Klasse voor ouders

Test: Hoe leert jouw kind?

Iedereen leert anders. Liese leert het liefst al doende. Kerim zit het liefst met zijn neus in de boeken of op het internet en zoekt antwoorden op de vragen die hij zichzelf stelt. Iedereen ontwikkelt zijn favoriete leerstijl. Herken je in jouw kind een dromer, een doener, een beslisser of een denker? En hoe stimuleer je het?

Doe de leerstijlentest!

1. Je kind mag in de klas kiezen tussen groepswerkje of individueel werk.
□ Over het algemeen werkt mijn kind liefst alleen. (C/D)
□ Over het algemeen werkt mijn kind liefst met anderen samen en kiest hij/zij groepswerk. (A/B)

2. Als je kind een probleempje heeft met zijn huiswerk…
□ komt hij/zij mij onmiddellijk om raad vragen (A/B)
□ kijkt hij eerst even na hoe de leerkracht dat in de klas heeft gedaan. (C/D)

3. Bij een toets of opdracht thuis of in de klas…

□ vliegt mijn kind onmiddellijk op de eerste vraag zonder rustig na te gaan wat precies gevraagd wordt. (B/C)
□ leest mijn kind de vraag eerst aandachtig, denkt even na en gaat dan aan de slag. (A/D)

4. Je kind krijgt zijn eerste gameboy, gsm, mp3-speler…
□ Hij/zij probeert het meteen op goed geluk uit. (B)
□ Hij/zij laat liever eerst iemand anders (vriend, broers, papa) het apparaatje opstarten en kijkt wat ermee gebeurt bij elke handeling. (A)
□ Hij/zij kiest een doelgerichte activiteit van het apparaatje (bv. sms’je versturen) en probeert dat uit door enkel die functies te gebruiken die daarvoor nodig zijn. (C)
□ Hij/zij bestudeert rustig de handleiding en gaat pas daarna aan de slag. (D)

5. De leraar heeft bewust een denkfout op bord gezet.
□ Mijn kind heeft met de leraar meegedacht en ontdekt de fout van zodra die op het bord komt. (D)
□ Mijn kind is er als de kippen bij om de leraar attent te maken op de fout. (B)
□ Mijn kind volgt zorgvuldig de denkstappen van de leraar, maar komt de fout niet spontaan op het spoor. (A)
□ Mijn kind zal de fout pas ontdekken op het ogenblik dat hij de kans krijgt alle informatie die op het bord staat nog eens zorgvuldig bij zichzelf te overlopen. (C)

6. De leerlingen mogen zelf hun opdracht kiezen. Welke taak kiest jouw kind tijdens een groepswerk over roken?

□ Bekijk de televisiereportage over de negatieve gevolgen van roken. (A)
□ Maak een lijstje van redenen waarom mensen roken. (D)
□ Maak een interview van een kettingroker. (C)
□ Breng het rookgedrag van een familielid in kaart. (B)

7. Je kind heeft op school geleerd hoe een kompas werkt.
□ Thuis maakt hij/zij een kompas na. (B/C)
□ Je kind legt je uit hoe zo’n kompas werkt. (A/D)

8. Vreemde taal
□ Als mijn kind een andere taal wil praten, durft hij niks te zeggen totdat hij weet dat alles juist is. (C/D)
□ Mijn kind durft elke vreemde taal aan zolang het allemaal maar niet correct moet zijn. Klinkt het niet dan botst het. (A/B).

Tel de A’s, B’s, C’s en D’s op die je achteraan vindt bij je aangekruiste uitspraken. Je hebt van alles wat verzameld. Elk kind combineert immers verschillende leerstijlen. Bijna niemand is een zuivere dromer, doener, denker of beslisser. De meeste kinderen hebben wat van alles, met een lichte voorkeur voor één van de vier benaderingen. Dat is maar goed ook, want er bestaat geen ‘juiste’ leerstijl. Maar welke overweegt?

□ A’s (DROMER) – □ B’s (DOENER) – □ C’s (BESLISSER) – □ D’s (DENKER)

Hoe stimuleer je je kind?

1. Mijn kind is een dromer
De dromer kijkt aandachtig hoe anderen een probleem aanpakken. Eerst goed kijken, dan pas zelf aan de slag gaan. De dromer kan zich goed inleven in verschillende situaties en kan een probleem vanuit vele standpunten bekijken. Daardoor ziet hij vaak vele oplossingen.
Een dromer leeft het beste als hij de tijd krijgt om na te denken: eerst nadenken, dan pas doen. Sommige dromers twijfelen vaak en komen soms langzaam tot een besluit. Ze zijn voorzichtig en nemen weinig risico’s. Door zijn fantasie en inleving legt de dromer snel verbanden tussen verschillende situaties. Dromers maken en bedenken graag,maar hebben daar tijd en ruimte voor nodig.

  1. Bedenk samen voorbeeldjes bij de leerstof. Zo leert je kind het best.
  2. Leg geen limiet of tijdsduur op: dromers hebben er een hekel aan.
  3. Moedig dromers aan: dan leren ze beter en liever.
  4. Bedenk samen oplossingen. De dromer kan zich goed inleven in verschillende situaties en kan een probleem vanuit vele standpunten bekijken. Geef hem tijd om dat te doen.
  5. De dromer kijkt aandachtig hoe anderen een probleem aanpakken. Eerst goed kijken, dan pas zelf aan de slag gaan. Lukt iets niet dadelijk, doe het dan eens voor.


2. Mijn kind is een doener

De doener wil vooral ervaringen opdoen en experimenteren. Als hij ergens aan begint, wil hij resultaten zien. De doener wil overal aan meedoen en erbij horen. Hij werkt graag samen met anderen. Hij schiet snel in actie en probeert ook anderen mee te trekken. Een doener kan zich makkelijk aanpassen aan nieuwe situaties en onverwachte omstandigheden. Hij zoekt vaak zelf nieuwe (leer)situaties op, maar neemt soms onnodige risico’s. De doener wil vlug resultaat. Soms is hij ongeduldig en gaat hij over tot actie zonder na te denken. Het is voor een doener niet altijd makkelijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden.

  1. Sfeer en menselijk contact zijn belangrijk. Misschien leert hij beter aan de keukentafel? Of in de living? Zoek de beste leeromgeving. Doe af en toe een stukje leerstof samen.
  2. Zorg voor veel afwisseling. Laat hem niet aan een stuk door hetzelfde studeren. Plan niet: vandaag aardrijkskunde en morgen Frans. Plan wel: vandaag een half uur aardrijkskunde en een half uur Frans. En morgen weer.
  3. Rem een doener op tijd af. Geef snelle feedback als hij zonder nadenken te werk gaat: “Heb je dat wel goed gelezen?”, “Kijk eens goed wat ze vragen?” Geef tips.
  4. Help hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Dat kan de doener niet zo goed. Bedenk samen een systeempje met kleurtjes of onderstrepen.
  5. Geef de nodige tijd en ruimte om dingen uit te proberen.

Mijn kind is een beslisser
De beslisser hakt graag knopen door. Hij plant een taak en voert die uit. De theorie interesseert hem niet zo, wel de oplossing voor het probleem. De beslisser voelt zich goed als het stappenplan, de leerroute, mooi uitgetekend voor hem ligt en hij stap na stap tot het resultaat kan komen. Maar soms weet hij niet wat aangevangen als er zich plots een kronkel voordoet. Door zijn gedrevenheid handelt een beslisser soms opdrachten te snel af. Een beslisser leert het meest als hij de kans krijgt om zaken uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert. Een beslisser is veeleer gericht op taken dan op mensen. Bij geklets wordt hij ongeduldig.

  1. Help je kind de rode draad te vinden in de leerstof.
  2. Bedenk vragen en problemen bij de leerstof. Geef je kind de kans om met eigen oplossingen te experimenteren.
  3. Laat hem zelfstandig problemen oplossen, maar geef aanwijzingen en raad.
  4. Zorg voor voorbeelden uit de praktijk, het leven van elke dag.
  5. Maak duidelijk waarom hij dat nu allemaal moet leren. Wat doet hij daarmee in het leven. Nu of later.


Mijn kind is een denker

De denker stelt graag onderzoekende vragen. Hij kijkt vooral naar wat gebeurt en probeert tot algemene regels te komen. Een denker is goed in logisch denken en redeneren. Denkers zijn meestal nauwkeurig en werken nauwgezet. Maar ze willen ook ruimte om creatief om te gaan met hun ideeën. Ze leren het best uit boeken en voordrachten: die zijn duidelijk en logisch opgebouwd. Ze leggen graag een relatie met de kennis die ze al hebben. Denkers kunnen niet goed tegen onzekerheid of wanorde. Ze vragen zelden hulp aan anderen. Soms staan ze niet echt met de voeten op de grond en komen ze met ideeën die ze nooit in de praktijk kunnen omzetten.

  1. Een denker weet graag waarom hij iets leert. Vertel het.
  2. Zorg voor orde en rust in de studeerkamer. Een denker werkt graag alleen.
  3. Geef denkers de tijd en de kansen om zelf het hoe, wat en waarom te ontdekken. Laat hem zelf zoeken op internet, bijvoorbeeld.
  4. Bemoei je niet te veel. Denkers ervaren dat snel als bemoeienis, een inperking van hun ambities.
  5. Een denker heeft uitdagingen (complexe vraagstukken) nodig: altijd dezelfde stof verveelt snel. Help hem ándere, meer uitdagende vraagjes te stellen bij de leerstof

6 Reacties op “Test: Hoe leert jouw kind?”

  1. Proficiat, ik vind dit een zeer goed artikel.
    Wel vind ik het jammer dat er op de meeste scholen heel weinig rekening wordt gehouden met de favoriete leerstijl van de kinderen.
    Dit is nochtans essentieel om hen te motiveren.
    Hier is nog een lange weg te gaan.
    Ik ga mee …

  2. Ik heb de test voor mijn beide zoontjes uitgevoerd en kan hen wel herkennen in de resultaten. De tips in de omschrijving lijken me waardevol. Ik hou die in mijn achterhoofd. Mijn zoontjes zijn totaal verschillend en dit blijkt ook uit de test.

  3. Inderdaad een interessant artikel, waarin ik ook mijn kinderen kan plaatsen. Ik heb een dromer en een doener. I.v.m. de reactie van n1688 over ‘die weg te gaan op school…’ Dromers krijgen op school niet veel kans om hun tijd, die ze nodig hebben, te nemen. Alles wordt tegenwoordig tegen de tijd gedaan! haast je! doe eens voort! ben je nu nog niet klaar! binnen de minuut in te dienen… Vreselijk voor een kind om zo de hele dag op school te moeten zitten en dan ‘s avonds nog eens het huiswerk snel moeten afwerken. Zo worden dromers schoolmoe.

  4. ja ik heb vandaag ook in een artikel gekeken ik denk Warhoofd of pietje-precies?
    ik moet echt altijd naar school vind ik niet leuk bijvoorbeeld: huiswerk maken, oefenen en zo voord!!! saai niet??? maar soms is het ook wel leuk soms hé!! :p haha..

    grt,
    alicia

    Xxxx
    grt,

  5. Deze test moesten wij ook op school doen, staat in zo’n boek. Breingeheimen heet dat boek.
    Toen was ik een doener, nu een denker. Kan het zijn dat het verandert? Dat was eigenlijk ook niet helemaal dezelfde test, soortgelijk.
    Voor degene die mijn score interessant vindt:

    1 2 3 4 5 6 7 8 totaal
    A x x x x 4
    B x x x 3
    C x x x x 4
    D x x x x x 5

    Is dus ook niet erg veel verschil.

Schrijf een reactie

Je reactie verschijnt meteen online, maar kan verwijderd of aangepast worden als de redactie vindt dat je niet voldoet aan de algemene voorwaarden. Zorg dat je reactie relevant is voor het onderwerp van het bericht waarop je reageert. Gebruik geen ongepaste of beledigende taal en maak geen reclame.