Heel wat mensen hebben ooit in hun leven last van een burnout. Ze zien hun werk niet meer zitten, zijn vermoeid, zijn cynisch en voelen zich er niet meer nuttig. Kinderen hebben een neus voor het humeur van hun ouders. Meer nog: ze nemen het over. Wat kan je doen?
1. Toon interesse voor wat er op school en in de klas gebeurt. Laat je kind erover praten. Je merkt dan ook gemakkelijker wat er niet goed gaat, bv. een slechte klassfeer of problemen met een bepaald vak. Dring niet eindeloos aan.
2. Als je kind uitvluchten zoekt, bijvoorbeeld om slechte punten uit te leggen of om een dagje thuis te kunnen blijven, wees dan niet boos. Maar zoek naar de reden waarom het uitvluchten zoekt. Ga niet gemakkelijk op zijn uitvluchten in.
3. Hecht niet te veel belang aan punten. Zij zijn geen doel op zich. Zelfs een kind dat altijd de eerste is, kan ontmoedigd raken als dat op een bepaald moment eens niet lukt. Cijfers zeggen weinig over de mens achter de cijfers.
4. Geef je kind vrijheid om zelf te bepalen wanneer en hoelang het werkt aan taken of lessen. Maar je kan hem wel helpen te leren plannen, bijvoorbeeld hoe het zijn avond organiseert. Of door hem nadien te laten vertellen over zijn taak of les.
5. Ouders kunnen méé-enthousiast zijn over wat hun kinderen leren op school. Het is erg plezierig voor een kind als het merkt dat wat het leert boeiend en belangrijk is. Leren doe je trouwens niet alleen op school.
Dit dossier over ‘motivatie’ is jouw ruggensteun.


