«Onze zoon Harry is 10 jaar. Vorig jaar hadden ze ons op school aangeraden hem
te laten overzitten, maar we zijn daar niet op ingegaan. Vooral omdat hij al zo’n
zwak zelfvertrouwen heeft. En omdat hij bang is van pesterijen. Harry is echt niet
dom, hij is alleen wat trager dan zijn klasgenoten. Dit jaar heeft hij het weer
enorm lastig. Er is opnieuw sprake van zittenblijven. Ik durf het hem niet zeggen.»
(Gina Somers, ouder)
België heeft één van de hoogste aantallen zittenblijvers ter wereld. Het
is blijkbaar een structureel probleem van ons onderwijs. In het gewoon lager
onderwijs in Vlaanderen blijft 5,5 % van de leerlingen in het eerste leerjaar zitten. In
het eerste jaar van het gewoon secundair onderwijs heeft al meer dan één op
vijf leerlingen vertraging. Dat loopt op tot bijna 38 % in het zesde jaar. In
juni krijgen weer tienduizenden ouders de boodschap dat hun kind het jaar beter overdoet.
«Zittenblijven is geen ramp», zegt
Herman Schrijvers, psycholoog en PMS/CLB-medewerker. «Soms is het een
noodzakelijk kwaad. De lagere en secundaire school
zijn telkens in zes jaar ingedeeld. Dat is een kunstmatige indeling. Sommige
leerlingen hebben een ander tempo: sneller of trager. Zij krijgen problemen door het
opgelegde ritme. Een kind dat een jaartje overdoet, voelt zich vaak veel beter omdat
hij meteen betere resultaten haalt. Het kan meer tijd en aandacht besteden aan
die vakken die niet zo goed gingen. Ouders denken wel eens, vooral in het
secundair onderwijs, dat een kind onvoldoende heeft gewerkt en daarom moet overzitten.
Ze verwachten te veel van hun kind. Dan lijkt overzitten het einde van de
wereld. Zittenblijven heeft geen zin als ouders meer van het kind verwachten dan het
kan. Overleg met leerkrachten en het PMS/CLB is erg belangrijk.»
Als u meer wil weten over zittenblijven, kan u altijd contact opnemen met het
PMS/CLB verbonden aan de school van uw kind.



