Ongeveer 10 % van de kinderen heeft een probleem met leren praten. Ze hebben bijvoorbeeld een beperkte woordenschat of kunnen moeilijk zinnen vormen. De helft draagt het probleem levenslang mee. Dat zegt professor Inge Zink in De Morgen.
Ongeveer 5 % van de Vlaamse kinderen heeft een specifieke taalstoornis zoals ontwikkelingsdysfasie. Zo'n kind kan moeilijk onder woorden brengen wat het wil zeggen. "Zo’n probleem heeft een kind voor het leven", zegt professor taalontwikkeling Inge Zink (KU Leuven) in De Morgen. Maar er zijn ook problemen waar kinderen uit groeien. “Het gaat dan meestal om een taalvertraging waarbij een kind bijvoorbeeld een beperkte woordenschat heeft of zinnen niet juist kan vormen. Logopedie kan dat wegwerken. Sommige kinderen zijn niet zo sportief of muzikaal, andere zijn niet zo sterk in taal”, aldus de professor. In totaal leert 7 à 10 % van de kinderen moeilijk praten.
Er is een duidelijk onderscheid tussen jongens en meisjes. Uit een onderzoek in Groot-Brittannië blijkt dat 13 % van de meisjes ooit een taalprobleem ondervond, tegenover 22 % van de jongens. "De taalontwikkeling verloopt bij jongens vaak iets trager dan bij meisjes en hun uitspraak is vaak iets minder goed", zegt Zink. "In de kleuterschool verdwijnt dat verschil geleidelijk. Het is wel zo dat meer jongens taalstoornissen hebben dan meisjes."
Een taalachterstand op jonge leeftijd kan kinderen later parten spelen. "Als een kind tijdens de kleuterschool niet aan zijn taalproblemen werkt, zal het in de lagere school gemakkelijker lees- en schrijfproblemen krijgen."