Het Labo
filmpje 5 van 6 - 00:09:37 - 28 januari 2010 - voor leraren
'Begrijp je het?'
- Downloads:
- MP4
- WMV
- Bekijk dit filmpje op YouTube
| 6 | Structuur op je bord00:08:40 |
|
| 5 | 'Begrijp je het?'00:09:37 |
|
| 4 | Leerlingen actief betrekken00:07:45 |
|
| 3 | Verhalen vertellen aan kleuters00:08:20 |
|
| 2 | Kleuters leren luisteren00:08:48 |
|
| 1 | Leren leiding geven00:10:29 |
onderwerpen: lezen, lerarenopleiding, stage, evalueren, startende leraar, tips, klasmanagement, leesbevordering, boek, coaching, lerarenbegeleiding, leraren, ordemaatregelen, begrijpend lezen
Anneke (19) studeert voor leraar lager onderwijs. TV.Klasse dropt haar in een oefenlokaal vol camera's voor een les begrijpend lezen. De vaklector observeert zorgvuldig. Wat doet ze goed en wat kan nog beter?
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Vier camera's, elf leerlingen en één stagiair.
Anneke is klaar voor een oefenles in het eerste leerjaar.
Achteraan observeren de pedagoog en de vaklector de les.
Zij maken zich klaar voor de evaluatie.
(ANNEKE) Ik ben goed voorbereid, dus ik ga zo dadelijk naar binnen gaan
en ik hoop dat alles goed gaat verlopen.
(ANNEKE) Ik heb iets raars meegemaakt deze ochtend.
Ik kwam hier binnen voor jullie hier waren
en ik was totaal verrast. - (LEERLING) Ja.
(ANNEKE) Want weet je wat er hier stond ?
(ANNEKE) Ik ben Anneke, ik ben negentien jaar.
Ik volg mijn tweede jaar opleiding als lerares lager onderwijs.
Ik doe dit omdat mijn liefde voor kinderen heel groot is
en ik wil de kinderen graag zo veel mogelijk bijleren.
Ik wil 'n leerkracht zijn waarbij de kinderen graag naar school komen,
waarbij ze het gevoel hebben van: Ja, het is school.
We gaan nieuwe dingen bijleren.
En niet zo van: (ZUCHT) School, wat zit ik daar te doen ?
Nee, dat wil ik niet. Ik bereid mijn lesvoorbereidingen grondig voor,
want ik vind niet dat je voor een klas kan staan
en zo van: (AARZELEND) Wat ga ik nu geven ?
Je bent er om de kinderen iets te leren
en je moet heel zeker zijn van je stuk.
Wat je gaat geven, hoe je het gaat geven.
Welke vragen je gaat stellen.
Ik ben op zich niet zo'n zenuwachtig type
en natuurlijk, ja, als ze naar jou komen kijken,
wil je extra je best doen, maar je bent zo bezig met de kinderen,
dat je er gewoon niet zo fel op let.
Natuurlijk, je hebt wel een beetje kriebeltjes misschien, maar...
Het stoort me niet.
(VOICE-OVER) Anneke haalt 'n schatkist boven en 'n piratenvlag.
Ze maakt de kinderen warm voor een verhaal over een piratenschip.
Het enthousiasme is groot. Misschien zelfs een beetje te.
(ANNEKE) Ik ga eerst even met jullie nog... (VEEL KABAAL)
Ik ga eerst eventjes met jullie nog een afspraak maken.
Voor we beginnen, als jullie iets willen zeggen,
steek je je vinger in de lucht en als...
Als ik zeg dat je iets mag zeggen, dan ben je aan het woord. Oké ?
Laat jullie boekje nog maar... Nee, ik heb niet gezegd: Pak jullie boek.
Laat het boekje mooi vooraan liggen.
(ANNEKE) Vanaf het begin van de les heb ik erop gelet dat de kin...
Dat de leerlingen wisten wat mijn afspraken waren.
Zodat ze weten waaraan ze zich moeten houden.
Zo kan er ook, in principe, niet veel mis meer gaan.
(ANNEKE) Jullie mogen al eens in stilte beginnen lezen
tot ik zeg dat jullie eventjes mogen stoppen.
(VOICE-OVER) Anneke neemt een goede start. Ze maakt afspraken
en zet de leerlingen meteen aan het werk.
Maar dan slaat de twijfel toe.
(ANNEKE) We gaan eens nagaan of iedereen alles begrepen heeft.
Bijvoorbeeld...
In... Hier... (AARZELING)
Eens kijken of jullie weten wat... (AARZELING)
Een scheur is. Zoals hier staat: In zijn jas zit een scheur.
Azelis ? - (AZELIS) Dat is...
dat je een scheur in je jas hebt en dat die een beetje stuk is.
(ANNEKE) Ja. Ze is een beetje stuk als je een scheur in je jas hebt, hè ?
Nu... In het laatste blokje zegt Thijs:
De schatkist is in het ruim. Wat is het 'ruim' ?
(LEERLING) Beneden in een schip. - (ANNEKE) Ja.
Heeft iedereen het gehoord ? - (LEERLING) Ja.
(ANNEKE) Wat is boven ?
Het staat hier ook in.
Lona, weet jij het ? - (LONA) Het dek.
(ANNEKE) Op het moment dat je daar staat, denk je: Kan ik nog iets beter doen ?
Zou ik het beter zo aanpakken of zo aanpakken ?
Maar... Ja, het is goed verlopen.
(VOICE-OVER) De leerlingen maken enkele oefeningen.
Anneke wil nagaan of iedereen de tekst goed begrepen heeft,
maar dat is niet zo eenvoudig.
(ANNEKE) We gaan samen de oefeningetjes overlopen.
Oké, wie denkt het eerste hokje: Thijs weet de weg wel ?
Steek nu je vingertje in de lucht.
Azelis, waarom denk je dat ?
(AZELIS) Ik weet het eigenlijk niet. - (ANNEKE) We zullen de tekst...
Ik zal de tekst nog eens voorlezen. Zet jullie oortjes open,
want het antwoord wordt erin gezegd. Dus...
'Weet jij de weg ?' roept Thijs.
'Ik weet de weg wel,' zegt Wies.
'Zeg me maar waar je heen moet, dan kijk ik wel op mijn kaart.'
Nu het vraagje: Wat is waar ?
Thijs weet de weg wel.
Of het tweede hokje: Wies wijst de weg.
Oké, nu ga ik mijn vraag nog eens stellen:
Wie denkt dat het waar is dat Thijs de weg wel weet ?
Kijk, ik ga één zinnetje voorlezen.
'Weet jij de weg ?' roept Thijs.
Als ik bijvoorbeeld aan Luca vraag: Weet jij de weg ?
Weet ik dan de weg ? Als ik dat aan jou vraag ?
(LUCA) Nee. - (ANNEKE) Nee. Hier vraagt Thijs:
Weet jij de weg ? En in het eerste hokje staat:
Thijs weet de weg wel. Klopt het dan ?
(LEERLINGEN) Nee. - (ANNEKE) Nee.
Bij het eerste tekstblokje had ik het gevoel
dat sommigen de tekst niet gelezen hadden
of dat ze 't niet goed begrepen hadden
en gaf ik ze ook wat meer tijd. Je moet dat natuurlijk aanvoelen
hoeveel tijd de kinderen nodig hebben
en dan verliep het iedere keer beter en beter.
(ANNEKE) Allee, lees maar en duid je antwoord aan.
(MEISJE) Ik weet het niet. - (ANNEKE) Lees je tekstje nog eens.
Dan ga je het antwoord wel weten.
(ANNEKE) (FLUISTERT) Ja, flink. Heb je het al gelezen, je tekstje ?
Oké, het vraagje is: Wat is waar ?
Het eerste hokje: Joop is lief. Wie denkt dat dat 't juiste antwoord is ?
(LEERLING) Nee. - (ANNEKE) Nee ?
Oké, het tweede vakje: Joop is een dief. Wie denkt dat ?
(LEERLING) Ja, ik. (ER VALT EEN POTLOOD)
(ANNEKE) Eens kijken. Iedereen heeft 't juist.
(VOICE-OVER) De les van Anneke zit erop. De vaklector en de pedagoog
hebben zorgvuldig geobserveerd. Zij zijn klaar voor de evaluatie.
(VAKLECTOR) Dag, Anneke. Ga zitten.
Goed. We gaan eens even jouw lesje begrijpend lezen bespreken.
Hoe vond je dat je de afspraken met de kinderen hebt gemaakt ?
Vond je dat dat goed is gegaan in het begin van je les ?
(ANNEKE) (AARZELEND) Ik vond toch van wel.
Ik heb duidelijk gezegd wat kan en wat niet kan.
Als ze iets willen zeggen, steek de vinger omhoog.
Dan krijg je het woord. Daar heb ik wel eventjes tijd aan besteed.
(VAKLECTOR) Oké. Want ik vind dat wel een zeer positief iets in dit lesje bij jou.
Dat je dus echt geprobeerd hebt om duidelijk structuur te geven
aan je kinderen en ook op een zeer natuurlijke manier.
Dat is echt een van je troeven.
(VAKLECTOR) Goed. Laten we het eens over het aspect begrijpend lezen hebben.
Vind je dat je genoeg aan het begrip van de tekst hebt gewerkt ?
Weten ze eigenlijk waarom een antwoord juist of fout was ?
(ANNEKE) Het was mijn eerste lesje begrijpend lezen,
dus in het begin had ik wel zo eventjes het gevoel van:
Hoe ga ik dit nu aanpakken zodat alle kinderen alles goed begrijpen ?
Naar het einde toe was 't wel beter, maar in het begin
had ik daar misschien niet zoveel aandacht aan besteed.
(VAKLECTOR) Ik vind dat toch een werkpuntje. Ik vond dat je vrij snel akkoord was
met 't antwoord van de kinderen. - (ANNEKE) Meer doordoen.
(VAKLECTOR) Je doet daar niks mee. - (ANNEKE) Ja.
(VAKLECTOR) Eigenlijk had je dan kunnen vragen: Waarom denk je dat ?
En: Welk woordje zegt je dat in die zin ?
En eventueel zelf meer het rolmodel spelen. Dus echt meer zelf...
Wat er in je hoofd afspeelt bij het beantwoorden van zo'n vraag
zelf proberen te verwoorden.
(VAKLECTOR) Je weet dat ik het belangrijk vind dat je zo veel mogelijk kansen grijpt
om aan woordenschatuitbreiding te doen,
dus wat je prima hebt gedaan bij het woordje 'ruim',
haal je er zelf ook het woordje... - (ANNEKE) Dek.
(VAKLECTOR) 'Dek' bij. Dan heb je gezegd: Ja, waar is het ruim ? Waar is het dek ?
Prima. Je doet eigenlijk aan woordenschatuitbreiding.
Je hangt nieuwe woorden vast bij de woorden die in de tekst komen.
Waar ik het wat minder goed vond. Bij het woordje 'scheur'
heb je dat ook proberen te doen. Herinner je je wat daar gezegd is ?
(ANNEKE) Als je een scheur in je jas hebt, is je jas kapot.
(VAKLECTOR) Kijk, en dat vind ik eigenlijk te beknopt of te vaag.
Een scheur in je jas, wat is dat ? Dat kan ook een vlek zijn of een...
Een gaatje erin. Niet gewoon zeggen: Als je jas kapot is.
Ook als de rits stuk is, is je jas ook... Hè ?
(VAKLECTOR) Oké, Anneke. Wat gaan we onthouden ?
Probeer zeker wat je nu al goed doet te blijven doen,
dus daarmee bedoel ik: Op een natuurlijke, kordate manier
afspraken maken en je lessen structureren. Dat was goed,
maar bij begrijpend lezen toch meer aan het begrip werken van:
Waarom geef je nu zo'n antwoord ?
En de kansen zien om...
toch aan woordenschatuitbreiding nog meer te doen.
(ANNEKE) Daar ga ik aan werken.
(VAKLECTOR) Prima. Veel succes. - (ANNEKE) Dank u wel.
Reacties
-
- Begrijpend lezen is leren lezen met leesstrategieën lezen is een feest!
Toen ik in '79 afstudeerde, dacht ik dat kinderen teksten konden leren begrijpen door er achteraf vragen over te beantwoorden. Zo hadden we dat toen geleerd in "de normaalschool". Ondertussen weten we toch dat er heel wat voor, tijdens en na het lezen moet gebeuren opdat kinderen een tekst beter zouden begrijpen en weten we ook dat dit geoefend moet worden ?
Mijn verbazing was dan ook erg groot toen ik het filmpje zag en geconfronteerd werd met een aanpak begrijpend lezen die was stilgevallen in de tijd van toen, nu meer dan dertig jaar geleden ?
Het gaat hier over begrijpend lezen, het aanleren van leesstrategieën dus. Goede lezers bedienen zich automatisch van deze strategieën, maar bij heel wat leerlingen moeten die geoefend worden.
Concreet en toegepast op de activiteit in het filmpje, zou dit het volgende kunnen betekenen, aangenomen dat het een activiteit is waar het begrijpend lezen aangeleerd, geoefend wordt en niet getoetst wordt d.m.v. vragen en antwoorden:
Na de intro zoals in het filmpje vraagt de juf aan de leerlingen wat ze al weten over piraten. Op die manier roept ze de voorkennis van de kinderen op en krijgen de kinderen "toegang" tot de tekst door zich alvast een beeld te vormen, verbanden te zien enz. Ook moeilijke woorden als scheur en ruim kunnen we hier alvast gebruiken, de juf kan ze in het gesprek al een paar keren laten horen zodat het woord de kinderen bekend voorkomt bij het lezen en zij het woord ook technisch beter zullen aankunnen.
Voorkennis gebruiken is een van de leesstrategieën die je stelselmatig kunt oefenen met de kinderen; in het geval van het filmpje zal een kind dat niks afweet van piraten het moeilijker hebben met het begrijpen van de tekst.
De juf kan voor het lezen ook de illustraties bij de tekst of het boek laten bekijken en bespreken. Dit ondersteunt de leerlingen in hun beeldvorming en mogelijk kunnen ze iets voorspellen over het verhaal aan de hand van de tekeningen. Later tijdens het lezen kunnen ze dan nagaan of hun "voorspelling" klopt met de tekst. De juf coacht en stuurt dit proces van voorbereiding op het eigenlijke lezen door de juiste vragen te stellen en daar waar nodig "door te vragen".
Dan gaan de kinderen zelf aan de slag. Kinderen lezen de totaliteit van het verhaal om te vermijden dat de context van het geheel verloren gaat. Om te vermijden dat snelle lezers te lang op de trage lezers moeten wachten, kan de juf het laatste stuk van het verhaal voorlezen - beter zou zijn om gedifferentieerd aan de slag te gaan, maar daar kom ik later op terug. Dan kun je beginnen peilen naar begrip en kinderen die het antwoord niet weten kun je inderdaad helpen door ze erop te wijzen dat ze terug naar de tekst moeten om het antwoord te vinden, dat ze gebruik kunnen maken van de context om iets te snappen, dat ze sommige belangrijke woorden (maar niet alle woorden) moeten begrijpen om iets te verstaan enz. Kinderen die bijvoorbeeld geen onderscheid kunnen maken tussen belangrijke woorden die nodig zijn voor het begrijpen van een tekst en andere, minder belangrijke woorden, moeten ook dit weer aangeleerd krijgen en oefenen.
Uiteraard kan een les erop gericht zijn om een welbepaalde strategie (er zijn er als ik het mij goed herinner een stuk of zeven) te oefenen, waarbij het dan niet gaat om een vraag stellen en daarop het juiste antwoord geven.
Wat het omgaan met moeilijke woorden betreft, heeft de juf vooraf het woord al een paar keren gebruikt zodat het de kinderen niet vreemd in de oren klinkt als ze zelf gaan lezen. Mogelijk hebben de kinderen tijdens het lezen het woord begrepen door de context van het verhaal en hebben zij zich een beeld gevormd van het woord - in het filmpje gaat het over de woorden scheur en ruim. Bij het bespreken peilt de juf naar het beeld dat de kinderen zich gevormd hebben van het woord door vragen te stellen en door te vragen. Niet vragen "Wat is een scheur of wat is een ruim?", wel open vragen zoals "wie kan er iets over vertellen, wie heeft er al eens een scheur gezien, waar, hoe zag dat eruit, ziet dat er altijd zo uit, waar ben je dat nog al eens tegengekomen (niet alleen een scheur in kleren, ook in papier, behang ?), is een scheur hetzelfde als een vlek?, enz. Zeker bij het woord "ruim" is dit belangrijk omdat het woord "ruim" ook nog een andere betekenis heeft en op een andere manier gebruikt wordt. Op deze manier zet je de kinderen aan tot meedenken en redeneren en kunnen leerlingen zich een beeld vormen van de betekenis van het woord en door de gestelde vragen hun beeld eventueel bijsturen, corrigeren om het (later) zelf te gaan gebruiken ?
Uiteraard zijn er verschillen in de klas en hebben niet alle leerlingen dezelfde instructie en oefening nodig. Ga om met verschillen door in kleine groepjes te werken (benut de mogelijkheden van contract- en hoekenwerk, door tutorlezen, door gedifferentieerde instructie waarbij je de sterke lezers sneller aan het werk zet en ook inhoudelijk differentieert: sommige leerlingen zijn misschien toe aan opdrachten op beschrijvend niveau, andere leerlingen kunnen misschien al een kritische interpretatie aan, of een (andere) verdiepende, creatieve opdracht zodat ook het plezier in lezen een plaats krijgt - leesplezier haal je uiteraard niet alleen uit verdieping en creatieve opdrachten.
Ik probeer, onvolledig en vrij summier hier een alternatief te geven voor wat ik gezien heb in het filmpje.
Mogelijk mag ik niet van een (enthousiaste, kindvriendelijke en zich kwetsbaar en leergierig opstellende) tweedejaarsstudente verwachten dat zij hoger genoemde inzichten toepast bij een eerste les begrijpend lezen. Effectief onderwijs vraagt echter goed opgeleide leerkrachten. Dit betekent toch wel dat de lerarenopleiding in staat moet zijn om o.a. via een degelijke basisopleiding en via gerichte, goede feedback leerkrachten op te tillen tot het gewenste en zo broodnodige niveau dat nodig is om leerlingen echt te laten leren, om alle kinderen mee te nemen?
Dat een van de observatoren opmerkt dat de juf toch wel snel akkoord ging met het antwoord van het kind laat ik over aan taalkundigen, een kniesoor die daar op let?
Terwijl ik dit schrijf, bedenk ik dat de hoger voorgestelde aanpak en inzichten omtrent begrijpend lezen kunnen bijdragen tot een preventieve aanpak m.b.t. leesproblemen (wat mooi meegenomen is), maar ik betwijfel of de kinderen er echt vrolijker van worden ? Per slot van rekening roept het onderwerp "piraten" een sfeer op van woeste baren, wilde zeeën, verre oceanen, schatteneilanden, zeilschepen, kapitein Haak, branie, durf, avontuur en zouden we in die geest een meer avontuurlijke (uitdagende) aanpak kunnen bedenken.
Ik ga ervan uit dat de doelstelling hoe dan ook begrijpend lezen moet zijn en beperk mij dan ook tot een voorstel "Lees- schattenjacht"?
Ik steek van wal (waarbij ik geen rekening houd met ontwikkelingsdoelen, eindtermen, bedoeling is om enkele ideeën aan te reiken):
Ik heb een klas met 28 leerlingen (geen acht leerlingen zoals in het filmpje) en de klas is vertrouwd met hoeken- en contractwerk, gekoppeld aan een systeem met keuzebord en bijbehorende documenten voor planning, reflectie, taak voor mij alleen, enz. De kinderen weten hoe ze hun planningsdocumenten moeten invullen, wanneer en hoe ze de juf ter hulp mogen vragen, enz.
Ik voorzie moet- en magopdrachten waarbij de kinderen gouden dukaten kunnen verdienen: één dukaat voor elk moetje, dubbele "soldij" voor de magjes (= verdiepingstaken, uitbreidingsleesstof ?). Ook de kinderen die "een taak voor mij alleen" hebben (= differentiatieopdracht), verdienen daarmee dukaten.
Als locatie neem ik de klas en de aanpalende gang zodat ik een oogje in het (piraten)zeil kan houden.
Ik voorzie in de verschillende (lees)hoeken volgende opdrachten (telkens voor max. vier leerlingen in een hoek).
1. Cd-hoek met koptelefoons met piratenliedje(s) en tekstbladen zodat de kinderen (stil) kunnen meelezen/meezingen - een leesactiviteit op kopiërend niveau.
2. Bewegingsopdrachten op instructiekaarten lezen en uitvoeren. Kapitein Haak doet evenwichtsoefeningen op één been, behendigheidsoefeningen met één arm, enz. (vraag eventueel aan de juf LO welke oefeningen geschikt zijn)
3. Krantenartikel i.v.m. "hedendaagse" piraterij lezen om er nadien met de klas over te praten (niveau van een tekst te lezen en er kritisch over te reflecteren - beoordelend leesniveau).
4. Strip Piet Piraat (of andere) lezen, nadien gelijkaardige strip met af en toe blanco tekstballonnen laten aanvullen.
5. Techniekopdracht(en) a.d.h.v instructiekaarten maken:
- piratenboot vouwen/maken met drie masten - moet kunnen drijven + wat kan de boot laten zinken?
- opdrachten uitvoeren i.v.m. windkracht
- piratenpak maken met stof en hechtingsmiddelen (deze activiteit zou je ook vooraf kunnen doen zodat de kinderen als echte piraten aan hun leesopdrachten kunnen beginnen).
6. Hoek met verkleedkoffer met piratenkleren: leerlingen lezen scenario toneelstukje (rollen voor kapitein, matroos, scheepskok, fokkenmaat) en voeren uit (+ eventueel uitbreiden naar zelf vervolg bedenken)
7. Deel van een boek, verhaal laten lezen waarbij leerlingen gelezen fragmenten omzetten in tekeningen (oefenen van een leesstrategie nl. innerlijk beeld vormen van de tekst om nadien a.d.h.v. opgeroepen beelden het verhaal bijvoorbeeld te vertellen)
Nadien klassikaal moment ("happening"):
- zingen piratenliedjes
- opvoeren van toneelstukje
- gesprek krantenartikel piraterij
- ervaringen windkracht (weergeven van de opdracht en beschrijvend weergeven van wat ze gedaan hebben, wat de ervaringen zijn).
- tentoonstelling, demonstratie boten
- bespreking piratenpak en hechtingen
- opdracht om boeken allerlei over piraten mee te brengen
- bespreken wat we nog meer over piraten willen weten (kan ook in een hoek als bijvoorbeeld opdracht ICT)
Slot: kinderen tellen hun verzamelde schat, de gouden dukaten en bespreken wat ze ermee gaan doen: hier kan het zijn dat de juf voorstelt dat ze met de dukaten een filmvoorstelling (bijv. Peter Pan) verdiend hebben.
En als allerlaatste: de juf maakt in de loop van de dag, de week nog even tijd vrij om met de leerlingen het (individuele) planningsinstrument dat bij het hoekenwerk hoort te bespreken met de (individuele) leerling: wat vond je makkelijk, wat heb je goed gedaan, waar liep je tegenaan, wat ga je volgende keer anders aanpakken, wat heb je geleerd, vond je de leesopdrachten leuk, wil je meer gaan lezen over piraten, zeilschepen, oceanen, heb je goed kunnen plannen, heb je fijn kunnen samenwerken met andere kinderen? enz. Bedoeling is hier om de kinderen te laten reflecteren over het eigen leer/leesproces zodat ze meer inzicht krijgen in het eigen leren en mee eigenaar worden van hun eigen traject.
Annemie Roovers
- Begrijpend lezen is leren lezen met leesstrategieën lezen is een feest!
-
- Beste Annemie,
Ik denk wel dat de tijd in de lerarenopleiding niet is blijven staan.Ze weten wel wat er rond begrijpend lezen kan gebeuren. Je ziet een film van een paar minuten waarin een aantal elementen aan bod komen. De setting is vreemd voor de leerlingen en de student! Het lezen van je commentaar duurt langer dan het filmpje. Studenten leren hoe ze thema's moeten uitwerken waarin dan ook begrijpend lezen een natuurlijke plaats krijgt. Wat jij voorstelt doen studenten gedurende een stageperiode van twee weken en .. heus niet in een kwartiertje... Een beetje respect kan ook wel....
- Beste Annemie,
-
- Beste Annemie,
Jammer dat je zo denkt over de opleiding van toekomstige leerkrachten. Wat je echter aanhaalt is correct, maar het is dan ook jammer dat je dit veralgemeent naar alle studenten en alle opleidingen. Dat is natuurlijk niet zo! Zelf ben ik ook tweedejaarsstudente leerkracht lager onderwijs en ik moet toegeven dat de lessen begrijpend lezen op een andere manier uitgewerkt worden dan hier beschreven in het filmpje. Maar mag ik even benadrukken dat studenten pas in hun tweede bachelorjaar uitgebreid leren kennis maken met differentiatietechnieken binnen alle vakken? En zoals men zegt: al doende leert men. Dat zal Anneke ook wel ondervonden hebben. Maar ik dacht dan ook dat de labofilmpjes daar ook voor gebruikt worden? Kort samengevat: alle krediet voor Anneke! Meteen differentiëren binnen lessen begrijpend lezen, waarvan iedereen weet dat dat erg moeilijk is en zeker als beginnende student, is niet makkelijk. Zoals je zelf weet moet je daarvoor voldoende zicht hebben op de beginsituatie van de klas, maar vooral van de kinderen (individueel gezien dan). Zoals Thijs aanhaalt is dat iets voor langlopende stages van meerdere dagen, en ook dan is het een hele opgave. Studenten kunnen echter nog niet terugvallen op een 'natuurlijk aanvoelen' om een op maat gemaakte differentiatietechniek toe te passen.
Anneke, ik vind het fantastisch dat je dit geprobeerd hebt! Differentiatie op zich is niet makkelijk en zeker niet in een eerste leerjaar. Ik wens je veel succes (en leerervaringen) toe! Je bent nog student en zoals elke leerkracht wel weet: leren doe je je hele leven lang. Het ga je goed en ik wens je het beste toe!
- Beste Annemie,
-
- Zeer knappe tips van Annemie, zowel voor een "op zichzelf staande" les begrijpend lezen als voor uitwerking naar een thema of project toe! (Afdrukken, bewaren en raadplegen vind ik dus!)
Het maken van zo'n filmpje anderzijds is heel verdienstelijk, van Anneke én van álle betrokkenen (ook al doordat het onze reacties hier uitlokt, waardoor we ook leren), maar niet gemakkelijk (toch knap gedaan!), waardoor de didactiek slechts eerder mondjesmaat aan beurt komt.
Opvallend is dat het lijkt alsof het erop aankomt dat de leerlingen de juiste antwoorden invullen op het antwoordblad.... Trap niet in de val van “Het doel is dat het antwoordblad juist is ingevuld” of, anders gezegd, “De voornaamste activiteit is het invullen van het antwoordblad”.
Het is in feite onnodig - tenzij misschien “voor de inspectie” - dat de leerlingen antwoorden noteren. (Het gaat immers maar om een verhaal, waarvan de inhoud niet belangrijk is).
Het doel is natuurlijk dat leerlingen leren begrijpend lezen, en niet alleen (uitwendig of inwendig) verklankend. M.a.w. dat hun aandacht meer gericht wordt naar de inhoud, dat ze gaandeweg een houding aannemen van “Ik lees dat hier nu wel, maar wat zégt die meneer of mevrouw die dat geschreven heeft hier eigenlijk? Waar gaat het over? Wat beweert hij of zij?”
Beste Anneke, (wat je coach inderdaad treffend zei) je moet (om te beginnen, want je kan natuurlijk niet onmiddellijk zo knap zijn als een ervaren leerkracht) inderdaad véél meer doorvragen, veel meer in de richting gaan van “Wat staat er? Wat zegt de schrijver?” De vragen die je stelde bieden je daar goede mogelijkheden voor.
Als een leerling een fout antwoord geeft : corrigeer niet, maar vraag aan verschillende leerlingen of zij dat ook vinden (zonder zelf ja of nee te zeggen) en waarom. “Hoe/waar zie je dat in de leestekst?” (Er moet haast voortdurend in de tekst gekeken en gezocht worden en vaak een zin of enkele woorden door de leerling worden voorgelezen ter “argumentatie”).
Nog een mogelijkheid is dat je iets beweert dat net het omgekeerde is van wat in de tekst staat, en dan vraagt of dat juist is. “Hoezo het is niet juist??” (acteer opperste verbazing). “Hoe weet je dat? Waar staat dat??” (kan best grappig zijn.... zeker wanneer het gaat om een vraag waarop de meeste leerlingen het antwoord weten).
Nog een goede tactiek kan het volgende zijn : ga bij sommige vragen dieper in op het antwoord : bv. : “Joop is lief” “Niet waar!” “Waarom is hij niet lief?” : laat de leerlingen alles vinden en opsommen waaruit blijkt dat Joop niet lief is (tenzij het te saai wordt).
Nuttig om weten is dat “begrijpend lezen” niet alleen in het vak moedertaal past of voorkomt. Telkens leerlingen met een tekst werken (ook dus in een les van een “ander vak”) moet je als het ware een lesje “begrijpend lezen” geven, of, beter gezegd, het begrijpen van de tekst bewerken en controleren. (Dat is dus integratie, transfer / overdracht, verwerking of hoe je didactici dat ook noemen).
Didactisch een stap verder is het volgende.
Je kan verder twee soorten vragen onderscheiden: die waarvan het antwoord rechtstreeks in de tekst staat (“tekstvragen”), en die waarvan het antwoord slechts al denkend door het combineren van een aantal gegevens die wél in de tekst staan, kan gevonden worden (of tenminste als waarschijnlijk aangenomen) (“combinatievragen”). Als je bv. vraagt : “Welk jaargetijde is het?” en in de tekst staat “Het was winter”, dan heb je een vraag van die eerste soort. Staat dat niet in de tekst, maar wel “Ze rilde van de kou” en “ ....de gesmolten sneeuw...”, dan heb je een vraag van de tweede soort. Die leert de leerlingen denkend lezen, leert hen hun verstand te gebruiken terwijl ze lezen (en misschien op andere tijdstippen ook !)
Meer combinatievragen stellen brengt je les “een trapje hoger”.
Zo ‘n vragen beginnen vaak met “Waarom.....” of “Waardoor....”
Helaas staan in sommige leerboeken of /en lerarenhandleidingen veel te weinig dergelijke denkvragen, en dan moet je die zelf bedenken bij de tekst (dat is wel een goede oefening, maar niet iedere student is daar goed in).
(En inderdaad, maak de betekenis van de ongekende woorden meer duidelijk. Een afbeelding van een schip was misschien bruikbaar? Denk om aanschouwelijkheid)
Betreffende de bespreking achteraf (deze commentaar is dus ook voor jouw leerkracht): het lijkt me raadzaam alle klemtoon te leggen op de (concrete) adviezen om de les beter te maken en “evaluatie van het resultaat” slechts een ondergeschikte rol te laten spelen: dus een adviesgeprek, geen “evaluatie”. De studente is immers nog in het begin of in het midden van de opleiding. Op dat ogenblik al evalueren is m.i. niet aan te bevelen, de studente moet immers tijd krijgen om dingen te leren. Slechts op het einde van de opleiding moet men de resultaten bepalen.
Het is voor studenten ook nuttig dat te weten ; ze kunnen er hun opleiders zo nodig meer om vragen.
Veel succes!
Rik
- Zeer knappe tips van Annemie, zowel voor een "op zichzelf staande" les begrijpend lezen als voor uitwerking naar een thema of project toe! (Afdrukken, bewaren en raadplegen vind ik dus!)
