- » Alle nummers
- September 2010
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 38. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Ruimte voor zelfbewuste leraars
Het komt erop aan dat de leraar zich als professional in zijn deskundigheid erkend weet en dat hij de gelegenheid krijgt zich voort te vervolmaken en professioneel te ontwikkelen. Dat kan door hem een kaderfunctie te geven maar ook door faciliteiten te verlenen voor navorming, bedrijfsstages of deelname aan werkgroepen; artikels, realisaties en ideeën te publiceren en opdrachten te belonen voor projecten, stagebegeleiding, samenwerking of organisatie. Om voldoende voeling met de praktijk te behouden zou iedereen wel minstens een halve opdracht in de klas moeten behouden.
Verschillende loopbanen
In een groep van samenwerkende scholen is er meer plaats voor een gedifferentieerde personeelsformatie: verschillende onderwijsfuncties, een middenkader en ondersteuning. Die mogen niet langer een aanstelling voor het leven betekenen en al het personeel moet worden betrokken bij het gevoerde personeelsbeleid: het organogram, de functieprofielen, de nascholing en de criteria voor werving, promotie, verloning, beoordeling en evaluatie.
Er moet dan wel een nieuw pensioenstelsel komen. Nu wordt voor de berekening daarvan het salaris van de laatste vijf jaar bekeken. Dat geeft aanleiding tot promoties met het oog op pensioen i.p.v. efficiëntie en vernieuwing. Het nieuwe systeem moet rekening houden met het salaris van de hele loopbaan en mag niemand stimuleren «aan de top te eindigen».
Verplichte navorming
De opleiding volstaat niet om de nodige deskundigheid en vaardigheden te ontwikkelen. De praktijkschok is groot. Iedereen moet goed begeleid kunnen ingroeien en zich nadien tijdens zijn hele carrière vormen en bijscholen. Dat is een recht én een plicht. Er steekt een onvermoede know-how bij de leraars. Daar wordt nu niets mee gedaan. Die niet-geïnstitutionaliseerde nascholingsmogelijkheden moeten we stimuleren en belonen.
De geïnstitutionaliseerde nascholing moet meer afgestemd worden op schoolverbetering.
Bijzondere kredieten moeten de kans geven op een sabbatjaar als remedie tegen burn out, om te herbronnen of zich te bekwamen. Op die manier krijgen we een herwaardering van het menselijk kapitaal dat op school aanwezig is. Ook de externe begeleiding moet naast een professionele ondersteuning van leraars aan teamgerichte projecten werken.
En voor de directie is de tijd van goed bedoeld amateurisme definitief voorbij. Hun professionaliteit stimuleert de professionaliteit van hun medewerkers.
Scholen en hun besturen moeten hun isolatie doorbreken en samenwerken met andere scholen, begeleiding, nascholing, ondersteunende netwerken enz. Daarvoor moeten ze zich eerst bewust worden van hun eigen identiteit. Die wordt verwoord in een eigen opvoedingsproject en gerealiseerd via het schoolwerkplan.
Betere werkomstandigheden
De werkvoorwaarden beïnvloeden sterk het gevoel van eigenwaarde en de beroepsmotivatie. Daarvoor zijn het schoolbestuur en de directie verantwoordelijk. Die moeten een collegiale organisatie uitbouwen waarin niet de top alleen beslist maar iedereen ernstig bij het beleid wordt betrokken. Het IMTEC-rapport stelt daarbij in vraag of in de bestaande officiële structuren voor medezeggenschap de leraars wel voldoende aan bod komen en vraagt tegelijkertijd een meer collegiale en leerlinggerichte aanpak: «De geïnstitutionaliseerde vertegenwoordigingsmonopolies, de veelvormige, ingewikkelde en ondoorzichtige structuren lijken veeleer een rem op een deskundig engagement dan een stimulans voor schoolverbetering.
De beroepscode van de onderwijsgevenden dient nog veel meer op een open en brede professionaliteit te worden afgestemd. Een daadwerkelijke leerlinggerichtheid, gekoppeld aan de legitieme belangen van de schoolorganisatie, moet voorop staan. Het model van een sterk autonoom functionerende leraar is niet langer werkzaam. Het alternatief van een grotere beroepssamenhang en een collegiaal schoolbeleid ondervindt nog te veel structurele, institutionele en vooral mentale weerstand.»
Samenwerking belonen
Het samenwerkingsmodel dat in het nieuwe voorstel voorop staat is niet gangbaar, noch vanzelfsprekend. Daarom moet de centrale overheid een aantal voorwaarden scheppen om de andere richting te kunnen opgaan: autonomie verlenen aan scholen die samenwerken; alle regels ombuigen die samenwerking afstraffen of bemoeilijken; nascholing en ondersteuning bevorderen die zich op schoolteams en groepen leraars richt, ruimte scheppen voor een menselijker personeelsbeleid met een eigen verantwoordelijkheid voor formatie, verloning en vorming in schaalvergrote gehelen.
Het IMTEC-rapport wil de centrale sturing nog verder afgrenzen: «Scholen die bewijzen dat ze met hun beleidsruimte woekeren, verdienen aanmoediging en ondersteuning. Waar dit met een humaan personeelsbeleid en een op de leerling afgestemde organisatie-ontwikkeling gepaard gaat, kan een groep van zelfbewuste, positief georiënteerde en naar deskundigheid gevaloriseerde leraars mee beleidsverantwoordelijkheid opnemen. In zo'n schoolklimaat is engagement geen ijdel begrip. Ze schept ruimte waarin onderwijsgevenden hun professionaliteit ten volle kunnen ontplooien.»
- Klasse voor Leraren 38 (p. 8-9)
- 01/10/93
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer

