Story
“Meisjes zijn anders. Jongens ook”
“Uiteraard is de maatschappij gemengd, maar uiteindelijk voelen veel leerlingen zich vaak beter bij het eigen geslacht”, zegt Patrick Remmerie, directeur van de middenschool Instituut Zusters Maricolen in Maldegem. Scholen splitsen klassen nog nauwelijks op basis van geslacht, integendeel. Directeur Patrick doet dat wel, zij het niet systematisch. “Maar wel als we dat nodig vinden”, zegt hij.
Patrick Remmerie, directeur:
“Ze voelen zich beter bij het eigen geslacht”
“Soms als er een tuchtprobleem is of als er veel rumoer is in een klas, splitsen we jongens en meisjes op. We maken dan een jongens- en een meisjesklas. Leraren passen er hun aanpak aan. Zo gebruiken ze bij jongens een meer directe taal en pakken ze hen kordater aan. Meisjes komen in een rustigere groep terecht. We hebben de concrete studieresultaten van die klassen nog niet vergeleken, maar we voelen wel dat de sfeer goed zit. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de studieresultaten. Daarom zijn we dit jaar gestart met een nulmeting.”
Samenklitten
“Wij zijn niet tegen gemengde scholen. Maar het interesseert twaalf- tot veertienjarigen sowieso weinig of ze in gemengde klassen zitten. Dat zie je op de speelplaats, daar klitten ze samen in jongens- en meisjesgroepjes. Alle andere activiteiten gebeuren wel samen. We doen dus niet aan segregatie. Mogelijk zitten leerlingen in het eerste jaar in een gemengde klas en in het tweede jaar niet of omgekeerd. In de eerste graad secundair onderwijs is het verschil tussen jongens en meisjes erg groot. Je hebt erg speelse jongens en al echte dames. Als de leerlingen ouder zijn, vind ik wel dat ze samen moeten zitten.”
Spiegelfiguur
“Ik probeer een derde van de lestijden mannen voor de klas te zetten. Meestal lukt dat. Als dat niet het geval is, geven de mannelijke leraren bij voorkeur les in jongensklassen. In meisjesklassen garandeer ik geen een derde mannelijke leraren. Het is vooral voor jongens belangrijk een mannelijke spiegelfiguur te hebben. In het tweede jaar krijgen alle leerlingen de lessen lichamelijke opvoeding gescheiden. Daar moet ik een ander vak van twee lesuren tegenover zetten. Vorig schooljaar was dat geschiedenis. Dit schooljaar vind ik technologische opvoeding daar het meest geschikt voor. Er zijn veel jongens die na de middenschool naar een technische richting willen gaan. Jongens en meisjes volgen wel hetzelfde leerplan en programma.”
“Wij zijn niet tegen gemengde scholen”
Autonomie
“De school treedt met dat jongensmeisjesbeleid niet naar buiten. We delen het niet vooraf mee aan de ouders als we beslissen een klas op te splitsen volgens geslacht. We geven ouders wel uitleg tijdens het oudercontact. Leerlingen vragen zich wel eens af hoe het komt dat er enkel jongens of meisjes in hun klas zitten. Dan leggen we uit waarom. Als we klassen samenstellen op basis van andere redenen, communiceren we daar vooraf ook niet over. Dat behoort tot de autonomie van de school. Mijn leraren raadpleeg ik wel, maar zij vinden het ook geen probleem.”
M/V in onderwijs
- In het gewoon basis- en secundair onderwijs zitten ongeveer evenveel jongens als meisjes. In het buitengewoon onderwijs is er een onevenwicht: in het lager en het secundair onderwijs is 63 procent van de leerlingen een jongen, in het kleuteronderwijs is dat zelfs 68 procent.
- In het hoger onderwijs – hogescholen en universiteiten – is er een klein onevenwicht: 55 procent van de studenten aan hogescholen en universiteiten zijn meisjes.
- Bij de leraren en directeurs in het basis-, secundair, deeltijds kunst- en volwassenenonderwijs zijn er 32 procent mannen en 68 procent vrouwen. In het basisonderwijs is dat onevenwicht het grootst: 86 procent is een vrouw. Hoewel steeds meer vrouwen directeur worden, zijn de meeste directeurs nog altijd mannen.
(Bron: Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs, januari 2009)
Het fenomeen
Meisjes zijn anders. Jongens ook
Wat is gender?
Jongens/meisjes, mannelijk/vrouwelijk, sekse, geslacht … Specialisten gebruiken nu vooral de Engelse term ‘gender’ om over verschillen en gelijkenissen tussen jongens en meisjes te spreken. Die term raakt meer en meer ingeburgerd.
Terwijl de term ‘sekse’ slaat op de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, focust de term ‘gender’ op de sociale verschillen tussen mannen en vrouwen. Welke ideeën en verwachtingen leven er in een bepaalde maatschappij rond ‘man-zijn’ en ‘vrouw-zijn’? Die zijn sociaal en cultureel bepaald en veranderen voortdurend. Een leerling van allochtone origine krijgt wellicht te maken met andere ideeën en verwachtingen over jongens en meisjes dan een autochtone leerling.
Gender op drie niveaus
De werking van gender kan op drie niveaus invloed hebben:
- op structureel niveau: verschillen die samenhangen met de structuur van het onderwijs. Bv. studierichtingen krijgen vorm vanuit een mannelijke of vrouwelijke kijk op het beroep, zoals elektriciteit en kinderverzorging.
- op symbolisch niveau: de manier waarop verwachtingen over mannen en vrouwen, jongens en meisjes doorwerken in het onderwijs. Bv. leraren hebben verschillende verwachtingen over het gedrag, de aspiraties en de leermogelijkheden van jongens en meisjes.
- op individueel niveau: traditionele ideeën over mannen en vrouwen spelen een rol bij je zelfbeeld en bij het beeld dat anderen van je hebben. Bv. ‘Meisjes zijn ijverig, sociaal en zorgzaam – jongens zijn zelfstandig, competitief en nemen meer initiatief ‘.
Gelijkenissen groter dan verschillen
De gelijkenissen tussen de geslachten zijn groter dan de verschillen. Bovendien zijn er grote verschillen tussen meisjes en jongens onderling. En dat is maar goed ook: diversiteit is rijkdom. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de verschillen tussen jongens en meisjes. Het uitgangspunt en de uitkomst moeten echter altijd de gelijkwaardigheid tussen meisjes en jongens zijn.
“In de school van mijn kinderen hebben ze op de speelplaats ballen voor de jongens en ballen voor de meisjes. Ze zijn identiek, maar er staat een M of een J op. Waar is dat voor nodig?”
(Nathalie, mama van drie kinderen)
Verschillen op school
Schools presteren
45 procent van de jongens verlaat het secundair onderwijs met minstens een jaar schoolachterstand tegenover 31 procent van de meisjes. Jongens verlaten vaker de school zonder diploma dan meisjes. Meer meisjes studeren voort: 55 procent van de studenten aan hogescholen en universiteiten zijn meisjes.
Leraren en directeurs
Het onderwijs vervrouwelijkt. In de basisschool is 86 procent van het lerarenkorps vrouw. In het secundair onderwijs is de verhouding meer in evenwicht, maar binnenkort gaat een hele generatie mannelijke leraren met pensioen. Hoewel steeds meer vrouwen directeur worden, zijn de meeste directeurs nog altijd mannen.
Studiekeuze
In het secundair onderwijs bestaan er typische ‘meisjes’- en ‘jongensrichtingen’. De richting ‘Verzorging’ telt hoofdzakelijk meisjes (92 procent) terwijl ‘Houtbewerking’ vooral jongens aantrekt (98 procent).
Studieloopbanen
Meisjes kiezen weinig voor opleidingen in de exacte wetenschappen, techniek of infor matica, jongens kiezen weinig voor onderwijs- en zorgopleidingen. De keuze van het studiegebied bepaalt vaak de economische sector waarin je terechtkomt. De oorzaak van loon- en loopbaanverschillen tussen mannen en vrouwen is dikwijls terug te vinden in de studieloopbaan.
Interactie in de klas
Meisjes krijgen van leraren meer herhalingsvragen, jongens meer denkvragen. Dat heeft een invloed op het zelfbeeld van meisjes en jongens. Soms hebben leraren hogere verwachtingen van meisjes dan van jongens, zowel op het vlak van gedrag als van prestaties. Soms krijgen ze andere feedback. Jongens worden geprezen om hun intellectuele capaciteiten, meisjes om hun inzet.
Beeld- en tekstmateriaal
Het beeld- en tekstmateriaal in schoolboeken is heel dikwijls erg stereotiep. Foto’s tonen de klassieke rolpatronen: mannelijke ingenieurs en vrouwelijke verplegers.
“Geef alle leerlingen optimale kansen”
“Scholen moeten de vinger op de wonde leggen en hun leraren ervan bewust maken dat ze van jongens en meisjes ander gedrag en andere resultaten verwachten.” Daar maakt sociologieprofessor Mieke Van Houtte van de Universiteit Gent zich sterk in. “In scholen die een doordacht genderbeleid voeren, voelen meisjes én jongens zich beter.”
Pakken leraren jongens en meisjes anders aan?
“Leraren gaan wel anders om met jongens en meisjes, maar daar zijn ze zich meestal niet bewust van. Ze geven jongens meer straf, maar ze betrekken hen ook meer bij de les. Dat heeft veel te maken met hoe jongens en meisjes zich gedragen. Zeker in het secundair onderwijs lokken jongens interactie uit en trekken meisjes zich terug. Als leraar moet je dat weten en anders met hen omgaan. Meisjes zullen bijvoorbeeld niet zo snel hun hand opsteken. Dan vraag je gewoon of ze het antwoord weten.”
Waar ligt de grens?
“Je moet optimale kansen geven aan alle leerlingen – aan jongens en aan meisjes – en daar mag je ver in gaan. De uitgangspositie van jongens en meisjes is anders, de weg naar je einddoel ook. Je mag gerust rekening houden met de eigenheid van je leerlingen of roldoorbrekend werken. Maar als je je doelstellingen bijstelt, overschrijd je een grens. De einddoelen moeten voor beide groepen gelijk zijn. Leraren verwachten – zowel qua gedrag als qua resultaten – al snel meer prestaties van meisjes.”
“Als je voor jongens en meisjes andere einddoelen formuleert, ga je te ver”
Zet je jongens en meisjes beter in aparte klassen?
“Daar is veel onenigheid over. Meisjes voelen zich beter met enkel meisjes in de klas, jongens worden positief beïnvloed door meisjes. Klassen met iets meer meisjes dan jongens zouden bijgevolg ideaal zijn. Dat kan uiteraard niet. ‘Gemengd onderwijs als spiegel van de samenleving’ is daarom een goed principe. Je mag de ongelijkheden die in die samenleving bestaan wel niet bevestigen of versterken. Gemengde scholen zijn wel eens geneigd dat te doen. Tijdens een opendeurdag bijvoorbeeld verzorgen de meisjes het onthaal en doen de jongens het zware werk. In een meisjesschool trommelen ze daarvoor enkele straff e meisjes op. Maar gescheiden onderwijs heeft een erg groot nadeel: je verdeelt leerlingen louter op basis van het biologische geslacht. Je houdt geen rekening met meisjesachtige jongens en jongensachtige meisjes. Die types van leerlingen voelen zich niet goed in een jongens- of een meisjesklas.”
“In mijn meisjesklas mis ik in een klasgesprek toch de inbreng van jongens. Zij benadrukken andere aspecten”
(Ann-Sophie Verhaeghen, leraar Nederlands, Instituut Zusters Maricolen Maldegem)
Test
Heeft jouw school aandacht voor jongens en meisjes?
Doe de test
ja nee In het schoolreglement zijn jongens en meisjes gelijk.
ja nee Onze school betrekt zowel moeders als vaders.
ja nee De taakverdeling in onze school is niet rolbevestigend.
ja nee Jongens en meisjes moeten zich in gelijke mate aan de afspraken houden.
ja nee We gebruiken handboeken die niet stereotyperend zijn.
ja nee Onze school investeert in een doordachte studiekeuze op basis van talent.
ja nee Ik geef jongens om dezelfde redenen complimentjes als meisjes.
ja nee Ik leer leerlingen kritisch omgaan met rollenpatronen
ja nee Tijdens mijn lessen gebruik ik verschillende onderwijsstijlen.
ja nee Er zijn geen ‘jongens’- of ‘meisjestaken’ in mijn klas, ik gebruik een beurtrol.
ja nee Ik gebruik neutraal lesmateriaal.
ja nee Ik ga consequent in tegen seksistische opmerkingen.
Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe bewuster jij en je school omgaan met verschillen en gelijkenissen tussen meisjes en jongens, mannen en vrouwen.
De preventie
Maak komaf met clichés
Dat jongens en meisjes evenveel talenten hebben en dus gelijke kansen verdienen, is voor de meeste leraren vanzelfsprekend. Toch speelt het geslacht van de leerlingen, vaak onbewust, nog altijd een grote rol, ook in de klas. Zijn voor jou jongens nog altijd beter in technische vakken dan meisjes? Zijn de meisjes in je klas braver dan de jongens? Leg je je onderwerp anders uit aan jongens dan aan meisjes? Dan is het tijd om je genderbewustzijn aan te scherpen.
Wat is ‘genderbewust’?
Jongens en meisjes hebben het recht anders te zijn. De verschillen tussen jongens en meisjes negeren of de rollen omdraaien, is geen goed idee. Wie genderbewust lesgeeft , houdt rekening met de verschillen tussen jongens en meisjes of probeert stereotypen tegen te gaan, maar staart zich daar niet op blind. Je respecteert de eigenheid van iedere leerling, je geeft gelijke kansen aan jongens en meisjes en je doorbreekt traditionele rollenpatronen en verwachtingen.
“Bij het rollenspel Frans laat ik aan het lot over wie welke rol krijgt, want ik trek altijd namen uit het namendoosje. Het kan dus best zijn dat een jongen de oude tante speelt en een meisje de stoere puber”
(Kathelijn Jacobs, leraar zesde leerjaar, Sint-Maarteninstituut Aalst)
Stereotypen
Als leraar ben je net als iedereen opgegroeid in een wereld met bepaalde ideeën over en rollen voor jongens en meisjes, zoals bijvoorbeeld ‘jongens zijn druk en luidruchtig’, ‘meisjes zijn ijverig en houden zich meer aan de regels’ … Zulke stereotypen kleuren je verwachtingspatroon en de manier waarop je reageert. Ook de leerlingen zelf gedragen zich volgens stereotiepe verwachtingen.
Vroeg begonnen, half gewonnen
Dé juiste manier om je als jongen of meisje te gedragen bestaat niet, kinderen kunnen dat op allerlei manieren invullen. Die zoektocht begint al in de kleuterklas. Kleuters experimenteren met allerlei rollen en identiteiten, gaan op onderzoek uit en tasten allerlei grenzen af. Stereotypen over jongens en meisjes kunnen hun ontdekkingstocht beperken of zelfs verhinderen dat ze bepaalde activiteiten of experimenten uitproberen. Een genderbewuste opvoeding wil ervoor zorgen dat dit niet gebeurt. Dat betekent niet dat je stereotiep gedrag van jongens en meisjes moet weren. Op die manier identificeren ze zichzelf als jongen of als meisje. Vanaf drie jaar maken kinderen onderscheid tussen jongens en meisjes en kennen ze op basis daarvan verschillende kenmerken, normen en waarden toe. Kleuters kennen al vrij snel de klassieke rollenpatronen voor mannen en vrouwen. Die beantwoorden meestal niet meer aan hun leefwereld. Een genderbewuste opvoeding helpt kleuters hiermee omgaan.
Jongens krijgen meer vragen dan meisjes
Observatieonderzoek naar de interactie tussen leraar en leerlingen bewijst dat gender een grote rol speelt in de klas. De lessen van leraren werden gefilmd. De leraren zeiden vooraf dat ze meisjes en jongens gelijk behandelen.
Dit stelden de onderzoekers vast:
- jongens krijgen meer vragen dan meisjes
- jongens krijgen meer denkvragen, meisjes meer herhalingsvragen/feitvragen
- jongens krijgen meer stimuli om te antwoorden
- meisjes krijgen meer en langere leesbeurten
- jongens nemen vaker en sneller spontaan het woord dan meisjes
- meisjes krijgen meer oplossingen aangereikt, jongens krijgen meer tijd en ruimte om zelf tot een oplossing te komen
- meisjes krijgen complimenten omdat ze ijverig, zorgzaam en sociaal zijn, jongens voor hun intellectuele capaciteiten, zin voor initiatief, zelfstandigheid en leidinggevende kwaliteiten
- jongens worden vaker op de regels gewezen dan meisjes, meisjes worden op strengere toon berispt
Goede praktijk
“Jongens mogen jongens zijn”
“Waarom gaan meisjes de uitdaging aan om te leren op school en jongens niet?”, vroeg Anne-Mie Van Woensel, pedagogisch directeur van de derde graad secundair onderwijs van de Heilig Hartscholen in Heist-op-den-Berg, zich af. Zij probeert samen met haar team extra kansen voor jongens in te bouwen in de schoolcultuur. “Want door affiches over jongens en meisjes aan de muren te hangen, verander je de cultuur niet.”
Horen jongens niet thuis op school?
“Vroeger losten jongens problemen op door een vechtpartij. Toen was dat niet echt een probleem, nu tillen we zwaar aan zo’n incident. Dat is een voorbeeld van de mentaliteitsverandering op school. De maatschappij én de school focussen nu erg op communicatie en sociale vaardigheden, een accent dat sommige jongens minder ligt. Dat idee houdt iedereen die leerlingen begeleidt voortdurend in het achterhoofd: jongens mogen ook typische jongens zijn. De school zorgt er wel voor dat nieuwe initiatieven andere verworvenheden niet in het gedrang brengen. Zo werd het voorstel om weer puntenlijsten uit te hangen omdat jongens competitiever zijn, afgevoerd omdat dat indruist tegen ethische principes.”
Is voor meisjes alles ‘peis en vree’?
“Meisjes hebben uiteraard ook problemen die aangepakt moeten worden. De school moet daar een evenwicht in zoeken. Zo stimuleren we meisjes met een technische knobbel. En toen in een klas de jongens het enige meisje respectloos behandelden, heb ik met hen gepraat. Jongens en meisjes moeten elkaar leren begrijpen. Dat neem je in de opvoeding mee. Vroeg of laat moeten ze in een relatie of op hun werk ook met respect met elkaar omgaan.”
En de leraren dan?
“De school streeft een evenwichtige manvrouwverdeling binnen het lerarenkorps na, maar springt daar toch erg voorzichtig mee om. Als we twee evenwaardige kandidaten hebben, kiezen we een man. De personeelsdirecteur besteedt ook aandacht aan waar mannelijke leraren lesgeven. In het vierde jaar Handel bijvoorbeeld zitten veel jongens met problemen. Zij hebben nood aan een coach en de praktijk toont aan dat dat best een man is.”
De aanpak
Balanceer tussen gelijkenissen en verschillen
De meeste scholen schenken niet bewust aandacht aan de verschillen en de gelijkenissen tussen jongens en meisjes en tussen meisjes onderling en jongens onderling. Maar leerlingen kunnen zich enkel optimaal ontplooien in een omgeving die rekening houdt met diversiteit. Dat wil zeggen: een school die balanceert tussen een gelijke aanpak voor iedereen en waar mogelijk rekening houdt met de verschillen. En dat geldt ook voor meisjes en jongens. Zeven tips helpen jou en je school op weg.
Vier tips voor de school
- Stel een divers team samen
Houd bij de aanwerving van nieuwe personeelsleden – in de mate van het mogelijke – de samenstelling van je huidige team in het achterhoofd. Moedig vrouwen aan om door te stromen naar bestuursfuncties. Denk roldoorbrekend als je taken toekent. - Stel je schoolreglement neutraal op
Maak in het schoolreglement geen onderscheid tussen jongens en meisjes. Rechten en plichten zijn voor iedereen gelijk. - Stel klassen evenwichtig samen
Indien je parallelklassen hebt binnen een bepaald leerjaar of studierichting, verdeel jongens en meisjes dan evenwichtig over de verschillende klassen. - Maak van de speelplaats een plek voor jongens en meisjes
Houd er rekening mee dat jongens vaak het centrale gedeelte van de speelplaats innemen en meisjes de hoeken. Zorg voor voldoende variatie in het spelaanbod op de speelplaats, zoals ballen, springtouwen, knikkerbaan, natuurhoek … Stimuleer zowel jongens als meisjes om gezamenlijk iets te ondernemen: een voetbalwedstrijd met alle leerlingen, samen touwtjespringen …
Bouw een genuanceerd studiekeuzebeleid uit
- Leer leerlingen kiezen op basis van talenten en interesses. Stimuleer elk talent en elke interesse, zonder ze als mannelijk of vrouwelijk te benoemen. Zo ontwikkelen leerlingen een realistisch, helder en positief zelfbeeld.
- Laat leerlingen kennis maken met een ruim en divers aanbod aan studies en beroepen. rolmodellen hebben veel invloed. Organiseer daarom bedrijfsbezoeken en nodig sprekers uit. Kies daarvoor vrouwen en mannen, ook in niet-genderstereotiepe beroepen. Kies voor cursusmateriaal, voorbeelden, foto’s, posters, films … waarbij vrouwen en mannen getoond worden in diverse beroepen.
- Neutraliseer de overtuiging van de studiekeuzebegeleider. Jongens en meisjes werken en studeren soms op een andere manier. Trek dus geen overhaaste conclusies uit studiegedrag om bepaalde studierichtingen of beroepen aan te bevelen of af te raden. Sta als studiekeuzebegeleider stil bij je eigen gendervooroordelen over studierichtingen en beroepen.
“Girl power is een thema in de belevingswereld van mijn leerlingen waarop ik oefeningen wiskunde toepas. Ik gebruik cijfermateriaal over feminisme om te verwerken tot wiskundige oefeningen”
(Vicky De Proft, wiskundeleraar, Gemeenschapsinstelling De Zande)
Drie tips voor leraren
- Ga genderbewust om met leerlingen
- Wees je bewust van de manier waarop je naar meisjes en jongens kijkt.
- Zoek naar voorbeelden die zowel jongens als meisjes aanspreken.
- Zorg voor variatie tussen directe en indirecte gespreksstijlen.
- Praat op dezelfde toon tegen jongens en meisjes. Let daar eens een volledig lesuur op.
- Zorg voor evenveel contact met jongens en meisjes.
- Bestrijd actief seksistische opmerkingen en beledigingen over – vermeende – seksuele voorkeur.
- Houd er rekening mee dat jongens en meisjes zich soms op andere manieren uitleven.
- Deel de klasgroep niet op in jongens en meisjes, tenzij er een duidelijke reden is. Maak liever groepjes op basis van neutrale criteria.
- Zorg ervoor dat er geen jongens- en meisjesopdrachten zijn maar vraag alle kinderen om op te ruimen, stoelen op tafel te zetten, uit te delen, zware spullen te dragen …
- Let op je taal
- Zorg ervoor dat je zowel meisjes als jongens aanspreekt. Bv. ‘Wie het niet begrijpt, steekt een hand in de lucht, niet zijn hand’
- Werk roldoorbrekend als je voorbeelden geeft. Bv. ‘De brandweervrouw klimt op de ladder, de bejaardenhelper deelt medicijnen uit’
- Vermijd stereotiepe uitspraken. Bv. ‘Niet huilen, je bent toch een flinke, grote jongen’ of ‘Ik heb nieuwe glitterstiften: daar zullen mijn meisjes blij mee zijn!’
- Betrek zowel moeders als vaders
- Vermijd genderstereotiepe vragen bij ouderparticipatie, spreek beide ouders aan. Bv. ‘We hebben helpende handen nodig bij het toneelstuk’ in plaats van ‘We zoeken mama’s om de kostuums te naaien en papa’s om het podium te bouwen’.
- Probeer ook (groot)vaders te betrekken bij activiteiten of ontmoetingsmomenten waar traditioneel vooral (groot)moeders aanwezig zijn. Nodig nadrukkelijk alle ouders uit.
Jongens en meisjes in de les
- Gebruik neutraal lesmateriaal
- Stimuleer kleuters om in alle hoeken – poppenhoek, garage … – van de klas te spelen. Je kunt dat doen door een rotatiesysteem in te voeren en de hoeken te herbenoemen. Bv. Het ‘huis’ spreekt jongens meer aan dan de ‘poppenhoek’.
- Laat neutraal speelgoed of neutrale gebruiksvoorwerpen neutraal. Bv. Reserveer geen roze fietsen voor de meisjes, blauwe voor de jongens.
- Maak zoveel mogelijk gebruik van handboeken die regelmatig met roldoorbrekende voorbeelden en foto’s werken.
- Geef les over het thema man-vrouw
- Gebruik cliché-uitspraken van leerlingen als aanleiding voor een klasgesprek over het thema. Laat leerlingen discussiëren over rolpatronen, vooroordelen, vrouwelijke en mannelijke kenmerken …
- Breng het thema man-vrouw niet alleen in de lessen maatschappelijke vorming en in levensbeschouwelijke vakken aan bod. Belicht prominente vrouwen in de lessen geschiedenis, laat je leerlingen Engelse en Franse romans lezen van vrouwelijke auteurs, zoek een andere invalshoek voor je lessen wetenschappen …
Help!
5 vragen 5 antwoorden
“Mijn leerlingen krijgen van geen enkele mannelijke leraar les. Heeft dat effect op hen?”
Mannelijke en vrouwelijke leraren geven vaak wel ‘anders’ les, maar niets wijst erop dat er een verschil in kwaliteit zou zijn. Toch is bijna iedereen het erover eens dat een gezonde mix van mannen en vrouwen in iedere school een goede zaak zou zijn. Leerlingen hebben nood aan mannen én aan vrouwen om zich te identificeren. De taakverdeling op school is vaak ook rolbevestigend: de directeur, de ICT-coördinator en de klusjesman zijn vaak mannen, de leraren en het administratief en poetspersoneel zijn veelal vrouwen.
“De ouders van mijn allochtone leerlingen hebben erg stereotiepe verwachtingen van hun zonen en dochters. Hoe ga ik daarmee om?”
Het is vooral belangrijk dat alle leerlingen de ruimte krijgen om hun eigen identiteit te ontplooien en dat ze zich bewust zijn van hun eigenheid. ‘Empoweren’ is hierbij een sleutelbegrip: vertrek van de kracht en de talenten van de leerlingen. Een getalenteerd allochtoon meisje stimuleer je om verder te studeren, extreem machogedrag bij een allochtone jongen probeer je in te tomen. Net zoals je dat zou doen bij je autochtone leerlingen. respecteer de culturele achtergrond van je leerlingen en leg vooral het accent op talenten, gelijkheid en emancipatie.
“Ik behandel alle leerlingen gelijk. Moet dat nu echt, dat gendergedoe?”
Verschillende ontwikkelingsdoelen en vakgebonden en -overschrijdende eindtermen verwijzen naar mannen en vrouwen. Bijvoorbeeld: ‘Leerlingen van de lagere school kunnen illustreren dat verschillende vormen van arbeid verschillend toegankelijk zijn voor mannen en vrouwen en verschillend gewaardeerd worden (4.1)’ en ‘Leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs doorprikken vooroordelen, stereotypering …’ (3.6). Aandacht hebben voor verschillen en gelijkenissen behoort ook tot de basiscompetenties van de leraar. Bijvoorbeeld: ‘De leraar kan de emancipatie van de leerlingen bevorderen’.
“Hoe begin ik aan een genderbeleid op maat van mijn school?”
Breng eerst in kaart wat de school al doet voor jongens en meisjes. Onderzoek hoe de leraren en de schoolleiding denken over jongens en meisjes en wat hun verwachtingen zijn op het vlak van gedrag en prestaties. Als er verschillen zijn, maak de leraren daarop attent. Deel ervaringen en goedepraktijkvoorbeelden met collega’s. Volg vorming over het thema. Denk er wel aan dat je de gevoeligheid voor gender moet ‘kweken’, dat leer je niet tijdens een opleiding. Het is een proces.
“De meisjes van mijn klas kiezen in het hoger onderwijs steevast voor psychologie, de jongens voor een wiskundige opleiding. Is dat een probleem?”
Dat is uiteraard geen probleem, zolang je leerlingen die keuze maken op basis van hun talenten en interesses. Help hen een beeld te vormen van hun eigen kunnen en van alle keuzemogelijkheden, zodat ze een weloverwogen keuze kunnen maken. Als ze kiezen op basis van (impliciete) verwachtingen van de school, hun omgeving en de maatschappij, is dat geen goede zaak.
Meer info nodig?
www.genderindeklas.be
Info per onderwijsniveau en per vak voor leraren die genderbewust willen lesgeven en die leerlingen genderbewustzijn willen bijbrengen, vzw rol en Samenleving.
www.genderindeblender.be
Informatie over genderidentiteit en vormingsaanbod voor secundaire scholen, Gelijke Kansen Vlaanderen en provincie Vlaams-Brabant.
www.beroepenhuis.be
Info over – vooral technische en praktische – beroepen en studierichtingen met als doel jongeren van elf tot veertien jaar een bewuste en positieve studie- of beroepskeuze te laten maken, vzw Beroepenhuis.
ond.vlaanderen.be/dbo
Info en werkmaterialen van diverse projecten over jongens en meisjes op school, Dienst Beroepsopleiding, Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. Bijvoorbeeld: ‘Gen-BaSec’ (zoeken via ‘afgeronde projecten’) met een ‘Handboek voor gendercoaching op school’ op het niveau van de school/scholengemeenschap, het CLB en alle betrokken partners binnen het basis en secundair onderwijs en een databank met gendermaterialen.
De begeleidingsdienst van de school of het CLB dat aan je school verbonden is, kan je ook meer informatie bezorgen.
“Jongens mogen geen staartje laten groeien of oorbellen dragen. Meisjes mogen één paar oorringen dragen, onder aan het oor”
(passage uit het schoolreglement van een basisschool)
Heb je ervaringen met een genderbeleid op school en wil je die delen? Doe het via het forum van www.klasse.be/eerstelijn (doorklikken naar ‘Jongens/meisjes’)
TV.Klasse
De Eerste Lijn: nu ook op TV.Klasse
Bij deze Eerste Lijn hoort ook een filmpje. Kijk en leef mee met de getuigen. Leer van andere scholen. www.tvklasse.be
Printable
Checklist afbeeldingen en foto’s
Posters in de gang, didactische prenten aan de klasmuur, foto’s in handboeken … Ook beelden vertellen een verhaal over jongens en meisjes. Wandel door je school en klas en blader door je lesmateriaal met deze checklist in de hand.

onze school vindt dat we dit moeten blijven zeggen. Sinds we in 2007 onze parking heringericht hebbe...
luc denys op “Goeiedag is rap gezegd”
CollegaIs inderdaad verwarrend maar blijkt dat dzeze info werd geplaatst op 30 augustus en dus g...
Martine Kurrels op Nieuw op 1 september