Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 98. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
«Nu mogen ze ook nog 30 halve dagen spijbelen!», zucht een schooldirecteur die het even niet meer ziet zitten. De leerlingen hebben het ook
gehoord op de radio: ze mogen spijbelen. Geen doktersbriefjes of vervalste handtekeningen van de ouders meer nodig. Ga daar maar eens tegenaan. Geen
mens die het begrijpt. De onderzoekers die drie jaar lang met hart en ziel aan dit anti-spijbelplan hebben gewerkt, zien al hun inspanningen
meteen weggemaaid door dit ene, uit zijn context gehaalde, zinnetje.
Natuurlijk mogen de leerlingen niet
spijbelen. Voor hen verandert er niets. Maar
de school moet niet langer eindeloos achter hun veren zitten om (valse?) briefjes binnen te krijgen. Vroeger zou ze anders immers subsidies
verloren hebben. Daarmee straf je sommige scholen eigenlijk onterecht. Wie spijbelt doet dat meestal niet voor zijn plezier. Spijbelaars hebben (meer dan)
een probleem. Scholen steken daarom beter meer energie in de begeleiding en motivering van spijbelaars. Daar steunt de nieuwe regelgeving op. U
vindt hopelijk voldoende inspiratie voor een nieuwe aanpak in de extra bijlage
De Eerste Lijn. Die gaat deze maand over spijbelen en motivatie. Twee
begrippen die, zoals u weet, nauw samenhangen.Klasse voor Leerkrachten 98, oktober 1999, p. 3