Ruben (13) zit al uren in zijn kamer. Wat doet hij daar? ‘Veel huiswerk’, klinkt het. Een leugentje? Neen. Ruben is écht met zijn huiswerk bezig. Maar hij is ook op Netlog ingelogd, hij heeft een trillende gsm naast zich liggen én drie MSN-gesprekken open staan. Ruben is een kind van de generatie M, de generatie multitaskers. Maar kan hij dat wel echt, multitasken?
Wat is multitasken?
Telefoneren terwijl je aan het werk bent, aardappelen schillen terwijl je naar televisie kijkt… Dat is multitasken. Je doet verschillende dingen op hetzelfde moment. Trendwatchers zien in onze kinderen dé nieuwe multitaskers. Ze kijken naar tv, terwijl ze online vier gesprekken tegelijkertijd houden. Ze luisteren naar hun mp3-oortjes midden in een gesprek…
Bestaat ‘multitasken’ echt?
“Een mythe”, zegt hersenspecialist Earl Miller, die onderzoek deed naar multitasken. “Multitasken bestaat niet. Wat we wel snel kunnen is ‘switchtasken’. We kunnen heel snel onze aandacht verleggen. We zappen dus heel snel tussen taken in ons hoofd.” Als je dus chat tijdens het studeren wissel je constant tussen het gesprek en de leerstof. Je doet ze nooit samen.
Multitasken en tóch geconcentreerd?
“Soms komen onze hersenen in een conflict”, ontdekte Earl Miller. Als je kind bijvoorbeeld probeert te chatten en huiswerk te maken, concurreren deze activiteiten met elkaar omdat ze hetzelfde deel van de hersenen gebruiken. Dat vertraagt het brein en zorgt voor storingen. Het gevolg daarvan is dat Ruben veel langer met zijn huiswerk bezig is dan hij zou moeten. Het wisselen tussen taken vergt zoveel meer energie van de hersenen, dat hij ook minder geconcentreerd is. “Zijn concentratie tijdens het multitasken is te vergelijken met die na een slapeloze nacht”, aldus de onderzoeker.
Zijn kinderen beter in multitasken?
Kinderen zouden beter dan volwassenen in staat zijn tot multitasken, omdat hun hersenen zich hebben aangepast aan de wereld van nu. “Niet waar”, zegt de ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone. “Zo snel evolueren onze hersenen niet. Snel van taken wisselen vereist een heel goed werkgeheugen, en juist dat is bij pubers nog in ontwikkeling. Je moet op tijd kunnen bepalen welke informatie relevant is en welke niet. Bv. als je buurmeisje babbelt, kan dat kind moeilijk zijn oefeningen maken. Jongeren van achttien kunnen dat al beter dan kinderen van twaalf.”
Klik en print
Kinderen hebben structuur nodig. Daar zijn alle specialisten het over eens. Hoe je hen dat geeft? Zoek jouw oplossing tussen deze klik en prints. Dat zijn instrumenten die je met opvoeding kunnen helpen. Zit er iets voor jou tussen? Een aankleedrooster voor je kleuter, huiswerkkaartjes, een boekentasplanner, een klusplan…?
Het begin-er-eens-aan-plan
Veel kinderen vinden het moeilijk om na schooltijd met hun huiswerk te beginnen. Ze gaan nog snel even op MSN, zitten te sms’en… Dit begin-er-eens-aan-plan helpt je kind op weg.
- Maak op voorhand afspraken of een planning. Wanneer maak ik mijn huiswerk? Direct na school, voor of na het eten? Mag ik eerst op de computer of erna? …
- Beloof jezelf dat je minstens 20 minuten uittrekt voor huiswerk.
- Zet je computer, gsm of tv uit.
- Begin met het leukste. Wissel af met iets minder leuk.
- Neem na 20 minuten 10 minuten pauze.
- Nog niet klaar? Doe er nog eens 20 minuten bij. (Een kookwekker bewaakt!)
- Klaar? Beloon jezelf en doe iets leuks.
In dit artikel geeft Sien (10) tips hoe zij haar huiswerk maakt. Eén tip krijg je nu al: TIP van Sien: “Op mijn planning kleur ik alles wat ik zéker moet doen rood, wat eventueel kan wachten geel en vrije tijd groen. Zo wissel ik leuke dingen af met minder leuke, moeilijke met makkelijke.”