Het staat mooi op papier. Maar wat doen we er als leerkracht mee op school? «Eenieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden zoals opgesomd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.»
(Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, Art. 2)
Evenwichtsoefening
Alle leerlingen zijn anders. Dat maakt lesgeven een boeiende maar ook moeilijke bezigheid. Leerkrachten geven vaak les alsof er geen verschillen zijn. Als de verschillen tussen leerlingen (cultuur; geslacht; huidskleur; intellectuele, emotionele of fysieke capaciteiten; seksuele geaardheid; politieke overtuiging; sociale of familiale achtergrond) worden aanvaard en gewaardeerd, kunnen ze een verrijking zijn voor iedereen. Andere verschillen (kansarmoede, leerstoornissen) zijn er dan weer de oorzaak van dat leerlingen ongelijke kansen hebben in de klas. Omgaan met verschillen staat dan ook voor twee houdingen: één van respect voor ongelijkheid en één tegen ongelijkheid. Een evenwichtsoefening.
Nadine, leerkracht:
«Jurgen woont in een tehuis»
«Ik kreeg in het midden van het schooljaar een jongen in de klas die geplaatst was. Jurgen was erg teruggetrokken. Wat ik er ook voor deed, Jurgen werd niet opgenomen in de groep, kwam nooit aan bod en deed zelf ook geen moeite. Hij zat meestal somber en verstrooid in de les. Tot we het over kinderrechten hadden, het recht op een eigen huis en liefde. Ik vroeg hem terzijde of ik mocht spreken over zijn toestand. Hij aarzelde even, maar vond het toch goed. We praatten over waarom hij in een tehuis was opgenomen, wat dat voor hem betekende. Er zijn enorm veel vragen losgekomen in de klas, nu ze er durfden over praten. We hebben het tehuis ook bezocht. In zijn opstel over de ervaring schreef Jurgen: ‘Die dag was ik blij in het tehuis te wonen.’ Daarna bloeide Jurgen open. Hij is opgenomen in de klasgroep en alle problemen zijn verdwenen. Hij durft zijn vinger opsteken, hij is actief in de klas, ziet er gelukkig uit, ook zijn cijfers zijn beter. En hij heeft vrienden op school. Zijn klasgenoten weten wie hij is, hij heeft het hen mogen tonen. Dat maakt voor hem het grote verschil.»
een probleem?
wat?
VERSCHILLENDE VERSCHILLEN
Een leerling met een handicap, een kansarm kind, een migrant, een hoogbegaafde leerling, een leerling met leerproblemen of -stoornissen (dyslexie, dyscalculie), met emotionele problemen (faalangst) of gedragsproblemen (ADHD). Het zijn allemaal kinderen met verschillen.
- Sommige verschillen hebben met biologische kenmerken te maken: geslacht, huidskleur, haarkleur, lengte, lichaamsvorm. Een verschillende behandeling van mensen op basis van die kenmerken aanvaarden we niet. Als leerlingen dat toch doen (roodharigen pesten, migranten beledigen) moet de leerkracht ingrijpen.
- Bij andere verschillen ligt dat moeilijker: kinderen met een handicap, kansarmen, kinderen met leer- of emotionele problemen. Soms is het een teken van minachting als je ze gelijk behandelt (slechte toegang van vele voorzieningen voor gehandicapten). In andere gevallen willen ze erkenning van de ongelijkheid en een aangepaste behandeling (dyslexie, dyscalculie).
- Elke mens is uiteindelijk verschillend. Leerlingen leren op school niet alleen omgaan met verschillen in anderen, maar ook met hun eigen anders-zijn.
Gelijke kansen
Belangrijker dan de concrete omgang met verschillen, is de houding van waaruit die omgang is geïnspireerd: verschillen erkennen en de mens, het kind achter de verschillen zien. Zo kom je tot respect en geloof dat ieder mens gelijkwaardig is. Gelijkwaardigheid impliceert dat iedereen gelijke kansen krijgt. En soms is daarvoor een ongelijke behandeling nodig. Wie met achterstelling wordt geconfronteerd (mensen met een handicap, leerlingen met een leerstoornis, kansarmen, migranten), moet op school een extra duwtje krijgen.
waarom?
WARM OF KOUD
Het is normaal dat leerlingen en opvoeders in de eerste plaats kijken naar verschillen.
- Iedereen probeert zijn omgeving te ordenen, er greep op te krijgen. Ook leerlingen. Eén manier is categoriseren: slim of dom, mannelijk of vrouwelijk, blank of zwart, met of zonder handicap, arm of rijk, dik of dun.
- Onze tijd is een wereld in beweging. We krijgen heel veel informatie en we weten er soms geen weg mee. Wat nieuw is, kan bedreigend zijn. Wat we kunnen ordenen, bedreigt minder. Jonge mensen zijn volop op zoek naar houvast, naar zekerheden.
- Competitie, concurrentie en rivaliteit zijn basiskenmerken van de moderne samenleving. Ze gaan uit van ongelijkheid en buiten die ongelijkheid uit: de één is verstandiger, weet beter wat hij wil en zet door. Wie niet verstandig is of weet wat hij wil, heeft pech.
- Nederlands onderzoek toont aan dat de beoordeling van leerkrachten vaak afhangt van inschatting van capaciteiten, ijver en de achtergrond van de leerlingen.
gevolgen?
NEGATIEVE SPIRAAL
Niet op de goede manier omgaan met verschillen in de klas, kan leiden tot probleemgedrag.
- Omdat hij anders is of doet wordt een leerling uitgesloten. Bij groepswerk wil niemand in zijn groep zitten, op de bus niemand naast hem.
- Hij wordt verlegen en spreekt over zichzelf in negatieve termen. Dat heeft een invloed op zijn schoolprestaties, maar ook op zijn sociale, emotionele en fysieke welzijn.
- Leerlingen die zich ‘anders’ voelen en worden uitgesloten door klasgenoten, kunnen zich agressief beginnen gedragen. Ze zoeken waar mogelijk elkaar op.
- Leerlingen die een ongelijke behandeling verdienen op school en die niet krijgen, worden vlug uitgerangeerd (zittenblijven, andere onderwijsvorm). Ze krijgen geen gelijke kansen.
omgaan met verschillen
Vier aandachtspunten
- Vaak is het voor de school duidelijk welke verschillen (geslacht, huidskleur, cultuur) niet mogen leiden tot een verschillende behandeling op school. Over verschillen die wél een ongelijke behandeling op school vergen (leerstoornissen, kansarmoede) is er vaak minder eensgezindheid.
- Een school reageert vaak op een voorval (racisme, pesterij) of naar aanleiding van een gebeurtenis (de ramadan, oorlog) met een lessenreeks, schooluitstappen (V-dagen) of themadagen (mondiale vorming). Dit ‘reagerend’ onderwijs werkt pas als niet alleen lesinhouden, maar ook pedagogische activiteiten, leermiddelen, beleid en organisatie van de school daarop aansluiten.
- Niet alle verschillen zijn even makkelijk te hanteren. ‘Lief zijn voor elkaar’ op school lijkt naïef en wereldvreemd als buiten de schoolmuren discriminerend wordt omgegaan met bepaalde verschillen (kansarmen, migranten, mensen met een handicap). Er zijn structurele onrechtvaardigheden die de school niet kan oplossen. Daarom moet de school leerlingen bijvoorbeeld leren omgaan met onmacht en overmacht.
- Leerlingen zoeken zekerheden, houvast. Ze kunnen moeilijk om met een overweldigende hoeveelheid aan verscheidenheid. Sluit dus zo dicht mogelijk aan bij hun belevingswereld: ga uit van gevoelens als afgunst, erbij horen, vriendschap en kliekjesgeest, veeleer dan van afkomst, huidskleur of cultuurverschillen.
op individueel niveau
ON(AAN)GEPAST GEDRAG
- Soms reageren leerlingen op verschillen in de klas door anderen te pesten, uit te sluiten, te vermijden of geweld te gebruiken. Hoe de leerkracht dat kan aanpakken vind je uitgebreid in De Eerste Lijn (bijdragen nr. 1 pesten en nr. 6 geweld).
- Soms gaan leerlingen zich bewust of onbewust onaangepast gedragen als gevolg van hun verschil met anderen. Dat gedrag geeft (terecht of onterecht) aanleiding tot wrevel.
- Leerlingen kunnen vanuit hun culturele of sociale achtergrond gedragingen meebrengen die in onze cultuur onaangepast zijn (wie wordt berispt kijkt in de ene cultuur de opvoeder recht in de ogen, in de andere cultuur deemoedig naar de grond; wie dat verschil niet kent, interpreteeert de houding verkeerd).
- Leerlingen kunnen zich soms vanuit hun fysiek voorkomen onaangepast gedragen. Een grote jongen weet niet hoe sterk hij is, een vroeg rijp meisje gedraagt zich wel eens onaangepast.
- Een hoogbegaafde leerling kan zich onaangepast gedragen, maar een kind met leerproblemen ook.
Soms zijn de kinderen zich van geen probleem bewust. De vraag is dan: wiens gedrag is hier onaangepast en wie moet zich aanpassen aan wie? Dat heeft een grote invloed op de manier van reageren. Iemand die zich niet begrepen voelt, gaat al vlugger uitbarsten of overdreven reageren. Soms doen opvoeders en leerlingen dan nog minder pogingen om de ander te begrijpen («Hij overdrijft, je kan er niet mee praten»).
Bij een conflict:
- Geef bij een conflict alle partijen de kans om hun grieven of ongenoegen te uiten. Luister naar alle argumenten. «Waarom gedraag jij je zo?» Zoek daarna samen naar een oplossing, een manier van respectvol met elkaar omgaan.
- Leerlingen beseffen niet altijd de gevolgen van hun gedrag bij anderen. Bedenk samen met de leerlingen oplossingen waardoor ze leren situaties op een andere manier te benaderen of ze te voorkomen.
op klasniveau
VAARDIGHEDEN en ATTITUDES OEFENEN
Democratie is de vorm van samenleven waarbij individuen met onderlinge verschillen op basis van gelijkwaardigheid hun samenleven organiseren. De vakoverschrijdende eindtermen vormen een mogelijk aanknopingspunt om die vaardigheden te oefenen. Omgaan met verschillen vertrekt vanuit een houding.
- Leer leerlingen om ook te kijken naar wat gemeenschappelijk is en niet alleen naar de verschillen.
- Organiseer vaak projectwerking, groepswerk, groepsdiscussie Daardoor waardeer je het samenwerken in de school meer dan zich individueel profileren. Bovendien leren leerlingen gevoelens en oordelen van anderen respecteren en opkomen voor hun eigen mening.
- Leer leerlingen empathisch denken: wat zou die leerkracht/medeleerling daarmee bedoelen, hoe zou hij daarover denken?
- Waar mensen samenleven ontstaan er codes, afspraken. Dat merkt elke leerling als hij op vakantie gaat bij vrienden, buren, familie, in het buitenland. Van daaruit kan begrijpelijk worden gemaakt hoe cultuur ontstaat en waarom iemand anders zich in onze cultuur ongemakkelijk voelt en andersom.
DE LEERKRACHT ALS VOORBEELD
«Daar kan ik allemaal geen rekening mee houden», zegt meester Marc. «Ik geef les voor de gemiddelde leerling.» Spijtig genoeg bestaat die gemiddelde leerling niet echt. Alleen in het puntenboekje van meester Marc. Leerkrachten hebben veel invloed op het gedrag van hun leerlingen. Precies in omgaan met verschillen in de klas kunnen zij daarom het verschil maken. Omgaan met verschillen vertrekt vanuit een houding: elke leerling is gelijkwaardig, verdient respect en gelijke kansen. Dat is iets anders dan «Iedereen gelijk voor de wet».
- Leerlingen zijn individuen, niet vertegenwoordigers van een groep of voorbeelden van stereotiepen. Behandel ze ook individueel. De boodschap is: iedereen is verschillend, iedereen is anders. Zo is de wereld. Verschillen zijn verrijkend, positief. Niet alles eenheidskoek, maar iedereen is ook gelijkwaardig.
- Stel jezelf op als individu, als persoon. De leerlingen gaan geen relatie aan met een leerkracht, maar met een man of vrouw die leerkracht is.
- Leerkrachten en leerlingen, volwassenen en kinderen, zijn anders maar gelijkwaardig. Wederzijds respect is dus vereist. Wie respect opbrengt voor een ander, kan ook zelf respect opeisen.
- Geef alle leerlingen gelijke kansen. Maak duidelijk waarom dat in sommige gevallen ook een ongelijke behandeling betekent (bv. een dyslectisch kind mag zijn toets mondeling doen). Maak bij straffen geen onderscheid: eenzelfde straf voor eenzelfde fout. Differentiëren binnen de klas bijvoorbeeld toont aan dat je oog en respect hebt voor verschillen in de klas.
- Confrontatie met andere normen, waarden, gewoonten vraagt van de leerkrachten een aanpak van openheid voor de eigen inbreng van elke individuele leerling. Zo kan er een vertrouwensrelatie ontstaan waarin iedereen zich veilig voelt en aanvaard.
- Leerlingen staan meer open voor een ‘ander’ kind als ze zelf weten waar ze aan toe zijn. Wat kan en wat kan niet in de omgang met klasgenoten?
op schoolniveau
DE SCHOOL ALS VOORBEELD
- Een democratische school houdt rekening met verschillen. Zij tolereert dat anderen anders kunnen zijn en toch kunnen samenwerken. Dat geldt voor de leerlingen en de ouders, maar ook voor de leerkrachten zelf.
- Een intercultureel klimaat op school houdt in dat leerkrachten, leerlingen en ouders ruimte geven aan elkaar voor openheid en respect. Pesten, racisme en onverdraagzaamheid krijgen er geen vrij spel. Intercultureel onderwijs betekent dat leerlingen met verschillende achtergronden kunnen leren van elkaar, dat ze zorgen voor elkaar en zich verantwoordelijk voelen voor elkaar.
- Organiseer programma’s over racisme, intercultureel werken, mondiale vorming. Deze lessen hebben echter geen zin als leerlingen merken dat de school leerlingen niet als gelijkwaardig behandelt.
- Aan alle leerlingen worden dezelfde regels opgelegd en eisen. Toch heeft iedere leerling een eigen aanpak nodig. Leerlingen voelen zich geen nummer, ze hebben een naam.
- De school toont interesse voor de eigen leefwereld van haar leerlingen. Ze behandelt de leerlingen als individuen, niet als vertegenwoordigers van een groep of stereotiepen.
- Leerlingen brengen hun gezin, hun omstandigheid mee en dat maakt ze verschillend. Houd contact met de ouders. Huisbezoeken kunnen zelfs aangewezen zijn om het eigen milieu van leerlingen te leren kennen.
Je kan meer lezen over omgaan met verschillen in:
Het Klassedossier op: www.klasse.be/dossier/verschillen
Deze organisaties houden zich bezig met specifieke aspecten van omgaan met verschillen:
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap – Gelijke kansen in Vlaanderen – Boudewijnlaan 30 – 1000 Brussel – tel. 02 553 58 46 – www.gelijkekansen.vlaanderen.be
Steunpunt ICO (Intercultureel Onderwijs) – Sint Pietersnieuwstraat 49 – 9000 Gent – tel. 09 264 70 45 – http://flwserv.rug.ac.be/sico
School zonder racisme – www.schoolzonderracisme.be
BDJ Jeugd en vrede – www.jeugdenvrede.be
Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding – Koningsstraat 138 – 1000 Brussel – tel. 02 212 30 00 – www.antiracisme.be
Dienst Gelijke Kansen – Belliardstraat 54 – 1040 Brussel – tel. 02 233 40 16 – http://meta.fgov.be
De bibliotheek bij het SISO-nummer 454.6 (trefwoord: intercultureel onderwijs – didactiek algemeen)
Voor meer ondersteuning neem je contact op met de schoolbegeleiding of het CLB dat aan de school verbonden is.

Als laatstejaarsstudente wordt er verwacht van ons dat we een onderzoeksproject uitvoeren. Ik heb ge...
Michelle op “Geef kinderen 31 minuten meer speeltijd”
Er zou tijdens speeltijden al veel minder geplaagd en gepest worden, als er uitdagende groene speelp...
Annemie op “Geef kinderen 31 minuten meer speeltijd”