Er zijn steeds meer vrouwelijke leraren in Vlaanderen. In januari 2009 waren in de Vlaamse lagere scholen bijna acht op de tien leraren vrouwelijk. In het secundair onderwijs bijna zes op de tien.
Dat er meer vrouwen voor de klas staan, is al jaren een trend. Hun aantal neemt elk jaar nog toe. Vrouwen hebben veel meer ambitie om leraar te worden, zorg en opvoeding zien velen als vrouwelijke taken én mannen kunnen niet echt carrière maken in het onderwijs. Dat haalt onderwijsminister Pascal Smet aan als voornaamste redenen. Hij pleit voor meer evenwicht tussen het aantal mannen en vrouwen in het onderwijs.
Geen mannelijke leraren meer op school. Ondervinden kinderen daar nadelen van?
Jessy Siongers, vakgroep sociologie VUB: "Men zegt wel eens dat meisjes voordeel zouden hebben bij vrouwelijke leraren en dat jongens slechter zouden presteren op school. Uit onderzoek blijkt dat dat niet zo is. Als jongens het minder goed doen, dan heeft dat meer te maken met hun rebelse karakter, hun machogedrag, dan met het feit dat hun leraren vrouw zijn. Mannen en vrouwen pakken lesgeven weliswaar lichtjes anders aan, maar het effect op het resultaat bij de leerlingen is minimaal. Ook op de houding van de leerlingen (hoe ze denken over traditionele rolpatronen, hun werkijver) heeft de toenemende vervrouwelijking amper effect."


