- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 103. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
«Zet ze niet apart»
Duale samenleving
«Aan de basis van inclusief onderwijs ligt een principiële keuze voor opvattingen en waarden over mens en gemeenschap, zoals integratie, non-discriminatie en maatschappelijke participatie», stelt de Vlor. «Inclusief onderwijs steunt op de overtuiging dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Door leerlingen in gescheiden onderwijssystemen onder te brengen, draagt de school misschien bij tot de groei van een duale samenleving.» Voor de Vlor is de keuze voor inclusief onderwijs meer dan de keuze voor de gewone school in het nadeel van de school voor buitengewoon onderwijs. «Apart buitengewoon onderwijs blijft verantwoord voor leerlingen voor wie de gewone school de optimale ontwikkeling op dat ogenblik niet kan verzekeren. Het buitengewoon onderwijs krijgt een eigen plaats in het geheel van ondersteunende voorzieningen die inclusief onderwijs in gewone scholen mogelijk maken.»
Cultuurschok
Mel Ainscow in Education for all: making it happen: «We bepalen niet a priori een doelgroep zoals 'gehandicapten', 'risicoleerlingen', 'leerbedreigden' of 'hoogbegaafden'. Inclusief onderwijs is voor alle leerlingen. Dus ook voor hen die zich met speciale onderwijsbehoeften aandienen.» In die zin is inclusief onderwijs meer dan alleen een structurele ingreep of een mentaliteitswijziging. Het is veeleer een cultuurschok. Of alvast een radicale koerswijziging voor Vlaanderen met zijn uitgebouwd systeem van aparte scholen voor buitengewoon onderwijs. Zorgverbreding is al een eerste stap. De klemtoon ligt immers op het opvolgen van de ontwikkeling van de individuele leerling of de leerlingengroep. Men moet nagaan wat een kind kan en hoe ver het kan geraken. Een leerlingvolgsysteem is hiertoe een goed middel.
Doen lukken
Sommige Vlaamse scholen zetten momenteel verdere stappen op weg naar inclusief onderwijs. In opdracht van de Vlor analyseerde prof. dr. Pol Ghesquière (KULeuven) met zijn team een tiental praktijkvoorbeelden. Hoe staan overigens scholen, directies en leerkrachten tegenover inclusief onderwijs? In tal van basisscholen staan ze zeer positief tegenover de opvang van leerlingen met een visuele, auditieve of zelfs motorische handicap. Over kinderen met een mentale handicap zijn de meningen veeleer terughoudend. Directeurs geven te kennen dat bij de opvang van kinderen met een mentale achterstand de mogelijkheid moet bestaan om extra te differentiëren, de klassen kleiner te maken en een extra persoon in de klas te plaatsen.
Leerkracht Walter B.: «De klas is altijd een beetje het slachtoffer van een kind dat niet goed kan volgen, maar aan de andere kant leren ze dat er andere kinderen zijn, dat ze moeten samenwerken, wachten op elkaar» Een andere leerkracht vindt omgaan met kinderen met een handicap een verrijking voor zichzelf: «Als er soms iets niet lukt, zoek je naar een andere methode om het wel te doen lukken, ook voor de klasgroep.»
Goed voelen
Eén enkele PMS/CLB-medewerker staat veeleer afwachtend tegenover de ideeën van het inclusief onderwijs. Op papier vindt hij het allemaal mooi, maar bij hem rijzen toch wel een aantal vragen over de praktijk. Zo zegt hij dat we de verworvenheden van het buitengewoon onderwijs toch niet zomaar overboord mogen gooien. Hij meent dat kinderen met een handicap betere ontplooiingsmogelijkheden krijgen in het buitengewoon onderwijs. Om inclusief onderwijs met succes te kunnen waarmaken, acht hij het noodzakelijk dat de leerkrachten een bijkomende opleiding volgen, omdat hun kennis nu te beperkt is.
«Er moet een wisselwerking komen tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs, zodat er meer wederzijds begrip ontstaat», zegt leerkracht Eva L. «Ik ben van mening dat we voor elk kind apart moeten bekijken of de opvang in het gewoon onderwijs wel de beste aanpak is. Uiteindelijk moeten zowel de school als de leerling in kwestie zich goed voelen.»
Down
Kurt V.D., directeur: «Wij vangen een leerling met het syndroom van Down op in het eerste leerjaar. Dat kinderen met een handicap een kans moeten krijgen tot sociale integratie is de belangrijkste doelstelling van inclusief onderwijs. Vanuit mijn vroegere ervaring in het buitengewoon onderwijs meen ik dat kinderen met een handicap geïsoleerd leven van de wereld. Door inclusief onderwijs te organiseren, zijn de kinderen de hele dag in dezelfde school als de andere kinderen uit hun buurt. Ze zijn op de plaats waar ze ook leven.» Een GON-begeleider is evenwel van oordeel dat kinderen met het syndroom van Down opvangen binnen het gewoon onderwijs niet mogelijk is. Ze horen thuis in het buitengewoon en de ouders moeten dit volgens hem aanvaarden.
Schakelklas
Een school stelde in het eerste leerjaar twee klasgroepjes samen. Eén echt eerste jaar en één klasje waar men de zwakkere leerlingen met een mentale handicap geleidelijk voorbereidt om ze later te laten aansluiten bij het echte eerste jaar. «Zo kunnen we veel individuele aandacht aan de leerling schenken», getuigt leerkracht Sonja B., die ook een tiental jaren ervaring heeft in het buitengewoon onderwijs. «Maar de samenwerking met het PMS/CLB-centrum raakte bedreigd toen we tegen hun advies in de beslissing namen om een leerling met een mentale handicap op te nemen. Het centrum besloot om geen hulp meer te verlenen voor deze leerling.» In andere scholen is de samenwerking met het PMS-centrum zeer uitgebreid.
In hun eerste stappen naar inclusief onderwijs passen scholen hun klaspraktijk aan. De ene organiseert individuele leerlijnen en de andere legt met de principes van het Freinetonderwijs de nadruk op de individuele evolutie van elke leerling. Weer een andere school realiseert inclusief denken via een schakelklas tussen de derde kleuterklas en het eerste leerjaar.
Superleerkracht
Dat leerkrachten de verscheidenheid binnen de leerlingengroep erkennen en er positief mee omgaan, geldt als basisvoorwaarde voor inclusief onderwijs. «Aan de verschillen tussen de leerlingen mag men dan ook geen negatieve gevolgen verbinden», stelt het advies van de Vlor. «Kwaliteitsvol onderwijs is niet alleen het resultaat, maar vooral de graad van afstemming tussen het onderwijsaanbod en de individuele behoeften van leerlingen en de verantwoording daarvan. Inclusie vraagt om een globale en nieuwe opvatting van onderwijs en berust op een onderwijsvisie die een belangrijke omschakeling in denken en handelen vraagt. Inclusief onderwijs is een onderliggend concept voor heel het onderwijs. Het sluit aan bij een maatschappelijke visie die zich afzet tegen uitsluiting. Een schoolbeleid waarin alle betrokkenen participeren, moet dit nieuwe onderwijs echter dragen.»
Vrijwillig
De moeder van een leerling die GON-begeleiding ontvangt: «Ik vind de idee van inclusief onderwijs heel menswaardig, maar vraag me af of er leerkrachten zijn die met al die verschillende handicaps kunnen omgaan. De leerkracht moet voor alle leerlingen een gepaste onderwijsvorm plannen. Ik denk dat men om een superleerkracht vraagt. En dat is niet realistisch.»
Een discussie tussen voor-en tegenstanders van inclusief onderwijs heeft weinig zin. «Men kan inclusief onderwijs niet zomaar verplichten», zegt de Vlor «De invoering ervan kan alleen vrijwillig, geleidelijk en trapsgewijs, of van kleuter- naar secundair onderwijs, gebeuren.»
Uw mening
Hebt u concrete ideeën om inclusief onderwijs mogelijk te maken? Een utopie of een reële uitdaging? Stuur uw mening naar Klasse (Inclusief onderwijs) - Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel of mail ze naar info@klasse.be
Studiedag
De Vlaamse Onderwijsraad organiseert op woensdag 10 mei om 14 uur in de Factory van Schaarbeek een studiedag over «Inclusief onderwijs als innovatieproces». Er zijn workshops over onder meer de klaspraktijk. Alle informatie leest u in Idee p. 19.
GON: onmisbare tussenschakel
Geïntegreerd onderwijs (GON-project), integratie en inclusie. Waar zit het verschil?
Geert Van Hove, docent bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent: «Waar integratie vertrekt van de idee dat sommige mensen met een handicap kansen moeten krijgen om in de gewone school mee te draaien (GON-project), legt inclusie de nadruk op de gewone school als de school voor álle kinderen. Integratiedenkers focussen op de specifieke maatregelen die een leerling met een handicap nodig heeft om zich aan te passen aan de heersende schoolcultuur. Inclusiedenkers (inclusief onderwijs) daarentegen leggen de nadruk op het feit dat de gewone school zich zodanig moet opstellen en aanpassen dat alle kinderen er kunnen schoollopen: verscheidenheid wordt dus de norm.»
GON of geïntegreerd onderwijs vertrekt bij de leerling met bijzondere onderwijsbehoeften. Scholen voor buitengewoon onderwijs krijgen extra lestijden, waardoor leerkrachten of therapeuten kinderen in het gewone onderwijs kunnen bijstaan.
Geert Van Hove: «Wellicht is de samenwerking tussen scholen voor buitengewoon onderwijs en gewoon onderwijs een eerste officiële opening in de richting van inclusief onderwijs.»
Vandaar dat het GON-project een haast onmisbare tussenschakel is in dit proces.
· Het recht van alle kinderen. Inclusief onderwijs. Het perspectief van ouders en kinderen (1999) - Geert Van Hove (red.) - 695 fr.- uitg. Acco - Tiensestraat 12 - 3000 Leuven - tel 016-29 11 00 - fax 016-20 73 89
· Inclusief onderwijs als innovatieproces. Analyse van de succesfactoren in 10 praktijkvoorbeelden (1999) - promotor prof. dr. Pol Ghesquière (KULeuven) in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad - 560 fr. - uitg. Garant - Tiensesteenweg 83 - 3010 Leuven - tel 016-25 31 31 - fax 016-25 13 14
· Buitengewoon binnen gewoon - Van utopie naar praktijk (boek) en Inclusief onderwijs (video) - Jo Lebeer (UIA) en Annet De Vroey (KHL) - Boek en video kosten samen 830 fr. -Overschrijven op rek.nr. 789-5518964-70 (het boek is apart te verkrijgen voor 410 fr.) van Gezin en Handicap - Goemarelei 66 - 2018 Antwerpen - tel 03-216 29 90
Klasse voor Leerkrachten 103, maart 2000, p. 10-11- Klasse voor Leraren 103 (p. 10-11)
- 06/03/00
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer