Op 1 september 2020 stapt jouw peuter voor het eerst door de schoolpoort van een secundaire school. Wat voor school wil jij voor hem? Een commissie stelde een aantal ideeën voor. Geen enkel voorstel is definitief. Klasse kiest er vijf uit. Zie jij ze zitten of niet? Discussieer mee onder het artikel.
1. Schrap aso, bso, kso en tso
Vervang ze door vier interessegebieden zodat elk kind een brede algemene vorming krijgt:
- gezondheid, welzijn en samenleving (bv. haartooi, sociale en technische wetenschappen, topsport)
- administratie, handel en economie (bv. kantoor, economie, boekhouden-informatica)
- natuur, techniek en wetenschappen (bv. elektromechanica, wiskunde-wetenschappen, houtbewerking)
- talen, kunst en cultuur (bv. Latijn-moderne talen, beeldende kunsten, ballet)
In élk interessegebied zijn er studierichtingen die ofwel op het hoger onderwijs ofwel op de arbeidsmarkt voorbereiden.
Zie jij dit idee zitten? JA/NEE
2. Pas kiezen op 14 jaar
In de eerste graad maken leerlingen kennis met alle interessegebieden. Pas in de tweede graad, op 14 jaar, maken ze een definitieve studiekeuze. Leerlingen die later toch beseffen dat ze een 'verkeerde' studierichting kozen, kunnen de keuzevakken gebruiken om zich bij te spijkeren of tekorten op te halen. Zo kunnen ze zonder te blijven zitten toch naar een andere richting.
Zie jij dit idee zitten? JA/NEE
3. Minder verschillende leraren voor de klas
In de eerste graad worden vakken samengevoegd. Zo zijn er minder vakken per week en dus ook minder verschillende leraren die aan één klas lesgeven. Dat maakt de overgang vanuit het basisonderwijs gemakkelijker.
Zie jij dit idee zitten? JA/NEE
4. Wie na het zesde jaar slaagt, krijgt een diploma
Wie nu slaagt voor het zesde secundair in het bso krijgt enkel een getuigschrift. Die leerlingen moeten er nog een zevende jaar bij doen. In de toekomst krijgt iedereen na het zesde jaar een diploma. Naargelang het niveau waarin ze dan zitten, moeten ze al dan niet een schakelprogramma volgen om naar het hoger onderwijs te kunnen.
Zie jij dit idee zitten? JA/NEE
5. Het eerste jaar B bereidt direct voor op de arbeidsmarkt
Het eerste leerjaar B is er voor leerlingen die een achterstand hebben opgelopen. In plaats van naar een A-klas te leiden (zoals nu het geval is), bereiden we beter voor op een studierichting waarmee ze na het secundair direct naar de arbeidsmarkt kunnen.
Zie jij dit idee zitten? JA/NEE
"Geen revolutie, maar het secundair moet wel veranderen"
"Ons secundair onderwijs is al vijftig jaar niet meer grondig veranderd", zegt Georges Monard. "Nochtans zijn alle andere onderwijsniveaus al eens grondig vernieuwd. Dat zou niet erg zijn als ons secundair geen zwakke punten vertoonde." Binnen tien jaar moeten de discussies tot een nog beter secundair leiden.
Waarom moet het secundair vernieuwen?
Georges Monard: "Het secundair heeft wel degelijk sterke punten. Er is een zeer goede kennisoverdracht, wat ook blijkt uit internationale studies. De laatste jaren hebben we meer aandacht voor zorg. We beschikken over een competent en gemotiveerd lerarenkorps. Toch gaan er ook zaken fout, zoals bij de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs. Leerlingen komen in het secundair in een totaal andere wereld terecht. Leerlingen maken vaak verkeerde keuzes door foute verwachtingen van ouders. Ze raken vast in het secundair en verliezen een of twee jaar."
De studiekeuze willen jullie uitstellen tot veertien jaar. Komt er een gezamenlijke eerste graad?
Georges Monard: "Eigenlijk stellen we iets anders voor. We willen dat leerlingen in die eerste graad met zoveel mogelijk interessegebieden in aanraking komen. Hoe wil je dat meer leerlingen voor techniek kiezen als ze die niet kennen? Hetzelfde verhaal geldt voor het afschaffen van de labels aso, bso, kso en tso. Uiteraard is dat meer dan een opsmukoperatie tegen het watervaleffect. Een wondermiddel is het evenmin. Bijna elke ouder droomt ervan dat zijn kind een aso-opleiding volgt. Maar in onze moderne samenleving hoort techniek toch tot de algemene vorming van elke leerling? Als ons onderwijs niet verandert, leveren we nog altijd dezelfde leerlingen af, terwijl de samenleving ingrijpend verandert. Dan boeren we internationaal achterop."
Georges Monard stond vijftien jaar (tot 2002) als secretaris-generaal aan het hoofd van de onderwijsadministratie. Voordien was hij zeven jaar CVP-parlementslid en kabinetschef bij onderwijsminister Daniel Coens.
Lees het volledige interview op www.klasse.be/leraren