| 8 | Heeft er iemand nog vragen?00:11:06 |
|
| 7 | Actief in de praktijk00:11:08 |
|
| 6 | Structuur op je bord00:08:40 |
|
| 5 | 'Begrijp je het?'00:09:37 |
|
| 4 | Leerlingen actief betrekken00:07:45 |
|
| 3 | Verhalen vertellen aan kleuters00:08:20 |
|
| 2 | Kleuters leren luisteren00:08:48 |
|
| 1 | Leren leiding geven00:10:29 |
onderwerpen: begrijpend lezen, boek, coaching, evalueren, klasmanagement, leesbevordering, lerarenbegeleiding, leraren, lerarenopleiding, ordemaatregelen, lezen, startende leraar, stage, tips
Anneke is 19 en studeert voor leraar lager onderwijs. TV.Klasse dropt haar in een oefenlokaal vol camera's voor een les begrijpend lezen. De vaklector observeert zorgvuldig. Na de les krijgt Anneke drie tips. Wat doet ze goed en wat kan nog beter? Een geweldig leermoment.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Vier camera's, elf leerlingen en één stagiair.
Anneke is klaar voor een oefenles in het eerste leerjaar.
Achteraan observeren de pedagoog en de vaklector de les.
Zij maken zich klaar voor de evaluatie.
(ANNEKE) Ik ben goed voorbereid, dus ik ga zo dadelijk naar binnen gaan
en ik hoop dat alles goed gaat verlopen.
(ANNEKE) Ik heb iets raars meegemaakt deze ochtend.
Ik kwam hier binnen voor jullie hier waren
en ik was totaal verrast. - (LEERLING) Ja.
(ANNEKE) Want weet je wat er hier stond ?
(ANNEKE) Ik ben Anneke, ik ben negentien jaar.
Ik volg mijn tweede jaar opleiding als lerares lager onderwijs.
Ik doe dit omdat mijn liefde voor kinderen heel groot is
en ik wil de kinderen graag zo veel mogelijk bijleren.
Ik wil 'n leerkracht zijn waarbij de kinderen graag naar school komen,
waarbij ze het gevoel hebben van: Ja, het is school.
We gaan nieuwe dingen bijleren.
En niet zo van: (ZUCHT) School, wat zit ik daar te doen ?
Nee, dat wil ik niet. Ik bereid mijn lesvoorbereidingen grondig voor,
want ik vind niet dat je voor een klas kan staan
en zo van: (AARZELEND) Wat ga ik nu geven ?
Je bent er om de kinderen iets te leren
en je moet heel zeker zijn van je stuk.
Wat je gaat geven, hoe je het gaat geven.
Welke vragen je gaat stellen.
Ik ben op zich niet zo'n zenuwachtig type
en natuurlijk, ja, als ze naar jou komen kijken,
wil je extra je best doen, maar je bent zo bezig met de kinderen,
dat je er gewoon niet zo fel op let.
Natuurlijk, je hebt wel een beetje kriebeltjes misschien, maar...
Het stoort me niet.
(VOICE-OVER) Anneke haalt 'n schatkist boven en 'n piratenvlag.
Ze maakt de kinderen warm voor een verhaal over een piratenschip.
Het enthousiasme is groot. Misschien zelfs een beetje te.
(ANNEKE) Ik ga eerst even met jullie nog... (VEEL KABAAL)
Ik ga eerst eventjes met jullie nog een afspraak maken.
Voor we beginnen, als jullie iets willen zeggen,
steek je je vinger in de lucht en als...
Als ik zeg dat je iets mag zeggen, dan ben je aan het woord. Oké ?
Laat jullie boekje nog maar... Nee, ik heb niet gezegd: Pak jullie boek.
Laat het boekje mooi vooraan liggen.
(ANNEKE) Vanaf het begin van de les heb ik erop gelet dat de kin...
Dat de leerlingen wisten wat mijn afspraken waren.
Zodat ze weten waaraan ze zich moeten houden.
Zo kan er ook, in principe, niet veel mis meer gaan.
(ANNEKE) Jullie mogen al eens in stilte beginnen lezen
tot ik zeg dat jullie eventjes mogen stoppen.
(VOICE-OVER) Anneke neemt een goede start. Ze maakt afspraken
en zet de leerlingen meteen aan het werk.
Maar dan slaat de twijfel toe.
(ANNEKE) We gaan eens nagaan of iedereen alles begrepen heeft.
Bijvoorbeeld...
In... Hier... (AARZELING)
Eens kijken of jullie weten wat... (AARZELING)
Een scheur is. Zoals hier staat: In zijn jas zit een scheur.
Azelis ? - (AZELIS) Dat is...
dat je een scheur in je jas hebt en dat die een beetje stuk is.
(ANNEKE) Ja. Ze is een beetje stuk als je een scheur in je jas hebt, hè ?
Nu... In het laatste blokje zegt Thijs:
De schatkist is in het ruim. Wat is het 'ruim' ?
(LEERLING) Beneden in een schip. - (ANNEKE) Ja.
Heeft iedereen het gehoord ? - (LEERLING) Ja.
(ANNEKE) Wat is boven ?
Het staat hier ook in.
Lona, weet jij het ? - (LONA) Het dek.
(ANNEKE) Op het moment dat je daar staat, denk je: Kan ik nog iets beter doen ?
Zou ik het beter zo aanpakken of zo aanpakken ?
Maar... Ja, het is goed verlopen.
(VOICE-OVER) De leerlingen maken enkele oefeningen.
Anneke wil nagaan of iedereen de tekst goed begrepen heeft,
maar dat is niet zo eenvoudig.
(ANNEKE) We gaan samen de oefeningetjes overlopen.
Oké, wie denkt het eerste hokje: Thijs weet de weg wel ?
Steek nu je vingertje in de lucht.
Azelis, waarom denk je dat ?
(AZELIS) Ik weet het eigenlijk niet. - (ANNEKE) We zullen de tekst...
Ik zal de tekst nog eens voorlezen. Zet jullie oortjes open,
want het antwoord wordt erin gezegd. Dus...
'Weet jij de weg ?' roept Thijs.
'Ik weet de weg wel,' zegt Wies.
'Zeg me maar waar je heen moet, dan kijk ik wel op mijn kaart.'
Nu het vraagje: Wat is waar ?
Thijs weet de weg wel.
Of het tweede hokje: Wies wijst de weg.
Oké, nu ga ik mijn vraag nog eens stellen:
Wie denkt dat het waar is dat Thijs de weg wel weet ?
Kijk, ik ga één zinnetje voorlezen.
'Weet jij de weg ?' roept Thijs.
Als ik bijvoorbeeld aan Luca vraag: Weet jij de weg ?
Weet ik dan de weg ? Als ik dat aan jou vraag ?
(LUCA) Nee. - (ANNEKE) Nee. Hier vraagt Thijs:
Weet jij de weg ? En in het eerste hokje staat:
Thijs weet de weg wel. Klopt het dan ?
(LEERLINGEN) Nee. - (ANNEKE) Nee.
Bij het eerste tekstblokje had ik het gevoel
dat sommigen de tekst niet gelezen hadden
of dat ze 't niet goed begrepen hadden
en gaf ik ze ook wat meer tijd. Je moet dat natuurlijk aanvoelen
hoeveel tijd de kinderen nodig hebben
en dan verliep het iedere keer beter en beter.
(ANNEKE) Allee, lees maar en duid je antwoord aan.
(MEISJE) Ik weet het niet. - (ANNEKE) Lees je tekstje nog eens.
Dan ga je het antwoord wel weten.
(ANNEKE) (FLUISTERT) Ja, flink. Heb je het al gelezen, je tekstje ?
Oké, het vraagje is: Wat is waar ?
Het eerste hokje: Joop is lief. Wie denkt dat dat 't juiste antwoord is ?
(LEERLING) Nee. - (ANNEKE) Nee ?
Oké, het tweede vakje: Joop is een dief. Wie denkt dat ?
(LEERLING) Ja, ik. (ER VALT EEN POTLOOD)
(ANNEKE) Eens kijken. Iedereen heeft 't juist.
(VOICE-OVER) De les van Anneke zit erop. De vaklector en de pedagoog
hebben zorgvuldig geobserveerd. Zij zijn klaar voor de evaluatie.
(VAKLECTOR) Dag, Anneke. Ga zitten.
Goed. We gaan eens even jouw lesje begrijpend lezen bespreken.
Hoe vond je dat je de afspraken met de kinderen hebt gemaakt ?
Vond je dat dat goed is gegaan in het begin van je les ?
(ANNEKE) (AARZELEND) Ik vond toch van wel.
Ik heb duidelijk gezegd wat kan en wat niet kan.
Als ze iets willen zeggen, steek de vinger omhoog.
Dan krijg je het woord. Daar heb ik wel eventjes tijd aan besteed.
(VAKLECTOR) Oké. Want ik vind dat wel een zeer positief iets in dit lesje bij jou.
Dat je dus echt geprobeerd hebt om duidelijk structuur te geven
aan je kinderen en ook op een zeer natuurlijke manier.
Dat is echt een van je troeven.
(VAKLECTOR) Goed. Laten we het eens over het aspect begrijpend lezen hebben.
Vind je dat je genoeg aan het begrip van de tekst hebt gewerkt ?
Weten ze eigenlijk waarom een antwoord juist of fout was ?
(ANNEKE) Het was mijn eerste lesje begrijpend lezen,
dus in het begin had ik wel zo eventjes het gevoel van:
Hoe ga ik dit nu aanpakken zodat alle kinderen alles goed begrijpen ?
Naar het einde toe was 't wel beter, maar in het begin
had ik daar misschien niet zoveel aandacht aan besteed.
(VAKLECTOR) Ik vind dat toch een werkpuntje. Ik vond dat je vrij snel akkoord was
met 't antwoord van de kinderen. - (ANNEKE) Meer doordoen.
(VAKLECTOR) Je doet daar niks mee. - (ANNEKE) Ja.
(VAKLECTOR) Eigenlijk had je dan kunnen vragen: Waarom denk je dat ?
En: Welk woordje zegt je dat in die zin ?
En eventueel zelf meer het rolmodel spelen. Dus echt meer zelf...
Wat er in je hoofd afspeelt bij het beantwoorden van zo'n vraag
zelf proberen te verwoorden.
(VAKLECTOR) Je weet dat ik het belangrijk vind dat je zo veel mogelijk kansen grijpt
om aan woordenschatuitbreiding te doen,
dus wat je prima hebt gedaan bij het woordje 'ruim',
haal je er zelf ook het woordje... - (ANNEKE) Dek.
(VAKLECTOR) 'Dek' bij. Dan heb je gezegd: Ja, waar is het ruim ? Waar is het dek ?
Prima. Je doet eigenlijk aan woordenschatuitbreiding.
Je hangt nieuwe woorden vast bij de woorden die in de tekst komen.
Waar ik het wat minder goed vond. Bij het woordje 'scheur'
heb je dat ook proberen te doen. Herinner je je wat daar gezegd is ?
(ANNEKE) Als je een scheur in je jas hebt, is je jas kapot.
(VAKLECTOR) Kijk, en dat vind ik eigenlijk te beknopt of te vaag.
Een scheur in je jas, wat is dat ? Dat kan ook een vlek zijn of een...
Een gaatje erin. Niet gewoon zeggen: Als je jas kapot is.
Ook als de rits stuk is, is je jas ook... Hè ?
(VAKLECTOR) Oké, Anneke. Wat gaan we onthouden ?
Probeer zeker wat je nu al goed doet te blijven doen,
dus daarmee bedoel ik: Op een natuurlijke, kordate manier
afspraken maken en je lessen structureren. Dat was goed,
maar bij begrijpend lezen toch meer aan het begrip werken van:
Waarom geef je nu zo'n antwoord ?
En de kansen zien om...
toch aan woordenschatuitbreiding nog meer te doen.
(ANNEKE) Daar ga ik aan werken.
(VAKLECTOR) Prima. Veel succes. - (ANNEKE) Dank u wel.