te zetten. »
Lievelingsvak
«Uw dochter kan niet rekenen. Zo sprak de leerkracht van Karen mij aan toen we elkaar toevallig tegenkwamen vlak voor het eerste rapport van het eerste leerjaar», vertelt Nicole. «Ze kan niet volgen. Ik wist niet waar ik het had.» Karen (11) heeft dyscalculie. Dat komt vijf keer minder voor dan dyslexie. Wordt dan ook vijf keer minder onderkend. «Karen was altijd zeer enthousiast van school gekomen. Bleek dat ze het eigenlijk niet zag zitten en dat ze enorme faalangst had. Ze keerde terug naar de derde kleuterklas. Buiten de school kreeg ze bijsturing. Maar we zijn gestopt. Het leek hopeloos: een heel jaar bijscholen om tot vijf te tellen. Nochtans is ze intelligent volgens de IQ-testen. In tegenstelling tot wat het PMS ons aanraadde, lieten we Karen het begin van de lagere school in het buitengewoon onderwijs, type 8, voor kinderen met ernstige leerstoornissen volgen. Wat moesten we doen? Daar zoeken ze tot ze de juiste methode gevonden hebben, daar oefenen ze tot ze iets doorhebben. Karens gevoel van eigenwaarde steeg met de dag. Vorig jaar, in het vierde leerjaar, is ze teruggekeerd naar het gewoon basisonderwijs. Na een jaar met begeleiding via het Geïntegreerd Onderwijs, staat ze er nu alleen voor. Dat is zeer zwaar voor ons. Je zit als ouder constant met twijfels: wat gaat er met onze dochter gebeuren? Hoe ziet haar toekomst eruit? Taal is geen probleem. Geloof het of niet: rekenen is haar lievelingsvak. Maar er zullen op elk niveau nieuwe rekenproblemen opduiken.»
Etiket
«Een zorgzame school geeft elk kind de kans vorderingen te maken. Elk kind met lees-, reken- of spellingproblemen heeft recht op hulp», zegt Francine Tuypens, PMS-directeur. «Het etiket dyslexie of dyscalculie vind ik eigenlijk niet zo belangrijk. Wel dat je de problemen ziet en dat je hulp biedt. Wij werken vooral preventief. Een kindvolgsysteem bijvoorbeeld maakt het mogelijk nauwkeurig te volgen hoe een kind evolueert vanaf de kleuterschool. Wij stemmen de hulpverlening nauwkeurig af op de leerling en op wat er zich in de klas afspeelt. We kijken naar het effect en sturen op tijd bij. Voor remediëring krijgt de leerkracht vaak hulp van een extra leerkracht, bijvoorbeeld de taakleerkracht, of iemand van buiten de school in een revalidatiecentrum of door logopedisten, therapeuten. Daar moeten zeker compromissen gesloten worden: het kind mag niet al schoolmoe zijn op tien jaar door een onmogelijke takenlast. Welke gespecialiseerde hulp een kind ook krijgt, de klasleraar houdt bij klassikaal werken rekening met het probleem van het kind. Samen met de ouders kent hij het kind best.»
«Veel secundaire scholen beginnen nu te zoeken hoe ze een leerling met dyslexie kunnen opvangen», zegt Hilde Van den Brande van het project leerhulp van de vrije PMS-centra. «Je mag een dyslectische leerling echter niet te vlug een uitzonderingspositie geven. Wat doe je met een leerling die net geen dyslexie heeft of toevallig geen attest? Veel maatregelen die je voor een dyslecticus treft, zijn goed voor meerdere leerlingen in de klas. Hoeveel aandacht geven we als leerkracht bijvoorbeeld aan spelling in de evaluatie van een vak? Het etiket dyslexie kan voor een leerling zelf of zijn ouders wel een verademing betekenen: eindelijk erkenning dat de problemen er niet zijn door te weinig inspanningen of domheid.» ·
Hoe kan elke leerkracht een kind met dyslexie in de klas ondersteunen?
acht aanbevelingen
1. Moedig het kind zoveel mogelijk aan. Hij moet vaak heel wat meer tijd in zijn lessen en taken steken dan andere leerlingen. Motivatie en begrip van zijn leerkrachten zijn essentieel.
2. Niet elke dyslecticus heeft dezelfde problemen. Bekijk dit per kind en samen met het kind (zeker met oudere leerlingen).
3. Hou rekening met een trager leestempo. Bied korte en gestructureerde teksten aan.
4. Geef de leerling de kans om leesopdrachten grondig en ruim op voorhand voor te bereiden, eventueel met steun van een audiocassette.
5. Dyslectici hebben het moeilijk met bijhouden en structureren van notities. Stel een klasgenoot aan om te helpen bij notities nemen en de agenda invullen. Kijk zelf regelmatig alle geschreven materiaal na.
6. Geef de leerling meer tijd om een toets te maken.
7. Probeer wanneer nodig mondeling te toetsen. Lees opdrachten en vragen ook zelf nog eens voor.
8. Zorg voor een zo rustig mogelijke omgeving. Een dyslecticus heeft veel concentratie nodig en is extra gevoelig voor prikkels van buitenaf.
9. Bij toetsen en taken kan u bijvoorbeeld twee scores geven (één op inhoud en een andere op spelling).
- Klasse voor Leraren 93 (p. 32-33)
- 06/03/99
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
