- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 132. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Elk kind dezelfde kansen
Het decreet bevat drie kernlijnen: het inschrijvingsrecht, de rechtsbescherming en het geïntegreerd ondersteuningsaanbod.
[1] Het inschrijvingsrecht.
Vanaf 2003-2004 kunnen ouders hun kind inschrijven in de school en/of vestigingsplaats van hun keuze. Aan dit inschrijvingsrecht zijn twee voorwaarden verbonden. De leerling moet aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Daarmee bedoelt het decreet o.a. de instapleeftijd voor het basisonderwijs, het oriënteringsattest voor het buitengewoon onderwijs en het slagen in het onderliggende jaar voor het secundair onderwijs. Bovendien moet de ouder of de scholier instemmen met het pedagogisch project en het schoolreglement.
Toch kan in twee gevallen de school een inschrijving weigeren. Als bijvoorbeeld op een school de veiligheid van de al ingeschreven leerlingen wegens materiële omstandigheden in het gedrang komt, kan ze een nieuwe leerling weigeren. Ook als een leerling definitief uitgesloten is. De school heeft vier kalenderdagen de tijd om de ouders te laten weten dat ze een leerling niet wenst in te schrijven of wenst door te verwijzen. Ze moet dit motiveren en per aangetekende brief aan de ouders en het lokaal overlegplatform laten weten.
[2] De rechtsbescherming.
Om het recht op inschrijving voor de ouders te garanderen, bestaan er twee instanties: de lokale overlegplatforms (LOP's) en de Commissie voor de leerlingenrechten. Als een school een leerling weigert in te schrijven en als de ouders met de motivering niet akkoord gaan (ook niet na een mondelinge toelichting), kunnen de ouders binnen 30 kalenderdagen een klacht indienen bij de Commissie voor de leerlingenrechten. Als de commissie oordeelt dat de school het recht had een leerling te weigeren, schiet het LOP te hulp om een andere, geschikte school te zoeken. Zo'n LOP vertegenwoordigt mensen uit de eigen regio, namelijk directies en inrichtende machten van scholen en CLB's, personeel, ouders en leerlingen, lokale socio-culturele en/of economische partners, organisaties van allochtonen en armen, integratiecentra, onthaalbureaus voor nieuwkomers, schoolopbouwwerk.
Als de commissie vindt dat er geen enkele gegronde reden is om een leerling te weigeren of door te verwijzen, kan de betrokken school een financiële sanctie krijgen.
[3] Het geïntegreerd ondersteuningsaanbod.
Dit garandeert dat scholen gerichter en op langere termijn kunnen werken aan de onderwijsachterstand van kansarme leerlingen en hun integratie kunnen bevorderen.
Het ondersteuningsaanbod in het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs verschilt van dat in de tweede en derde graad SO.
Aanbod in het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs: Als een school ten minste 10 procent leerlingen telt die voldoen aan de 'indicatoren voor gelijke kansen' (*) kan ze een beroep doen op aanvullende ondersteuning. De school beslist vrij hoe ze de middelen in de praktijk gebruikt. Ze kan eigen initiatieven ontplooien die verschillen van een andere school. Toch is de ondersteuning in de eerste plaats bedoeld voor leerlingen met leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden en kinderen die achterop dreigen te geraken. Vanaf 1 september 2003 krijgt elke basisschool hier bovenop een extra pakket zorguren. Dit om kinderen met leerstoornissen te begeleiden en het zorggebied in de school te coördineren via een zorgcoördinator.
Aanbod in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs: Voor aanvullende ondersteuning moet ten minste 25 procent van de doelgroepleerlingen voldoen aan de 'indicatoren voor gelijke kansen' (*). Met de extra middelen kan de school zowel leraars als opvoedend personeel aanwerven. Op deze manier kunnen ook maatschappelijk werkers, psychologen of pedagogen instaan om de leerlingen te begeleiden. Extra ondersteuning moet ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk leerlingen hun jaar moeten overdoen of de school verlaten zonder diploma.
(*) Wat zijn de indicatoren voor gelijke kansen? Ze staan in het 'Gelijke onderwijskansendecreet'. De volledige tekst kan u raadplegen op internet: edulex.vlaanderen.be/fulldoc.html?docid=13298De brochure 'Gelijke onderwijskansen voor elk kind' kan u online raadplegen op www.ond.vlaanderen.be/publicaties/2003/GOK_Nederlands.pdf
Van 19 februari tot 8 maart loopt een mediacampagne rond gelijke onderwijskansen.
- Klasse voor Leraren 132 (p. 14)
- 01/02/03
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer