- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 105. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Holebi's
Deze bijdrage wil homoseksualiteit niet problematiseren, in tegendeel. Homoseksualiteit is een
thema zoals een ander. Je hoeft geen holebi-leerkracht te zijn om over homoseksualiteit te praten. Een
aardrijkskundeleraar moet ook geen Chinees zijn om het over China te hebben.
Maar misschien is dit thema wel de ultieme test voor de openheid van jouw school.
Minstens één in elke klas
Vijf tot tien procent van de mensen is homoseksueel, lesbisch of biseksueel. In een school met vijfhonderd leerlingen zitten dus mogelijk vijftig leerlingen die holebi zijn. Heeft die school vijftig leerkrachten, dan betekent dat misschien vijf holebi-leerkrachten. Onderzoek toont aan dat een groot deel van de holebi-jongeren (en leerkrachten) in de school op niet veel sympathie kunnen rekenen. Niet van de leerlingen, niet van de leerkrachten. Ze worden gepest, uitgelachen, beledigd of zelfs fysiek bedreigd. Eén op vijf holebi-jongeren beweert dat hij of zij uitgescholden wordt door de leerkracht. Soms gaan ze aan zichzelf twijfelen of raken geïsoleerd. Zelfmoordpogingen bij homojongens liggen twee keer hoger dan het gemiddelde, bij lesbische meisjes is dat zelfs vijf keer. 85 procent van de holebi-jongeren beweert dat ze op school geen of foute informatie heeft gekregen over homoseksualiteit. In veel scholen denkt men nog altijd dat homoseksualiteit niet bestaat als je er niet over praat.
Veerle, studiemeester-opvoeder:
«Niet in een technische school»
«In mijn hele schoolcarrière heb ik nooit stilgestaan bij het thema 'homoseksualiteit'. Tot vorig jaar. Mijn zoon zat toen in zijn laatste jaar secundair. Terwijl al zijn klasgenoten met volle teugen van hun laatste jaar genoten, werd mijn zoon alsmaar stiller en teruggetrokken. Op een avond is het eruit gekomen. Dat hij eigenlijk al enkele jaren in de knoop lag met zichzelf omdat hij zich meer tot jongens dan tot meisjes aangetrokken voelde. Met niemand durfde hij erover praten, zelfs niet met zijn beste vrienden op school. Ook in de lessen seksuele opvoeding en tijdens relatiedagen had hij gehoopt dat het thema aan bod zou komen. Maar nee. Ik vond dat zijn school op dat vlak te kort schoot. Maar navraag bij collega's leerde dat er ook op mijn school met geen woord over homoseksualiteit gerept wordt. 'We weten er te weinig over, wat zullen directie en ouders zeggen' tot zelfs 'in een technische school komt dat toch niet voor', waren de excuses om het er niet over te hebben. Nochtans is het nodig. Sinds het zo algemeen geweten is dat ik 'moeder van' ben, zijn al twee leerlingen naar mij gekomen met hun verhaal. Maar toch vinden ze het op school nog steeds niet nodig er aandacht aan te besteden.»
een probleem?
Wat?
INGEWIKKELDER DAN MEETKUNDE
Mensen willen graag hun medemensen in hokjes steken, er een duidelijk etiket op kleven. De ene persoon (of de ene cultuur of sociale klasse of periode in de geschiedenis) zal al vlugger het etiket homoseksueel bovenhalen dan de andere.
- Je kan spreken van homoseksualiteit als een jongen verliefd wordt op een jongen en hem lichamelijk aantrekkelijk vindt of als een meisje verliefd wordt op een meisje en haar lichamelijk aantrekkelijk vindt. Wie zowel homoseksuele als heteroseksuele gevoelens of gedragingen vertoont en die beide voor zichzelf belangrijk vindt, is biseksueel. Homo's, lesbiennes en biseksuelen duiden zich allen samen aan met het woord holebi.
- Als op een meetlat de personen met uitsluitend heteroseksuele gevoelens en gedragingen aan de linkerkant staan en de personen met uitsluitend homoseksuele gevoelens en gedragingen aan de rechterkant, zitten nog heel wat mensen tussen die twee uitersten. Gevoelens en gedragingen kan je niet zomaar meten. Seksualiteit is ingewikkelder dan meetkunde.
Sommige mensen hebben zwart of blond haar, anderen hebben rood haar. Maar dat maakt van de laatste geen totaal andere wezens. Net zo zijn holebi's even gewoon als hetero's. Het grootste verschil is dat er minder holebi's zijn, zoals er ook minder roodharigen zijn dan mensen met zwart haar. Met zijn cultuur kan de mens de diversiteit bevorderen of uitroeien (zie ook andere bijdragen in De Eerste Lijn 8: Verschillen en 16: Jongens/meisjes). Wat doet jouw school?
Wie?
EEN OP TIEN
Vijf tot tien procent van de bevolking is holebi. Homoseksualiteit is aanwezig in bijna alle culturen, in alle periodes van de geschiedenis, in alle maatschappelijke klassen. Holebi's zijn geen wezens van een andere planeet. Ze leven niet in een ander land. Ze gaan bijvoorbeeld ook gewoon naar school om les te krijgen of te geven
Oorzaak?
NIET BELANGRIJK
Het maakt weinig uit of homoseksualiteit aangeboren (erfelijk) of verworven (onder invloed van de omgeving) zou zijn. In beide gevallen is het een vaststaand gegeven dat niemand kan veranderen. De vraag naar de oorzaak van homoseksualiteit verliest haar belang van zodra men inziet dat homoseksualiteit geen ziekte is.
Vooroordelen
UIT AFKEER
Homo's gedragen zich verwijfd. Lesbiennes lopen er onelegant en onverzorgd bij. Balletdansers, verplegers en kappers zijn homo's. Lesbiennes zijn mannenhaters en homo's zijn vrouwenhaters. Homoseksuele relaties duren nooit lang. Holebi's moeten niks van kinderen weten
In het algemeen zijn deze stellingen onwaar. Bepaalde mythes zijn geboren uit afkeer tegenover homoseksualiteit. Ze zullen pas verdwijnen als de discriminatie verdwijnt.
Discriminatie
UIT ONBEGRIP
Personen die anders zijn, benaderen en behandelen we vaak anders. Ook leerlingen op school doen dat. Omdat onze samenleving alles bekijkt vanuit een heterobril worden holebi's vaak gediscrimineerd. Vaak worden holebi's die voor hun geaardheid uitkomen achtergesteld door werkgevers, ouders, huisbazen, opvoeders, collega's, ordehandhavers, leerkrachten Veel holebi's verbergen daarom hun geaardheid of onderdrukken ze.
Homoseksualiteit op school
Elke vorm van discriminatie (kansarmen, roodharigen, migranten, mensen met een handicap, leerlingen met leerstoornissen) is een onrecht. Holebi's moeten gelijke kansen krijgen in onze samenleving en ook op school. Zowel de basisschool als een secundaire school hebben:
- een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De school kan niet doen alsof ze niet met maatschappelijke vraagstukken te maken heeft. Voert jouw school een emancipatiebeleid en bestrijdt ze discriminatie? Of laat ze de situatie zoals ze is en bestendigt ze die? Sommige scholen stellen dat het niet hun taak is om een voortrekkersrol te spelen. Een actieve rol van de school is nochtans te verdedigen.
- een pedagogische verantwoordelijkheid. De school moet hindernissen die leerlingen bij het leren ondervinden, wegwerken in zoverre dit kan. Voor de meeste holebi-jongeren vormt de homo-angst of -haat (homofobie) een belangrijke hindernis voor het leren. Daarom kan een strategie om homovijandigheid op school aan te pakken een onderdeel uitmaken van het pedagogisch project van de school.
Scholen kunnen holebi-jongeren helpen hun homoseksualiteit te aanvaarden en een positief zelfbeeld op te bouwen. Heteroleerlingen kunnen correcte en positieve informatie krijgen over homoseksualiteit. Zo verdwijnen de vele vooroordelen die rond homoseksualiteit bij een groep heteroleerlingen leven.
de aanpak
Op schoolniveau:
De aanpak van homoseksualiteit op school vergt een duidelijk schoolbeleid. Pas dan:
- blijven individuele inspanningen van leerkrachten niet geïsoleerd
- werkt het hele schoolteam in dezelfde richting
- kunnen leerkrachten elkaar ondersteunen, ervaringen uitwisselen, initiatieven coördineren
een stappenplan
- Motiveren. Iedereen op school gelooft dat een beleid tegen pesten, drugs, geweld op school verantwoord en noodzakelijk is. Geldt dat ook voor homoseksualiteit?
- Homofobie aanpakken. Wat weten het schoolbestuur en de leerkrachten over homoseksualiteit? Breng de vooroordelen en de weerstanden bij de verschillende participanten (het schoolbestuur, de leerkrachten, de leerlingen, de ouders) in kaart. Werk samen met specialisten een stappenplan uit om de weerstand weg te werken. Vergeet vooral de ouders niet. Kinderen reageren vaak negatief door hun omgeving: «Mijn papa vindt dat vies».
- Een vriendelijk schoolklimaat. Een school die een degelijke leerlingenbegeleiding uitwerkt (zie bijdrage 15: Leerlingenbegeleiding), heeft ook aandacht voor holebi's. In het begeleidingsplan formuleert de school wat ze specifiek gaat doen, wie daarbij betrokken wordt en hoe de school dat structureel (groene leerkracht, vertrouwensleerkracht, ombudsdienst, sociale kaart.) aanpakt. Op het aankondigingbord kan naast alle andere affiches bijvoorbeeld een affiche van de holebifoon of de plaatselijke holebi-jongerengroep hangen. Zo geeft de school aan dat seksuele voorkeur op hun school geen probleem is.
- Een vriendelijk personeelsbeleid. Geeft de school zelf het goede voorbeeld? Kunnen homoseksuele leerkrachten uitkomen voor hun geaardheid zonder negatieve gevolgen? De persoonlijke coming out van een leerkracht biedt een boel perspectieven: leerlingen krijgen een identificatiefiguur aangereikt, het kan zorgen voor een positieve houding van leerlingen, het leidt tot meer tolerantie en aanvaarding.
Op klasniveau:
Leerkrachten kunnen ervoor zorgen dat alle leerlingen, ook holebi's, zich goed voelen in de klas. Dat ze zich erkend weten. Even belangrijk is dat de leerkrachten inspanningen leveren om de homofobie bij de hetero-leerlingen weg te werken. Hoe kunnen leerkrachten dat?
- Geïntegreerde aanpak
Discrimineer homoseksualiteit niet zelf tijdens het lesgeven. Telkens als in om het even welke les seksualiteit en relatievorming aan bod komen, kan ook homoseksualiteit aan bod komen. Niet als een apart geval, maar samen met de heteroseksuele variant. Als een leraar Frans een jongensklas vraagt hun ideale vrouw in het Frans te beschrijven, zou ook een homo-leerling zijn ideale jongen kunnen beschrijven. Als de les in de basisschool over het gezin gaat, kunnen ook gezinnen met twee papa's of mama's aan bod komen. - Vakoverschrijdende aanpak
Attitudeverandering zal pas mogelijk zijn als homoseksualiteit niet tot het vak godsdienst of zedenleer beperkt blijft. Net zoals milieu, gezondheid, multiculturele samenleving, seksualiteit en relaties vakoverschrijdende thema's zijn, geldt dat ook voor homoseksualiteit. Zo kan het in een wiskunde-vraagstuk ook eens gaan over twee mannen die gaan samenwonen. De leerkracht Nederlands kan een boek met als thema homoseksualiteit op de literatuurlijst zetten. In de les biologie kan er worden gesproken over homoseksueel gedrag bij dieren. Bij aardrijkskunde kan een leerkracht over de homogettovorming in de Amerikaanse grootsteden vertellen. - De specifieke aanpak
Homoseksualiteit verschilt van heteroseksualiteit omdat ze niet aanvaard wordt. Vandaar de noodzaak aan specifieke lessen: verstrekken van informatie, weerleggen van mythes en stereotiepe beeldvorming, discussie over discriminatie.
De houding van de leerkracht: enkele aandachtspunten
- Maak homoseksualiteit op een positieve wijze bespreekbaar. Ken je eigen normen, principes en waarden (geen flauwe moppen over homo's). Leerkrachten die holebi's pesten, maken de weg vrij voor pestgedrag van medeleerlingen.
- Geef juiste informatie en bestrijd vooroordelen. Informeer je daarom voldoende: halve informatie bevestigt vaak vooroordelen. Als je het antwoord niet weet op een vraag, geef dat toe.
- Gebruik een taal die aansluit bij de leerlingen. Negeer eventueel schuttingstaal (janet, potter, nicht) niet. Het kan een aanleiding zijn voor een goed gesprek. Haal het onderwerp uit de taboesfeer.
- Erken de visie van leerlingen en neem ze ernstig. Maar probeer ze ook open te trekken en te verdiepen. Wat denken de leerlingen precies? Waarom? Hoe weten ze dat dat juist is? Denken ze dat alle mensen zo denken?
- Probeer een afwijzende houding om te buigen. Geef tegengewicht bij een homofobe sfeer in de groep, maak ruimte voor een holebi-standpunt. Nodig holebi's in de klas uit.
- Verschaf inzicht in de maatschappelijke oorzaken van een afwijzende houding en situeer de strijd van de holebi's voor gelijke rechten.
Niet alle doelstellingen zijn even makkelijk te realiseren. Natuurlijk moet je rekening houden met de samenstelling en de houding binnen de groep. Te veel nadruk leggen op een doelstelling waar de groep niet klaar voor is, kan contraproductief werken. Onderschat aan de andere kant het voorbeeldgedrag van de leerkracht en de openheid en bereidheid tot verandering bij de leerlingen niet.
Op individueel niveau
Homo-identiteit in vijf stappen
Onze cultuur beschouwt iedereen als hetero tot het tegendeel is bewezen. Daardoor ontspint zich een specifiek ontwikkelingsproces met tal van problemen en bijzondere taken voor de school:
STAP 1: De identiteitsverwarring: de jongere ervaart iets (een fantasie, een opgewondenheid, soms al een verliefdheid) dat doet denken aan homoseksualiteit. Het past niet in zijn verwachtingspatroon en hij voelt zich onzeker. Hij weet bovendien dat er niet over gepraat wordt, dat het 'verkeerd' is. De verwarring en onzekerheid gaat vaak gepaard met negatieve zelfwaardering en angst. Deze fase vindt plaats in de puberteit of adolescentie.
STAP 2: De identiteitsvergelijking: de jongere vraagt zich af wat dat betekent holebi-zijn? Hoe kan je dat beleven? Welke gevolgen heeft dat? Hij gaat op zoek naar informatie. Regelmatig steekt weer de twijfel op. Juist door gebrek aan openheid rond homoseksualiteit is informatie niet makkelijk te vinden. Soms is de angst groot om ernaar op zoek te gaan. Identificatiefiguren ontbreken. Vaak gaat deze fase gepaard met zich afsluiten, zich terugtrekken van de anderen. De jongere is vaak prikkelbaar (hij moet zijn probleem alleen oplossen) en de studieresultaten verslechteren soms.
STAP 3: De identiteitstolerantie: de jongere geeft het toe voor zichzelf, maar keurt het nog niet goed. Soms is de stap naar erkenning nog te moeilijk en neemt de jongere een tussenstap: hij beschouwt zichzelf als biseksueel en erkent zijn homoseksualiteit pas later.
STAP 4: De identiteitsaanvaarding: de tijd van groot ongeluk is voorbij. Deze fase (en zeker de volgende) komt voor de meeste jongeren na het secundair onderwijs. De identiteitsaanvaarding gaat vaak gepaard met een valse identiteit voor de buitenwereld. De optie voor een dubbelleven vraagt veel energie en zorgt voor veel frustratie. En voor de buitenwereld uitkomen vraagt veel durf en energie.
STAP 5: Coming out: de identiteitsmanifestatie: de jongere steekt zich niet langer weg. Hij kan nu in de klas of op het werk weer aan zijn studie of werk denken en weer normaal praten met klasgenoten en collega's. Hij hoeft niet langer op zijn hoede te zijn om zichzelf te verraden.
(Dit vijfstappenplan is gebaseerd op onderzoek bij jongens. Het is goed mogelijk dat de ontwikkeling bij lesbische meisjes anders verloopt. Iedereen moet zijn eigen weg zoeken, afhankelijk van zijn eigen persoonlijkheid, de omgeving, de eigen ervaringen)
Een leerling die een holebi-leven wil uitbouwen heeft dus een aantal taken uit te voeren:
Taak 1: betekenis geven aan homoseksuele gevoelens en ervaringen.
Taak 2: een positief zelfbeeld behouden. Hij moet opboksen tegen vooroordelen, het gevoel overwinnen dat hij niet alleen staat, schuldgevoelens bekampen. Vaak moet hij de normen en waarden uit zijn opvoeding in vraag stellen en verwerpen.
Taak 3: een levensstijl uitbouwen als holebi.
Taak 4: leren omgaan met homofobie van zijn of haar omgeving en met de stress als gevolg daarvan.
Eerste hulp van de leerkracht
Wat doe je als een leerling je komt vertellen dat hij homoseksueel is?
- Reageer niet afwijzend, luister en maak duidelijk dat de leerling met zijn probleem ergens terecht kan. En dat hij kan rekenen op discretie. Een leerkracht die zichzelf niet in staat acht om het probleem positief te benaderen moet doorverwijzen naar een collega of een andere instantie (CLB, plaatselijke holebi-jongerengroep). Wees voorzichtig met doorverwijzing. De kans bestaat dat de leerling die volgende stap niet durft zetten.
- Krijg een zicht op de problemen. In welke fase van het identiteitsproces zit de leerling? Wat zijn de problemen: onzekerheid over de geaardheid, aanvaardingsprobleem, angst voor afwijkende reacties bij ouders en leeftijdgenoten
- Ga na wat mogelijke oplossingen zijn. Welke bijdrage kan de leerkracht wel leveren en waar kan hij beter doorverwijzen? Ken je beperkingen en raadpleeg tijdig het CLB of verwijs door naar specialisten. Identificatiefiguren kunnen een belangrijke rol spelen: andere holebi-jongeren, maar misschien ook een holebi-leerkracht.
- Vermijd gedwongen coming out in de klas (onder druk van medeleerlingen of de leerkracht zelf). Verhinder coming out niet, maar kijk erop toe dat het in een positieve sfeer gebeurt. Zorg ervoor dat na zo'n coming out in de klas de persoonlijke opvang buiten de klas optimaal verloopt.
- Ouders erbij betrekken is enkel verantwoord als de leerling daar zelf mee akkoord gaat. De werkgroepen 'ouders van homoseksuele kinderen' (adressen op te vragen via Holebifoon) kunnen helpen.
Omdat holebi's niet aanvaard zijn in de maatschappij is veeleer een omgekeerde situatie te verwachten: een holebi-leerling veinst in de klas soms dat hij niet geïnteresseerd is in het onderwerp om elke 'verdenking' te voorkomen. Wees dus alert.
«Dat is toch geen onderwerp»
Een selectie van meldingen van discriminatie die binnenkwamen bij de Holebifederatie:
· Lesbienne weggepest uit school, leerkrachten en directie reageerden niet op psychisch en lichamelijk geweld.
· Jongen mag in internaat zijn vriend niet zien, opvoeder vindt dat hij «relaties met meisjes moet hebben en dat er in het tehuis geen homo's binnenkomen».
· Leerkracht wordt vóór zijn benoeming door de inrichtende macht op het matje geroepen over zijn engagement in een plaatselijke holebi-jongerengroep.
· Leerkrachten verspreiden vooroordelen over holebi's na coming out van een leerlinge.
· Scholier uit het zesde jaar secundair krijgt nul op een opstel over vakantiebelevenissen waarin hij schreef over de activiteiten van de holebi-jongerengroep omdat dit volgens de lerares Nederlands «toch geen onderwerp is om een opstel over te schrijven».
Ciska, 19 jaar:
«Eén op tien is absurd»«Ik wist al in het vijfde middelbaar dat ik lesbisch was. Op een dag hadden we het over liefde en seksualiteit in de klas. Er waren voortdurend klasgesprekken. Maar enkel toegespitst op heterorelaties. Ik had er dus geen boodschap aan. Op een dag ging er een hoofdstukje over homoseksualiteit. Een erg theoretische les. Geen klasgesprekken, maar hevig pennen. Ik zal nooit vergeten dat de lerares ervan overtuigd was dat de cijfers 'één op tien is holebi' niet konden kloppen, want dan zouden er minstens twee in de klas moeten zitten en dat was toch al te absurd. Ik hield me stil op de achtergrond.»
Holebi's in de basisschool?
Enkele tips
- Vaak zijn er ook in de basisschool aanleidingen genoeg om het over homoseksualiteit te hebben: kinderen met twee mama's en papa's, scheldwoorden op de speelplaats (janet, mietje), rolpatronen (jongens die jazzballet doen zijn mietjes), bekende holebi's uit de media. Homoseksualiteit doodzwijgen zorgt er niet voor dat het zich niet zal voordoen.
- Jonge kinderen hebben vaak nog geen vooroordelen. Leerkrachten leren ze omgaan met verschillen: een kind met een bril, een stotteraar, een kind met rood haar Ook holebi's zijn anders en verdienen respect.
- Vertel dat holebi's doodnormale mensen zijn die nu toevallig verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht. Vertel dat ze later wellicht in hun gezin, familie, vriendenkring, werksituatie ook holebi's zullen ontmoeten.
- Ook in de basisschool zitten homoseksuele leerkrachten. Krijgen die een eerlijke kans daarvoor uit te komen?
- Leerlingen worden alsmaar vroeger rijp. De meeste holebi's voelden al tijdens de lagere school dat er iets anders met hen was. Een leerkracht die holebi-zijn niet als een probleem beschouwt, maakt voor hen het verschil.
- Er zijn heel wat methodieken (spelvormen, jeugdliteratuur) die homoseksualiteit bespreekbaar maken.
Roger, directeur:
«Ik leid dus maar een dubbelleven»«Ik vind het heel tof als ik hoor dat veel jonge leerkrachten in hun school er blijkbaar voor durven en mogen uitkomen dat ze holebi zijn. Helaas is zoiets voor mij onmogelijk. Binnen mijn inrichtende macht zou mijn homoseksualiteit helemaal niet bespreekbaar kunnen zijn. Dus leid ik maar een dubbelleven en blijven mijn relaties afspringen op dat heimelijke, het moeten gesloten houden voor de buitenwereld.»
Je kan meer lezen over holebi's in:
Het Klassedossier op www.klasse.be/dossier/homoseksualiteit
Jongens met jongens en Meisjes met meisjes - www.holebifederatie.be
De Holebifoon op tel. 09 238 26 26 (elke dag van maandag tot en met zondag 18-22 u., woensdag van 13-22u., niet op feestdagen)
Informatie vind je ook bij de
Holebifederatie -koepel van de Vlaamse en Brusselse holebiverenigingen - Kammerstraat 22 - 9000 Gent - tel. 09 223 69 29 - www.holebifederatie.be
Hommeles - werkgroep voor holebi - leerkrachten - http://surf.to/hommeles.be en op:www.tolerantescholen.net/homo.htm
http://holebifabriek.3sign.be/
www.gelijkekansen.vlaanderen.be
Voor meer ondersteuning neem je contact op met de schoolbegeleiding of het CLB dat aan de school verbonden is.
Klasse voor Leerkrachten 105, mei 2000, p. 49-52- Klasse voor Leraren 105 (p. 49-52)
- 01/05/00
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer