HelpLeerproblemen

De gemiddelde leerling bestaat niet

beeld bij dit artikelJosé (40): «Ons Lies heeft het erg moeilijk op school. Vaak heeft ze een uitleg twee keer nodig. Die geef ik dan, 's avonds na het werk. We zijn dan meestal nog twee uur bezig. Haar klasleraar zegt dat Lies niet echt meekan met de rest. Dat we er dringend iets moeten aan gaan doen. Of we nog niet gedacht hebben aan een andere school?»

Guido (44): «Onze Jasper gaat niet graag meer naar school. Hij verveelt zich in de klas. Hij wil sneller nieuwe dingen leren, zegt hij. Intussen plaagt hij de andere kinderen. Nu zijn eigen resultaten ook erg achteruit gaan, maakt zijn leerkracht er een probleem van. Jasper moet zich leren aanpassen aan de rest van de groep, zegt hij, iedereen gelijk voor de wet.»

Jasper en Lies hebben pech. Hun leerkracht geeft les voor de gemiddelde leerling.

Hoofd boven water

Eén op vijf kinderen in het basisonderwijs kan zonder speciale aandacht en hulp niet echt mee op school. Dat zeggen hun leerkrachten. Om een of andere oorzaak (ze lijden aan dyslexie, stotteren, zijn hyperkinetisch,) hebben ze het moeilijk om te (leren) lezen, schrijven of rekenen. Ze zijn leerbedreigd. Maar er zijn nog andere redenen waarom kinderen op school dreigen kopje onder te gaan. Vooral ook in het secundair onderwijs. Ze hebben faalangst, een gebrek aan werklust of motivatie, vervelen zich, missen zelfvertrouwen, hebben een zwakke gezondheid, kunnen zich moeilijk concentreren, zijn schoolmoe of hebben het moeilijk met de aanpak op school Zonder extra hulp of aandacht geraken ze achterop en dreigen ze te mislukken. Een goede school heeft aandacht voor elk kind en houdt rekening met meer dan alleen maar cijfers. En daar doet de school heel wat inspanningen voor. Ook de ouders meer bij de zaak betrekken, bijvoorbeeld.

Ouders zijn de eerste leerkracht van hun kinderen. Samen met de school zorgen ze ervoor dat hun kind niet onderuit gaat. Hoe ze dat doen? Ouders kunnen de school informatie geven over hun kind, tijdig een probleem signaleren. Maar ze hebben ook een ondersteunende rol voor de school. Zo kunnen ze veel aandacht besteden aan een ideaal opvoedingsklimaat thuis. Ze kunnen interesse tonen voor wat hun kind op school doet, zijn ontwikkeling volgen. Helpen met lessen en taken kán. Maar dat doen ze dan best in overleg met de leerkracht.

In de smaak

Elk kind heeft het recht om al zijn talenten te ontwikkelen en voldoening te smaken. Scholen die zich op de gemiddelde leerling toeleggen, gaan slecht om met de kwaliteiten die elk kind heeft. Hoe vat de school van uw kind verschillen tussen leerlingen op? En hoe speelt ze daarop in? Wat speelt er zich in de klas af? Hoe zorgt de school voor kinderen met problemen (contacten tussen leerkrachten, contacten met het PMS, samenwerking met een school voor buitengewoon onderwijs, opsplitsing in kleine of grote klassen, met of zonder taakleerkracht)? Het antwoord op deze vragen staat in het schoolwerkplan. Iedere school maakt zo'n plan op.

Scholen die het onderste uit de kan halen voor alle kinderen. Dat is wat ouders wensen. Daar hebben ze ook hun zegje in. Via de participatieraad of schoolraad kunnen ze met leerkrachten en directie overleggen. Komt elk kind aan zijn trekken? Is er genoeg aandacht voor leerlingen met problemen? Wat doet de school eraan? Worden de ouders tijdig en voldoende geïnformeerd over de evolutie van hun kind?

Ouders kunnen hiervoor terecht bij de ouderwerking van de school en de afgevaardigden van de schoolraad of participatieraad. Voor meer ondersteuning kunnen ze terecht bij de koepelorganisaties van de ouderverenigingen. De adressen staan op pagina vijf.

Oog voor iedereen

Jasper en Lies krijgen precies even veel tijd om dezelfde taken uit te voeren als hun klasgenoten. Toch is Jasper al klaar als de anderen net begonnen zijn. Lies heeft minstens twee keer zoveel tijd nodig. Jasper gaat zich vervelen. Lies verliest haar zelfvertrouwen en krijgt faalangst.

Leerkrachten krijgen verschillende kinderen in de klas. Een goede leerkracht probeert het beste te halen uit élk kind. Daarom moet hij sommige kinderen ook anders benaderen. Lesgeven op hun maat. Dat noemt men differentiëren. Lies krijgt wat meer tijd en extra aandacht van de leerkracht. Jasper krijgt een moeilijkere oefening en moet ze alleen oplossen. Er zijn voor leerkrachten verschillende werkvormen waardoor ze op elk kind apart kunnen inspelen. Zo is er bijvoorbeeld hoekenwerk. Kinderen voeren zelfstandig opdrachten uit in een hoek naar keuze: leeshoek, luisterhoek, spellinghoek, meet- en weeghoek, verkeershoek Dat gebeurt elke dag een halfuurtje. Zo kan de leerkracht kinderen met problemen individueel begeleiden.

Fijne neus

Voelen kinderen zich thuis op school, kunnen ze zichzelf zijn, zijn ze ontspannen, stralen ze zelfvertrouwen uit en beleven ze plezier aan het leren? Als dat zo is, komen kinderen volop aan hun trekken op school. Het is een signaal dat ze leren, erop vooruitgaan. Kinderen moeten door de leerkrachten nauwgezet in het oog worden gehouden. Als een kind zich niet goed voelt op school scheelt er wat. In vele scholen volgen de leerkrachten hun leerlingen via een kind- of leerlingvolgsysteem. Ze volgen de resultaten en hoe het kind zich voelt. Zo kunnen leerkrachten vlug problemen signaleren en hulp zoeken voor het kind. Die hulp kan komen in de school zelf (een taakleerkracht die kinderen met problemen bijwerkt, leerkrachten die vertellen hoe je het beste je lessen studeert, samen inkijken van gemaakte toetsen). Soms is hulp van buitenaf nodig (PMS, centrum voor leerstoornissen). Belangrijk is dat ouders, leerkrachten, directie, PMS en eventuele andere diensten nauw samenwerken. Alleen zo kan er effectief hulp worden geboden.

Kinderen met problemen maken ouders soms radeloos. Wat moeten ouders doen? Wanneer doen ze nog goed? Enkele tips:

· Blijf ouder. Ondersteun uw kind, zeg hem dat je in hem gelooft, benadruk zijn sterke kanten, vang hem op bij tegenslagen en praat vooral ook eens over iets anders dan alleen maar de school.

· Zorg voor regelmatige en rustige momenten voor leren en huiswerk.

· Werk samen met de leerkracht, de school en andere hulpverleners. U helpt kinderen niet vooruit als iedereen op een andere wijze iets uitlegt.

· Helpen thuis mag geen bron van spanning worden. Hou het leuk. Overdrijf niet met oefeningen en pas ze aan aan het niveau van het kind.

· Blijf kijken naar heel het gezin, niet alleen naar het kind met problemen. Anders geraken ze vlug in een prinsenpositie of worden ze de zondebok.

· Geloof niet in wonderen. Het verhelpen van problemen kan heel moeizaam gaan.

?

Gemiddelden op school

150.000 leerkrachten kunnen deze maand in hun Klasse voor Leerkrachten over zorgverbreding lezen. Want dat is waar dit artikel over gaat: ervoor zorgen dat elk kind optimaal aan zijn trekken komt, dat er geen gemiddelde kinderen zijn. Een belangrijk aandachtspunt in hedendaags onderwijs.

100 gratis boeken

Wat zijn leermoeilijkheden? Hoe springt u er als ouder mee om? Wat is faalangst en hoe zorgt u ervoor dat uw kind gemotiveerd blijft? Hoe kunt u met de school samenwerken? Op nog meer vragen vindt u een antwoord in «Leerproblemen bij je kind. Zoek een oplossing tot je er één vindt». Wij hebben 100 gratis exemplaren voor u. Stuur een briefkaart naar Klasse voor Ouders (OPLOSSING) - Koningsstraat 138 lokaal 508 - 1000 Brussel.

U kunt het boek ook bestellen bij Sprankel, de Vlaamse Vereniging voor ouders van normaalbegaafde kinderen met leermoeilijkheden - Bevrijdingslaan 88 - 3665 As - tel 089-65 76 18 - fax 089-65 01 53. Het boek kost 200 fr. (+ portokosten).

Verwante pagina's

Hulplijnen

Sprankel vzw.
Vereniging van ouders van normaalbegaafde kinderen met leerproblemen.
www.sprankel.be
 
Let op!
vzw Dies-lekti-kus
www.letop.be

De Eerste Lijn