Esmee (14) en Alwin (12) zijn adoptiekinderen uit Viëtnam. Esmee was drie maanden toen mama Marleen en papa Luc haar gingen halen, Alwin vier. Esmee heeft een verstandelijke beperking en zit in het buitengewoon onderwijs. Volgend schooljaar wil ze ‘grootkeuken’ volgen. “Ik wil niet dat mensen kijken naar wat ik niet kan, maar naar wat ik wel kan”, zegt ze.
Laura zit in het derde leerjaar. Ze droomt van mama worden. En werkman, zoals haar papa. Laura heeft het syndroom van Down maar zit op een gewone school. “In het buitengewoon onderwijs zou het aanbod vooral gericht zijn op sociale vaardigheden en zelfredzaamheid: zichzelf verzorgen en naar de winkel gaan. Dat willen we Laura liever zelf leren”, legt papa Hugo uit.
De kleuterjuf twijfelt of mijn zoon (6) buitengewoon onderwijs moet volgen. Wij zien dat niet zitten. Wie beslist dat een kind naar het buitengewoon onderwijs gaat?
Hannes (12) denkt en leert als een kind uit het tweede leerjaar maar zit in het zesde. Hoe zien zijn klasgenootjes Robin, Laure, Gilles … hem? En zijn drie jaar jongere zusje Sien?