Hoe meer kinderen buiten spelen, hoe vaker ze lachen. Dat ontdekte de Britse psychologe Tessa Livingstone. Ze stelt ook vast dat kinderen steeds minder tijd zonder ouderlijk toezicht doorbrengen: de afgelopen 20 jaar is die tijd met 90% afgenomen. Jan Van Gils (Onderzoekscentrum Kind & Samenleving) observeerde zopas massa’s buitenspelende kinderen. Waren die moeilijk te vinden en keek mama toe?
In 2008 speelden nog maar half zoveel kinderen buiten dan in 1983. Vooral in meer residentiële wijken zie je maar weinig kinderen op straat of op pleintjes. Daar hoor je ‘speelgeluid’ eerder uit de tuinen opstijgen. Hoe komt dat?
Jan Van Gils: “Ouders zijn bekommerd om de veiligheid. Dat maakt hen terughoudend. Spelen wordt daarom meer ‘georganiseerd’ dan vroeger. We laten kinderen onder ‘toezicht’ spelen op sportkampen, speelpleinen of bij de scouts. Kinderen kunnen nochtans de gevaren benoemen en hebben zelf het gevoel dat ze met de auto’s en de rare mensen om kunnen.”
De cijfers geven de kinderen gelijk: achter de pc heb je méér kans om een vieze meneer tegen het lijf te lopen dan op straat en er vallen meer slachtoffertjes in de auto dan op het speelplein. Je bent dus geen onverantwoorde ouder als je kind zonder toezicht op straat speelt. Al moet je rekening houden met de leeftijd van je kind en horen er bij dat buitenspelen ook afspraken.
Lees tips & trucs: Hoeveel vrijheid kan je kind aan?
Slechte evolutie?
“Als ik Minister van Jeugd was, zou ik me wel zorgen maken over deze evolutie”, zegt Jan Van Gils. “Ruimte hebben om te spelen is heel belangrijk, maar het bepaalt niet alles. Kinderen krijgen tegenwoordig ook weinig de kans om zelf uit te zoeken hoe ze hun tijd zinvol invullen. Soms heeft alleen het kwartiertje voor ze naar school vertrekken geen pedagogische invulling. Hoeveel greep heeft een kind nog op zijn eigen tijdsbesteding? Hoeveel uur staat het onder toezicht? Hoelang doet het over huiswerk? Daar hebben we geen zicht op.”
Liever regelspelletjes
Het onderzoek leert ook dat het niet goed gaat met de ‘creatieve’ spelvormen. Wat dat zijn? Je verkleden, de brandweerman nabootsen, in de zandbak spelen, ontdekken van je eigen bewegingen en van de omgeving door bijvoorbeeld over sloten te springen. Regelspelletjes zoals Dikke Bertha, voetbal, touwtje springen duiken dan weer vaker op dan 25 jaar geleden. “Spelen kan nu ook veel individueler dan pakweg 50 jaar geleden. Elk kind heeft wel een trampoline, schommel of fiets”, merkt Jan Van Gils op. “Vroeger was je echt op anderen aangewezen om te kunnen spelen. Opmerkelijk is wel dat ondanks al die individuele spelletjes, samen spelen heel populair blijft.”
Lees tips & trucs: Samen creatief spelen? 10 voorzetten voor een fijne buitenspeelnamiddag!
Scharrel- en batterijkinderen
‘Scharrelkinderen’ danken hun ‘etiket’ aan Richard Louv, de Amerikaanse auteur van ‘Het laatste kind in het bos’. Hij heeft het over het ‘natuurtekortsyndroom’ dat kwalen uitlokt als zwaarlijvigheid, concentratieproblemen enz. Midas Dekkers stelt het zo: ‘Moderne kinderen worden gefokt als kippen, in enorme schoolgebouwen sudderen ze op constante temperatuur. Voederautomaten staan op elke gang. Het batterijkind groeit als kool.’



Wij wonen in een hele rustige straat op de buiten waar ook nog eens veel leeftijdgenootjes en eits oudere en jonge kinderen wonen.
Bij de eerst zonnestralen zit iedereen hier buiten.
Zijn wij een gelukkige straat!!!!!!!!!!!
Momenteel zijn mijn kids (boys 8 en 10 en zus is 3) buiten aan het spelen in een zalig lentezonnetje… Ze zijn nogal creatief en doen een poging om een warm water-fontein te maken (laten tuinslang warmen in de zon enz…). Op straat spelen is te gevaarlijk, maar we hebben gelukkig een ruime tuin en in de omgeving zijn 2 speelpleintjes… Ze hebben wel veel speelkleren (ook nodig voor de KSA) en ze mogen zich eens vuil maken. Als ik dan weer een hoop vuile was en 3 modderkinderen zie, heb ik het wel moeilijk hoor… Wéér een hoop werk erbij, maar ik probeer te relativeren en mezelf te troosten met de gedachte van… Ze waren buiten en amuseerden zich…
Mijn kinderen hebben altijd heel graag buiten gespeeld en dat doet me veel plezier. Toen ze klein waren was dat vooral met elkaar en met ons. Nu ze ouder worden merk ik dat er meer behoefte is aan meerdere vriendjes samen, wat goed is. Maar die vriendjes zijn vaak niet vrij door muziekschool, dictie, tekenschool, sportclub, opvang… en ik kan zo wel een tijdje doorgaan. Ook merk ik dat ouders hun kinderen enkel ‘loslaten’ in een veilige omgeving, m.a.w. in iemand zijn tuin. Wij speelden vroeger overal waar wij wilden, gingen onze vriendjes thuis afhalen om samen te avonturieren en gingen pas naar huis als we honger kregen. Het is zo jammer dat dat nu niet meer zo is. Ook het ontbreken van ravottevelden. Ik denk dat veel mensen niet beseffen wat ze de volgende generatie allemaal ontnemen… Alsjeblieft: sta daar eens bij stil. Geef de kinderen hun recht terug op vrijheid. En politiekers: in plaats van speelpleintjes die ze vlug beu zijn, geef hen ravottevelden met hopen zand en kampmateriaal!!! Mijn oprechte dank.
Het heeft niet alleen te maken met veilig spelen op straat of op een pleintje. Waarom niet spelen in een tuin? Dat hebben de onze altijd gedaan tot het einde van de lagere school. Ze gebruikten hun fantasie tot en met, maakten zich vuil, renden, speelden met aarde, met zand, met gras en noem maar op. Nadien hadden we heel wat op te ruimen samen met hun en moesten ze grondig gewassen worden. En daar schuilt het probleem! Want het is een zeldzaamheid geworden: kinderen die nog in de tuin naar hartelust mogen spelen. Dat ondervonden we maar al te vaak als we gingen fietsen. In alle residentiële wijken met jonge gezinnen, heerste één en al doodse stilte. Welke ouder heeft graag dat het steriele grastapijtje vuil gemaakt wordt? Welke ouder steekt nog veel tijd in zijn kind en laat het zijn gang gaan in de tuin. Waar staat er nog een zandbak en een ton boordevol vormpjes, waar mogen ze spitten? Waar vind je nog een kind met vuile vegen op zijn snoetje. Tegenwoordig zie je een schommel op een stukje gras temidden van de klinkers en dan nog een haag errond, zodat het mooi uit het zicht blijft. Maar daar spreekt de psychologe hierboven niet over. Het probleem schuilt ‘m gewoon in het gedrag van de ouders. En ik heb het nu niet over gezinnen op een appartement want daar ligt het nu eenmaal niet zo meteen voor de hand. Maar vind je het een natuurlijke reactie dat een kind op een verjaardagsfeestje afgezet wordt in een spierwit kleedje of een kind dat een mooie pull aan heeft, maar per ongeluk achter een tak bleef hangen. De lol voor het kind was er af, want ze keek angstig het afhalen door haar moeder tegemoet, schrik om te zeggen dat haar pull stuk was. Onze kinderen hadden een hele schuif vol speelkledij, maar dat bestaat ondertussen ook niet meer. Of een ouder die aan de supermarkt van de kassa staat, het is zonnig weer buiten, vakantie en die dan zegt, ja, wat moet je met die kinderen altijd doen hé. We zijn dan maar naar een pretpark geweest. Want ze hebben ook geen kledij om buiten te spelen. Hallo! Wie is hier verkeerd bezig.
Intressante reacties en een intressant discussiepunt.
Ik ben momenteel als Beeldmaker aan de Kunst academie
bezig met dit onderwerp en vindt de reacties van jullie op het artikel nog inzichtgevender dan het artikel zelf. Wat chanti bijvoorbeeld zegt over het gemakt van ouders.
Het verbaasd mij ook , als kind wilde ik niks liever dan buiten spelen , toen de spelcomputer kwam was dat natuurlijk ook iets waar ik graag mee speelde , maar buiten was altijd leuker , veel andere kinderen , je deed contacten op , soms voor langer , soms voor alleen een vakantie. We maakten hutten en speelde in het riet , en
al denk ik dat mn ouders als het wisten het liever niet gehad hadden ook in de bouw.
Er was wel kattekwaad , maar nu lijkt het erop dat het allemaal wat serieuzer van aard is als er iets gebeurt.
De kinderen die nog echt op straat zijn zijn vaak kinderen uit probleem gezinnen.Doordat deze niet zien hoe “normale kinderen” spelen denk ik dat ze daarin ook
alle goede invloed mislopen.
Chanti, ik vind dat je volledig gelijk hebt. Voor mijn kinderen ligt er een stapel “speelkleren” klaar, waarbij het echt niet op een vlek of haak meer of minder komt. Eerlijk gezegd, hier komen zelfs geen witte kleren in huis voor de kinderen, dan hoeven zij niet op te letten en hoef ik mijn hoofd niet te breken over moeilijke vlekken. Ze gaan in hun speelkleren buiten ravotten en hoewel er een heel arsenaal aan speelgoed ligt, zie ik dat ze vaak nog het meest genieten van een emmer water en wat modder of simpelweg met de fiets rondcrossen of verstoppertje spelen. Toegegeven, we hebben een grote tuin, maar zelfs toen onze tuin (nog niet eens zo lang geleden) heel wat kleiner was zaten onze kapoenen buiten!