Wat zijn sterke leerlingen? Zijn dat de leerlingen die goed wiskunde kunnen? Of zijn dat ook leerlingen die goed kasten in mekaar kunnen timmeren? Elke leerling is sterk, zegt de onderwijsminister. Het onderwijs moet ervoor zorgen dat elke leerling zijn talenten ten volle kan ontwikkelen. Hij wil daarom het secundair onderwijs hervormen. De grote lijnen?
- Aso, tso, bso en kso verdwijnen. Elk kind zal in de eerste twee jaren van het secundair hetzelfde pakket volgen. Daarin maken ze kennis met allerlei soorten vakken: techniek, talen, kunst… Een aantal uren per week kunnen kinderen die het moeilijker hebben zich bijwerken, terwijl anderen dieper in zullen gaan op de vakken waar ze goed in zijn. Het tweede jaar heeft hetzelfde basispakket, maar bereidt hen meer voor op de keuzes die ze het jaar nadien zullen moeten maken.
- In de tweede graad, dus op 14 jaar, moeten leerlingen voor het eerst kiezen: ‘techniek en wetenschappen’, ‘natuur en wetenschappen’, ‘welzijn en sociale wetenschappen’, ‘handel en economische wetenschappen’, ‘creatie en kunst’ en ‘taal en letterkunde’. Binnen die thema’s kunnen ze specifieke keuzes maken: zoals ‘economie en administratie’, ‘plant, dier en milieu’, ‘moderne vreemde talen’, ‘hout’. Daarnaast zijn er een aantal heel specifieke studierichtingen, bv. topsport of ballet.
- Pas in de derde graad, dus op 16-jarige leeftijd, zullen leerlingen kiezen voor een specifieke studierichting die ofwel leidt naar een beroep, ofwel voorbereidt op de hogeschool of de universiteit.
- Kinderen die hun getuigschrift basisonderwijs niet gehaald hebben, komen in een schakelblok terecht. Daar worden ze klaargestoomd om alsnog in de eerste graad te geraken. Of ze blijven in het schakelblok tot ze een richting kiezen die op een beroep voorbereidt.
- In het nieuwe secundair onderwijs staan competenties centraal. De kinderen zullen vooral kennis, attitudes en vaardigheden leren die voor hen in het latere leven belangrijk zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een kind dat de opleiding bakker volgt, in de Franse les andere woordjes zal leren dan iemand die de opleiding secretariaat volgt.
Waarom die verandering? Een aantal redenen van de minister:
- Voor sommige leerlingen is de overstap naar het secundair een struikelblok. Er is een te grote kloof tussen de aanpak in het lager en de aanpak in het secundair.
- Hij wil het watervaleffect laten verdwijnen. Nu gebeurt het vaak dat leerlingen in het begin van het secundair te hoog mikken. Ze beginnen in de Latijnse, om dan te blijven zitten of te zakken. Ze kiezen voor status, en niet voor talent. Leerlingen die niet op hun plaats zitten worden sneller schoolmoe.
- In het Vlaams onderwijs blijven gemiddeld meer leerlingen zitten dan in andere landen. Die leerlingen gaan met minder plezier naar school, en haken soms af voor ze een diploma halen. 15% van de jongeren verlaat de school zonder diploma.
- Bijna nergens in Europa is de kloof zo groot tussen de sterke en de zwakke leerlingen. Jongeren die opgroeien in een kansarm gezin blijven het vaakst zitten of komen (soms onterecht) in bso en tso terecht. De vooroordelen zijn groot.
De onderwijsmensen en politici in de Vlaamse Gemeenschap zullen nu over het voorstel van de minister overleggen. Daarna zal de nota concreter worden ingevuld. Ook jij kan je mening kwijt over deze voorstellen. Laat je ze hieronder achter?



Het klinkt redelijk ok, maar ik heb twee vragen. Ten eerste: ik begrijp niet goed wat er mis is met kiezen op 12 jaar. Die kinderen hebben al 6 jaar hetzelfde programma gehad, ze weten dan heus wel op zijn minst of ze sterk of zwak zijn voor bv. taal of wiskunde. Een eerste grove selectie moet toch bij de mogelijkheden blijven, vind ik. Ten tweede, ik zie in die keuzes na 14 jaar niks dat leidt naar beroepen als bakker, metselaar, houtbewerking e.d., dat kan pas na 16 jaar. Worden dat soort opleidingen dan korter?
Dit lijkt mij een zeer goed idee.
Die specifieke keuzes maken ze ook al in het tweede graad (dus op 14 jaar). Je kiest dan vakken binnen de domeinen. Je kan dan zowel vakken kiezen zoals ‘hout’ of ‘elektriciteit’, maar ook ‘wiskunde wetenschappen’. Elk domein zal verschillende keuzemogelijkheden aanbieden op allerlei niveaus. Ik heb het in het artikel aangevuld.
In theorie heel mooi “er zijn geen zwakke of sterke kinderen, iedereen gelijk”, maar zelf in het basisonderwijs waar iedereen “gelijk” is, blijft het hard knokken voor kinderen waarvoor niet alles vanzelf gaat en ze zijn nooit eens de beste. Het zou leuk zijn voor die kinderen dat zij zich eens kunnen meten met “gelijken” zodanig dat zij toch ook eens nummer 1 kunnen zijn, al is het maar in hun groep van “de mindere”. Door de sterke en zwakke lln nog eens langer samen school te laten lopen, zullen de zwakkeren er nog meer op gewezen worden dat ze “minder” zijn…
In deze nieuwe aanpak zie ik geen oplossing voor het probleem van een aantal sterke leerlingen: een gebrek aan “tempo” in de les. Mijn oudste zoon kreeg een hekel aan school in het 6de leerjaar omdat hij de uitleg van de leerkracht al in de eerste 5 minuten had gesnapt, en dan toch gedwongen was herhalingen van hetzelfde opnieuw te moeten aanhoren. Differentiatie, extra uitbreiding, oefeningen maken verhielp daar niet aan.
De “klassieke” Latijnse in het middelbaar was een grote opluchting, met 5 uren Latijn en dezelfde leerstof voor de andere vakken in minder tijd. Dat is een optie die nu wegvalt. Tenzij men nu kinderen volgens profiel zou gaan samenzetten zal het lesritme nu voor de ene veel te traag zijn, en voor de andere veel te snel.
“Differentiatie” en “begeleiding” worden nogal gemakkelijk als wit konijn uit de hoed getoverd. Dat wordt nu al in het lager onderwijs toegepast, en de ervaring heeft me geleerd dat slechts weinig leerkrachten in staat zijn om dit effectief toe te passen als de verschillen tussen de leerlingen te groot worden. En die verschillen nemen alleen maar toe met de leeftijd.
De principes zijn mooi, maar de praktische uitwerking gaat de mist in. Dit project kan enkel slagen als de minister alle netten afschaft en per regio gemeenschappelijke middenscholen maakt (zoals meestal in het buitenland). Nu zullen ‘technische scholen’ verder technisch gerichte vakken aanbieden, gegeven door leerkrachten die in die richtingen gegroeid zijn. ASO-scholen zullen de meer theoretische richtingen aanbieden, gegeven door leerkrachten die altijd zo gewerkt hebben. Dus de verandering zal veel geld, inspanning en onrust inhouden, maar weinig opleveren.
Voor de kinderen die in dat ‘schakelblok’ blijven hangen, lijkt het me lang wachten tot ze enige praktische beroepservaring kunnen opdoen. Voor sterke studenten lijkt het me ook een ballast om tot hun zestiende met zwakkere studenten in de klas te blijven zitten. En zou het echt minder stigmatiserend zijn om in dat schakelblok te blijven zitten tot je een beroep kan leren, dan gewoon een opleiding te kiezen in het BSO? Dat is toch alleen maar een kwestie van benaming? Kinderen die daarin terechtkomen, blijven toch duidelijk de minder sterke studenten, niet?
Ik ben anders heel blij dat mijn zoon na zes jaar lagere school kon kiezen voor een technische richting, die aansluit bij zijn capaciteiten en interesses. Hem tot zijn zestiende een ‘algemeen parcours’ laten volgen, zou gegarandeerd leiden tot schoolmoeheid en afhaken. Hij heeft gekozen op basis van interesses, niet op basis van ‘prestige’, net zoals zijn zus voor een sterk wetenschappelijke ASO-richting koos op basis van ‘capaciteiten en interesses’, en niet op basis van ‘prestige’. Ik zie haar ASO-school geen technische vakken geven, daarvoor beschikken ze niet over de nodige lokalen en installaties. Als ze echt alles radikaal willen hervormen, zal dat wel een serieus prijskaartje aan infrastructuur met zich brengen, en de vraag is of dat wel de moeite waard is…
Dergelijke hervorming lijkt me eerlijk gezegd geen goede denkpiste, voor mij mag het blijven zoals het is.
Ik sluit mij helemaal aan bij meneer Claes. Heb zelf ook een dochter die vastliep omdat de eeuwige herhaling ” saai ” werd. Iedereen heeft de mond vol over differentiatie maar dat blijkt zich alleen maar naar onder en niet naar boven af te spelen. Als nu de ” snellere ” leerling nog niet eens kan opgevangen worden, hoe wil men het dan in godsnaam realiseren ? Als je meer dan gemiddeld intelligent bent, blijf je in de kou staan want men doet er alles aan de zwakkere broeder op te krikken maar men verspilt de intelligentie van anderen.En die arme leerkracht die het toch wil proberen, loopt vast want geen uren beschikbaar ! En die intelligente kids geraken ook eens opgebrand. Het streven naar meer differentiatie is een nobel doel en ik ben de eerste om het te roepen maar ik vrees dat het op alle fronten de mist in zal gaan.Als je afwijkt van het normale ( zowel naar boven als naar onder toe ) blijf je een moeilijk probleem !
Zoals iedereen ben ik het er mee eens dat het theoretisch wel rozengeur en maneschijn is, maar in werkelijkheid zie ik het systeem ook niet het gewenste effect behalen. De eerste twee jaar worden gewoon een verlenging van het basisonderwijs, en de laatste twee jaar zijn gewoon te laat om te kiezen. Ik ben blij dat mijn dochter deze verandering niet meer zal meemaken.
Zoals bijna iedereen, ben ook ik van mening dat de bedoelingen wel goed zijn, maar dat dat in praktijk helemaal het tegenovergestelde effect zal hebben. En dit zowel naar de slimmerikken toe als naar de minder begaafden. Mijn oudste zoon heeft zich door de lagere school moeten “slepen” en nu hij dit jaar in het beroeps zit, gaat hij voor de eerste keer in zijn leven GRAAG NAAR SCHOOL. De jongste zal daarentegen naar het ASO gaan volgend jaar en als hij al eens (uitzonderlijk)een opmerking maakt over beroeps, dan zijn wij er als ouders om duidelijk te maken dat nu eenmaal niet iedereen dezelfde talenten heeft meegekregen en dat elk talent evenveel waarde heeft. Hoeveel beroepsmensen verdienen niet pakken geld de dag van vandaag, terwijl hooggeschoolden geen werk vinden.
Ik hou mijn hart vast als dit echt zo doorgaat, want dan krijg ik mijn zoon echt niet meer naar school.
Vraag:
1)Vanwaar komt die beslissing eigenlijk? Is dat op één of andere Belgische studie gebasseerd, want uit alle reacties blijkt duidelijk dat 90% van de ouders absoluut geen voorstander is.
2) Is er een mogelijkheid om hiertegen te protesteren?
Ann, jou verhaal klopt volgens mij. In theorie wordt er nu in het 1e secundair ook hetzelfde lessenpakket gegeven… Dit wordt nu gelukker per niveau aangepast. Laat ieder kind kiezen en doen waar hij goed in is op zijn niveau, en rek de ‘algemene waarheden’ niet, het gaat ten koste van de minder presterenden, en de intelligente kinderen moeten langer wachten op uitdaging!
Ik geloof wel in flexiebel werken in 1 klas, maar daarvoor is het Vlaamse onderwijs niet klaar voor. Dat gaat niet met 1 leerkracht en 25 kids in de klas!
Ik woon in Frankrijk en heb 4 dochters allemaal verschillend en hier in Frankrijk zijn de collegejaren (laatste zesde lager onderwijs en de drie eerste middelbaren) allemaal gemeenschappelijk, een echte puinhoop.
Goede leerlingen blijven met propvolle agenda’s lopen, dit wil zeggen dezelfde leerpakketten zoals iedereen , maar in tegendeel meer omdat Latijn bijvoorbeeld er gewoon bijkomt… dit wil ook zeggen dat op 16 jaar deze leerlingen nonstop school lopen van 8u tot 18uur ‘s avonds.
Ikzelf die uit eerst drie jaar moderne gedaan heb en nadien overgestapt ben op sociaal technische (dit 30 jaar terug), ben zeer goed geslaagd als Gegradueerde Hospitaalverpleegkundige en Vroedvrouw nadien, misschien beter dan veel anderen die vanuit een Humaniora kwamen.
Het is wel moreel zeer zwaar geweest, daar constant onderwijzend personneel vertelde dat ik daar niet op mijn plaats was; gelukkiglijk heb ik steun gekregen van de directie en dat heeft veel gedaan;
Ikzelf ben voorstander van het oude systeem met een overkoepelingsjaar (om alle deuren nog te kunnen openen voor mensen die vanuit beroepsonderwijs of technisch onderwijs komen) en vooral een mentaliteitsverandering.
Ik kan iedereen verzekeren dat alle Franstaligen bewondering hebben voor het Belgische systeem, waar de technische schoolopleidingen en beroepsopleidingen op hoog niveau staan, en ik vind ook dat de gewone moderne, en latijnse hoog moeten blijven, want nadien, heb je gewoon overal gefrustreerde leerlingen.
De overkoepeling is een mooi alternatief, beter dan bijvoorbeeld een middelbaar onderwijs waar vier verdubbelingen inzitten.
Ikzelf heb in dankzij het technisch onderwijs, gaan houden van studeren, een liefde gevonden voor nadien een diploma te behalen , de kracht ook gekregen via het technische door te geloven in mezelf voor later, en dat wens ik aan iedereen toe die geen algemeen onderwijs volgt.
Leerlingen die niet kunnen volgen in een algemeen onderwijs blijven alleen gefrustreerd met slechte cijfers en niet gecompenseerd worden door positieve dingen is wel lastig…Daarom gaat het om een mentaliteitsverandering… trouwens hebben jullie in Belgie dat al eens niet geprobeerd via Vernieuw Secundair Onderwijs?
Bref hier in Frankrijk is alles gemengd, een echt ramp zowel voor goede studenten als voor meer technische karaktertjes. Kristin Dewandeleer wonende in Frankrijk , die echt doodgraag kijk op jullie site, hartelijke dank voor de duizende tips voor de opvoeding
Ik bewonder ons Belgisch systeem nog altijd
Ik ben niet akkoord met het woord ‘zakken’ van richting!!! Beter is ‘veranderen’ van richting.
Inderdaad, zeer nobele bedoelingen, maar praktisch absoluut niet haalbaar. De overheid zou beter geld uitgeven om een mentaliteitsverandering te stimuleren. Minder “intelectuele” kinderen/mensen zijn inderdaad niet minder/slechter. En er zijn tekorten aan mensen met een “praktisch” diploma. Als men de term BSO al eens afschafte, dan zou dat al veel kunnen betekenen, want wat is daar nu zoveel bijzonderder aan dan aan een universiteit of hogeschool? En beroepsonderwijs wat is dat? Op de universiteit leer je toch ook een beroep?
Wat ik me afvraag : wat met het BuSo. Niks mis mee, alleen is er een schrijnend tekort aan die scholen. Wanneer gaat de minister daar eens wat aan doen ?
Ik sta niet echt te springen om deze hervormingen en vind het huidige systeem prima!
Ik durf betwijfelen of de problemen, die de minister aanhaalt zullen opgelost worden.
- overstap naar middelbaar is te moeilijk : dat is relatief. In de meeste scholen worden de leerlingen goed begeleid bij deze overstap. Vele tieners hebben trouwens nood aan een ander systeem en herleven bij het gegeven dat ze niet steeds dezelfde leerkracht hebben.
- Wat de minister een watervaleffect noemt, kan je ook bekijken als keuzes maken. Hoe moeilijk is het niet als 11- 12-jarige een keuzen te maken tussen dingen die je nog niet voldoende kent. Is dit watervaleffect een nadeel of net een voordeel in ons onderwijssysteem, zodat er een vlotte doorstroom is?
- Het is inderdaad belangrijk om graag naar school te gaan en schoolmoeheid trachten te vermijden. Maar deze moeheid treedt niet zelden op bij leerlingen die nood hebben aan veel theorie en een snel tempo. Van vele ouders hoor ik nu de verzuchting ‘Eindelijk naar het secundair, daar heeft ieder kind een aanbod op zijn/haar niveau’
- Dat er een enorm verschil is tussen kansarm en kansrijk, geldt voor onze hele maatschappij en daar is inderdaad werk aan de winkel. Maar hier zijn, denk ik, andere maatregelen nodig. Het gaat zeker om een mentaliteitsverandering en een groter solidariteitsgevoel. Want wie vraagt zich vandaag nog af of rekenmachines, leeruitstappen en sportdagen echt zoveel moeten kosten?
- inderdaad : elk kind is sterk, iedereen heeft zijn of haar talent. Ook als volwassenen heeft iedereen zijn talenten en hebben we elke gave nodig. Toch verdient een minister, een directeur van een multinational of een chirurg zo gigantisch veel meer dan een onderhoudsmedewerker of een winkelbediende. Moet daar geen plan voor bedacht worden?
Ik hoop dat het onderwijssysteem blijft behouden, zodat elke jongere met zijn talenten in een passende richting terecht komt.
Ik hoop tevens dat ooit alle mensen dezelfde kansen zouden krijgen in hun leven!
Wat was er eigenlijk verkeerd met het vroegere systeem? In Vlaanderen moet alles voortdurend gewijzigd worden; ofwel is het het onderwijssysteem, ofwel is het de spelling!
Want iedere minister van onderwijs moet zijn naam toch achter iets kunnen schrijven! Het vroegere systeem met de klassieke en de moderne humaniora, en het daarnaast het technisch en het beroepsonderwijs is naar mijn mening nog steeds het beste systeem dat er tot nu toe geweest is! Als al deze wijzigingen zo worden doorgevoerd, gaan de kinderen uiteindelijk van alles enkel de basisprincipes kennen en niets grondig. Ofwel gaat de looptijd van het secundair onderwijs moeten verlengd worden. Maar gezien de meerderjarigheid op 18 jaar is dat ook geen optie! Ik beklaag de toekomstige leerlingen en hun ouders!
Hopelijk wordt dit nieuwe plan snel afgevoerd. In het secundair heeft elk kind de kans om eindelijk op zijn plaats te zitten.
Het uitstellen van keuzes zal het watervaleffect niet oplossen, er zal alleen een andere benaming voor komen. Kinderen zijn er nu eenmaal in heel veel verschillende soorten. Net zoals ouders, en die bepalen/kiezen in veel gevallen nog altijd mee de studierichting.
Hopelijk laten veel leerkrachten, ouders en zelfs kinderen hun protest horen.
Weer een idee van een politicus die denkt dat hij het warm water uitgevonden heeft…
Mijns inziens zullen beide uitersten (technisch handige kinderen die het moeilijk hebben met kennisvakken en onhandige bollebozen die liever kennis vergaren) en alles wat daartussen ligt, nog meer geconfronteerd worden met schoolmoeheid omdat ze een deel van hun tijd “moeten” bezig zijn met vakken die hen niet of minder interesseren. Daarbij zullen ze tegen hun zestiende al een behoorlijke achterstand opgelopen hebben in de vakken waar ze juist wel sterk in zijn t.o.v. kinderen in het huidige systeem.
Als de minister dan toch iets op z’n palmares wil schrijven: Schaf de namen ASO, TSO, BSO, KSO af en verzin enkele nieuwe benamingen voor de bestaande richtingen onder één noemer van Secundair Onderwijs. Deze benamingen moeten borg staan voor een degelijke opleiding, gericht op de diversiteit van de kwaliteiten van de jongeren (i.p.v. hen een éénheidsworst voor te schotelen) en moet de verschillende richtingen “naast” elkaar plaatsen. De huidige benamingen geven misschien op zichzelf al te veel een watervalsysteem aan! Daarnaast kan er beter wat extra geld geïnvesteerd worden in kinderen met leermoeilijkheden én hoogbegaafde kinderen in plaats van geld te verspillen aan zo’n éénheidsworst. Ten slotte hebben vooral de ouders die “foute” keuzes maken voor hun kinderen, schuld aan het bestaande watervalsysteem. Misschien is ook hier meer begeleiding nodig. In ieder geval is een opwaardering van het huidige BSO en TSO binnen onze maatschappij wel op z’n plaats, maar dan niet door een afvlakking van het onderwijs in het algemeen.
Hopelijk gaat dit niet door,want dat wordt zeer verwarrend voor mij,de oudste zit nu in het tweede jaar secundair onderwijs.volgend jaar gaat mijn tweede kind naar het middelbaar onderwijs,het jaar daarop mijn jongste kind.Beter zou de minister van onderwijs inversteren in de aankopen van lesmaterialen,veiligheid in de scholen,meer goed opgeleide leerkrachten voor kinderen met een leerstoornis,vluggere herkenning van de stoornis en ook voor kinderen met hoogbegaagdheid een extra leeruitdaging .Ook zouden vele ouders blij kunnen zijn met een goedkopere schoolfactuur meer tussen komst van de regering.Verandering van onderwijs brengt meestal ook grotere kosten met zich mee.
het gaat hier blijkbaar enkel om het secundair onderwijs, maar het valt me op dat er tegenwoordig in de lagere school niet veel ruimte blijkt te zijn voor ‘praktische’ ontwikkeling zoals tekenen, knutselen en muziek, om maar een paar voorbeelden te geven.
persoonlijk betreur ik dat.
verder ben ik ook maar één van de zovele gevallen die van de ouders Latijn moesten proberen want ‘daarna kan je altijd nog afzakken’. dat zogenaamde watervaleffect wordt mijns inzien grotendeels gecreëerd door de ouders. meestal zijn zij degenen die gaan voor status en niet zozeer de leerling zelf.
toevallig heb ik in mijn tienerjaren een jaartje school gelopen in Zuid-Afrika. het systeem waar iedereen met hetzelfde lessenpakket begint en vervolgens de keuzes gaat verleggen, bestond daar toen al (ruim 20j geleden).
niet enkel werden ieder jaar minder vakken verplicht en meer vakken optioneel, je kon er bovendien per vak ook nog het niveau kiezen waarop je je testen en examens zou afleggen. om uiteindelijk in aanmerking te komen voor universitaire studies, was het hoogste niveau vereist, evenals een bepaalde selectie van vakken. er was ook aandacht voor sport, algemene vorming, en studiebegeleiding. dit waren verplichte vakken waar geen examens voor waren en geen punten aan gegeven werden, toch was iedereen aandachtig en meewerkend.
het plan dat hier nu wordt voorgelegd, stoot bij mij nog op een aantal reserves. het zou kunnen werken indien het verder uitgewerkt wordt, maar ons huidige systeem werkt eigenlijk toch ook ?
ik pleit hier wel graag nog even voor een aanpassing in ons lager onderwijssysteem waar inderdaad wat schort voor kinderen die afwijken van ‘de norm’. de grootste ondersteuning gaat uit naar degenen die het wat moeilijker hebben. daarvoor zijn gelukkig hulpleerkrachten en-uren voorzien. degene die het net iets te makkelijk hebben, blijven meestal in de kou staan.
misschien is het een optie om in de 3de kleuterklas (die dan verplicht zou worden) meer leerstof aan te bieden waardoor er meer spreiding komt en het 3de en 5de minder zwaar worden. er zou dan ook terug meer ruimte zijn voor de eerder aangehaalde uurtjes knutselen, tekenen, muziek etc en wie weet, misschien kunnen de lessen Frans dan ook wat eerder starten.
Ik vraag me al jaren af waarom er niet gewoon per vak met niveaugroepen kan worden gewerkt. Zo zouden leerlingen taal op een laag niveau kunnen combineren met wiskunde of wetenschappen op heel hoog niveau of omgekeerd.
Ik vind ook dat er in het lager meer ruimte zou mogen zijn voor technische en artistieke vakken. Dat zou kinderen die handig zijn maar minder vlot studeren toch het gevoel kunnen geven iets waard te zijn, en kinderen die wel goed studeren maar minder handig zijn, laten beseffen dat handig zijn ook zijn waarde heeft. Mijn zoon heeft met veel moeite leren lezen en schrijven, maar had een technisch inzicht en aanvoelen dat opmerkelijk was voor zijn leeftijd. Waar zijn klasgenootjes nog moeite hadden om volgens een bouwplan te werken, werkte die al die volledig zelf bedachte concepten uit. Gelukkig hebben ze dat op zijn school gezien en gebruikt om hem ook (volgens mij heel belangrijke) succeservaringen te geven.
Meer ruimte voor techniek en sport zou ook goed geweest zijn voor mijn dochter, die door de traagheid van de lessen vaak zot werd van verveling. Meer sport en techniek hadden ook haar meer ruimte voor individuele expressie kunnen geven, meer ontspanning, minder stress en frustraties. Ik vind het lager erg eenzijdig geöriënteerd en weinig gedifferentieerd. Daar zorgen voor een evenwichtiger aanbod lijkt mij belangrijker dan het secundair onderwijs te herstructureren. Geef kinderen daar liever de kans om hun eigen capaciteiten te verkennen (op elk domein) en laat ze met een goed gevoel het lager uitstromen. Dat ze dan voor eigen interesses kiezen, vind ik niet meer dan normaal en dat daar aparte richtingen bij horen ook.
@ Lies : het zou kunnen dat je reageert op mijn vermelding van het leersysteem lang geleden in Zuid-Afrika. let wel : ieder kind kreeg daar dezelfde info. enkel de testen en examens waren op een vooraf gekozen individueel niveau.
@ daarnet : creatieve en/of actieve vakken zouden een herademing zijn voor zowel de snellere als tragere leerlingen. bovendien zijn ze belangrijk voor de algemene vorming. persoonlijk stond ik ervan perplex dat die vakken gewoon niet voorkomen op de officiële weekagenda van de kinderen in de/onze lagere school.
Blijkbaar heeft de minister van onderwijs niets geleerd uit zijn ronde “Zeg het hem zelf” in het voorjaar. Ik dacht dat zijn bedoeling was om tijdens die ronde de mening te vragen van leerkrachten, directies, begeleiders en ouders. De roep naar differentiatie is overal – zowel voor minder begaafde leerlingen als voor hoger en hoogbegaafde – groot. In de lagere scholen worden klassen opgericht allerhande: voor anderstaligen, voor kinderen die nood hebben aan logo, kangoeroeklassen. En dan in het eerste middelbaar alles weer in één “pot” gooien. Komaan zeg. Kinderen die echt met hun handen willen bezig zijn, trachten ernaar zo snel mogelijk aan het werk te gaan, en gaan van in het 5e middelbaar soms al deeltijds werken. Kinderen die nood hebben aan extra stimulatie, gaan weer op hun honger blijven zitten. Gevolg: schoolmoeheid op alle fronten.
Plus, wat iemand al aanhaalde: het kostenplaatje om alle scholen van de nodige infrastructuur te voorzien. Wie gaat dat betalen? Net zoals mijnheer de minister zijn blikken met verse lucht! Het is nog lang geen 1 april, hoor!
Er wordt volgens mij veel te veel aandacht gegeven aan de “zwakke” leerlingen. M’n zoon zit in het lager onderwijs en klaagt nu al dat ze dit schooljaar nog niets nieuws geleerd hebben. Voor veel leerlingen is herhaling misschien nodig, maar niet voor iedereen.
Met 60 leerlingen in z’n jaar lijkt het me een goed idee om de “sterkere” leerlingen wat meer uitdagingen te geven.
Dat moet zeker in het middelbaar ook gebeuren. Laat iedereen studeren volgens z’n eigen nivau. Zoals het nu is. Niet alles moet veranderen. Wel het basisonderwijs.
ik heb net de oriëntatienota gelezen, letterlijk met de tranen in de ogen. Daarin blijkt echt dat alle kinderen nog 2 jaar langer dezelfde wiskunde, nederlands, frans en engels krijgen. In de differentiatie kunnen de sterke leerlingen dan “uitdiepen en verfijnen”. Mijn god, wie verzint het, deze kinderen hebben geen behoefte aan meer van het zelfde, maar aan gewoon meer leerstof, tempo. Bovendien zou dat maar gaan over 2 tot 4 lesuren per week.
En hoe zit het met het sociale leven van de kinderen? Je maakt mij niet wijs dat de huidige scholen hun hele infrastructuur gaan aanpassen, alsof daar geld voor zal zijn! M.a.w. na die 1ste 2 jaren gaan er een heleboel kinderen van school moeten veranderen, om nog maar te zwijgen van de trafiek van leerkrachten, als je de kinderen zowel van houtbewerking als van latijn wil laten “proeven”. Watervaleffect? Het zijn heus niet de leerlingen die “te hoog mikken” of “voor prestige kiezen” zoals hierboven staat, maar de ouders. En het slechte imago van het beroepsonderwijs ga je niet veranderen door het “schakelblok” te noemen.
Onze oudste 3 kunnen gelukkig nog door het oude systeem geraken, voor de jongste vrees ik het ergste.
Met de jongste in het zesde leerjaar hoop ik dat mijn kinderen aan dit nieuwe systeem kunnen ontsnappen. Ik heb drie totaal verschillende kinderen, die alle drie nood hadden aan de stap naar het secundair onderwijs, omwille van de gradatie : Mijn oudste zoon is hoogbehaafd, verveelde zich rot in het lager onderwijs, ondanks het extra aanbod dat hij kreeg. Zelfs in de eerste jaren Latijn was die uitdaging nog vaak te laag. Nu, in het vijfde jaar, met het zwaarste pakket wiskunde, zie ik voor het eerst hoe de wiskunde hem kan boeien. Mijn dochter, met dyslexie, werd aangeraden om in het ASO te starten, omwille van haar relatief goede resultaten op het eind van het lager. Omwille van het feit dat ze er enorm veel moest doen, werkelijk op de toppen van haar tenen liep, én omwille van haar creatieve interesses, is ze gestart in een practisch technische richting. Veel moeite moeten doen om wetenschappelijke vakken te studeren, die haar geen barst interesseren, vond ik een slechte optie. Ik kreeg tegenkantingen, maar uiteindelijk ziet men wel dat mijn dochter volledig is opengebloeid sinds ze in het secundair onderwijs zit, en heel graag naar school gaat. Ook nu gaat het studeren niet vanzelf door haar dyslexie, maar haar inspanning levert haar goede punten op. En dat is voor een kind belangrijk!
De jongste is zijn laatste jaar lager onderwijs aan het doorworstelen. Ook hij heeft dyslexie, en niet de intelligentie van zijn zus om het voor een stuk te compenseren. Technisch is hij wel handig, en kan hij heel wat zaken die andere kinderen in de klas niet kunnen, maar dat betekent niets in het lager onderwijs. Voor hem is het feit dat hij volgend jaar kan starten in het TSO de motivatie om nu door te bijten.
Uiteindelijk weet iedereen dat er een enorme nood is aan technisch geschoolde mensen. Het verschuiven van de praktijkvakken (hout,electriciteit, mode en creatie,…) naar 14 jaar, betekent voor mij een totale miskenning van deze vakken, en de twee jaar die verloren zijn haal je volgens mij niet zomaar in, als ik merk wat mijn dochter in twee jaar allemaal geleerd heeft. In plaats van het opwaarderen van handenarbeid en technische kennis, zodat leerlingen (hun ouders) niet het ASO kiezen omwille van prestige, bevestigt dit nieuwe systeem voor mij dat algemene vorming meer waard is dan specifieke beroepskennis. Het watervalsysteem wordt misschien wel onzichtbaarder gemaakt ondat iedere leerling op hetzelfde niveau start, maar zal gewoon aanwezig blijven!
Ik snap niet dat een minister dit wil doorvoeren. Vrijwel niemand is het eens met deze regel, ouders niet, leerkrachten n iet en de leerlingen meestal ook niet! Differentiëren in een klas met 20 of meer leerlingen is onmogelijk, dat men daar eerst eens werk van maakt. Leerlingen tot in veertiende verplichten om dezelfde eenheidsworst te slikken is een trieste zaak!
Ik ben op mijn twaalfde naar een technische school geweest en voor mij was dat perfect: minder (voor mij) saaie theorie, meer met mijn handen werken. Had ik na mijn basisschool nog twee jaar in hetzelfde systeem moeten zitten dan was ik gegarandeerd één van die ettertjes geworden die de school beu was geweest en nooit een diploma had gehaald! Nee: laat kinderen zo snel mogelijk kiezen wat ze graag willen doen! het is aan het onderwijs om de kinderen deze mogelijkheden te bieden, niet aan het onderwijs om de kinderen te beperken in hun keuzes!
Verder ben ik het eens met iedereen die zegt schaf de verschillende netten af, en dan bedoel ik het Vrij onderwijs, het Gemeentelijk Onderwijs, het Provinciaal Onderwijs, etc.
Men vertelt er niet bij, dat ons Vlaams onderwijs één van de beste van Europa is qua kwaliteit! Ja, de sociale kloof is wel groot, maar dat zie je ook al in de basisschool.
De zittenblijvers in het secundair zijn wel gebaat met een ander systeem: je geraakt een jaartje hoger voor de vakken waarvoor je geslaagd was, en het vak of vakken (met een welbepaald maximum)leg je het jaar nadien extra af tijdens de examens. Laat ons eens eerst onderwijssystemen in Finland en zo beter bekijken. Want wie langer samen zit voor eenzelfde programma, zal een effect zien op hogeschool en universiteit: wie naar unif wil, moet toch de hoogste richting gedaan hebben, dus het watervalsysteem blijft, maar komt pas na de humaniora tot uiting!
De studiekeuze uitstellen is volgens mij een goede zaak. Kinderen hebben na het 6de leerjaar uiteraard hun interesses, maar die veranderen meestal nog zoals ze zelf ook nog zullen veranderen. Leerlingen weten meestal niet welke studierichtingen ze allemaal uit kunnen en wat ze inhouden. Ze van verschillende richtingen laten proeven om hier achter te komen vind ik dus een zeer goed idee. Misschien leren ze wel iets kennen waarvan ze het bestaan niet afwisten, terwijl ze anders een richting zouden kiezen die minder bij hen past!
Ik vind het een goed idee dat de studiekeuze voor de leerlingen uitgesteld wordt tot op een latere leeftijd, natuurlijk zijn er altijd al leerlingen die al vroeg weten wat ze willen doen of volgen.
Maar niet alle leerlingen weten dit al dus voor deze vind ik het een pluspunt.
Wat ik ook goed vind is dat leerlingen in de 2de graad eerst kunnen kiezen uit verschillende belangstellingsgebieden. En dan in de 3de graad een specifieke studierichting kunnen kiezen ofwel naar beroep toe, of als voorbereiding op de hogeschool of universiteit.
Ook het schakeblok is zeer interessant voor leerlingen die het moeilijk hebben om van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs te gaan. Ze worden hiervoor geholpen.
Wat ook positief is dat ze uitgaan vanuit hun eigen competenties, (wat ze zelf later gaan nodig hebben). Zo wordt het voor de leerlingen ook boeiender gemaakt voor naar de lessen te gaan, als het te maken heeft met hun eigen studierichtingen.
Zelf zie ik het zeer goed zitten hoe het nu voorgesteld wordt, ik denk dat er een evolutie zal gemerkt worden, maar dan moet alles wel goed aangepakt worden zoals het vermeld staat.
Net als Evelien vind ik het schakelblok heel interessant. Ik ga verder ook akkoord met haar idee rond competentie-gericht onderwijs, dat lijkt me heel interessant.
Eenzelfde pakket voor alle kinderen in de 1e graad lijkt me dan weer geen goed idee, de meeste kinderen weten wel al wat ze graag doen en waar ze goed in zijn. Ik vind dat die 6 keuzemogelijkheden voor de 2e graad zouden mogen verschuiven naar de 1e graad zodat ze in het eerste middelbaar al een specifieke keuze kunnen maken en dat ze daarnaast ook een beetje kennis kunnen maken met een paar andere vakken (bijvoorbeeld: nu krijgt de handel ook een les technologie, plastische opvoeding,…).
Zoals Evelien al zei, er is zeker een goede aanpak vereist om dit door te voeren.
Dag Marleen, ik begrijp uw standpunt maar wat niet in dit artikel op de site vermeld staat is, dat ze in 2de middelbaar van de 1ste graad al een beetje specifieker kunnen kiezen. De leerlingen moeten dan 2 van de 6 belangstellingsgebieden uitpikken.
Dus er valt in principe al een keuzemoment na het 1ste middelbaar.
Wanneer gaan ze eens scholen opstarten waar kinderen met een perfect iq maar zware dyslexie of discalculie, terecht kunnen zonder dat ze daardoor naar het bso moeten!!
Zoals Lies Van Rompaey hierboven al aanhaalde: waarom geen niveaugroepen per vak ipv leerjaren met strak pakket aan leerstof ? :
“Zo zouden leerlingen taal op een laag niveau kunnen combineren met wiskunde of wetenschappen op heel hoog niveau of omgekeerd.”
Wat Sandrine Hardy vermeldt, vind ik ook zeer terecht !!
Hier zit een 12-jarige die geen andere keuze krijgt dan naar BSO te gaan omwille van ernstige dyscalculie (waardoor geen getuigschrift kan worden behaald), terwijl ze dolgraag naar KSO wil gaan en dat ze dat voor alle andere vakken zeker zou aankunnen.
Schrijnend toch dat “het systeem” een artistiek talent niet tot ontwikkeling laat komen ? Het systeem vormt in ons geval een belemmering op de toekomst van dit kind.
Ik ben het er volkomen mee eens dat het eerder het basisonderwijs is waaraan gesleuteld moet worden. Iemand met ernstige leerstoornis wordt daar al de stempel “zwak” opgekleefd en krijgt er niet de kans om er z’n praktische kant te uiten. Dus de succeservaring voor praktisch ingestelde kinderen is zo goed als nihil op de basisschool.
Vergeleken met 30 jaar geleden bijvoorbeeld : wij kregen destijds wél nog “punten” op onze tekeningen, op onze muziektalenten en onze handwerkjes. Dat werd allemaal afgeschaft intussen en is zeer betreurenswaardig.
Nu staan er enkel nog punten op wiskunde en taal. Kinderen leren daar dus al heel vroeg uit dat wie daar goed in is, goed bevonden wordt. Wie meestal slechte punten behaalt voor taal en/of wiskunde voelt zich mettertijd minder waard want er rest niets anders meer om zich op school mee te bewijzen. En dat allemaal terwijl het net die succes-ervaring is die voor kinderen van zo’n groot belang is voor de rest van hun leven !
Dat hebben wij ook ervaren. Er wordt niet veel gedaan met praktisch of technisch talent in het lager. Men lijkt er ook vanuit te gaan dat deze vaardigheden (ruimtelijk inzicht, motorische vaardigheden) pas bij oudere kinderen voldoende ontwikkeld zijn om er echt iets mee te doen. Terwijl er ook kinderen zijn die al veel vroeger iets kunnen op dat vlak en vooral in dat soort zaken getalenteerd zijn. Mijn zoon heeft zich vaak ‘dom’ gevoeld in het lager omdat vrijwel alles daar rond schrijven, lezen en rekenen draait en hij daar door zijn dyslexie heel veel moeite voor moest doen voor matige resultaten. Gelukkig waren er leerkrachten die zijn talenten wel aan bod lieten komen, en dat gaf hem vleugels. Hij heeft nog steeds een voorkeur voor techniek, maar heeft daar intussen ook echt voor kunnen kiezen. Ik hoop maar dat dit – met de op stapel staande hervorming in het middelbaar onderwijs -mogelijk blijft voor kinderen zoals hij. Als onze zoon langer had moeten wachten om deze keuze te kunnen maken, denk ik dat hij al lang schoolmoe was geweest, terwijl hij zich nu echt inzet om zijn vakkennis te verruimen.
Ik vind het wel goed dat kinderen hun keuze op latere leeftijd mogen maken. Hoeveel kinderen veranderen niet van interesses naarmate ze ouder worden.
Wel zou het geen slecht idee zijn om uit te zoeken ‘waarom’ sommige kinderen het moeilijker hebben dan anderen. Veel kinderen zijn slim genoeg maar krijgen de leerstof op een verkeerde manier aangeboden. Mijn dochter is absoluut niet ‘dommer’ dan een ander kind maar denkt eerder visueel. Deze kinderen krijgen dan bv. bijlessen die dan weer op dezelfde manier gegeven worden als in de klas. Zulke kinderen komen in het middelbaar terecht in richtingen waar ze niet horen. Wanneer we de leerstof thuis opnieuw moeten geven wegens niet begrepen in de klas en deze keer wel met ‘visuele beelden’ haalt ze fantastische punten. Door deze manier van les krijgen haalt ze super punten! Maar dit kunnen wij als ouders uiteraard niet blijven doen. Teveel kinderen met talent worden op deze manier over het hoofd gezien en verliezen zo alle kansen.
Uit mijn contacten met Nederlanders in het onderwijs weet ik dat in Nederland er eerst gekeken wordt op welke manier welk kind het best de leerstof aangeboden krijgt. De leraars combineren in de klas deze methoden zodat iedereen mee is met de les. Deze visueel denkende kinderen kunnen dan evengoed mee met de anderen omdat ze de leerstof ‘evengoed’ hebben begrepen. Het werd enkel op een ander manier overgebracht in de klas.
Misschien moeten we stoppen met ons bezig te houden met de schoolstructeren en ons meer concentreren op wat belangrijk is.. de leermethoden verbeteren, kleinere klassen maken, talenten ontdekken (iedereen heeft er!!) en deze laten ontplooien. We houden ons te veel bezig met de zwakheden van sommige kinderen die dan maar in het BSO terecht komen enerzijds en met de zogezegde ‘slimme’ (woorddenkers) anderzijds. Die gaan dan maar door naar de ‘hogere’ richtingen terwijl hun talenten opzij worden geschoven.
Ik denk dat we in Vlaanderen op het gebied van onderwijs nog heeel veel moeten leren.