Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 74. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

03/04/97

Twee keer meer faalangst

Krijgen vrouwen nu de vrijheid om een mannenrol te spelen?Meisjes zijn vlijtig en gevoeliger voor normen, luidt het cliché. Zo'n gedrag vraagt in de klas doorgaans minder aandacht dan het vaak rebelse gedrag van jongens die voortdurend over de grenzen van het toelaatbare wippen. Maar meisjes maken hun eigenwaarde soms erg afhankelijk van de goedkeuring van leerkracht en ouders. Dat creëert angst om niet te voldoen. Faalangst komt twee keer vaker voor bij meisjes dan bij jongens, zegt de Leuvense ontwikkelingspsycholoog Eric Depreeuw.«Ik vond de meisjes venijnig en achterbaks. Toen ik begon les te geven, stond ik veel liever in een jongensschool dan in een meisjesschool. Met jongens was het heel belangrijk om tucht te houden: je had ze mee of je had ze tegen», vertelt Chris. Hoe ervaren Chris, Marc, Annemie, Don en Lut, allen leerkrachten in het basisonderwijs, in hun klas de sekseverschillen?

Annemie: «Of ze nu uniseks werden opgevoed, of de jongen met poppen speelde en het meisje met autootjes, toch blijven de verschillen frappant. Meisjes zijn meer sfeergevoelig. Hun aandacht ligt meer in het zorgende, het koesterende. Ook het concurrentiële hoort thuis in die sfeergevoeligheid. Ze nemen van elkaar heel subtiel de maat. Daarentegen meten jongens hun kracht met open vizier, veel directer. Bij hen is het boem, pats en gedaan.»

Don: «Ik vind jongens makkelijker om mee om te gaan. De jaloezie tussen meisjes is vaak niet zichtbaar. Daarbij zijn meisjes heel possessief naar elkaar. Daarachter zit de grote schrik: ik ben bang dat ik niemand meer zal hebben.»

Annemie: «De sociale context verschilt bij jongens en meisjes. Jongens hebben de sociale omgeving nodig om hun buitenkant te uiten, door bijvoorbeeld stoer te doen. Meisjes hebben veeleer dat sociale element nodig om duidelijk te maken wat zich allemaal in hun binnenste afspeelt.»

Vanuit het hart

Voor sommige jongens volstaat het een ruit in te slaan om aanzien te krijgen in de groep, menen de leerkrachten. Daardoor kunnen ze zich makkelijker uiten. Maar ze botsen daardoor wel meer op grenzen en verbodsbepalingen dan meisjes.

Hoe krijgen meisjes dan aanzien in hun groep?

Lut: «Ze hangen soms uren aan de telefoon met vriendinnen en spelen daarbij redder en wijsneus voor elkaar. Dat is hun manier om aanzien te krijgen. Dat groepsgebeuren is veel belangrijker dan zichzelf manifesteren. Wie wel de eigen stem centraal stelt, moet een hoge prijs betalen. Wie recht voor de raap is, staat vaak buiten de groep. Een jongen die te introvert of gevoelig is, valt trouwens op gelijkaardige manier uit de toon binnen de jongensgroep.»

Hoe reageert u daarbij als leraar?

Chris: «Kinderen zijn heel gevoelig voor onze voorbeelden, hoe wij zelf over mannen en vrouwen praten. Ik ben opgegroeid in een klimaat waarin jongens meer waard waren en meer mochten dan meisjes. Vanuit die achtergrond wilde ik mijn waarde bewijzen in mijn studie en werk. Ik herken dat fenomeen bij veel geëmancipeerde vrouwen die hetzelfde als mannen willen bereiken. Het is jammer dat je in onze westerse cultuur er voordeel bij hebt de mannelijke positie in te nemen. Onze maatschappij legt veel nadruk op het verbale en het mentale. Denken vanuit het hart, waarmee de sfeer- en contextgevoeligheid van meisjes volgens mij te maken heeft, krijgt veel minder waarde.»

De duvel

Enkele leerkrachten zijn te vinden voor een uniseks-behandeling. Anderen aanvaarden de verschillen, onder meer omdat ze in contact komen met andere culturen.

Gaan door een gelijke behandeling culturele «waarden» verloren?

Annemie: «Ik geef les aan migranten. Mijn ogen gingen open toen ze me uitnodigden op de bruiloft van een 15-jarig Turks meisje. Ik had daar een negatief beeld over, maar op dat feest trof het me dat het migrantenmeisje meer vrouw was dan ik. Zij heeft vanuit haar cultuur nog de kracht van het verbonden handelen, een aspect dat in onze cultuur verloren is gegaan. Wij hebben die draagkracht niet meer.»

Marc: «Dat herken ik in mijn contacten met migrantenjongens. Voor hun gezin willen zorgen, dat zit er bij hen nog in. Bij veel Vlaamse jongens ontbreekt die houding.»

Drukken jongens zich anders uit?

Lut: «De meisjes wisselen constant blikken naar elkaar uit bijvoorbeeld, maar in drie vierde van de gevallen kunnen ze zich ook verbaal goed uitdrukken. Jongens kunnen hun communicatie veel minder goed onder woorden brengen. Dat merk ik bij conflicten. Vraag je een jongen wat er gebeurd is, komen er misschien drie woorden uit, en dan nog in de verkeerde volgorde. Ik hoor iets in de aard van: Die heeft geschopt of Het is niet waar, hij heeft het gedaan. Bij meisjes krijg ik een brede situatieschets.»

Annemie: «De verhalen van jongens zijn daadkrachtiger, doelgerichter: die bal was ín het doel, of ernáást. Het komt erop aan hun aandacht opnieuw naar dat doel te brengen en ze zijn weer vertrokken. Meisjes situeren hun verhalen in een ruimere context: En gisteren stonk ze, juf, en vandaag heeft ze dat gezegd, en daarstraks keek ze vies. Ze nemen veel meer waar dan het nu-moment. Een blik en een gebaar worden gewikt en gewogen. Meisjes kunnen elkaar echt de duvel aandoen, soms door heimelijk te rommelen, maar ze kunnen er ook hevig tegenaan gaan. Ook meisjes moeten iets kunnen uitvechten, vind ik. Wat bij meisjes nogal eens helpt, is hen terugbrengen tot hun eigen geraaktheid: Ik denk dat je jaloers bent. Je kunt zo'n dingen bij meisjes benoemen zonder daar een oordeel aan vast te koppelen. Dat jaloersheid niet netjes is bijvoorbeeld. Als je een herkenning in de hand werkt (Ik begrijp dat jij ook eens graag zo'n rode strikjes zou willen dragen, niet?), dan is het conflict vaak al opgelost.»

Mannentruken

De leerkrachten zijn ervan overtuigd dat bepaalde rollenpatronen misbruik in de hand werken en meisjes achterstellen. Hebben meisjes geen mannentruken nodig om zich in onze maatschappij te handhaven, vragen ze zich af.

Kunnen leerkrachten en ouders het klassieke rollenpatroon wel beïnvloeden?

Annemie: «Zij kunnen alvast de eigenwaarde van de meisjes bevestigen. Opdat ze hun eigen kracht en zelfzekerheid zouden ontwikkelen, is het voor meisjes van vijf à zes jaar oud erg belangrijk dat iemand hun bijzondere eigenschappen ziet en benoemt. Een meisje dat heel goed kan vertellen, moet je een gevoel van erkenning geven. Zeg dat ze daar goed in is. Bij een ander meisje kan die bijzondere eigenschap een fijne handvaardigheid zijn of een grote verbondenheid met dieren en planten. Sommige meisjes kunnen heel goed aanvoelen wanneer een ander kind blij of verdrietig is. Met een blik of gebaar spelen ze daar troostend op in. Het eigene van het meisje benoemen geeft hen zelfvertrouwen. Het helpt hen hun eigen weg te gaan en hun eigenwaarde niet buiten zichzelf te blijven zoeken. Bij jongens ligt dat toch anders. Zij hebben op die prille leeftijd een heleboel fysieke kracht die erom vraagt ontladen te worden. Als ze geen ruimte krijgen om zich fysiek uit te leven, worden ze geknecht, gefnuikt.»

Chris: «Het lijkt mij ook heel belangrijk dat jongens leren hun gevoelens uit te drukken. Dat is bij hen toch een meer onderontwikkeld terrein.»

Annemie: «Als kleine jongens over gevoelens praten, heb ik de indruk dat het bij hen iets opgelegd is, als een laagje vernis. Jongens die meedoen aan een radiopraatprogramma voor kinderen komen geforceerd over, helemaal niet van binnenuit. Ze kunnen blijkbaar moeilijker contact krijgen met dat gevoelsmatige in zichzelf.»

Mogen jongens en meisjes eigenlijk wel anders zijn?

Chris: «Jawel, dan kunnen ze van elkaar leren. Mannen zouden van vrouwen een stuk intuïtie kunnen leren en vrouwen van mannen een stuk redelijkheid. Soms lijkt het erop dat meisjes in onze maatschappij gedwongen worden tot redelijkheid en geen beroep meer mogen doen op hun intuïtie, wegens het grote belang van het rationele en materiële. Wie als vrouw deze trend volgt uit angst anders uit de boot te vallen, verliest toch een stuk van zichzelf. In deze zin veroorzaakt emancipatie het omgekeerde van wat ze beoogt: meisjes en vrouwen bevrijden. Krijgen vrouwen nu de vrijheid om een mannenrol te spelen?»Faalangst

Meisjes hebben meer last van de zenuwen dan jongens. Jongens met een buitenhuiswerkende moeder hebben minder faalangst. Na een echtscheiding vertonen vooral de meisjes meer faalangst. Ook: hoe groter de school, hoe meer faalangst bij de meisjes. De schoolgrootte heeft amper invloed op de jongens.

(School, gezin en welbevinden, Herman Brutsaert)

De slimste en de mooiste

In vergelijking met jongens hebben meisjes een relatief beperkter gevoel van eigenwaarde en een geringer zelfbewustzijn. Ze zijn minder tevreden over zichzelf en maken zich meer zorgen over hun karakter en fysiek uiterlijk. Dat uit zich in concreet gedrag, van dieet tot anorexia. Meisjes die goede studieresultaten behalen, zijn hiervoor het meest kwetsbaar. Blijkbaar geldt de norm: 'de slimste maar ook de mooiste worden'. Hoge verwachtingen van ouders voor schoolprestaties, problemen met erkenning vinden onder leeftijdgenoten, consumptie- en vrijetijdseisen zijn bronnen van stress. Meisjes reageren daar meer psychosomatisch of agressief op dan jongens. Ongezond consumptiegedrag zoals bijvoorbeeld roken neemt vooral bij meisjes toe, evenals medicijnen gebruiken (vooral tegen verkoudheid, griep en hoofdpijn). Hieruit zou blijken dat meisjes al zeer vroeg anticiperen op hun latere meervoudige belasting in gezins- en werksituaties. Ze volgen daarbij een vrij traditioneel vrouwelijk verwerkingspatroon.

(Een verkennende kijk op jeugdcultuur, Koning Boudewijnstichting)

Gemengde scholen

De culturele verwachtingen die zich vooral vanaf de beginnende adolescentie doen gelden, zijn voor meisjes een bron van stress bij het leren. Meisjes laten zich door jongens intimideren om een deksel te zetten op hun verstand en initiatieven. Jongens zijn soms uitgesproken onvriendelijk tegen slimme meisjes. Daarom willen veel meisjes het risico niet lopen om te slim bevonden te worden. Ze passen hun zelfbeeld aan. In de eerste jaren van het secundair onderwijs zijn het vooral vlotte meisjes die populair zijn, zowel bij jongens als seksegenoten. Het vlotte meisje is goed gekleed, redelijk goed gebekt en kan in het leren goed mee. Enkele jaren later verschuift het accent naar het leuke meisje. Zij is gezellig, vriendelijk en sociaal, gaat goed gekleed, gedraagt zich fatsoenlijk en is niet al te ambitieus. Weliswaar mag en moet ze goed presteren, maar het is niet de bedoeling dat ze excellent wordt. Dat heeft niet enkel gevolgen voor de prestaties in de verschillende vakken, maar ook voor de keuzen die ze daarbij maakt. Kiezen voor moeilijke, abstracte jongensvakken roept namelijk al snel de verdenking op dat ze wil uitblinken. Deze vaststellingen zijn een uitgangspunt voor een debat over al dan niet gemengde scholen. Anderen gebruiken ze om uniseks-scholen te promoten, omdat meisjes na hun studie toch in een maatschappij belanden waarin mannen de hoogste viool spelen. De maatschappelijke vraag blijft: hoe en op basis van welke kwaliteiten kunnen vrouwen zich profileren en erkenning krijgen?

(Meisjes, een wereld apart: een etnografie van meisjes op de middelbare school, Mieke de Waal)Klasse voor Leerkrachten 74, april 1997, p. 6-7