«Until the end of time.» Het staat op een van zijn vier rubberen ‘livestrong’-bandjes gegraveerd. Hij verzamelt ze, aan zijn arm. Yoran (11) draait wat onwennig rond. Straks vertrekt hij op vakantiekamp met 68 andere kinderen die meemaken wat hij doormaakt: kanker. Het is zaterdag en de regen houdt zich even in. «Lance Armstrong, ja die had ook iets met kanker, hé. Is dat geen voetballer?»
«Vorig schooljaar kwam Yoran ziek terug van de schoolreis», vertelt Hans Van de Putte, vader van Yoran. «Hij had kleine korstjes in zijn haar en we dachten dat hij de windpokken had. Drie dagen lang was hij doodziek en ook de komende weken recupereerde hij niet echt. Toen hij de dag na zijn verjaardag weer hangerig en moe deed, zijn we met hem naar spoed gegaan. Om middernacht kwam het uitsluitsel: Yoran had leukemie. Je wereld stort dan in elkaar. Hoe kan dat nu, wij die alles voor hem doen. ‘Mag Yoran het weten?’, vroeg de dokter. ‘Nee, hij MOET het weten’, zei ik hem. Het is Yoran die moet vechten. Wij kunnen enkel steunen.»
Gele zakken infuus
«Toen de dokter mij vertelde dat ik kanker had, was het wel even slikken», zegt Yoran. «Er was bij ons een meisje op school dat kanker had gehad. Dus ik kende het wel. ‘Je zal eerst nog heel erg ziek moeten worden’, zeiden de dokters me. Maar het viel allemaal nog best mee. Tot ze op een dinsdag grote gele zakken infuus kwamen steken, drie zakken van een halve liter. Tot woensdag heeft het geduurd voor ze leeg waren. Daar ben ik erg ziek van geweest. Het ergste was dat mijn haar uitviel. Ik heb de eerste weken niet in de spiegel durven kijken. Pas toen ik voelde dat ik opnieuw haartjes aan het krijgen was, heb ik mezelf nog eens bekeken. We zijn nu een jaar verder. Ik voel me al wel genezen. Maar volgens de dokters is dat pas op 20 augustus 2006.»
«Niet besmettelijk»
«In het begin steunt iedereen je, er zijn de telefoons en je vertelt telkens opnieuw hetzelfde verhaal. Maar na een tijd sta je vlug alleen», zegt papa Hans. «’Nu ga je je vrienden en familie echt leren kennen’, zei men mij. En het was inderdaad soms hard. ‘Dat is toch niet besmettelijk?’, vroeg een ouder of ‘Nu kunnen ze leukemie toch al genezen’, klonk het vaak goedbedoeld. Yoran praat zelf weinig over zijn ziekte. Soms zie je hem staren en vraag je je af wat in zijn hoofd omgaat. Het is zijn gevecht en hij zal het vechten. Je hoort hem zelden klagen of zagen. Misschien spaart hij ons. Ons grootste geluk is zijn vechtlust. Dat maakt ons sterk.»
In spiegelschrift
«Yoran is nu een jaar in behandeling. En het gaat de goede richting uit. De eerste 35 dagen van intense chemobehandeling is hij in het ziekenhuis gebleven. Tussendoor kon hij naar huis. Nu gaat hij terug naar school. Maar hij blijft pillen nemen. De buitenwereld gaat ervan uit dat hij genezen is, maar dat is hij niet. Soms denk ik dat Yoran dat ook denkt, maar we hebben nog een lange weg te gaan. De angst blijft dat hij hervalt.» Yoran: «Cedric en Emma zijn mijn beste vrienden van de klas. We hebben veel getelefoneerd, want niemand mocht op bezoek. Dus heb ik leren chatten. Soms kwamen ze op bezoek tot aan het venster bij mij thuis. Met mijn adem bedampte ik dan het venster en schreef er mijn boodschapjes in. In spiegelschrift. Ik vind dat ik op een jaar tijd ‘vervolwassend’ ben: ik doe meer dingen zelf, ga niet overal alles vragen.»
Onzichtbare plaats
«Ik heb Yoran nooit zien wenen, niet voor een botscan of een pijnlijke beenmergpunctie. Maar toen het 1 september werd, weende hij wel. Ook toen de klas wat later op bosklassen vertrok. ‘En naast wie zit ik in de klas?’ vroeg hij terwijl hij in het ziekenhuis lag. De start van het vijfde leerjaar heeft hij helemaal gemist. De juf kwam vier uurtjes per week les geven. De hoofdvakken, zodat Yoran meekon. Op 9 mei is hij dan terug naar school gegaan. Dat was voor ons eigenlijk het mooiste moment van het afgelopen jaar. Het was zijn eerste schooldag van het vijfde leerjaar. Al die tijd is er in de klas een zichtbare plaats voor Yoran vrijgehouden. Yoran is hard veranderd. En wij ook, we vallen minder over kleinigheden. We genieten nu meer en intenser van het leven.»
Appels voor een kamp
In juni ging Yoran met 68 andere kinderen met kanker op vakantiekamp. De Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) probeert ze zo even uit het ziekenhuis te halen. Een kankerbehandeling bij kinderen duurt gemiddeld twee jaar. Al die tijd kunnen ze niet met de klas of jeugdbeweging op kamp: te veel infectiegevaar. Zo’n kamp kost veel geld. Daarom voert de VLK de ‘Kom op appels’-campagne. Om die te steunen kan je deze maand via de school van je kind een rugzak kopen met 2 kg appels. Zo maak je het kinderkamp elk jaar mogelijk.
Meer info vind je op www.komopappels.be Je kan het hele verhaal van Yoran met een dagboekfragment uit het kamp lezen op www.klasse.be/ouders




