advertentie

Partnergeweld

schrijf een reactie

Deel via E-mail

Bekijk dit filmpje bij TV.Klasse

Story

Lara (12) en Tom (10): “Papa liep met een mes achter mama aan”

“Zonder afscheid te nemen van mijn vriendinnen, sloegen we op de vlucht voor papa. Van de ene dag op de andere woonden we in een nieuwe stad, moesten we naar een nieuwe school met een nieuwe juf en nieuwe klasgenoten.” Dat vertelt Lara (12). Samen met mama Jessica (32), broer Tom (10) en twee andere zussen woont ze al vier maanden in een vluchthuis.

“Papa was een duiveltje”, zegt Lara. Ze vertelt over haar papa alsof ze een lesje opzegt. Soms giechelt ze. “Ze laat niet gemakkelijk zien hoe ze zich voelt”, vertelt haar mama achteraf. “Lachen is haar uitlaatklep.” Broer Tom is zenuwachtiger. Hij praat sneller en minder beheerst. Hij had een goed contact met papa. Tot hij ineens met een mes achter mama aan liep.

Mes uit de keukenlade

“Papa vernederde mama meestal met woorden. Maar soms gooide hij iets of sloeg hij haar”, vertelt Lara. “Die avond ook. Het begon met een kleine discussie, zoals altijd. Toen mama niet zei wat papa wilde horen, begon hij te roepen. Ik werd bang en ging in de tuin zitten. Ineens zag ik mama in paniek uit de keuken rennen. Papa had een mes uit de keukenlade getrokken en liep achter haar aan. Mijn zus sprong voor hem en sloot hem op, terwijl Tom naar boven vluchtte en de politie belde. Papa zette het mes aan zijn keel en dreigde met zelfmoord als mijn zus de deur niet openmaakte. Uiteindelijk zijn we allemaal door de buurvrouw veilig opgevangen en is de politie ons komen halen. Dat was de laatste keer dat we papa hebben gezien.”

“Ik was bang dat de juf het aan de hele school zou vertellen”

Zijn lieveling

Lara is opgelucht dat ze weg is bij haar vader. “Ik was zo bang van hem. We mochten niets. We zaten precies vast in een kooi. Ik mocht zelfs een keer niet uit mijn kamer om naar het toilet te gaan. Ik durfde aan niemand over thuis te vertellen, omdat ik vreesde dat ze ons zouden weghalen.” Tom vindt het moeilijker. Hij heeft de politie gebeld om zijn papa, waar hij het wél goed mee kon vinden, te laten oppakken. “Ik was zijn lieveling. Terwijl mijn zussen thuis moesten blijven, mocht ik overal mee naartoe en hem helpen in de tuin. Soms zei ik dat het oneerlijk was tegenover de rest. Of ik probeerde zijn aandacht af te leiden als hij mama vernederde. Op mij werd hij niet zo snel boos. Maar toen ik die ene avond papa met een mes door het huis zag rennen, was ik zo bang dat ik meteen de politie belde.” “Ik mis papa wel”, aarzelt Tom. “Ik wil hem niet meer zien, maar ik mis de dingen die we samen deden. Toch ben ik bang. Papa is voor zijn werk heel vaak de weg op. Soms denk ik dat hij me zal zien lopen en mee zal nemen, weg van mama en mijn zussen.”

Pesters op school

“Tom heeft vaak nachtmerries”, vertelt mama Jessica. “Ook keukens vindt hij akelig. Hij komt er niet vaak. De hele avond speelt dan als een film voor zijn ogen. Op school wordt Tom soms gepest. Zijn klasgenoten weten dat hij in een vluchthuis woont en zeggen vreselijke dingen. De juf is zeer begripvol. Ze steunt Tom en pakt het pesten aan. Ze geeft hem ook het gevoel dat hij bij haar terechtkan. Toen we nog bij papa woonden, zei ik ‘s ochtends voor schooltijd aan de kinderen: ‘Problemen laat je thuis. Vertel nooit aan de juf hoe het hier is.’ Ik was bang dat ze het aan de hele school zou vertellen. Als ik zie hoeveel Tom nu aan zijn juf heeft , wou ik dat ik dat niet had gezegd.”

In elke school

  • Vorig jaar zijn er 468 kinderen opgevangen in een vluchthuis. (bron: CAW)
  • Een op de zeven vrouwen en een op de tien mannen geeft aan het laatste jaar slachtoffer te zijn geweest van partnergeweld. Een op de vijf heeft er met niemand over gesproken. (onderzoek IGVM)
  • In bijna de helft van de gevallen van partnergeweld was minstens één kind getuige. (onderzoek IGVM)
  • Negen op de tien jongeren hebben te maken met een vorm van geweld in de relatie zoals fysiek geweld, afpersing, bezitterigheid … (onderzoek Franstalige gemeenschap)

Het fenomeen

Partnergeweld zien en horen: ernstige gevolgen

Ruzie of geweld?

Ruzie in huis raakt kinderen. Ze voelen zich verdrietig, denken dat mama en papa gaan scheiden … Wanneer ruzie in geweld ontaardt, wacht kinderen een leven van grote angst, stress, verwarring, onzekerheid, bezorgdheid en loyaliteitsconflicten. Kinderen kunnen ooggetuigen zijn: ze zien hun ouders slaan en schoppen en zien de gevolgen ervan. Soms zijn kinderen oorgetuigen. Ze horen de klappen, het geschreeuw en stellen zich voor wat er aan het gebeuren is. Voor een op de drie heeft dat levenslange gevolgen.

“Pas als een kind zelf klappen krijgt, denken we aan mishandeling. In 2010 deed de politie bijna 40.000 interventies rond partnergeweld. Ook dat is kindermishandeling”

(Pediater en referentiearts Kindermishandeling Johan Marchand – UZ Brussel)

Meer slaan dan schoppen

Partnergeweld komt voor in alle sociale klassen en neemt verschillende vormen aan:

  • fysiek geweld: slaan, schoppen, dooreen schudden, bij het haar trekken, met een sigaret verbranden, verwonden, met voorwerpen gooien …
  • psychisch geweld: verbaal afstraffen, bedreigen, dreigen om de kinderen iets aan te doen, (publieke) vernederingen, sociaal isoleren, dreigen met zelfmoord, afwijzen …
  • seksueel geweld: dwingen om bepaalde seksuele handelingen te ondergaan, verplichten te kijken naar porno, ongewenste intimiteiten, verkrachting …
  • economisch geweld: bewust financieel afhankelijk maken, niet in basisbehoeft en voorzien …

Levenslange schade

Bij peuters en kleuters: ontwikkelings- en gedragsproblemen

  • ontwikkeling: de taalontwikkeling en het zindelijkheidsproces vertragen
  • gedrag: onrustig, agressief, drift buien, minder interesse, minder plezier
  • emotioneel: angst om alleen te zijn, hevige reactie bij harde geluiden en hechtingsproblemen

Bij lagereschoolkinderen: vooral emotionele problemen

  • emotioneel: minder vaardigheden om problemen op te lossen, trekken zich terug …
  • gedrag:
    • naar binnen gericht: depressie, negatief zelfb eeld, angst, faalangst …
    • afreageren: agressief, pesten, vernielzucht, verzet tegen autoriteit, drugs- en alcoholproblemen …
  • fysieke klachten: hyperventilatie, hoofdpijn, buikpijn …

Bij jongeren: drie groepen

  • dadergedrag: vechten, vernielzucht, verbaal geweld, pesten, agressief, spijbelen …
  • slachtoff ergedrag: zelfmoordgedachten, zelfverminking, drugs- en alcoholproblemen, depressie …
  • een deel van de jongeren ondervindt weinig gevolgen

Volwassenen die partnergeweld hebben meegemaakt, kampen vaker met een laag zelfbeeld, hebben vaker problemen om zelf waardevolle relaties op te bouwen, hebben vaker een lager gevoel van eigenwaarde en respect. Bovendien maken ze meer kans om zelf geweld te plegen of mee te maken in relaties.

Kindermishandeling?

De impact op kinderen die geweld zien of horen is volgens specialisten even ernstig als op kinderen die zelf mishandeld worden. Een op de drie getuigen van partnergeweld ondervindt er later gevolgen van. Bovendien vertonen ze op langere termijn dezelfde emotionele en gedragsproblemen als kinderen die zelf slachtoffer van mishandeling zijn geweest.

Leraar als schakel

Partnergeweld lijkt een probleem uit de persoonlijke sfeer en wordt door de buitenwereld vaak toegedekt. Niemand wil zich moeien. Nochtans is het nooit aanvaardbaar. Vaak blijven de geweldsituaties elkaar opvolgen tot er hulp komt van buitenaf. Leraren zijn soms de enige volwassenen die een kind nog vertrouwt of bij wie het zich veilig voelt. Daarom zijn zij een belangrijke partner in de aanpak tegen geweld.

Wat zegt de wet?

  • Geweld tussen partners is strafbaar.
  • Iedereen is verplicht hulp te bieden of in te roepen als iemand gevaar loopt. dat houdt niet in dat je verplicht bent een melding te doen bij de politie. Hulp bieden kan ook betekenen dat je naar het verhaal luistert, zoekt naar oplossingen, doorverwijst naar het CLB of gespecialiseerde hulpverlening, advies inwint …
  • Wie een probleem dat gevaar inhoudt onder tafel veegt en niets onderneemt, is strafbaar.

“Geweld zien is even erg als mishandeld worden”

“Zolang het kind niet deelt in de klappen, valt het mee” of “Wij moeien ons beter niet.” Volgens psycholoog Hilde Genetello leven er veel misverstanden over partnergeweld. “Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders, dragen net dezelfde gevolgen als kinderen die mishandeld worden. Vaak is de leraar de enige die de signalen opmerkt.”

Moet een leraar zich moeien met gezinsproblemen?
“Vaak staat een leraar dichter bij het gezin dan andere volwassenen. Hij kan signalen opvangen. Slachtoffers van partnergeweld zoeken niet snel hulp uit schaamte, schuldgevoel, schrik … Omdat ze zwijgen, krijg je weinig kansen om het geweld te stoppen. Als een leerling bewust of onbewust aangeeft dat er geweld is, móeten leraren die kans grijpen om het probleem te bespreken. Anders geven ze de indruk dat geweld normaal is.”

Wat doe je als er geen rechtstreeks gevaar dreigt?
“Ook dan start je zo snel mogelijk een gesprek. Soms denken we dat het voor een kind wel meevalt, zolang het niet in de klappen deelt. Mishandelde partners zeggen soms: ‘De dag dat hij de kinderen pijn doet, ben ik weg!’ Ze beseffen niet hoe erg hun kind nu al lijdt. Geweld zien heeft dezelfde impact als mishandeld worden. Het kind leeft elke dag met angst, verdriet en verwarring. Het moet voortdurend afwegingen maken. ‘Geef ik een kusje aan papa, dan denkt mama dat ik hem graag zie. Geef ik geen kusje, dan wordt hij misschien kwaad.’ Het kind voelt zich ook verantwoordelijk. ‘Als ik mama had geholpen, dan was hij niet zo kwaad geworden.’ Dag in dag uit zo leven tast je veiligheidsgevoel aan. Veel kinderen hebben het later moeilijk met relaties en lopen het risico het gedrag van hun ouders te kopiëren.”

“Als je de andere kant opkijkt, gaat geweld in het beste geval gewoon door. In het slechtste geval wordt het ernstiger”

Niet elke leraar durft zo’n gesprek aan. De angst om het erger te maken, is groot.
“Geweld stopt niet vanzelf. Als je de andere kant opkijkt, gaat het geweld in het beste geval gewoon door. In het slechtste geval wordt het erger, frequenter en met ernstigere letsels … Niets doen is het erger maken. Een kind dat eens per maand geweld ziet, heeft op zijn twaalfde al meer dan honderd keer geweld gezien. Stel dat een kind een overval ziet en het is wekenlang verward. Dat kind helpen we wel bij het verwerkingsproces. Een getuige van geweld tussen zijn ouders niet? Daar is de pleger zelfs iemand van wie het kind houdt. Ontzettend verwarrend.”

Test

Hoe hulpvaardig is jouw school?

“Mama doet nooit wat papa vraagt, ze krijgt wat ze verdient”

(Lise, 9 jaar, in een gesprek met een kinderpsycholoog)

Doe de test

janeeDe deur staat voor ouders en leerlingen altijd open.
janeeDe school neemt signalen van ouders en leerlingen ernstig.
janeeDe school heeft een beleid en een plan van aanpak voor vermoedens of meldingen van geweld.
janeeElke leraar engageert zich voor deze aanpak.
janeeDe school werkt dat beleid uit met het CLB, de zorgcoördinator of leerlingenbegeleider …
janeeOuders en leerlingen weten wat er met de informatie uit de gesprekken gebeurt.
janeeIedereen kent de afspraken over privacy.
janeeVerbaal of fysiek geweld (inclusief pesten) wordt nooit getolereerd.
janeeAlle vormen van geweld komen aan bod in de lessen, niet op één themadag.
janeeDe school heeft aandacht voor preventie: weerbaarheid verhogen, aandacht voor waarden en normen.
janeeDe school en het CLB hebben contacten met de wijkagent, het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk), het VK (Vertrouwenscentrum Kindermishandeling).

Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe hulpvaardiger je school is naar gezinnen die thuis met geweld te maken krijgen.

De preventie

De open school: een baken van vertrouwen

Geweld pak je niet aan op een geweldloze themadag of in een les over relaties. De eerste stap is erover praten. Een ingebakken open schoolcultuur, waar luisteren vanzelfsprekend is en leraren en leerlingen elkaar helpen in moeilijke situaties, is een fundament waarop iedereen kan vertrouwen. Een open school start op beleidsniveau en gaat door tot voorbij de schoolpoort.

Een beleid rond partnergeweld: 3 voordelen

  1. Geen paniekreacties: Bij de meeste situaties van partnergeweld is er geen direct gevaar voor de leerling. Maar sommige leraren panikeren en nemen ondoordachte maatregelen. Met een schoolbeleid daarentegen weten leraren wat van hen verwacht wordt, op wie ze kunnen terugvallen, welke stappen ze moeten zetten en wat ze niet moeten doen.
  2. Alertheid: Geweld in huis is niet iets waar een gezin mee te koop loopt. Je krijgt als buitenstaander niet veel kansen om het te ontdekken. Leraren die sneller signalen opvangen, zijn vaak de eerste schakel om het geweld te doen stoppen.
  3. Integrale aanpak: Waarden en normen over relaties kunnen binnen de relationele en seksuele vorming op school worden geïntegreerd.

Van algemen beleid tot individuele leraar: 10 stappen

  1. Maak een duidelijke beleidskeuze voor zorg De directeur maakt duidelijk dat de school een open, zorgende school wil zijn. Er is een zorgteam dat leerlingen opvolgt en leraren ondersteunt die met twijfels zitten, zich machteloos voelen, niet weten hoe ze iets moeten aanpakken …
  2. Maak iedereen verantwoordelijk
    Als niet elke partner op school dezelfde visie deelt en zijn verantwoordelijkheid neemt om mee te bouwen aan een positief klimaat, wordt een beleid moeilijk waar te maken.
  3. Stel een kernteam samen
    Betrek verschillende partners: het CLB , de zorgcoördinator of leerlingbegeleider, de groene leraar, groene leerlingen, geïnteresseerde leraren … Het team denkt samen na hoe de school opener kan zijn, welk plan van aanpak nodig is, hoe ze relatievorming aanpakt, welke vormingen ze aanbiedt …
  4. Vertrouw op een netwerk
    Bouw een netwerk van specialisten uit waar je terechtkan. Maak via het CLB contact met de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW), het Jongeren Advies Centrum (JAC), het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK), de politie …
  5. Maak de school sterker
    Zorg voor vormingen over huiselijk geweld. Nodig iemand van het netwerk (JAC, CAW , VK) uit om mee te denken over de aanpak. Laat leerlingen die invloed hebben bij andere leerlingen een opleiding volgen over socio-emotionele problemen.
  6. Maak werk van brede relationele en seksuele vorming
    Focus niet enkel op de technische en biologische aspecten van relationele en seksuele vorming. Maak al vanaf de basisschool werk van thema’s als weerbaarheid, respect voor elkaar, jaloezie, waarden en normen in relaties, hoe ruzies oplossen …
  7. Toon interesse
    Elke leraar moet een vertrouwenspersoon zijn, zowel voor ouders als voor leerlingen. Praat geregeld met leerlingen in klasverband én individueel. Toon interesse voor hun leefwereld. Leef mee met wat ze meemaken en heb aandacht voor positieve en negatieve gebeurtenissen.
  8. Wees aanspreekbaar
    Leerlingen en ouders die voelen dat je meeleeft, zullen sneller aangeven welke problemen ze hebben. Zorg voor een lage drempel. Mogen leerlingen je in de pauze aanspreken om te praten? Zijn ouders welkom, ook als er geen oudercontact is?
  9. Wees discreet
    Heb je een vermoeden van een geval van partnergeweld? Of heeft een leerling je aangesproken? Praat er dan over met je directeur, maar wees discreet ten opzichte van anderen. Bespreek elke stap die je zet met de leerling.
  10. Durf ouders aanspreken
    Ook over moeilijke onderwerpen moet je met ouders durven praten. Vanuit een gezamenlijke bezorgdheid om de leerling kan je alle problemen aankaarten, ook de problemen die zich voornamelijk buiten de schoolmuren afspelen.

Goede praktijk

“De school als eerste hulplijn”

“Naar een leraar stappen met een probleem is niet evident”, zegt leraar Geert De Ben. “Leeftijdgenoten zijn daarom cruciale partners.” Samen met drie andere leraren coacht hij het P-team: een team van vertrouwensleerlingen.

Drempel

“P staat voor het Engelse ‘peer’ en betekent ‘gelijke’ of ‘leeftijdsgenoot’. We merken dat bij ernstige problemen de drempel naar de groene leraar of leerlingenbegeleiders te hoog is, bijvoorbeeld bij problemen thuis, bij zware conflicten … Leerlingen praten makkelijker met leeftijdgenoten. Door leerlingen in te zetten als eerste lijn, verlaagt de drempel. Dat doet ons team van peer-educators, het P-team. Ze zijn het eerste aanspreekpunt voor leerlingen.”

Spiegel

“De leerlingen in het P-team kiezen we zorgvuldig. Samen met de ‘oudere’ peers houden we tweejaarlijks een teamdag voor de tweede graad. Zo leren we iedereen kennen. We pikken er de leerlingen uit in wie we initiatief, leiderschap en vertrouwen zien. Met hen oefenen we situaties. Zo ontdekken we wie echt vertrouwensleerling kan worden. Ons P-team is een spiegel van de school: meisjes en jongens van verschillende culturen uit verschillende richtingen.”

Opleiding

“De peer-educators krijgen tien opleidingssessies van drie uur. Eerst en vooral leren ze luisteren. Dat is hun kerntaak. Daarnaast leren ze gesprekstechnieken, zelf op iemand toestappen, doorverwijzen … Wij, coaches, begeleiden hen aan de zijlijn. Serieuze problemen nemen we over. Ze kunnen niet alles aan. Het blijven gewone leerlingen zoals de rest. Dat is hun sterkte. Je herkent ze alleen aan hun badge en hun eigen lokaaltje.”

Zorg

“De peerwerking is slechts een van de hulplijnen voor leerlingen. We willen een zorgzame, open school zijn, die niet doof is voor de dingen waar onze jongeren mee zitten. Er komt bijvoorbeeld elke week een jongerencoach langs die jongeren begeleidt; we werken met twee fulltime leerlingenbegeleiders; het CLB is een vaste partner … Zo geven we een sterk signaal: ‘We zijn er als jullie ons nodig hebben.’ Wanneer er zich dan iets voordoet zoals huiselijk geweld, zware agressie, drugsproblemen … staat alvast de eerste hulplijn open: de school.”

De aanpak

Negeren, ingrijpen of steun bieden?

Een leerling die overstuur in de klas zit na een zware ruzie thuis, een koppel dat op de speelplaats ruw met elkaar omgaat, een kleuter die na het weekend vertelt dat papa en mama vechten. Wat doe je als partnergeweld de school binnenglipt?

Durf praten

Een leerling is getuige

De leerling vertelt het in de klas?

  • Spreek hem aan meteen na de les: toon je bezorgdheid.
  • Panikeer niet.
  • Leg uit wat je met de informatie kan en mag doen.
  • Bespreek met het zorgteam en de directeur welke stappen je verder onderneemt: wie wordt verantwoordelijk, wie contacteert het CLB, wie praat met de ouders, is dringend ingrijpen noodzakelijk …
  • De verantwoordelijke volgt op.

Je vermoedt dat een leerling partnergeweld ziet, maar je bent niet zeker?

  • Start meteen een gesprek: toon je bezorgdheid.
  • Bespreek wat je ziet: vaker afwezig, agenda niet ondertekend …
  • Uit geen vermoedens, maar luister. De leerling kan evengoed met iets anders zitten.
  • Schat in of je vermoeden terecht was.
  • Deel je zorg met collega’s uit het zorgteam. Zien zij hetzelfde?
  • Bespreek met het zorgteam en de directeur welke stappen je verder onderneemt.
  • De verantwoordelijke volgt op.

Een leerling is zelf slachtofer

Je hebt het zien gebeuren?

  • Stap er meteen op af, ook als het niet binnen de schoolmuren gebeurt.
  • Uit je bezorgdheid. Zeg dat je het er graag met hen over wilt hebben.

De leerling of het koppel wil erover praten?

  • Zoek een rustige plaats.
  • Bied vertrouwen. Maak duidelijk dat je het verhaal niet zomaar zal doorvertellen, maar dat je misschien toch verdere stappen moet ondernemen. Benadruk dat je dat niet zal doen zonder het er met hen over te hebben.
  • Luister en veroordeel niet. Laat het verhaal van de leerling(en) komen.

De leerling of het koppel wil er niet over praten?

  • Aanvaard hun keuze.
  • Bespreek het met collega’s: hebben zij iets opgemerkt?
  • Blijf opvolgen en spreek de leerlingen opnieuw aan als de rust is weergekeerd.

De leerling loopt gevaar?

Soms dreigt een huiselijke situatie zo uit de hand te lopen dat de leerling gevaar loopt. in dat geval kan je steeds bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling terecht. Je krijgt er advies en tips of ze verwijzen je, indien nodig, door naar de meest geschikte dienst. dat kan anoniem. ook de politie grijpt snel in wanneer je een geval van huiselijk geweld meldt. bel het noodnummer 112.

Wat met privacy?

Een meisje (13) is getuige van huiselijk geweld. De moeder meldt dat aan de directeur en vraagt discretie. Tijdens het schooljaar melden verschillende leerlingen aan de klassenleraar dat het meisje problemen heeft thuis. De klassenraad komt samen. De directeur licht toe dat hij op de hoogte is, maar dat de moeder discretie heeft gevraagd. De klassenraad vindt dat ze moeten ingrijpen omdat de leerprestaties eronder lijden. De klassenleraar vermeldt op het rapport: “Ook al heb je het niet gemakkelijk thuis, we moeten dringend enkele problemen oplossen. Spreek eventueel af met de leraar.” De moeder is erg ontgoocheld dat haar privacy is geschonden.

  • Beloof nooit geheimhouding. dat kan je niet garanderen.
  • Hou verhalen en vermoedens voor jezelf.
  • Licht steeds je directeur in, ook als je voorlopig niemand anders inschakelt.
  • Bespreek individuele gevallen met het zorgteam of het kernteam van personen dat over deze problematiek nadenkt en een beleid uitwerkt.
  • Hou verhalen en vermoedens uit het leerlingvolgsysteem. Ouders en leerlingen hebben recht op privacy. Respecteer dat. Zet er niets in wat je niet aan de ouders of leerlingen kan laten zien. Denk ook na over welke personen op school welke informatie mogen zien.
  • Denk na over een privacybeleid. Maak dat beleid voor iedereen op voorhand duidelijk. Een foute veronderstelling, een eenmalig feit, een jaren oude gebeurtenis mag een leerling of ouders niet blijven achtervolgen.

Hoe voer je een gesprek met de leerling?

  1. Voer als leraar het eerste gesprek: jij kent de leerling het best.
  2. Je weet niet hoe eraan te beginnen? Het CLB geeft tips en kan bij elke stap helpen.
  3. Uit geen vermoedens maar beperk je tot de feiten en spreek in de ik-persoon: “ik merk dat je vaak te laat op school bent”, “ik zag dat je ruzie had op de speelplaats”, “ik zie dat je huiswerk weer niet in orde is.” Vraag hoe dat komt.
  4. Maak duidelijk dat je open staat voor een gesprek. Vraag de leerling niet uit, maar laat hem in zijn eigen woorden en tempo vertellen. neem je tijd.
  5. Hou je gevoelens onder controle. Het verhaal kan afkeer of woede bij je teweegbrengen. Een kind is loyaal ten opzichte van zijn ouders, ondanks alles. Een neutrale houding versterkt het vertrouwen.
  6. Bespreek de volgende stappen met de leerling. Verzeker dat je elke stap eerst met de leerling zal bespreken. beloof geen geheimhouding. anders isoleer je jezelf.
  7. Spreek af in het zorgteam wie na dat eerste gesprek de verdere stappen neemt: de leraar, de zorgcoördinator of leerlingbegeleider, het CLB?

“Wat het ene kind ‘geweld’ noemt, vindt het andere ‘normaal’. Klasgesprekken zijn een kans. Ze laten andere normen zien. Een kind ontdekt misschien: ‘Als andere ouders nooit vechten, dan is er bij ons thuis iets aan de hand’”

(An Victoir, preventieve gezondheidszorg, VCLB)

Hoe voer je een gesprek met de ouders?

  1. Bespreek met de leerling waarom je met de ouders wil praten.
  2. Spreek af in het zorgteam wie het gesprek voert: de leraar, de directeur, het CLB.
  3. Bereid je goed voor. Bespreek op voorhand met het CLB, de contactpersoon bij het Caw of het VK, de directeur hoe dat gesprek moet verlopen.
  4. Vermeld als aanleiding voor het gesprek nooit de leerling. Zeg niet: “Joren heeft ons verteld dat …” Neem zelf de verantwoordelijkheid voor het gesprek met ikboodschappen: “ik maak mij ongerust.”
  5. Vertrek vanuit de zorg voor het kind. neem zijn gedrag of leerprestaties als uitgangspunt: “Ze is de laatste tijd vaak niet in orde met huiswerk” of “Hij is soms agressief.”
  6. Veroordeel niet, maar sta open voor het verhaal.
  7. Zet ouders op weg om hulp te zoeken. Het CLB heeft daarvoor alle contacten. Laat hulpverlening over aan de bevoegde instanties.

Help!

4 vragen 4 antwoorden

“Ik ben klasleraar van Elise (12). Er is iets met haar. De zorgcoördinator en de directeur zijn op de hoogte. Ik niet. Moeten zij me dat niet vertellen?”
Nee. Nochtans zijn ze niet gebonden aan het beroepsgeheim. Toch kunnen ze autonoom beslissen om informatie niet mee te delen uit respect voor de leerling, omdat ze vinden dat het probleem niet door een leraar moet aangepakt worden, of omdat het probleem weinig invloed heeft op de lespraktijk van de leraar. Dan moet je als leraar een vage omschrijving als ‘moeilijke thuissituatie’ aanvaarden.

“Jonas (9) heeft me in vertrouwen verteld dat zijn papa zijn mama soms slaat tot ze bloedt. Mag ik dat voor mijzelf houden? Ik heb schrik om het erger te maken.”
Je bent als leraar verplicht om je directeur in te lichten. Denk eraan dat, als je niets onderneemt, je aangeklaagd kan worden voor schuldig verzuim. De wet verplicht je immers om een persoon in nood te helpen. Maar panikeer niet en neem geen ondoordachte beslissingen. Niet elke situatie is meteen gevaarlijk.
Bespreek met het CLB, de directeur en het zorgteam wat je kan doen om het probleem op langere termijn aan te pakken. Je mag best aangeven dat je je niet voldoende gewapend voelt. Het zorgteam en het CLB bespreken dan wie het meeste aangewezen is om dat wel te doen. Zij kunnen op hun beurt advies inwinnen bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling of het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk.

“Er zijn ernstige problemen thuis met Leander (15). Hij heeft zijn verhaal aan de CLB-medewerker verteld, maar niet aan ons. Het CLB geeft die informatie niet door. Mag dat?”
Ja. Het CLB is gebonden aan het beroepsgeheim. Wat een leerling aan een CLB-medewerker vertelt, blijft geheim. In sommige gevallen oordeelt de CLB-medewerker toch dat de school op de hoogte moet zijn van sommige gegevens, bijvoorbeeld om de zorg voor de leerling te garanderen. Dan moet hij dat eerst met de leerling bespreken. Als de leerling toestemming geeft, licht het CLB de school kort in. Als de leerling geen toestemming geeft, blijft de informatie in principe geheim. Toch gebeurt het soms dat de CLB-medewerker oordeelt dat de school sommige gegevens absoluut moet weten. Als hij tegen de wil van de leerling de school inlicht, moet hij beseffen dat hij zijn hulpverlenende relatie met de leerling op het spel zet en het risico loopt dat de leerling niet meer geholpen wil worden.

“Fatih (13) ziet thuis veel geweld. Zijn papa is een autoritaire man, die mijn gezag als juf niet altijd aanvaardt. Ik durf niets tegen hem te zeggen. Wat nu?”
In tegenstelling tot wat velen denken, komt geweld niet vaker voor in allochtone gezinnen. Wel rust er een groter taboe op en wordt er minder snel hulp gezocht. Erover praten is dus niet vanzelfsprekend. Zeker niet wanneer de vader zich in zijn autoriteit aangevallen voelt. Probeer het probleem niet alleen op te lossen. Ga eerst samen zitten met de directeur en het CLB. Ga na wie het beste geschikt is om met de ouders te spreken. Dat kan eventueel een man zijn die vanuit de feiten en met autoriteit het gesprek kan aangaan, zoals iemand van het CLB, een dokter … Iemand met veel gezag binnen de gemeenschap van de familie laten tussenkomen, kan ook goed werken. Ook het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling of het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk kan advies geven over hoe je zo’n gesprek voert.

Heb je zelf ervaringen met getuigen van partnergeweld in de klas, wil je interessant lesmateriaal tippen? Reageer op www.klasse.be/eerstelijn (doorklikken naar partnergeweld)

Meer info nodig?

www.caw.be
Centrum Algemeen Welzijnswerk staat open voor iedereen met vragen en problemen, info over onder meer partnergeweld, relaties, persoonlijke problemen, aanspreekpunt voor CLB.

www.kindermishandeling.org
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling probeert kindermishandeling te stoppen of te voorkomen via begeleiding van het kind en zijn gezin. Vanaf 1 december 2011 werken de VK’s en de CAW’s samen in het meldpunt ‘misbruik, geweld en kindermishandeling’

www.signaallijst.be
Signaallijst van Integrale Jeugdhulp: herken verontrustende opvoedsituaties.

ond.vlaanderen.be/antisociaalgedrag
Informatie vanuit het ministerie van Onderwijs en Vorming over grensoverschrijdend gedrag op school, handreiking voor een daadkrachtig schoolbeleid.

www.vzwzijn.be
VZW Zijn, beweging tegen geweld binnen vertrouwensrelaties, organiseert campagnes en vormingen over huiselijk geweld en stuurt het beleid aan.

www.90procent.be
Campagne over geweld in jongerenrelaties met een test voor jongeren.

Vraag meer info bij je CLB en de pedagogische begeleidingsdiensten.

Printable

Ik-voel-me-rot-kaart

Soms kampen kinderen met problemen waar ze liever niet over praten. Een troostdoos biedt soelaas. Ze vullen de doos met handgeschreven briefjes, tekeningen, gedichten, een knuffel … In dat doosje hoort de ik-voel-me rot-kaart. Die herinnert kinderen eraan bij wie ze terechtkunnen voor een babbel: een juf, de buurvrouw, een vriendje, iemand van de kerk of moskee … Laat hen deze kaart zelf invullen.

Download de kaart.

Printable: Ik-voel-me-rot-kaart