- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 125. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
De Rosso van Tongerlo?
Succes ervaren
Vlaanderen heeft veel uitstekende gewone én buitengewone scholen, leert vergelijkend internationaal onderzoek. Tongelsbos in Tongerlo is zo'n buitengewone school. Twee scholen eigenlijk: een lagere school (type 1 en 8) en een beroepsschool (opleidingsvorm 3). «Hier ervaren leerlingen, dankzij de doorgedreven specifieke begeleiding, het succes dat geen enkel mens kan missen», verdedigt directeur Paul Van Den Eynde. «De meesten komen dan ook heel graag. Vaak hadden ze negatieve ervaringen in gewone scholen. Het maatschappelijk belang hiervan mag niet worden onderschat. We bereiden deze leerlingen voor op beroeps-onderwijs, gewoon of buitengewoon. Bijna allemaal vinden ze later hun plaats in het gewone maatschappelijke leven. Wij werken dus eigenlijk zeer preventief.»
Tongelsbos biedt in zijn buitengewone lagere school type 8-onderwijs aan leerlingen met ernstige taal- en spraakstoornissen en leermoeilijkheden en type 1-onderwijs aan leerlingen met een lichte mentale handi-cap en/of ontwikkelingsachterstand. Samen zijn dat 240 kinderen verdeeld over 21 niveaugroepen. 45 medewerkers staan voor hun begeleiding in. Naast 21 klasleraren zijn dat differentiatieleerkrachten, bij-zondere leermeesters individueel onderwijs, leerkrach-ten lichamelijke opvoeding en handvaardigheid, kine-sisten, logopedisten, een deeltijds orthopedagoge en een deeltijds administratief medewerker.
Is zo'n onderwijs nog wel nodig? Hebben gewone scholen vandaag niet meer dan ooit oog voor brede zorg waarvoor ze putten uit hun lessenpakket en extra middelen? Mogen type 1, 8 en 3 (voor leerlingen met karakteriële stoornissen: ernstige gedragsmoeilijkheden en/of emotionele stoornissen) niet verdwijnen? «Gewone scholen moeten inderdaad zelf kinderen opvangen die enigszins mee kunnen», geeft Paul Van den Eynde toe. «Zij kunnen zich echter niet in die mate aanpassen aan individuele leerlingen zoals een buitengewone school. Veel kinderen hebben gespecialiseerde begeleiding nodig om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Kinderen met bijzondere behoeften die in de gewone school te lang veel meer mislukkingen dan succes ervaren gaan zich ook vaak moeilijker gedragen.»
Buitengewone groei
Het aantal leerlingen dat gewone basisscholen naar buitengewone basisscholen doorverwijzen, blijft intussen stijgen. De toename is het grootst in type 3 en 8. In de buitengewone kleuterklassen zitten 1839 leer-lingen. Hun aandeel in het kleuteronderwijs stijgt van 0,53 procent elf jaar geleden naar 0,77 procent nu. In het buitengewoon lager onderwijs zitten 27 016 leerlingen, een stijging van 4,2 naar 6,6 procent. Dat is juist wat de overheid en veel deskundigen verontrust.
Zijn er meer kinderen met bijzondere onderwijsbehoeften dan vroeger? Of merken de ouders, leraren en CLB-medewerkers ze sneller op? «Leerproblemen signaleren en de diagnose stellen gebeurt sneller dan vroeger», zegt Mia Douterlungne van het Hoger Instituut voor de Arbeid (Hiva) aan de KULeuven. «In gewone scholen met een gerichte zorgverbredende aanpak en scholen die de expertise van mensen uit buitengewone scholen inzetten, vermindert de behoefte om door te verwijzen. Dat blijkt uit de cijfers. In scholen waar die aanpak er niet is, neemt het aantal doorverwijzingen toe.»
Kan je zeggen dat gewone basisscholen vaak de neiging hebben om de 'last' van leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften op buitengewone scholen af te schuiven? Volgens Mia Douterlungne en haar collega-onderzoekers Ilse Van Heddegem en Pol Ghes-quière lijkt het daarop: «Eén op vier kansarme kinderen - autochtoon of allochtoon - komt in een buitengewone school terecht, tegenover één op twintig uit andere gezinnen.» Dat het Vlaamse onderwijs dualiseert - geen gelijke kansen creëert, maar integendeel ongelijkheid (re)produceert - is volgens de onderzoekers niet alleen een denkbeeldig gevaar. Evolueren we naar twee soorten scholen? Aan de ene kant scholen voor leerlingen die mooi aan het standaardprofiel zijn aangepast en het gewenste 'niveau' bereiken en aan de andere kant scholen die iedereen opvangen die op een op andere manier niet in het standaardprofiel passen: buitengewone scholen en concentratiescholen?
Maatwerk
In 'Maatwerk in samenspraak' stelt de onderwijsminister voor leerlingen uit type 1, 3 en 8 zoveel mogelijk in gewone scholen te laten blijven. «Dat is geen maatregel om te besparen op het drie keer zo dure buitengewoon onderwijs», onderstreept ze. «De middelen zouden blijven gaan naar zorg voor leerlingen met speciale behoeften in het gewone onderwijs. Deskundigen uit het buitengewoon onderwijs zouden ze daar begeleiden, zoals nu al in het experiment Geïntegreerd onderwijs (Gon) gebeurt.» Door de samenwerking van gewone en buitengewone scholen in Gon kunnen leerlingen met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon (basis)onderwijs. Met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs die daartoe aanvullende uren krijgt en met een extra integratietoelage de werkingskosten kan dekken.
«Ik juich meer samenwerking tussen gewone en buitengewone scholen toe», zegt Paul van den Eynde. «Wij doen nu overigens al wederzijdse bezoeken met de Sint-Lambertusscholen in Westerlo.» Zijn voorzitter Fons Michiels, betwijfelt sterk of het inclusiemodel de juiste weg is. «Hoe kunnen leerkrachten deskundig zijn op het gebied van leermoeilijkheden als ze niet samen hun knowhow opbouwen? Het buitengewoon onderwijs vraagt volgens mij evenmin als het gewoon onderwijs naar een fundamentele hervorming van de opvang van leerlingen met een handicap. Het Vlaamse buitengewoon onderwijs behoort tot de best georganiseerde onderwijssystemen ineuropa. We moeten geen voorbeeld nemen aan experimenten in het buitenland waarvan men al terugkeert.»
Inclusie
Bij het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap en in de brede Vlaamse samenleving leeft wel sterk het ideaal van inclusie: dat personen met een handicap op een evenwaardige manier kunnen deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijk leven. «Het is de mate waarin de om-geving is aangepast die bepaalt of een persoon met een handicap hinder ondervindt van de beperkingen die zijn handicap meebrengt», zegt het Vlaams Fonds. «Een handicap is: elke langdurige en belangrijke beperking van de kansen tot sociale integratie van een persoon ten gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden. Die moet het gevolg zijn van een stoornis in de persoon zelf. Dat iemand tot een minderheid behoort of in een probleemgezin werd opgevoed kan zijn integratie ook belemmeren, maar is geen handicap in strikte zin.» Leerlingen zonder zo'n handicap in strikte zin zouden volgens die redenering niet in het buitengewoon onderwijs terecht mogen komen. En zelfs leerlingen met een handicap kunnen zich in gewone scholen ontplooien als de school zich met hulp van specialisten aan hun grenzen aanpast.
Keuze
«Ouders moeten kunnen kiezen», vindt ouder Rita Stevens op een hoorzitting over dit thema in het Vlaams Parlement. Bereidt hun kind zich in een gewone of buitengewone school voor op beroep en maatschappelijk leven? Integreert het zich van meet af aan in een groep van diverse mensen zonder dezelfde handicap? Of ontwikkelt het zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid juist in een buitengewone school om zich nadien zo goed mogelijk sociaal aan te passen? Nu is die keuze vaak een financiële en sociale: gezinnen met een goede sociale status sturen hun kinderen met een handicap makkelijker naar de gewone school en zoeken daarnaast betaalde psychologische, logopedische, kinesitherapeutische hulp buiten het onderwijs. Gezinnen die niet in dat geval zijn kiezen voor de buitengewone school omdat daarin al die hulp vervat zit. «Daarom moet de overheid gewone scholen die leerlingen met bijzondere behoeften integreren nog beter ondersteunen», vindt Rita Stevens.
Steun van deskundigen uit een buitengewone school verhoogt de draagkracht van de gewone school en haar leerkrachten. Als de school haar infrastructuur aanpast aan hun permanente fysieke (type 4), visuele (type 6) of auditieve (type 7) handicap blijken zeker leerlingen met een normale begaafdheid best mee te kunnen draaien in een gewone school.
Natuurlijk kiezen ouders als Walter Van Baelen vanuit een positieve motivatie voor het buitengewoon onderwijs: omdat hun kinderen zich daar beter ontwikkelen en gelukkiger zijn. In een aantal gevallen is de handicap ook zo een ernstige tot zware fysieke, mentale, psychologische of meervoudige hindernis dat inschrijven in een gewone school eenvoudigweg niet kan. Alle buitengewone scholen afschaffen wil niemand. In 'Maatwerk in samenspraak' krijgen zij het karakter van 'rosso's', regionale ondersteunings-scholen voor speciale onderwijsbehoeften. Rosso's stellen hun expertise ten dienste van leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften in hun regio, of ze nu kiezen voor een loopbaan tussen lotgenoten in de exclusieve klas op de buitengewone school of voor inclusie in een gewone klas met een grote diversiteit aan leerlingen. Wordt 'Tongelsbos' over tien jaar een Rosso voor de Zuiderkempen?
Rosso
Regionale ondersteuningsscholen voor speciale onderwijsbehoeften (Rosso) vormen het tweede spoor van 'Maatwerk in samenspraak'. Nu is er een netwerk van buitengewone scholen die deskundig zijn op het gebied van één of een beperkt aantal specifieke onderwijsbehoeften. Die scholen zijn niet gelijkmatig over Vlaanderen verspreid. In de Rosso zou de expertise op verschillende domeinen moeten samenkomen, zodat zij een ruimere doelgroep kunnen begeleiden. Deze Rosso zouden enerzijds in hun eigen infrastructuur tijdelijk of blijvend gespecialiseerde apparatuur en opvang bieden. Anderzijds zouden zij leerlingen met een beperking begeleiden van wie de ouders voor gewone scholen in de regio hebben gekozen.
Opnieuw adviseert de Vlaamse Onderwijsraad voluit de kaart te trekken van inclusief onderwijs. «Alle kinderen moeten op basis van hun onderwijsbehoeften op de meest geschikte plaats les kunnen volgen. Voor zo'n ingrijpende ommezwaai zullen bijkomende middelen, coördinatie en overleg nodig zijn», zegt de Vlor
Op het e-mailadres onderwijs.opmaat@vlaanderen.be kan u reageren op de discussietekst 'Maatwerk in samenspraak'. De standpunten van de Vlor vindt u onder 'Adviezen' op www.vlor.be, de discussietekst 'Maatwerk in samenspraak' op www.ond.vlaanderen.be/berichten/maatwerk.htm.
«In Tongelsbos groeit zijn zelfvertrouwen, zijn geloof in eigen kunnen.»
«Tot een minderheid behoren is geen handicap.»
kvl/119/38 'Onze burgemeester heeft autisme'
www.vlafo.be Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap
Klasse voor Leerkrachten 125, mei 2002, p. 38-39- Klasse voor Leraren 125 (p. 38-39)
- 01/05/02
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer