Je kind is jarig. Welk feestje kiest het?
Naar een museum met de hele bende, met een gids en een reuzegrote taart.
Een feestje thuis met computergames of spelletjes van Pokémon, Mega Mindy, Cars…
Een feestje thuis met schmink, poppenkast of verhalen.
Met alle vriendjes naar een kasteel om een spannend groepsspel te spelen of zich te verkleden.
Je kind maakt een masker. Er ligt een voorbeeld op tafel. Wat doet je kind?
Je kind maakt het masker piekfijn na, precies zoals het voorbeeld.
Je kind maakt een volledig eigen masker in het thema dat hem bezig houdt, bv. de farao’s, de Romeinen…
Je kind vindt een masker maken saai en zou er liever gewoon een kopen.
Je kind maakt zijn eigen fantasierijke versie van het voorbeeldmasker.
Wat voor ’n boek krijgt je kind het liefst als cadeau?
Een boek is niet zo’n goed cadeau.
Een mooi leesboek.
Een boek vol mooie prenten met weinig tekst.
Een boek vol spelletjes, labyrinten, doe-dingen en moppen.
Je kind is een namiddag vrij. Wat doet het?
Mijn kind kiest voor kant en klaar speelgoed: computerspelletjes, playmobil. Het vindt zelf zaken in elkaar knutselen niet leuk.
Het duurt even voor het zijn draai heeft gevonden. Maar dan is het uren met hetzelfde bezig: bouwt de Legokazerne op de doos na of tekent iets tot in het kleinste detail over.
Het vliegt van hier naar daar, gaat buiten fietsen en maakt knikkerbanen. Het speelt 101 spelletjes.
Het weet precies wat het wil en speelt urenlang met hetzelfde speelgoed, leest een boek in één ruk uit of werkt een tekening tot in de puntjes af.
Vandaag gaat de klas naar een toneelvoorstelling. Hoe reageert je kind ’s morgens voor het vertrekt?
Je kind stelt veel vragen: “Hoe laat begint het? Waarover gaat het?” Je kind is nieuwsgierig maar is er niet helemaal gerust in.
Je kind staat op voorhand al aan de deur klaar. Het popelt om te vertrekken.
Je kind doet alsof het ziek is en wil niet vertrekken.
Je kind is enthousiast omdat het vandaag niet in de klas moet stilzitten. Het stelt vragen als “Zal ik mogen meedoen? Mag mijn vriendje komen spelen straks?”
Je kind komt thuis van de schoolvoorstelling. Hoe reageert het?
Je kind vertelt over de limonade tijdens de pauze, het ‘superleuke’ decor en andere details.
Je kind vertelt niet veel en vraagt ook niets. Het vergeet de voorstelling snel als het thuis met zijn eigen favoriete speelgoed kan spelen.
Je kind vertelt niet veel maar blijft ermee bezig. Het bladert nog eens door het programmaboekje en bewaart het ticket zorgvuldig.
Je kind vertelt honderduit en kan haast niet slapen van opwinding.
Hoe zou je kind ‘kunst’ omschrijven?
“Ik wil wel een kunstenaar worden, als ik dan spannende dingen mag doen.”
“Ik weet niet zo goed wat kunst is, maar ik denk dat ik het mooi vind.”
“Kunst is stom. Ik weet leukere dingen.”
“Kunst is tof! Ik wil later ook beroemd zijn omdat ik speciale en mooie werken maak.”
Welk beeld vindt jouw kind het mooist?