Klasse voor ouders

Hannes heeft ‘iets’

In de klas van je kind zit een nieuwe jongen met een handicap. Wat gaat er door jouw hoofd?

–> “Oh nee, die zal de les vertragen en alle aandacht opeisen.”
–> “Mag dat wel? Dat kind hoort toch niet in een gewone klas?”
–> “Fijn. Daar zal mijn kind iets van leren!”

Hannes (12) is zo’n kind. Hij denkt en leert als een kind uit het tweede leerjaar maar zit in het zesde. Hoe zien zijn klasgenootjes Robin, Laure, Gilles … hem? En zijn drie jaar jongere zusje Sien?

Zijn klasgenootjes over Hannes:

Robin: “Ik vind hem moedig. Hij is nooit bang om fouten te maken, ook al kan hij iets niet goed. Ik zou me in zijn plaats wegstoppen en het opgeven. Maar Hannes is een doorzetter!”

Theo: “Hannes snapt niet waarom kinderen elkaar willen pesten of uitlachen. Hij wil met iedereen vrienden zijn. Daar kunnen wij iets van leren!”

Laure: “Ik bekijk nu minder snel iemand scheef. Hannes heeft ons veranderd. Wij zullen niet snel iemand die ‘anders’ is uitsluiten. Die persoon kan ook leuk zijn!”

Lisa: “Dankzij Hannes leren wij voor elkaar zorgen, elkaar helpen … Ik denk niet dat andere kinderen van elf jaar dat zo goed kunnen.”

Gilles: “Door Hannes leer ik dat iedereen in iets uitblinkt. Ik kan beter rekenen, maar Hannes kan beter computeren, kopballen geven en koken. Wie zegt dat rekenen belangrijker is?”

Anke: “Hij is superbezorgd. Als er iets scheelt, vraagt hij meteen wat er is en pept hij je op.

Hij is lief voor iedereen. Voor hem is elke klasgenoot gelijk.”

Sibrecht: “Ik wou dat ik even lekker kon koken. Hannes leert rekenen met eten: hoeveel kost het, welke porties heeft hij nodig? Om de twee weken kookt hij voor de klas. Zijn chocolademousse is heerlijk! In juni geeft hij ons zijn receptenboekje cadeau. Super!”

Hanne: “Als iemand hem ‘stomme gehandicapte’ zou noemen, zou ik zeggen: ‘Hij is niet stom! Hij kan goed koken en sporten …’ Zijn de mensen die zoiets zeggen zelf niet stom?”

Zijn zus Sien:

“Iets in Hannes’ hoofd is anders dan bij ons, maar daar let ik niet op. Hij is gewoon Hannes, mijn broer. Even lief en lastig als andere broers. Ik vind het zelfs leuk dat hij ‘anders’ is. Spelletjes van zijn leeftijd snapt hij niet altijd, maar ‘mijn’ spelletjes kan hij wel meespelen!

Hannes weet dat hij niet is zoals wij, maar hij beseft niet hoe hij dan wel is. Als ik iets beter kan dan hem, pakt hij uit met hoe groot en sterk hij is. Dan durft hij me wel eens omver te duwen. Ik word dan boos en maak ruzie. Maar ik weet dat hij het zo niet bedoelt. Iedereen is graag eens de beste.

Ik vind hem lief. Hij komt altijd voor me op. Hij probeert me te troosten als ik verdrietig ben. Soms wil ik hem knuffelen om te tonen dat ik hem graag zie, maar dat heeft hij niet graag. Dat is jammer. Ik denk dat Hannes nooit zal kunnen trouwen en kinderen krijgen. Hij mag gerust bij mij komen wonen later. Hij is mijn broer en ik laat hem niet in de steek.”

3 maal anders bekeken
Er leven 6,5 miljard verschillende mensen in de wereld. Bij sommige mensen heet dat verschil ‘handicap’. Zet 1000 kinderen bij elkaar. 330 van hen hebben een chronische ziekte of een handicap. 33 hebben écht ondersteuning nodig. Kunnen ouders en leraren ze negeren?

  1. Leer kinderen de sterktes in mensen zien. Maarten kan goed rekenen, Lien kan goed kaartenhuisjes bouwen en Steffie zingt als de beste.
  2. Negeer mensen die ‘anders’ zijn niet. Een ouder of leraar is toch ook anders dan zijn partner, kind, zus? Kinderen zijn ook anders dan hun broer(s) of zus(sen).
  3. Ben jij als leraar of ouder het goede voorbeeld? Loop jij een blokje om als er een kind met een handicap op je af komt? Neem jij de parkeerplaats voor andersvaliden in?

12 Reacties op “Hannes heeft ‘iets’”

  1. Ik heb de luxe gehad om samen met dit klasje 6 jaar op pad te mogen gaan. Hannes is inderdaad een fantastische kerel maar zonder zo een super bende rond hem was het niet zo vlot gegaan om in het 6de leerjaar te raken. Ik zal jullie nooit vergeten! Jullie zijn een super klas!!

  2. Wij zijn de klasgenoten van Hannes heel dankbaar voor de manier waarop ze met hem omgaan en hem opnemen in de klasgroep. Inderdaad SUPERKLASGENOTEN !
    Om dit ion-project te doen slagen, hebben we ook steun gekregen van een hele groep fijne mensen die we niet genoeg kunnen danken. Onze thuisbegeleidster Natalie, de schooldirectie en heel het schoolteam, de ion-juf Veerle en haar vervangster Sabine + de directie van hun school, de therapeuten van het revalidatiecentrum, het CLB, ouders van klasgenoten van Hannes,…
    Dankzij dit project staat Hannes waar hij nu staat. Het was geen evidente keuze, maar we zijn heel blij dat we het aangedurfd hebben.

  3. We hebben een zoontje van 3,5 die “iets” heeft, ik vermoed hetzelfde. Hij gaat momenteel naar de gewone kleuterschool en hij bloeit daar echt open! Wij zijn ook iedereen (juffen, directie, revalidatiecentrum, GON, thuisbegeleiding, …) dankbaar voor de steun en hulp en hopen dat ons zoontje het ook zover zal schoppen!

  4. Voor het slagen van een ion-project kan je best eerst en vooral je licht opsteken bij “ouders voor inclusie”. Dit zijn mensen die weten waarover ze spreken en die je zullen steunen tot en met !

  5. Inclusie is niet altijd mogelijk. Sommige kinderen zijn zelfs gelukkiger in een aangepaste school waar met expliciet rekening kan houden met hun handicap, waar ze zich onder ‘gleijken’ bevinden. Hoe groot is de frustratie van zo’n leerling als zijn klasgenootjes kunnen doorgaan, een realatie aangaan, hun rijbewijs halen? Hoe eenzaam voelen die kinderen zich?
    mijn zoon heeft inclusie gewraakt om die reden.
    Hij was nochtans volledig opgenomen in de groep. Maar als puntje bij paaltje kwam, was hij de vreemde eend in de bijt.
    Zouden jullie het fijn vinden als je dochter thuiskwam met een lieve, nette, beleefde jongeman die niet voor een ‘deftig’ gezinsinkomen kan zorgen? Denk daar maar eens over na voor u onze kinderen zogezegd aanvaardt door inclusief onderwijs :-(

  6. Absoluut pro inclusie, maar steeds in het belang van het kind!
    Vandaag de dag worden kinderen nogal snel en graag in een hokje gestopt, wat zo zijn voor-en nadelen heeft.
    Een hokje betekent nl. dat er eindelijk een naam wordt gegeven aan, erkenning komt van en een gepaste aanpak voorhanden is. Voor veel ouders (en ook de kinderen zelf) een lange weg van twijfel, onbegrip en veel verdriet.
    Langs de andere kant worden er door datzelfde hokje dikwijls heel veel kinderen onderschat of zelfs botweg afgestompt in hun ontwikkeling.
    Begrijp me niet verkeerd, mensen van het Buitengewoon Onderwijs verrichten SUPER werk
    maar ik ben van mening dat als het kind inclusie aankan, je het zeker moet DOEN!

  7. Het is goed dat kinderen leren omgaan met kinderen die ‘anders begaaft’ zijn, maar ik stel mij veel vragen of dit de meest passende manier is. Mijn dochter starte in het gewone onderwijs, het kleuter (2X3 kl), en het eerste leerjaar. Dit alles met Gon, logo, kine en heel veel inzet van de school, hoedje af! Onze dochter begon zichzelf steeds meer in vraag stellen, voelde zich anders. Het probleem is ook dat ze in de klas steeds verder opbouwen aan de ‘gekende’ leerstof. Je kan niet verwachten dat de leerkracht dan telkens prive les geeft aan iemand die de basis nog niet mee heeft. Met alsgevolg dat die leerling steeds verderop raakt omdat hij/zij niet aangesproken wordt op het niveau dat ze dan zitten, dus leren ze dan niets meer bij, ondanks ze ook wel mogelijkheden hebben maar in een lager tempo. Je kan toch zoals ons dochter zelf zei, ‘maar mama dit lukt mij niet meer ik kan toch niet elk jaar 2X doen’?
    Ik zou wel voor inclusie onderwijs zijn, als die werkt zoals het bijzonderonderwijs, ingedeeld zitten in ‘leergroepen’ volgens niveau, voor verschillende vakken, zodat IEDEREEN aan gesproken wordt volgens het niveau dat ze halen. Hoeveel ‘slimme’ kinderen zijn er lastig in de klas omdat ze zich vervelen? Ik denk dat er veel meer breikt zou worden door alle kinderen. Onze dochter gaat naar de jeugdbeweging, en is daar heel goed opgevangen, ze wordt op handen gedragen, en ze erkennen daar haar kwaliteiten!
    Het is wel jammer dat iedereen, zowel CLB, als de scholen zo hun best doen om iedereen in het gewoon basis onderwijs te houden dat je als ouder moet vechten om je eigen kind in het gewone onderwijs te krijgen! En dat doet veel pijn als ouder, ge moet als het ware bewijzen dat je eigen kind te dom is voor het gewone onderwijs…
    Ze stelt het heel goed in het type 8, de leerkrachten zeggen daar zelf dat het geen optie was om in het gewone onderwijs verder te gaan, ze heeft een achterstan van bijna 3 jaar voor rekenen, 1 jaar voor taal. In het type 8 onderwijs voelt ze zich geen buitenbeetje meer.
    Ik hoop dat de kijk op inclusie toch wat verandert.

  8. Ik vond dit een hardverwarmend artikel, een vat vol eerlijke reacties : ‘de waarheid komt uit de kindermond’, een pluim voor allen die energie in dit project steken. Het is positief om al als kind het ‘anderszijn’ van anderen te respecteren en er te leren mee omgaan. De maatschappij zou ermee gebaat zijn indien iedereen van jongsafaan geleerd heeft verdraagzaam te zijn.
    Voor Hannes zelf en andere kinderen die in zijn situatie verkeren is het super om opgenomen te worden in zo’n klasgroep, het kan hem naar een hoger niveau tillen…

  9. Gewoon, meer anders(?)-validen overal in de maatschappij, op het werk , in de tram , … Dan wordt dat weer gewoon.

  10. sorry typfoutje : ik bedoelde uiteraard hartverwarmend…

  11. “Is het dan zo belangrijk dat hij een “eticketje” wordt opgekleefd?”
    -Jawel, ikzelf als (gepest, zwaarlijvig,incestslachtoffer,etc)OUDER, wéét hoe belangrijk het is, om ALS KIND ERKENt te worden….Gezien mijn zoontje al op het einde van het 5de leerjaar niet “wou” overgaan naar ‘t 6 de met als reden: IK wil niet mee op zeeklassen… Hij HIJZELF en IK hem erop gewezen dat dit (ONDANKS ENORME druk van school uit, naar hem toe, niet MOEST…Ik heb hen gewezen op het feit dat ze hem al zijn gehele KL+L-onderderwijs “aanmoedigen”om zichzelf te zijn/blijven en dat hij “moet durven”opkomen voor ZICHZELF….

  12. In het kleuteronderwijs heb ik dikwijls vermeld dat mij zoon een achterstand in ontwikkeling had, maar toch moest hij gewoon verder. Tot mijn verbazing had hij ook 80% op de Toeterproef. Deed ik hem thuis echter hezelfde doen als op die Toeterproef haalde hij nog geen 10%. Op einde van 3de kleuterklas besloten zowel leerkracht, directie als CLB dat mijn zoon toch in het gewone onderwijs moest. Dit ondanks alle info en bewijzen die ik verstrekte van achterstand in ontwikkeling. ‘t Kwam er volgens hen op aan dat hij wel zou mee kunnen tegen september. Na 1 week in het eerste leerjaar al gaf de leerkracht daar mij echter gelijk dat hij te ver achter stond. Wederom contact dus met CLB (andere mensen van dit keer) en zelf contact opgenomen met revalidatiecentrum. Helaas voor mijn zoon moest hij meedraaien in het 1ste leerjaar tot aan de kerstvakantie want de administratieve molen maalt nu eenmaal langzaam. Er moesten afspraken gemaakt worden voor medische onderzoeken en allerlei testen en oefeningen en observaties binnen en buiten de klas. Ook wijzelf moesten op gesprekken en vele documenten invullen. En wat was uiteindelijk de conclusie : uw zoon had al van in de tweede kleuterklas naar het revalidatiecentrum kunnen komen voor hulp en hij had inderdaad beter direct na 3de kleuterklas overgegaan naar de speelleerklas van het bijzonder onderwijs. Na 2 dagen in het bijzonder onderwijs was mijn zoon veranderd van een angstig depressief, zichzelf minderwaardig voelend en vervelend kind in een vrolijke kleine jongen die plots met veel plezien naar school ging. Van inclusie en ion is nooit gesproken. Wel zei 1 van de leerkrachten uit het 1ste leerjaar dat, gezien het huidige leerprogramma van het 1ste leerjaar, zij niet wist hoe ze een kind met die problematiek zou moeten helpen. Mijn zoon gaat naar type 8, het type waarvan een minister ooit zei dat hij die verplicht in het gewone onderwijs wou laten meedraaien. Vraag maar aan de mensen van het buitengewoon onderwijs : tenzij het “gewone” onderwijs ook “buitengewoon” wordt en “buitengewone” hulp krijgt, is dit echt niet mogelijk. Ik ben in ieder geval fier op mijn buitengewone/bijzondere zoon en zijn buitengewone/bijzondere school en leerkrachten. Na 2,5 in bijzonder onderwijs heeft ons gezin meegedaan aan testen en blijken mijn zoon en ik ADHD te hebben, weliswaar een lichte vorm. En toen die diagnose werd gesteld viel eindelijk alles op zijn plaats. Was die maar veel eerder gesteld, het had ons gezin, maar vooral onze zoon veel leed bespaard.

Schrijf een reactie

Je reactie verschijnt meteen online, maar kan verwijderd of aangepast worden als de redactie vindt dat je niet voldoet aan de algemene voorwaarden. Zorg dat je reactie relevant is voor het onderwerp van het bericht waarop je reageert. Gebruik geen ongepaste of beledigende taal en maak geen reclame.