advertentie

Pesten

schrijf een reactie

Bekijk dit filmpje bij TV.Klasse

Story

Lieven (16): “Ze spuwen  me onder”

“Ze hebben me kapot gemaakt. Na het zesde leerjaar dacht ik: ‘Dit maak ik niet nog eens mee.’” Vastberaden pestkoppen verknoeiden zijn kinderjaren. En de juffen deden mee: “Ze hebben me continu gekleineerd. Het is de moeite waard om mijn verhaal te doen als één jongere of leerkracht dit leest en daardoor denkt: ‘Ik moet oppassen met wat ik zeg. Ik mag mensen niet zomaar beoordelen.’”

Lieven zit nu in het vijfde secundair. Zijn stem trilt en zijn verhaal stokt af en toe. Details oprakelen doet hij niet graag. “Het blijft nazinderen”, zegt zijn mama Hilde. Dat kan onmogelijk anders. Want wat doet het met een kind als klasgenoten op je spuwen, als ook je vriend mee je fiets onderspuwt op de voorlaatste dag van het zesde leerjaar? Als je zes jaar lang uitgescholden wordt voor dikkerd? Als ze je op schoolreis samen met die pestkoppen in een slaapkamer onderbrengen? Als ze de deur van het toilet opentrekken en je te kijk zetten voor de rest? Als ze in je drankje plassen en in je maag beuken? Als leraren niet optreden, maar meeheulen of hun kop in het zand steken?

“Met die gast wil ik niet sollen”

Lieven: “Het heeft me gemaakt zoals ik ben. Ik probeer me voor te doen zoals ik wil dat ik ben. ‘t Is moeilijk om uit te leggen. Ik wil dat iedereen ziet: ‘Met die wil ik niet sollen.’ Vroeger was ik een softie en heb ik te veel mijn mond gehouden. Nu weet ik beter. Als ze me nu onderuit willen halen, doe ik mijn mond open. Ik zal nooit slaan, kwetsen of schelden. Ik ben mondig, maar wil niemand breken. Tenzij ze mijn eigen regels overtreden: niemand spuwt op een ander, zeker niet op mij, zeker niet op mijn familie en zeker niet op mijn mama. Mama is altijd mijn rots in de branding geweest. Zij was het die altijd zei: ‘Je mag nooit denken dat je slechter bent dan een ander.’”

“Zie hem doen”

“Van leraren heb ik nooit steun gevoeld. Ik was 7-8 jaar en de juf kleineerde me continu. Fysiek en verbaal. Wat doet dat met het zelfbeeld van een klein gastje, denk je? Moet je daarom volwassen zijn om zo tegen een kind te doen? Durfde ik toen maar op te staan, uit de klas te stappen en te zeggen: ‘U bent mijn leerkracht, u moet ervoor zorgen dat iedereen zich goed voelt.’ De juf van het vierde leerjaar heeft me in de klas wel geholpen, maar op de speelplaats ging het pesten gewoon door. Ik weet dat we toen een soort van nieuwjaarsgedicht voor onze ouders moesten schrijven. Ik schreef er voor haar ook een. Uit waardering. Het was weer genoeg aanleiding voor de anderen: ‘Zie hem doen. Hij is weer bezig.’”

Maagklachten

“Toen ik naar het secundair moest, dacht ik: ‘Dit kan niet meer, ik maak dat niet nog eens mee.’ Ik ben gaan letten op mijn eten, ik wou terug aan sport doen, maar in de voetbalclub zaten die pestkoppen ook. Mijn vader nam me mee naar de hapkido. Dat is een oosterse gevechtssport. Toen ik zag wat die meester kon, hoe rustig en beheerst die was, wist ik: ‘Dat wil ik ook.’ Ik heb die eerste dagen op school goed rondgekeken: wie is hier ‘laag volk’, wie is zichzelf, wie doet stoer? Ik heb vrienden ontmoet en vrienden gehouden. Zij weten dat ik vroeger een dikkerdje was. Of ze echt weten dat ik gepest werd? Ze hoeven het niet te weten. Ik zal hen nooit de details vertellen. Dat hoofdstuk is afgesloten. Ik heb nog maagklachten, maar dat is gelukkig het enige wat ik eraan overgehouden heb.”

“Die jongens plasten in mijn drank”

Één in elke klas

  • 3 tot 8 procent van de Vlaamse jongeren wordt ernstig gepest. Dat zijn er 30 000 elk jaar. 2 op 5 zeggen geen hulp te krijgen.
  • Een bevraging leert dat in drie maanden tijd 57 procent van de jongeren het slachtoffer was van pesten en 49 procent gepest heeft. Bijna 4 op 5 beweren dat zij getuige van pesterijen waren.
  • De ergste problemen doen zich voor bij 10- tot 14-jarigen. Dat is de leeftijd waarop kinderen alles doen om erbij te horen. En de school is zonder twijfel de pestplek bij uitstek.

Het fenomeen

Pesten: levenslange schade

Plagen of pesten?

Plagen gebeurt spontaan, het duurt niet lang, is onregelmatig. Humor en aandacht vragen halen vaak de bovenhand. Bij dit ‘spel’ zijn de kinderen gelijk aan elkaar: niemand moet blijvend het onderspit delven. Plagen is niet altijd leuk, maar nooit bedreigend. Er is geen blijvende psychische of fysieke schade. Wat fout loopt, wordt sneller recht gezet.

Bij pesten is de dader sterker dan het slachtoffer. Het is dezelfde leerling die wint en dezelfde die meermaals verliest. Die laatste voelt zich eenzaam, verdrietig, onzeker en onveilig. Directe pesters vernederen, schelden, dreigen, maken hun slachtoffer belachelijk, shoppen, slaan, duwen, vernielen spullen… Indirecte pesters sluiten het slachtoffer uit met roddels, leugens…

“Mijn zoon is een ideaal target: lief, sociaal, rechtvaardig. Volwassenen zijn weg van hem, leeftijdsgenoten niet”
(mama Tania)

Pesten in een nieuw jasje

Steaming is een nieuwe naam voor ‘afpersen met geweld’. Meestal dreigt een groepje daders hun slachtoffer af, vernedert of intimideert hem zodat hij geeft wat ze willen: geld, een MP3-speler… Of ze dwingen hun slachtoffer om iets voor hen te stelen.

Cyberpesters gebruiken het internet en gsm om hun slachtoffer anoniem te bestoken. Door de anonimiteit en de geringe pakkans zeggen of doen cyberpesters makkelijker dingen die ze in het echte leven niet zouden durven. De roddels, leugens, dreigementen laten psychisch diepe sporen na. Het speelt zich vaak af buiten de schoolmuren, maar heeft ontegensprekelijk een invloed op het schoolleven. Daarom mag de school het niet negeren.

Happy Slapping heeft de gsm als wapen: je geeft iemand een pak slaag, filmt dit met de ingebouwde camera en zet het filmpje op het internet zodat anderen ervan kunnen ‘meegenieten’. Voor het slachtoffer is het vaak een traumatische ervaring.

Herken je de rollen?
Een passief slachtoffer is meestal een onzekere, gevoelige, stille of eenzame leerling. Hij staat lichamelijk zwakker (bv. de kleinste van de klas) en heeft vaak een positieve relatie met volwassenen.

Een provocerend slachtoffer combineert zenuwachtige met agressieve reacties en veroorzaakt zo irritaties en spanningen. Vaak ook bij volwassenen. Hij durft ook zelf te pesten.

Een dader staat positief tegenover geweld, is impulsief, fysiek sterker en wil overheersen. Hij vindt zichzelf wel stoer en pest om aandacht of status te krijgen. Kan zich moeilijk inleven.

Meelopers pesten mee, maar nemen niet het initiatief. Zijn ze bang om zelf het slachtoffer te worden of proberen ze zo aan populariteit te winnen?

Verdedigers durven wel eens op te komen voor het slachtoffer. Ze dwingen respect af en hebben daardoor invloed in de groep.

Buitenstaanders pesten niet, maar doen uit angst ook niks om het pesten te stoppen.

Pest top 3

  1. 23% belachelijk maken
  2. 16% slaan of schoppen
  3. 15% kritiek op kleding

Gepest kind. Herken jij de symptomen?

Op school:

  • Mag niet meedoen bij spelletjes of wordt als laatste gekozen
  • Blijft dicht bij de leraar tijdens pauzes
  • Zijn schoolprestaties gaan achteruit
  • Ziet er ongelukkig, gestrest, depressief uit
  • Vermijdt de speelplaats
  • Klaagt over buikpijn, hoofdpijn
  • Heeft misschien niet één goede vriend
  • Zijn bezittingen worden afgenomen of verstopt
  • Wordt uitgelachen, onvriendelijk benaderd

Gemeld door ouders:

  • Komt thuis met kapotte fiets, kleren of boeken
  • Heeft blauwe plekken, schrammen
  • Neemt geen klasgenootjes mee
  • Is bang om naar school te gaan
  • Kiest een onlogische route van en naar school
  • Slaapt onrustig en heeft nare dromen
  • Vraagt en/of steelt geld van familie
  • Wordt niet uitgenodigd voor feestjes
  • Overspannen en gestrest op zondagavond of aan het eind van een vakantie

“Pesten heeft dezelfde impact als oorlogsgeweld”

“Het hoort er toch bij. Het is allemaal zo erg niet. Het gaat wel over.” Dat is de mythe die volgens Gie Deboutte, voorzitter van het Vlaams Netwerk Kies Kleur Tegen Pesten, nog te veel in het onderwijs leeft. “Pesten vervormt je persoonlijkheid even hard als zwaar geweld zien of meemaken in oorlogsgebied.”

Waarom zegt een leraar dat het allemaal zo erg niet is?

“Hij minimaliseert het pesten omdat hij de ernst van de situatie niet inziet. Of hij gaat zijn verantwoordelijkheid uit de weg omdat hij bijvoorbeeld niet weet hoe hij het pesten moet aanpakken en wat de school van hem verwacht. De mythe is perfect te weerleggen door de trauma’s die gepeste kinderen oplopen. Die hebben een impact op hun persoonlijkheid en vervormen hun denkproces. Slachtoffers decoderen lichaamstaal, signalen op een andere manier. Dat poststresssyndroom loopt gelijk met kinderen in oorlogsgebied. Of met slachtoffers van incest. ‘Word eens wat harder. Dit is zo erg niet,’ zo’n houding kost de samenleving heel veel: later leven die mensen vaak van depressie naar depressie.”

En toch is pesten iets ‘normaals’, zeg je. Het hoort er nu eenmaal bij?

“We zullen het pesten nooit helemaal afgeleerd krijgen. Kinderen zitten verplicht samen in een school. Die maken allemaal een complex leerproces door: hoe leef ik in groepsverband, hoe vind ik daar een plek, hoe durf ik daarin mee te draaien? Je hebt daar vroeg- en laatbloeiers in. Terwijl het ene kind van negen al een stuk zelfbeheersing bezit en geleerd heeft met anderen rekening te houden, reageert een klasgenoot impulsief als hij iets voelt wat hem niet aanstaat. Dat maakt het risico op wrijvingen en conflicten op die jonge leeftijd erg groot. Maar laat dit geen vrijbrief zijn om niets aan het pesten te doen. Wie te ver gegaan is, moet dat ook weten.”

Zie je veranderingen in pestgedrag?

“Vroeger keek men sterk naar fysiek pesten, waardoor jongens sneller in de risicozones van dader en slachtoffer belandden. Nu gaan onderzoekers er meer van uit dat beide sexen evenveel scoren. Ook cyberpesten zit nog in de lift . In die biotoop zijn volwassenen niet aanwezig, hebben ze geen toezicht en de tijd die kinderen er spenderen, neemt toe. Bovendien maken jongeren zich met de huidige weblogs erg kwetsbaar.”

“Laks optreden kost de samenleving heel veel”

Test

Hoe pestproof is jouw school?

“Hoe we als school tegen pesten optreden? Door te zeggen dat het niet mag, zeker?”
(Jo, leraar biologie)

Doe de test

janeeOnze school heeft een visie op pesten: een pestbeleid
janeeHet hele schoolteam staat achter deze visie
janeeAan ouders en leerlingen is onze visie duidelijk gecommuniceerd
janeeEr is goed toezicht op de speelplaats, aan de schoolpoort
janeeLeerlingen, ouders, collega’s weten wie het aanspreekpunt is voor pestproblemen
janeeEr heerst een positief schoolklimaat dat niet gebaseerd is op angst en repressie
janeePesten komt geregeld aan bod in de lessen: niet alleen tijdens één themadag
janeeWij grijpen snel en eenduidig in bij pesten
janeeNieuwe leraren lichten we in over ons pestbeleid
janeeElke leerling kan zich op een positieve manier tonen in de school
janeeOnze aanpak is geen vaststaand gegeven: we bespreken het regelmatig
janeeDe school heeft contacten met wijkagent, CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk), clb…
janeeEr zijn duidelijke regels en er is controle op de naleving ervan
janeeSignalen van ouders en kinderen nemen we ernstig

Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe beter je school bestand is tegen pesters.

De preventie

Antipestlijn: van directeur tot wc

Pesten los je niet op met een themadag, maar met een team dat samen dezelfde grens aangeeft. Eén leraar die in zijn eentje brandjes moet blussen, is nooit zo effectief als een schoolbeleid dat mee aan de kar trekt. Deze antipestlijn start daarom op beleidsniveau. Hoe verder je ze volgt, hoe meer ze op de huid van de individuele leraar zit.

  1. Een duidelijke beleidskeuze
    De directeur maakt duidelijk dat de school wil investeren in een doordachte aanpak, een positief klimaat waarin spontane zorg kansen krijgt, waar leerlingen graag zijn.
  2. Dit is teamwork
    Als niet alle leraren achter dezelfde visie en aanpak staan, kan je niet efficiënt werken en volharden. Een opgelegde aanpak werkt niet, een pestbeleid groeit beter van binnenuit.
  3. Participatie van alle actoren
    Betrek ouders, leerlingen, het clb… op zo’n manier dat ze invloed hebben, dat ze iets kunnen betekenen. Informeer hen over de aanpak en het waarom van het pestactieplan.
  4. Verzorg je netwerk
    Kan je terugvallen op een goede band met het CLB, de wijkagent, het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk), het JAC (Jongeren Advies Centrum) in je buurt? Als je zo’n netwerk nog moet uitbouwen als een crisis zich voordoet, hol je achter de feiten aan.
  5. Wacht niet tot het uit de hand loopt
    Vanuit een probleem kan je meestal alleen maar bestraffend denken. Er zijn andere mogelijkheden die meer kans op succes geven én problemen kunnen voorkomen.
  6. Neem doelbewust ontradende maatregelen
    Zorg voor voldoende toezicht op de speelplaats. Voor een afgesloten fietsenstalling als de problemen zich daar voordoen. Of trek voor dat struikgewas een gele lijn: tot hier mag je spelen, daar tussen de struiken niet.
  7. Maak een prioriteit van een goed aanmeldingspunt
    Bij wie kaart ik een pestprobleem aan? Alleen als leerlingen, ouders, leraren die ‘toegangspoort’ kennen en positief beoordelen, zullen ze langs die weg een pestprobleem melden.
  8. Maak iedereen sterker
    Zoek hefbomen om alle partijen sterker te maken. Zorg voor vorming voor leraren, oefen gesprekstechnieken met leerlingen, train hun sociale vaardigheden, informeer ouders…
  9. Zorg voor duidelijke gedragsregels
    Geen bijnamen, niet aan de kleren trekken, je neemt niet zomaar materiaal van iemand anders… Laat deze afspraken uit de groep komen, door iedereen ondertekenen en zichtbaar ophangen. Geef een kopie aan alle ouders en leraren die ook in die klas lesgeven.
  10. Vergroot het inlevingsvermogen van leerlingen
    “Als jij… doet, hoe zal hij zich dan voelen?” Om een vraag als deze te beantwoorden moet een kind zich in een ander kunnen inleven. Zo leert het de gevolgen van zijn woorden of daden in te schatten.
  11. Wees aanspreekbaar
    Zorg zelf ook voor een lage drempel. Praat met leerlingen, geef ze vertrouwen, verantwoordelijkheid.
  12. Vraag naar indrukken van ouders
    Op een oudercontact kan je aan de ouder(s) vragen hoe die leerling zich voelt in de klas. Maak er een vast onderdeel van en geef zelf de voorzet als je iets vermoedt.
  13. Geef zelf het goede voorbeeld
    Een leraar die uithaalt naar leerlingen of hen kleineert, geeft het sein dat zoiets kan.
  14. Zorg dat iedereen de regels en de afspraken naleeft
    Geef structuur. Hou een duidelijke lijn aan. Ken het pestactieplan van je school en handel ernaar.
  15. Hou je collega’s op de hoogte
    Heb je een vermoeden van een pestprobleem of zag je de pesters bezig? Praat erover met je collega’s.
  16. Houd actief toezicht
    In de kleedkamers, op de speelplaats, tijdens een studie-uur of in de eetzaal: observeer leerlingen en maak je niet onzichtbaar.

Melden of klikken?

Vertellen wat je overkomt of ziet gebeuren, doe je niet zomaar. De kans bestaat dat de pestkop revanche neemt of je een klikspaan noemt. Ken je het verschil tussen klikken en melden?

Klikken = je wil dat de pester een straf krijgt.

Melden = je wil dat de pester ophoudt.

“Wie mooi speelt, verdient extra speeltijd”

Leest, basisschool De Spiegel. Het derde en vierde leerjaar voetballen terwijl andere klassen volgens een beurtrol aan het speeltuig bengelen of de speelkoffer gebruiken. Twee leerlingen in fluogele jasjes wandelen rond. “Dat zijn sterrenkinderen,” verduidelijkt directeur An Hereygers. “Deze leerlingen bewaken het samenspelen. En die beurtrol hebben de klassen zelf opgesteld.” Helpt het tegen pesten?

Klimmuur

“Kinderen spelen minder agressief op een leuke speelplaats met speelhoeken. De leerlingen hebben in de leerlingenraad aangegeven dat ze een klimmuur wilden en dat het voetbal niet langer de hele speelplaats mag overheersen. We hebben oor naar hun initiatieven, geven een stuk daarvan in hun handen en vullen aan met onze regels. Nee, ze mogen niet op de basketpalen klimmen of in de toiletten spelen.”

Belonen

“Als het allemaal goed is gegaan, dan verdienen de kinderen elke twee weken extra speeltijd. Een leraar introduceert dan een nieuw spelletje of er komt iets nieuws in de speelkoffer. Wie in die twee weken het spel systematisch boycot, krijgt dan een time-out: hij moet op een stoel aan de rand van de speelplaats toekijken. Dat positieve van belonen vinden we belangrijk. Een bijscholing over straffen en belonen heeft ons team op dat vlak professioneler gemaakt.”

Energie
Het pestbeleid is hier geen verhaaltje-van-één-dag. “We hebben samen regels, prioriteiten en een visie opgesteld. Het is een utopie om te denken dat alle collega’s even hard aan de kar trekken. Leraren zijn superbevraagde mensen en de verschillende projecten vragen veel energie. Maar het is al genoeg dat het karretje in de juiste richting kantelt. Je moet wel de afspraken en visie regelmatig herhalen en weer in vraag durven stellen. ”

Ouders

“De dialoog met ouders heb je ook nodig, maar is niet altijd makkelijk. Hun advies druist soms in tegen onze afspraken. ‘Met dat kind moet je niet spelen’ of ‘geef maar een duw terug’. Sommige kinderen zingen wel eens een racistisch liedje. Daar reageren we onmiddellijk op. Maar wat horen die kinderen thuis? Ik kan niet vermijden dat het gebeurt, maar ik kan er wel op reageren.”

De aanpak

Praten, straffen of herstellen?

“Paul heeft verschillende gesprekken gehad met een psychologe, de pester niet. En toch is er met hem meer mis dan met Paul”
(An, leerlingbegeleidster)

Durf pesten aan te kaarten

Je hebt een vermoeden van pesten?
Observeer intensief en probeer de dader te betrappen
  • Observeer intensief en probeer de dader te betrappen
  • Overleg met collega’s: hebben ze iets opgemerkt?
  • Spreek met andere leerlingen.
  • Contacteer de ouders: uit je bezorgdheid.
    Hoe vang ik het slachtoffer op?
  • Neem zijn verhaal ernstig, schenk aandacht aan zijn gevoelens, steun hem.
  • Geef hem zeker nooit de schuld: “Je moet meer voor jezelf opkomen.”
  • Bespreek met hem de stappen die je zal ondernemen.
    Wat doe ik met de pester?
  • Neem hem apart voor een gesprek en vertel wat je zag.
  • Kwets of kleineer hem niet.
  • Maak wel duidelijk dat je zijn gedrag niet tolereert. Hij zal het moeten goedmaken.
    Hoe vang ik de ouders op?
  • Bij de ouders van de dader kan het nieuws beschuldigend aankomen. Vertel wat je zag en fris het pestbeleid van je school op. Vertel welke sanctie hun kind krijgt.
  • Stimuleer ouders van gepeste kinderen om met hun kind te praten. Stel hen ook gerust: je zal ertegen optreden. Raad aan om buiten de school activiteiten te ondernemen: turnen, muziekschool. Laat hen een pestlogboek bijhouden. Daarin staat het wie, wat, waar en wanneer genoteerd. Ontraad om contact te zoeken met de ouders van de pestkop.
    En de klasgenoten?
  • Ga een klasgesprek niet uit de weg. Bespreek het verschil tussen plagen en pesten. Leg uit wat de gevolgen kunnen zijn. Geef duidelijk aan dat het gedrag van de dader over de grens ging. Zoek samen naar oplossingen om het opnieuw veilig en aangenaam te maken voor iedereen in de klas. Volg de gemaakte voorstellen en afspraken op.

    Wat is een goede straf voor een pestkop?

    • Hou de toekomst kansrijk voor elke leerling. De pester krijgt kansen om zich te herpakken. Je duwt het slachtoffer niet in een hoekje: het is niet zijn schuld.
    • Creëer geen angst: het slachtoffer moet niet bang zijn voor represailles. Je vernedert de pester niet, duwt hem niet in een isolement zoals een uitsluiting dat bijvoorbeeld wel doet.
    • De straf herstelt de behoefte van het slachtoffer die door het pesten in het gedrang kwam (bv. het veiligheidsgevoel op de speelplaats).
    • Laat de pester iets goedmaken, vraag dus een inspanning van de dader.
    • Bied duidelijke grenzen: wie te ver gaat, krijgt een duidelijk signaal. Ook voor het veiligheidsgevoel van de groep is dat signaal belangrijk.
    • Zorg dat de pester zijn gedrag zelf in de goede richting kan sturen. De dader blijft zelf verantwoordelijk.
    • Zorg dat de straf aanvaardbaar is voor de omgeving (klas, ouders, slachtoffer…) en volg de afspraken goed op.

    Voorbeeld: de straf van Michael

    Kenneth komt altijd te laat op school. Aan de leerlingbegeleider biecht hij op waarom: hij vermijdt de speelplaats om Michael niet te moeten zien. Die intimideert en beschimpt hem. De leerlingbegeleider spreekt met Michael. Hij krijgt een sanctie: hij mag één week lang maar op een klein stuk van de speelplaats komen. Als hij vrienden bij zich wil, zal hij vaardigheden aan de dag moeten leggen om ze bij hem te krijgen. Als hij Kenneth een week met rust heeft gelaten en als het pesten niet verschoven is naar een andere plek, dan vergroot zijn ruimte. Kenneth mag Michael intussen niet uitdagen. Een opvolggesprek met beide leerlingen is gepland. Wie toezicht houdt op de speelplaats, is op de hoogte.

    Welke aanpak kiest je school?

    NO BLAME ziet pesten als een groepsprobleem. Feiten zijn niet het belangrijkst, wel de gevoelens van het slachtoffer. Alleen als het slachtoffer akkoord gaat met een straffeloze aanpak, is het zinvol. Het proces verloopt in 7 stappen:

    1. Een leraar praat met het slachtoffer over zijn gevoelens en vraagt namen van wie pest. Feiten zijn niet belangrijk. Het slachtoffer knutselt, tekent, schrijft vervolgens iets over zijn gevoelens.
    2. De leraar brengt een zestal pesters, meelopers, stille getuigen en ‘behulpzame leerlingen bij elkaar. Hij vertegenwoordigt zelf het slachtoffer.
    3. In een gesprek met deze groep legt hij uit wie zich slecht voelt in de klas en waarom dit zo is. Zijn of haar ellendige gevoel wordt concreet met het werkstukje uit stap 1. Details, feiten, beschuldigingen komen NIET aan bod.
    4. Benadruk dat er geen straffen volgen. De groep is enkel bijeen om het probleem op te lossen. Zij zijn samen verantwoordelijk voor een beter gevoel bij het slachtoffer.
    5. De groep formuleert voorstellen: iedereen doet dat in de ik-vorm. “Ik zal niets doen, ik zal hem/haar met rust laten” is ook een waardevol voorstel. Geen enkel idee komt van de leraar.
    6. De groep voert in de volgende week de voorstellen uit.
    7. Na een week spreekt de leraar opnieuw met elk kind , nu apart. Het slachtoffer komt eerst en vertelt hoe die week verlopen is. Als het pesten niet gestopt is, wordt een nieuwe groepsbijeenkomst gepland. Eventueel met een andere samenstelling.

    HERGO staat voor HERstelgericht Groeps- Overleg. Dader(s), slachtoffer(s) en hun steunfiguren (ouders, vrienden) gaan met een neutrale hergo-deskundige op zoek naar manieren om de schade te herstellen. Voorwaarde is dat de dader erkent dat hij in de fout gegaan is. HERGO is geschikt voor ernstigere incidenten en verloopt als volgt:

    1. Tijdens voorbereidende gesprekken gaat de bemiddelaar na of de voorwaarden voor een HERGO voldaan zijn. Hij legt de bedoeling en het verloop uit aan al de deelnemers.
    2. Bij de start krijgt elke partij de kans om haar aandeel in het incident te verduidelijken. Ook de gedachten en gevoelens die erbij hoorden.
    3. De deelnemers zoeken samen naar een plan om de schade te herstellen: ze maken afspraken, ook over wie toeziet op de uitvoering van het plan.
    4. De moderator zet de afspraken op papier en alle deelnemers ondertekenen het herstelplan.
    5. Bij een afsluitend hapje en drankje krijgt informeel contact een kans.

    NO BLAME en HERGO: het zijn 2 mogelijke methodieken met elk een eigen filosofie. De methodiek die jouw school kiest, moet aansluiten bij het pedagogische project. Heeft je school bijvoorbeeld een draagvlak bij collega’s en ouders voor een niet sanctionerende aanpak als NO BLAME? Is de knowhow in huis om een HERGO te organiseren?

    Help!

    4 vragen, 4 antwoorden

    “Soms dreigen ouders met de politie. Raad ik dat af of niet? Is pesten strafbaar?”
    Steaming (afpersen met geweld), of een kind hardhandig lichamelijk aanpakken, zich via het internet voordoen als iemand anders of foto’s publiceren op het internet zonder toestemming van de persoon in kwestie zijn strafbare feiten. Het is goed dat leraren dat melden aan de leerlingen. Een melding bij de politie doet het harde pesten vaak niet stoppen, meestal zelfs escaleren. Voor anoniem cyberpesten kan een melding bij de E-cops wel aan te raden zijn (op www.ecops.be).

    “Mijn dochter is 11 en wordt al twee jaar zwaar gepest. We hebben alles geprobeerd. We kregen de hulp van het clb, van de directeur, van de juf van het vijfde. En toch stopt het niet… Wat nu?”
    Het gebeurt soms dat pesten echt niet ophoudt. Ook al werd het CLB ingeschakeld (of het CAW of JAC), treden alle leraren kordaat en in dezelfde lijn op, is er voldoende toezicht en werken de ouders mee. Dan raak je waarschijnlijk niet aan de essentie van het conflict. Dan speelt er iets wat ze echt geheim willen houden. Een getrainde buitenstaander kan misschien in een gesprek met alle partijen apart het ‘geheim’ ontfutselen. Blijf het slachtoffer in elk geval steunen. Een laatste redmiddel om de veiligheid van het slachtoffer te garanderen is van school veranderen.

    “Voor 8-jarigen bestaan er wel preventieprogramma’s, maar wat doe ik in mijn kleuterklas? Sommige van mijn kindjes bijten, schoppen en pesten.”
    Ongeveer 10 procent van de kinderen toont zich in de kleuterklas al als kleine belhamels: ze houden van machtsspelletjes, zijn dominant, uiten makkelijk hun agressie en volharden in die gewoontes. En meestal krijgen ze daardoor wat ze willen. Wat kan je voor hen doen, dat tegelijkertijd voor alle kinderen nuttig is en toch die spiraal doorbreekt?

    • Maak heel concrete gedragsregels op en maak ze zichtbaar. Hang ze op in de klas en herhaal ze elke week. Zorg dat ze de veiligheid van alle kinderen garanderen.
    • Leer kleuters hun gevoelens uiten: blij, boos, bang, verdrietig… Geef ze een alfabet van gevoelstaal: leer ze hoe ze kunnen ‘teruggeven’ als iets hen kwetst, als er iets wringt of als ze iets nodig hebben. Leer ze een pluim geven aan zichzelf en aan elkaar (juf mag ook!).
    • Bespeel het welbevinden: “Ik voel me goed, veilig, ik kan genieten.”
    • Zorg voor veel structuur, voor een duidelijk referentiekader: dat kan en dat kan niet. Kleuters zijn op zoek naar een grens.
    • Vecht niet tegen symptomen, maar probeer dieper te kijken: welke basisbehoeften van dit kind geraken niet ingevuld?
    • Betrek de ouders erbij: jouw aanpak heeft ook consequenties voor thuis. Als elke opvoeder dezelfde grens aangeeft, zal het voor die kleuter makkelijker worden.

    “Ik probeerde vrienden te worden met klasgenootjes, maar niets hielp. Ze duwden me, gooiden modder en steentjes naar me”
    (Victoria Beckham, beroemdheid)

    “Bij ons kiest een leraar elk jaar opnieuw een leerling als mikpunt. De collega’s en de directeur kennen het probleem, maar ze doen er niks aan.”
    Pestende leraren zijn een delicate materie. Zeker als er in je school geen vertrouwensleerkracht is bij wie je dit kan melden. Die persoon moet dit soort klachten doorspelen aan de directeur. Het is dan aan de directeur om die leraar over zijn gedrag aan te spreken of als neutrale derde te bemiddelen tussen leerling (en ouders) en de leraar. Eventueel kan je ook het Steunpunt Ongewenst gedrag op school (vzw Limits ) inschakelen. Zij kunnen met toestemming van het slachtoffer de directie aansporen en adviseren in de aanpak van deze klachten.

    Meer info nodig?

    De begeleidingsdienst van de school of het clb dat aan je school verbonden is, kan je ook meer informatie (bijvoorbeeld over HERGO) bezorgen Deze doorverwijsbox wordt online up-to-date gehouden met nieuwe publicaties…

    10 MYTHES, 10 POSTERS
    Voor de klas of de leraarskamer. Help misverstanden over pesten je school uit. Print ze uit & hang ze op. www.klasse.be/eerstelijn

    Heb je zelf een vraag of wil je ervaringen delen, opmerkingen geven, interessant lesmateriaal tippen? Doe het via het forum van www.klasse.be/eerstelijn (doorklikken naar ‘pesten’).

    De Eerste Lijn: nu ook op TV.Klasse Bij deze Eerste Lijn hoort ook een filmpje. Kijk en leef mee met de getuigen. Leer van andere leraren. Allemaal op www.klasse.be/leraren

Dossier pesten
Download de posters [PDF]
Download de zwart-wit posters [PDF]
Bekijk het filmpje