Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

26/01/2008 @ 21:45 door michel

«Ik ben helemaal niet verslaafd!»

Twee op vijf jongeren spelen voor geld
Hoeveel gokverslaafden België telt, weten we niet precies. Geschat wordt dat tussen de 20 000 en 100 000 Belgen problematische gokkers zijn. Twee op vijf jongeren tussen tien en zeventien jaar hebben al eens voor geld gespeeld. Dat blijkt uit een studie van OIVO. Gemiddeld geven jonge spelers 6,50 euro per maand uit. Oudere tieners besteden soms tot 40 euro. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen te gokken is elf jaar en acht maanden. 6 procent zegt zich voortdurend tot het spel aangetrokken te voelen, slechts 2 procent beseft dat gokken verslavend is. Het duurt gemiddeld zeven jaar voor iemand met een gokprobleem hulp zoekt. Vooral het pokerspel is aan een flinke opmars bezig. In Nederland speelde de helft van de jongeren het afgelopen jaar poker. In België zijn er voorlopig nog geen cijfers, maar onderzoekers en hulpcentra wijzen erop dat de trend naar hier is overgewaaid.

Paul, directeur
«Hij speelde op de bingo»
«Steeds vaker kwam hij te laat. Ook in de klas verslapte zijn aandacht. Je voelt wel dat er iets niet klopt. Wordt hij gepest? Zit hij aan de drugs? Je weet het niet. Je zoekt naar aanwijzingen, maar je vindt er geen. Pas toen ook rekeningen onbetaald bleven, wisten we dat er meer aan de hand was. De grootouders van Michiel (15) hebben een café. Daar had hij het geleerd. Tot in de late uurtjes speelde hij er op de bingo, net als zijn ouders. Eerlijk gezegd: aan zoiets hadden we nooit gedacht. Er zijn hier in de buurt wel wat speelgelegenheden, maar je denkt er nooit aan dat het jouw leerlingen en hun ouders zijn die daar na school naartoe gaan. Onrechtstreeks krijgt de school er vaker mee te maken: onverwachts onbetaalde rekeningen, uitgeputte jongeren 's morgens in de klas. Het is pas nu dat we ook eens aan gokproblemen durven denken, ook al blijft het een heel verdoken probleem.»

Het probleem

Wat? Spelen voor geld
Gokken is geld inzetten op een kans- of een geldspel. Daarbij kan de gokker onmogelijk de afloop van het spel voorzien. Het toeval bepaalt of hij wint of verliest. - Bij short-odd spelen (speelautomaten, snelle kaartspelen, krasbiljetten) kent de gokker meteen het resultaat en volgen de gokbeurten elkaar snel op. Zo kan hij niet alleen meer geld verliezen, maar ook de controle over het gokgedrag kwijtspelen. - Bij long-odd spelen (loterijen) kent de speler pas na lange tijd de uitslag. De speler gaat minder op in het spel (minder spanning en kicks) en heeft tijd om over zijn toekomstig 'gokgedrag' na te denken.

Waar? Overal
Gokken kan overal: in casino's, speelautomatenhallen, cafés, op de lotto, op het web, via weddenschappen en belspelletjes, onder vrienden.

Waarom? Plezier, ontspannen, geld

  • Jongeren gokken voor het plezier, de kick, de opwinding, om te ontsnappen aan verveling en eenzaamheid, om te vluchten uit de werkelijkheid, uit verlangen naar meer luxe, omdat ze hopen gemakkelijk en snel veel geld te verdienen, om in groep aanvaard te worden, voor de beloning. Bij winst versterkt gokken het ego.
  • Jongeren in de puberteit willen grenzen verleggen, experimenteren met nieuwe vormen van gedrag, nieuwe waarden en normen ontwikkelen.

Wie? Middel, mens, milieu
Drie factoren bepalen of gokken problematisch wordt:

  • het spel zelf: beschikbaarheid van plaatsen om te gokken, short-odds en long-odds, eenvoudige structuur van het spel, licht- en geluidseffecten…
  • de speler: verveling, ontevredenheid, lage zelfwaardering, weinig vertrouwen, niet goed met geld kunnen omgaan, sensatiezoeker, bijgelovig…
  • het milieu: vriendengroep, voorbeeld van ouders, plaats van geld in het gezin, reclame, gebrek aan ontspanningsmogelijkheden in de omgeving…

Hoe? Fasen van gokverslaving

  1. Winnende fase
    Leuk tijdverdrijf, af en toe winnen en verliezen, gevoel van beloning en stijgend gevoel van eigenwaarde, verlies is 'pech gehad'
  2. Verliezende fase
    'Chasen': de drang om het verloren geld terug te winnen, steeds vaker in het geheim, eerste schulden, belofte om 'hierna echt te stoppen'
  3. Wanhopige fase
    Voltijdse bezigheid, functioneren wordt onmogelijk zonder gokken, verwaarlozen van vrienden, familie en de dagdagelijkse bezigheden

Gevolgen? Dagelijks leven

  • problemen op school, conflicten, sociaal isolement
  • financiële en juridische problemen
  • lichamelijke problemen: depressie, slaapproblemen, het niet meer zien zitten

Mogelijke signalen van een gokverslaafde
Je kan niet van iemands gezicht aflezen dat hij gokt. Omdat gokken vooral in de vrije tijd gebeurt, zijn er op school niet altijd signalen zichtbaar. Verslaving komt voor in alle soorten: drugs, alcohol, games, maar ook gokken. Speel dus geen detective en ga niet op zoek naar tastbare bewijzen. Er zijn trouwens geen specifi eke signalen die wijzen op gokverslaving. Heb integendeel oog voor veranderend gedrag bij jongeren en hoe ze functioneren:

  • zich afzonderen
  • vrienden en hobby's laten vallen
  • verminderde prestaties op school
  • spijbelen, te laat komen
  • stoer doen over winnen en geld
  • geld lenen, onderhandelen over geld
  • dikwijls geld verliezen
  • pesten, steaming, afpersen wegens geldkwesties

Deze veranderingen wijzen niet noodzakelijk op gokgedrag. Het kunnen even goed uitingen zijn van normaal tienergedrag, andere problemen (zich niet goed in zijn vel voelen, liefdesverdriet…) of een andere verslaving: drugs, alcohol, chatten. Zorg dat je de veranderingen ziet, je er vragen bij stelt en ingaat op allerlei problemen waar leerlingen mee zitten (adolescentieproblemen, relatieproblemen, schoolproblemen).
Uit groepsgedrag kunnen leraren vaak meer afleiden dan uit individuele signalen:

  • plots worden andere kliekjes gevormd in de klas
  • de groep zondert zich af van andere leerlingen
  • het groepje is het voorwerp van geruchten

Iedereen op school (leraren, opvoeders, onderhoudspersoneel, leerlingen) kan zijn taak opnemen en signalen opmerken. Communicatie tussen de verschillende partijen is belangrijk. Probeer de signalen zo discreet mogelijk te behandelen. Tenslotte gaat het meestal om vermoedens.

De wetgeving
In België mogen minderjarigen niet deelnemen aan weddenschappen, loterijen en kansspelen. Niet in cafés, niet via belspelletjes, niet op zelf georganiseerde tornooien. En dus ook niet via internet. Online loterijen en kansspelen uitbaten is in ons land verboden. Enkel de Nationale Loterij heeft een vergunning. Meerderjarigen kunnen dus wel gokken of spelen op een van de vele buitenlandse sites, die geregistreerd zijn in landen waar kansspelen op het web zijn toegestaan (ze riskeren geen wettelijke sanctie). Minderjarigen kunnen dat in principe niet, maar daarop is weinig of geen controle.

Dieter, 16:
«Verslaafd aan voetbal?»
«Pokeren? O, dat doe ik maar een paar uur per week. Ze zeggen dan: 'Pas op: je wordt verslaafd!' Dan lach ik eens. 'Voetballen doe ik minstens tien uur per week. Ben ik dan ook verslaafd?'»

Piet, CLB-medewerker:
«Iedereen gokt»
«Kruip eens in hun vel. Spelen is voor veel jongeren in de eerste plaats een spannend en onschuldig tijdverdrijf. Ook wij doen het. We gokken overal. Zelfs op een examen. Welke vragen zal hij stellen? Zou ik dit stukje leerstof overlaten? Het maakt ons leven spannend en onvoorspelbaar. Daarom vinden jongeren het zo plezierig. Als ouders, leraren en begeleiders beseffen dat jongeren vooral gokken voor de kick, kunnen ze samen zoeken naar oplossingen, bijvoorbeeld andere kicks die even leuk zijn als gokken.»

Aanpak en preventie

Op schoolniveau: Een preventief gokbeleid: 5 tips

  1. Afspraken in het schoolreglement
    In een reglement maakt de school haar houding duidelijk tegenover gokken. Duidelijke regels geven zowel aan leerlingen en leraren meer zekerheid over wat kan en wat niet. Maak schoolafspraken samen met de leerlingenraad en vertaal ze in een schoolreglement. Inspraak leidt tot meer respect voor afspraken. Probeer tot compromissen te komen. Je kan bijvoorbeeld wel kaartspelen toestaan in de pauze, maar spelen voor geld verbieden.
  2. Geïntegreerd in het drugbeleid
    Laat gokken als thema aansluiten bij andere afhankelijkheids- of verslavingsproblemen (drugs, chatten). Neem het op in het drugbeleid op school. Zo blijft er continu aandacht voor. Opvoeden over gokken is meer dan lessen geven. Schakel het in in een ruimer kader van gezondheidsvoorlichting, persoonlijkheidsontwikkeling en sociale vaardigheden.
  3. De school als goede voorbeeld
    Geef het goede voorbeeld. Grijp als school niet te snel terug naar gokspelen om geld in te zamelen voor feestjes of schooluitstappen. Een bingoavond op school is wel het ideale moment om gokken aan te kaarten. Wek niet de indruk dat er met kansspelen veel geld te winnen valt. Doorprik gokken. Wijs erop dat vooral de organisatie (de school tijdens de bingoavond, de gokindustrie tijdens het spelen) er rijker van wordt, zelden de speler.
  4. Interventie en leerlingenbegeleiding
    Laat hulpverlening over aan de bevoegde instanties. Bouw de leerlingenbegeleiding goed uit met precieze afspraken (bv. vast spreekuur van de klasleraar, netwerk van vertrouwensleerkrachten, cel leerlingenbegeleiding, CLB). Zorg voor goede communicatie tussen alle hulpverleners en betrokken partijen (leerlingen, leraren, ouders).
  5. Communicatie met de ouders
    Ouders zijn onmisbaar om tot een goede oplossing te komen. Zij kennen hun kind het beste. Maar niet alle ouders reageren even goed. Soms voelen ze zich een slechte ouder. Of ze zijn bang dat andere problemen zullen uitkomen. Probeer te weten te komen hoe de ouders zullen reageren. Praat daarover met de leerling. Hou rekening met zijn achtergrond en thuissituatie. Soms is het beter om niet meteen de ouders in te schakelen.

De school is niet verantwoordelijk voor wat er buiten de schoolmuren gebeurt en is zeker geen specialist in gokproblemen. Maar ze heeft wel de plicht om signalen op te vangen en hulp te bieden waar nodig. Een goed schoolklimaat is de beste vorm van preventie.

Hoe praat je met de ouders? Enkele tips:

  1. Vertel de ouders niet meteen wat je vermoedens zijn. Zeg niet: “Ik denk dat jouw kind gokt”, maar wel: “Ik zie dat je kind zich steeds minder inzet op school. Hoe zou dat komen?”
  2. Vertel hen niet in paniek te slaan. Jongeren die gokken, doen dat meestal puur voor het plezier. Niet elke jongere die gokt, wordt ook verslaafd.
  3. Stimuleer ze om te zoeken naar de mogelijke betekenis van het gedrag. Waarom gokt hun kind? Misschien verveelt het zich vaak? Zijn andere vrijetijdsmogelijkheden een oplossing?
  4. Gaat het om ernstige problemen, dan kan je de ouders stimuleren met hun kind hulp te zoeken.

Preventie begint in de basisschool
Gokpreventie werkt maar effectief als je er vóór het experimenteergedrag mee begint. In de lagere school zijn kinderen heel beïnvloedbaar. Hoe wapen je ze dan al tegen verslavingsgedrag?
Bied kinderen veilige structuren aan

  • Kinderen die zich thuis voelen op school en bij hun leraar, kunnen er ook op terugvallen in moeilijke situaties. Laat voelen dat ze op je kunnen vertrouwen als ze met vragen zitten.
  • Leer de kinderen de maatschappij kritisch benaderen, zonder extreme standpunten in te nemen. Leer hen de positieve kanten van de maatschappij kennen.

Maak kinderen weerbaar

  • Werk aan een positief zelfbeeld: leer kinderen hun eigen mogelijkheden en beperkingen ontdekken, werk niet enkel prestatiegericht in de klas, geef kinderen zelfvertrouwen, leer ze hun eigen gevoelens en die van anderen begrijpen.
  • Leer ze beslissingen nemen: bouw keuzeactiviteiten in, leer ze zelfstandig werken, kritische vragen stellen, met geld omgaan, keuzes verantwoorden, reclameboodschappen doorprikken, hun tijdsinvulling maken.
  • Werk aan zelfdiscipline: leer kinderen 'nee' zeggen tegen iets dat prettig is, laat kinderen zelf afspraken maken waar ze zich aan moeten houden, zoals 'thuis eerst huiswerk maken, dan op de computer', laat ze meebeslissen over afspraken in de klas.

Geef kinderen informatie over gokken en verslaving

  • Leer kinderen dat spelen en genieten mag, maar dat ze verantwoord moeten kunnen omgaan met genotsmiddelen, zoals snoep, frisdrank en videospelletjes. Leer hen dat verslaving ontstaat, als ze niet meer kunnen stoppen.
  • Laat kinderen nadenken over hun eigen speelgedrag. Kunnen ze de computer zomaar links laten liggen en een ander spel spelen? Houden ze zich aan de opgelegde tijd?
  • Leer kinderen omgaan met geld, sparen, geld uitgeven. Besteed aandacht aan waarden zoals eerlijk geld verdienen.

Op klasniveau: Gokcultuur doorbreken

Vrienden spelen een belangrijke rol om wel of niet te gaan gokken. In sommige vriendengroepen
is er een 'gokcultuur' en soms zelfs een hype, bv. pokeren. Voor hen is spelen
voor geld de normaalste zaak van de wereld.
Hoe ga je om met een gokcultuur in de klas?

  • Negeer het onderwerp niet uit angst dat het nog meer leerlingen op ideeën zal
    brengen. Zet gokken in het rijtje van andere genotsmiddelen: roken, drugs, alcohol.
  • Luister naar de leerlingen. Praten ze vaak over winnen of verliezen? Is geld een belangrijk
    gespreksonderwerp? Lenen ze van elkaar? Belicht alle aspecten: hoe omgaan
    met geld, geld verdienen, geld sparen en uitgeven.
  • Toon interesse. Waarom vinden ze gokken leuk? Wegen de nadelen op tegen de voordelen?
    Kunnen ze dezelfde voordelen/kicks ook ergens anders vinden?
  • Vaak gokken leerlingen uit verveling. Zorg voor andere ontspanningsmogelijkheden
    waar leerlingen een kick uit halen, bijvoorbeeld een voetbaltornooi op de middag.
  • Belicht gokken vanuit de valkuilen waar de meeste gokkers in tuinen. Pols naar hun eigen strategieën en ervaringen. Hoe zorgen zij ervoor dat ze winnen? Ontkracht van daaruit hun foute redeneringen over gokken.

Op individueel niveau:  Wat doe je als je merkt dat een leerling gokt?
Als je vermoedt dat een leerling gokt, zet je de volgende stappen:

  1. Verkennend gesprek
    • Spreek de leerling kort aan over zijn gedrag zonder vermoedens te uiten. Gebruik ik-boodschappen. Zeg: "Ik merk dat je aandacht de laatste tijd wat verslapt." Wijs hem op de gedragsveranderingen. Voelt hij dat ook zo aan? Is er misschien een probleem?
    • Veroordeel niet. Beschrijf zijn gedrag neutraal. Zeg niet: "Jij gaat na de schooluren gokken, hé? Weet je wel hoe stom dat is?"
    • Toon je bezorgd voor het welzijn van de leerling. Misschien zal hij uit zichzelf niet praten over zijn probleem, maar je geeft wel het gevoel mee dat hij bij je terecht kan.
    • Zoek samen naar oplossingen om het veranderend gedrag, zoals spijbelen of te laat komen, om te buigen in positief gedrag.
  2. Begeleiden
    Als het veranderend gedrag zo ingrijpend is dat het functioneren van de leerling verstoord wordt, schakel je de leerlingenbegeleider of een CLB-medewerker in. Zij zijn getraind in motiverende gesprekvoering. Zo'n gesprek:
    • vertrekt vanuit de jongere en zijn vragen en problemen. De leerling wordt zich bewust van zijn gedrag;
    • brengt een vertrouwensrelatie tot stand. De leerling moet weten wat de begeleider doet met wat de leerling over zichzelf vertelt. Heeft die beroepsgeheim? Zullen alle leraren dat nu weten? Schakelt die de ouders in? Of externe hulpverleners?
  3. Doorverwijzen
    • Als het CLB of de leerlingenbegeleider geen vooruitgang boeken, kunnen ze de leerling doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpdiensten.
    • De leerlingenbegeleider legt uit waarom een doorverwijzing nodig is en ondersteunt de leerling. De stap naar de hulpverlening kan voor een leerling zeer groot zijn: angst voor het onbekende, een verkeerd beeld van de externe hulpverleningsdienst…
    • De leraren en leerlingenbegeleiders volgen de leerling verder op na de doorverwijzing. Doorverwijzen betekent niet uit handen geven.

De valkuilen van gokken: wat vertel je je leerlingen?

  1. Gokken is toeval
    Als speler heb je geen invloed op het spel, of je nu zacht of hard met de dobbelstenen gooit of altijd op hetzelfde toestel speelt. Je geluk hangt af van het toeval.
  2. Gokken kan je niet controleren
    Een gokker voorspelt het volgende spel op basis van de cijfers uit het vorige. Nochtans blijft de kans één op zes met een dobbelsteen. Kunnen je leerlingen hun gooien voorspellen?
  3. Gokken kan je niet oefenen
    Je wordt niet behendiger door vaak te spelen. Laat je leerlingen tien keer met dobbelstenen gooien en hun resultaat voorspellen. Gooien ze op het einde 'juister'?
  4. Bijgeloof helpt niet
    Vraag je leerlingen hoe zij hun lottocijfers zouden kiezen. Geboortedatum, datum van de eerste kus met je lief, enz. Laat hen nadenken over hun bijgelovig gedrag.
  5. Vooral de gokindustrie wint
    Wijs erop dat de eigenaar van de gokspelen na zijn onkosten ook nog winst moet maken om ervan te kunnen leven. De speler zelf verliest, de eigenaar wint.

 

Katrien, preventiemedewerker:
«Geniepig»
«Gokken gebeurt tegenwoordig zo geniepig. Vroeger moest je als jongere eerst een café binnenstappen, muntjes wisselen en hopen dat de cafébaas je leeftijd niet zou vragen. Nu zet je gewoon je computer aan en je stapt virtueel de grootste casino's binnen. Je betaalt met je bankkaart of gsm, op een uur jaag je er honderden euro's door en niemand heeft je gezien.»

Addict :x, 18:
«Ellende»
«wat een ellende, het is godverdomme kwart voor 6 in de ochtend en ik sta in totaal 168 euro verlies met online poker. wat kan ik daar tog (sic.) gek van worden »

Tim, 19:
«Waardebesef weg»
«Zodra ik inlog, zit ik in een roes. Is mijn geld weg, dan is er alleen nog verdriet en frustratie. Het gekke is: ik heb geen waardebesef meer. Ik was laatst in een winkel waar een pakje Mentos 2 euro kostte. Niet gekocht, want dat vond ik te duur.»

Ronny, preventiemedewerker:
«Met een flinke zwaai»
«Met een simpel oefeningetje trokken wij onlangs naar een klas. De leerlingen kregen elk een dobbelsteen. De eerste keer moesten ze één oog gooien, de tweede keer zes. Wat zagen we? Als je leerlingen één oog moesten gooien, deden ze dat heel zachtjes. Om zes ogen te halen, tosten ze de dobbelstenen met een flinke zwaai. Als je gokt, denk je zelf een invloed te hebben op het spel, terwijl je niet meer of minder kans op zes ogen maakt als je zachtjes gooit. Een kansspel speel je niet, een kansspel wordt voor je gespeeld.»

Waar lees je meer over gokken? Wie helpt je verder?
Met vragen over gokken kan je terecht bij de DRUGLIJN: 078 15 10 20 (ma. tot vr. van 10 tot 20 u.) of via www.druglijn.be
Voor brochures, een gratis dossier over gokken en een draaiboek voor drugbeleid op school kan je terecht bij de koepelorganisatie VAD, de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen - Vanderlindenstraat 15 - 1030 Brussel - 02 423 03 33 – www.vad.be
Het uitgebreid rapport 'Gokken: een stand van zaken' vind je op www.gokverslaving.be - vzw Rodin Foundation, Cel Gokverslaving - August Reyerslaan 110 - 1030 Brussel – 02 738 10 50
Op www.saferinternet.be vind je OIVO-dossiers over gokken en minderjarigen. Je vindt onder 'E-gaming/ e-gambling' en bij pedagogische fiches meer over gokken en (mogelijk) verwante aspecten: internetverslaving, de verschillende online spelen, bedrog, de wettelijke middelen die opvoeders hebben bij inbreuken … infonl@saferinternet.be
Scholen worden verwacht een gezondheidsbeleid uit te stippelen. Met een analyse van de eigen situatie, streefdoelen en concrete acties. Voor het uitwerken neem je contact op met de begeleidingsdienst of het CLB dat aan je school verbonden is.

    Reacties

    • Op de site www.gokverlsaving.be vind je ook allerlei links naar online spelen : dit kan toch niet de bedoeling zijn ?
      Katrien
    • katrienbols op 12/06/2010 @ 23:03

Plaats een reactie

 

Om je reactie te geven moet je inloggen