Dit is een artikel uit Klasse voor Ouders 31. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
«Ik heb in de kranten gelezen dat leerlingen in het secundair onderwijs vijftien dagen mogen
spijbelen. Dat kan toch niet?» (K.M., ouder)Natuurlijk niet. Tot nu toe moest een secundaire school élke leerling die zonder geldige reden
een halve dag afwezig was op school aangeven bij het departement. Volgens de onderwijswetgeving
riskeerde de school de subsidiëring voor haar leerling kwijt te geraken en de leerling dreigde naast zijn
getuigschrift te grijpen. Scholen deden dan ook veel inspanningen om het spijbelprobleem (administratief) op
te lossen: zorgen dat er voor elke spijbeldag een geldig afwezigheidsattest was. Maar daardoor
verloren vele scholen de echte problemen van de spijbelaars uit het oog. Die zijn vaak erg schrijnend. Met
de nieuwe regelgeving kunnen voltijdse secundaire scholen 30 halve dagen regulariseren. Dat
betekent niét dat leerlingen en hun ouders 15 dagen afwezigheid kunnen kiezen. Elke afwezigheid moet
nog altijd op school worden gewettigd. De nieuwe reglementering zorgt er wel voor dat de school niet
elk medisch of ander afwezigheidsattest moet aanvaarden als ze niet met de werkelijkheid
overeenkomen. Dit geeft de school de kans om spijbelende leerlingen (en hun ouders) heel snel aan te spreken, op
te volgen en waar nodig ook hulp te zoeken bij het PMS/CLB, de schoolarts of andere specialisten om
zo achterliggende problemen op te lossen.
De nieuwe regelgeving is gebaseerd op de conclusies van het driejarig 'spijbelexperiment'. Dat
project werd vanuit het departement Onderwijs gecoördineerd, in samenwerking met 96 scholen en
hun begeleidend PMS/CLB-centrum. Het bracht de achterliggende redenen van afwezigheid op school
in kaart.Klasse voor Ouders 31, september 1999, p. 8-11