- » Alle nummers
- September 2010
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 128. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Suske en Wiske in de klas
Is Wiske de zus van Suske? Is Sidonia echt de tante van beide bengels of is ze hun moeder? Spreken we van Lambik als pleegvader en van Jerom als suikeroom? En vormen ze allemaal één traditioneel gezin of veeleer een nieuw samengesteld gezin? Waarschijnlijk het laatste. Of dat een probleem is? Volgens studies halen kinderen uit niet-traditionele gezinnen gemiddeld minder goede schoolresultaten dan kinderen die opgroeien in een traditioneel gezin. Ze hebben ook meer gedragsproblemen. De verschillen zijn niet zo groot, maar wel hardnekkig. En leerkrachten reageren erg verschillend. Hoe ouders en scholen samen de lat gelijk kunnen leggen, staat in een nieuw onderzoek van de KULeuven en de Universiteit Gent. Een team onder leiding van prof. Hilde Colpin graaft met ouders, leerkrachten en leerlingen in 15 Vlaamse lagere scholen de aandachtspunten op.
Hoe reageren schoolkinderen volgens hun ouders op sterke veranderingen in het gezin?
Prof. Hilde Colpin: «Sommige ouders maken zich daar bezorgd over. De helft van hen merkt schommelingen op in de resultaten en het gedrag van hun kind tijdens een crisis in het gezin. Maar het merendeel zegt dat veranderingen in het gezin al bij al geen invloed hebben op de prestaties van hun kind. Veel ouders vinden ook niet dat het zich slechter voelt op school.»
'Zien' leerkrachten dat leerlingen in een andere gezinsvorm opgroeien of dat hun gezinssituatie is veranderd?
Prof. Hilde Colpin: «Als we de informatie van de ouders en de leerlingen naast de indrukken van de leerkrachten leggen, ja. De leerkrachten merken dat deze leerlingen zich anders gedragen, minder goed presteren, zich minder goed voelen op school. Maar als je ze expliciet vraagt of minder goede leerresultaten te maken hebben met de gezinssituatie van hun leerlingen, dan zien ze amper in de helft van de gevallen een verband en dan nog niet altijd negatief. Leerkrachten zijn er zich niet van bewust dat ze de leerresultaten van kinderen uit niet-traditionele gezinnen lager inschatten dan van kinderen uit traditionele gezinnen. Het valt ook op dat leerkrachten voor gemiddeld een derde van hun leerlingen niet kunnen zeggen in welk gezin ze opgroeien en hoe de sfeer daar is. Dat varieert sterk: de ene leerkracht kent het gezinsklimaat van àl zijn leerlingen, de andere van geen enkele.»
Welke verschillen zien leerkrachten tussen kinderen uit traditionele en nieuwe gezinsvormen?
Prof. Hilde Colpin: «Van de kinderen uit traditionele gezinnen sukkelt volgens de leerkrachten een kwart met leer- en/of gedragsproblemen. Van de kinderen uit eenoudergezinnen of nieuwsamengestelde gezinnen is dat ongeveer de helft. Sterke, stabiele en stijgende schoolresultaten noteren de leerkrachten het meest bij kinderen uit traditionele gezinnen. De verschillen met de andere kinderen zijn niet zo groot, maar kinderen uit eenoudergezinnen doen het echt minder goed: bij een op zes gaan de schoolprestaties op en neer, bij een kwart gaan ze achteruit. Of kinderen zich goed voelen op school blijkt niet samen te hangen met de samenstelling van het gezin maar met het gezinsklimaat. Leerkrachten merken wel dat kinderen die zich niet goed voelen op school vaker uit niet-traditionele gezinnen komen. Maar ook als kinderen opgroeien in een doorsnee gezin met veel conflicten of financiële problemen, kan dit hun goed gevoel aantasten. Leerkrachten zien dit: een op vier leerlingen uit conflictgezinnen voelt zich afwisselend goed en minder goed, een op acht voelt zich steeds slechter op school. Leerkrachten én leerlingen geven ook aan dat kinderen uit harmonieuze gezinnen twee tot vier keer meer kans maken om populair te zijn in de klas dan kinderen uit conflictgezinnen. Die maken meer kans om uit de groep te vallen.»
Hoe ervaren ouders de reacties van de school op hun nieuwe gezinssituatie?
Prof. Hilde Colpin: «De meeste ouders vinden dat het best klikt met de school en de leerkrachten. Vaak lichten zij zelf de school in als hun gezinssituatie verandert. Ze doen dat in de hoop op begrip voor hun kind. Een derde van de ouders vindt dat de school negatief reageert. Ze voelen zichzelf en hun kind niet ondersteund. Ze ervaren vooroordelen vanwege de leerkrachten, de directie, andere ouders. De ervaringen van de ouders hangen sterk af van de leerkracht van hun kind. Als die veel investeert in de psychosociale ontwikkeling van zijn leerlingen ervaren de ouders dat als heel positief. Maar sommige leerkrachten doen dat niet, ze zijn enkel bezig met les en leerstof. De scholen uit het onderzoek blijken ook nauwelijks een gezinsbeleid te voeren. Ze vertrekken uitsluitend van het traditionele gezinsbeeld. Dat duikt op in invulformulieren met enkel 'naam van de vader' en 'naam van de moeder' erop, maar ook in lessen en opdrachten. Wat betekent 'een tekening voor vaderdag maken' voor een kind dat geen vader heeft? Nochtans zijn scholen volgens eindterm 4.7 Wereldoriëntatie verplicht om de verscheidenheid van gezinsvormen op te nemen in hun leerplannen.»
Wat verwachten deze ouders dan van de school?
Prof. Hilde Colpin: «Wat ze niét willen, is een voorkeursbehandeling. Ze rekenen wel op openheid en begrip, dat is voor hen cruciaal. Eerlijke en bezorgde leerkrachten, die kinderen in crisisperiodes weten te steunen, zijn voor hen en hun kind van onschatbare waarde. Ouders vragen praktisch-organisatorische soepelheid (naschoolse opvang, een extra exemplaar van het rapport), administratief-informatieve ondersteuning (efficiënte en directe communicatie met beide ouders), financiële soepelheid (afbetalingsplan bij financiële problemen, materiële hulp) en sociaal-emotionele begeleiding (discretie, vertrouwenspersoon voor hun kind - zeker tijdens het verwerkingsproces, mogelijkheid om het CLB aan te spreken bij problemen). Of dat het geval is, hangt af van leerkracht tot leerkracht en van school tot school. Dat is voor de ouders erg verwarrend. De ene leerkracht geeft hun kind wat meer tijd om een taak af te werken, de andere doet dat niet. De ene school stelt bij financiële problemen een soepeler regeling voor, de andere stuurt aanmaningen.»
Dat ouders de schoolloopbaan van hun kind ondersteunen, blijkt zeker bij kinderen in nieuwe gezinsvormen essentieel: het kind naar school rijden, helpen bij huiswerk, positieve feedback geven, deelnemen aan schoolactiviteiten
Ondersteunen ouders uit nieuwe gezinsvormen de schoolloopbaan van hun kind even goed als andere ouders?
Prof. Hilde Colpin: «Dat hangt niet enkel af van de gezinsvorm. Het aantal kinderen, de kwaliteit van de relatie school-ouders, eventuele conflicten in het gezin enz. spelen ook mee. We stellen wel vast dat de school deze ouders moet stimuleren. Vooral alleenstaande moeders kunnen een duwtje in de rug gebruiken. Hun professionele en financiële situatie maakt het soms moeilijk voor hen om bij de schoolloopbaan van hun kind betrokken te zijn. Ouders uit nieuwe gezinsvormen voelen zich ook vaak geremd door hun angst voor vooroordelen. Daar kan een school aan werken, door bijvoorbeeld voldoende te communiceren met de ouders. Ook leerkrachten willen dat. De helft van hen vindt dat er niet genoeg contactmomenten met ouders zijn. Ons onderzoek toont duidelijk aan dat als ouders en school goed samenwerken, de leerresultaten van leerlingen omhoog gaan. Ze voelen zich ook beter op school.»
Het complimenten-doosje
Hoe u elke leerling een 'thuis' kan geven op school? Hoe u vooroordelen wegwerkt en de communicatiestroom tussen school en ouders verbetert? Zeven tips:
Toon openheid en begrip voor alle gezinsvormen en voor de sociaal-emotionele gevoeligheden van het kind. Stimuleer dit bij de leerlingen en andere ouders. Informeer u over de leefwereld en behoeften van kinderen uit nieuwe gezinsvormen.
Hanteer gepaste werkvormen in de klas: laat kinderen vertellen over hun thuissituatie, laat ze een tekening maken, houd een klasgesprek over thema's die de leerlingen bezighouden, houd een klasdagboek bij, gebruik een complimentendoosje, een gevoelensbarometer
Geef kinderen de kans af te wijken van het gangbare patroon bij knutselwerkjes voor vader- en moederdag (andere bestemmeling), nieuwjaarsbrieven (andere aanspreektitels), rapporten (dubbels, een week langer houden), het schoolfeest.
Zoek voor de lees-, schrijf- en rekenles materiaal en voorbeelden waarin een variatie aan gezinsvormen voorkomt.
Moedig de betrokkenheid van ouders bij de school aan door informatie over activiteiten, infoavonden, oudercontacten enz. te verspreiden, ook naar ouders zonder hoederecht.
Screen handboeken, leesboeken en oefenmateriaal op de mate waarin ze aansluiten bij de heterogeniteit van leefwerelden waarin kinderen opgroeien. Zoek kinderliteratuur rond het thema nieuwe gezinsvormen.
Organiseer een efficiënt en discreet systeem van informatie-uitwisseling en -doorstroming, zodat u kinderen het hele jaar kan opvolgen. Vraag bij de inschrijvingen naar informatie over de gezinssituatie van de leerlingen en laat die elk jaar opnieuw aanvullen.
De Eerste Lijn, echtscheiding en nieuwe gezinsvormen
Drie nieuwe gezinnen klappen uit de school
- Klasse voor Leraren 128 (p. 42-43)
- 01/10/02
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
