Wie is Ayoub?duurt 00:00:58 |
|
Verschil met kleuterschoolduurt 00:01:22 |
|
Een concrete aanpakduurt 00:01:26 |
|
Lezen en schrijvenduurt 00:00:58 |
|
Rekenenduurt 00:00:46 |
|
Kapoenen van de klasduurt 00:00:48 |
|
Frustraties op de speelplaatsduurt 00:00:32 |
|
Wat maakt een goede school?duurt 00:00:50 |
|
Broer helpt bij huiswerkduurt 00:00:57 |
|
Afspraken makenduurt 00:00:32 |
|
Kleine consumentenduurt 00:01:07 |
|
Creatieve leeftijdduurt 00:00:30 |
|
Ruzie tussen broersduurt 00:01:04 |
|
Warme onderhandelaarsduurt 00:00:50 |
|
Stickers verdienenduurt 00:01:17 |
onderwerpen: Peter Adriaenssens, lager onderwijs, ouders, ontwikkeling, ontwikkelingseducatie, basisonderwijs, gezinsbeleid, gezinsrelaties, tips; routine; truc, tips, opvoeden, opvoeding, opvoedingsondersteuning
In de reeks Groei! volg je de ontwikkeling van kinderen, thuis en op school. Ayoub is zes. Wat staat hem te wachten in het eerste leerjaar? En hoe speel je daar als ouder best op in? Opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens geeft duiding en commentaar.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) In Groei neemt TV.Klasse je elke aflevering mee
naar een andere leeftijd. Waar staat een kind in zijn ontwikkeling ?
Hoe kan je die optimaal stimuleren ?
Opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens
analyseert de thuis- en schoolbeelden
en geeft leerrijk advies.
(VOICE-OVER) In deze aflevering volgen we Ayoub.
Hij is zes jaar en zit in het eerste leerjaar.
Ayoub is de zoon van mama Rashida en papa Ben Abdellah.
Hij heeft nog 'n oudere broer, Ibrahim, van acht jaar
en een kleine zus, Henneh, van anderhalf.
(ER WORDT 'N FOTO GEMAAKT)
(VOICE-OVER) Ayoub komt toe op school. De meeste kinderen kijken erg uit
naar het eerste leerjaar. Voor sommigen is de overgang
van de kleuterschool naar de lagere school een hoge drempel.
Op zesjarige leeftijd treedt het kind binnen
in een totaal nieuwe en complexe wereld.
(PETER ADRIAENSSENS) Dus je ziet dat vanaf het eerste leerjaar
kinderen veel minder afhankelijk zijn van hun ouders.
Je ziet niet meer de verdrietjes van: Waar is mama ?
Nee, hier zijn we op school. Hier is de juf de baas
en dit is eigenlijk de voorbereiding van de arbeidsplaats.
De kinderen komen daar om te werken, om nieuwe dingen te leren.
In de school leer je heel andere dingen dan thuis.
(JUF) Welke dag zijn we vandaag ? Selsam, wil jij de kalender even doen ?
Welke dag zijn we vandaag ?
Allee, dat weten we toch allemaal ? (KINDEREN DOOR ELKAAR)
(JUF) Floran ? - (FLORAN) Donderdag.
(JUF) Donderdag.
(ADRIAENSSENS) Voor zij die keken naar de film van de kleuters,
die zien al meteen het verschil in deze klas.
(JUF) En Ayoub, het speldje daar ook op 'donderdag' hangen.
Hang het maar op het laagste speldje. Dan kan je er wel aan.
(PETER ADRIAENSSENS) Je ziet meteen: er is wat discipline. De klas is goed georganiseerd
en de eerste geluiden zijn veel rustiger dan in de kleuterklas.
(JUF ZINGT ALSOF ZE IETS TEVOORSCHIJN TOVERT)
(JUF) O, la, la, la, la. Voilà .
(JUF) Mmmm...
(JUF) Mmm, dat zal lekker smaken. Mmm...
Mmm, dat is lekker. (ENKELE KINDEREN LACHEN)
(JUF) Een lekker kopje, hè ? Wat zit er in mijn kopje ?
Wat zit er in mijn kopje ? Yasmina ? - (YASMINA) Thee.
(JUF) Mmm, een lekker kopje thee.
(PETER ADRIAENSSENS) Hoor hoe stil het is. Je hoort letterlijk aandacht en concentratie.
Dat is wat ze nu beginnen te kunnen.
Nog niet te lang, maar dat begint te kunnen
en wat de juf doet, is een toneeltje en de kinderen vinden dat leuk
en humor is ook iets wat heel erg helpt
om kinderen iets nieuws te leren.
(JUF) Thee.
(JUF) Wie heeft er iets gezien ? Goed, Nathan. Het is een fopwoordje.
Wat is er aan het woordje 'thee' speciaal ? Kobe ?
(KOBE) Je hoort T, maar er staat toch een H.
(JUF) Kijk. Zie je dat ?
(PETER ADRIAENSSENS) Kijk, en dit is toch echt heel ingewikkeld, wat hij ziet.
Dus de juf helpt. Het beeld van het echte kopje thee, 't woordje 'thee'.
Zij begint verbindingen te leggen die ook in het hoofd van het kind,
in de hersenen, allemaal verbindingen zullen leggen.
(JUF) We gaan eens heel het rijtje lezen. Ja ?
(DE HELE KLAS) Citroen. Citroentje.
Citroenen. - (JUF) Flink.
(AYOUB) Ik hou van veel...
Schuim. - (JUF) Nu is het ?
Ooo. Kijk eens.
Die heeft wel een haakje van boven. Niet zoals bij de a daarstraks.
(VOICE-OVER) Vanaf 6 jaar is het kind rijp genoeg om te leren lezen en schrijven.
Het is een mijlpaal in zijn ontwikkeling.
Stilletjes aan kan het op eigen initiatief deelnemen
aan onze maatschappij. Lezen en schrijven zijn basisvereisten
voor het verdere leren op school.
(PETER ADRIAENSSENS) Eigenlijk pas als een kind zes jaar oud is,
staan de hersenen ver genoeg om dit vlot te beginnen laten lopen.
Maar natuurlijk nu moet er heel veel geoefend worden
en dat is iets wat ouders niet mogen onderschatten.
Dit zijn nog hele jonge hersenen.
Je mag niet te snel te veel van zo'n kind verwachten.
(DE KINDEREN SPREKEN ONDUIDELIJK)
(DE HELE KLAS) Elf min één is tien.
(VOICE-OVER) Vanaf 't eerste leerjaar leert 't kind ook rekenen.
Het leert dat de wereld logisch in elkaar zit. Dat is de basis
om later meer ingewikkelde berekeningen te maken,
zoals het volume en de oppervlakte.
Juf Patricia laat de kinderen regelmatig zelfstandig werken.
(PETER ADRIAENSSENS) De klas is aan het werk. De kinderen hebben niet meer
heel de tijd persoonlijk toezicht nodig.
Juf kan al beginnen rond te gaan in de klas,
met die, met die bezig zijn
terwijl anderen hun oefeningen aan het maken zijn.
Gaat dat bij iedereen even vlot ? Nee.
Eerste leerjaar, eerste stapjes.
(VOICE-OVER) Terwijl de juf andere kinderen helpt bij 't contractwerk
hebben Sedi en Inès meer aandacht voor elkaar dan voor hun taak.
(PETER ADRIAENSSENS) Kapoenen van de klas, je voelt je goed met iemand van je klas.
Als je gekke bekken trekt, dan vindt die dat fantastisch
en schatert die het uit. Ja, dat is wel eens een keer belangrijker
dan wat de juf te zeggen heeft.
(JUF) Inès, nee.
Selsam, is je blad af ? Hoeveel werkjes heb jij nu gemaakt ?
Dit ene werkje ? Jij hebt de hele tijd zitten spelen met Inès.
Ik vond het niet fijn.
(ADRIAENSSENS) Dit is wat ze zullen moeten leren
en dus komt de juf een beetje streng tussen, als een verkeersagent,
en eigenlijk komt zij herinneren aan de afspraken.
(PETER ADRIAENSSENS) In de klas is alles onder controle.
Op de speelplaats is het een relatieve vrijheid
en daar moet je leren vriendschappen te maken.
Daar ontmoet je ook de grote frustraties.
Ruzies, pesterijen. Pijnlijke conflicten doen zich daar voor
en kinderen moeten leren dat beter in de hand te krijgen.
(VOICE-OVER) Kinderen brengen een groot deel van de dag door op school.
Bovenop de kennis die ze vergaren, leren ze omgaan met anderen,
wordt hun motoriek gestimuleerd, oefenen ze hun zelfstandigheid
en treden ze in contact met de wereld.
De school is dan ook erg belangrijk in de ontwikkeling van kinderen.
(PETER ADRIAENSSENS) Als men de vraag stelt: Wat maakt nu een goede school ?
Dan zijn er drie essentiële kenmerken.
Eén is: De school moet goed georganiseerd zijn.
Twee is: Je moet zorgen voor een goede cocktail.
Er moet discipline zijn en het moet ook gezellig zijn.
En het derde is: Je moet zorgen voor een goede klasgeest.
De klas moet een groep zijn. Het moet 'n ploeg zijn die samenspeelt.
Hoe beter dat lukt, hoe beter de resultaten zijn.
De schoolse resultaten, maar ook hoe minder gedragsproblemen.
(MAMA) Gaan we aan je huiswerk beginnen ? Ja ? Ga je boekentas maar halen.
(VOICE-OVER) De school loopt thuis nog door, want er moet huiswerk gemaakt worden.
School en thuis vormen één geheel.
In de klas leert 't kind vaardigheden en problemen oplossen.
Thuis leert het over het dagelijkse leven.
Broer Ibrahim helpt Ayoub bij de voorbereiding van z'n dictee.
(PETER ADRIAENSSENS) Hier zien we al 't verschil met kleuters.
Kleuters zouden dit heel moeilijk vinden,
maar hier kan Ayoub in het eerste leerjaar
al samenwerken met een broer.
(IBRAHIM) Wij.
(IBRAHIM) Jij.
(PETER ADRIAENSSENS) Mooi dat de broer hier helpt, want zoals we zo dadelijk nog zullen zien,
dat is niet zo'n gemakkelijke relatie tussen broers of broers en zussen.
Je bent allemaal de kinderen van dezelfde mama en papa
en hoe moet je dat doen om ervoor te zorgen
dat mama en papa jou de allerliefste en de allerbeste vinden ?
(PAPA) Kijk, laten we één ding afspreken voor we naar de Carrefour gaan. Ja ?
Jullie gaan luisteren naar papa. Ja ?
(PETER ADRIAENSSENS) We gaan eerst goed afspreken, zegt papa.
Dat is een goede manier waarmee je heel vaak kinderen helpt
om gedrag te leren op plaatsen waar er veel publiek is.
Het helpt als je dat een beetje speels doet.
(PAPA) Eén ding, ja ? Eén ding, één ding dat papa niet aanstaat
en we stoppen ermee en dan krijgen jullie geen gogo's.
Heb je me goed verstaan, Ibrahim ?
(VOICE-OVER) In de supermarkt hebben Ibrahim en Ayoub vooral aandacht
voor die producten die hen gogo's zullen opleveren.
(AYOUB) Papa ? Papa, met dat krijg je ook gogo's. Papa ? Met dat.
Hier, je moet dat kopen.
(PAPA) We gingen fruitsap kopen, maar we gingen niet dit fruitsap gaan kopen.
(PETER ADRIAENSSENS) Jonge kinderen zijn beginnende consumenten
en het is geen toeval
dat allerlei producten aangeboden worden
samen met een speelgoedje.
(AYOUB) Die nieuwe gogo. Heb ik, heb ik, heb ik. Allemaal heb ik ze.
(PETER ADRIAENSSENS) Jonge kinderen in de lagere school leven nog heel erg
in de dag van vandaag. Wat krijg ik nu mee ?
Daarom dat het ook zo slim gevonden is
dat ze onmiddellijk al iets meekrijgen aan de kassa.
Dat is hetgeen wat ze nu gaan moeten leren op deze leeftijd.
Laat je niet altijd verleiden door wat je meteen krijgt.
(AYOUB ROEPT HET UIT VAN VREUGDE)
(AYOUB) Joepie.
(PAPA) Wat doen jullie nu ? - (AYOUB) Knikkeren.
(IBRAHIM) Ik haat dat echt.
(PAPA) Knikkeren met gogo's ? - (JONGENS) Ja.
(PETER ADRIAENSSENS) Papa is terecht verrast, want jonge kinderen
moeten nog regels zoeken en ze vinden dus zelf spelletjes uit.
Ze gaan ineens knikkeren met die gogo's.
Een boom is een huis. Een doek is ineens een woestijn.
Dat is het heerlijke van de creativiteit van die leeftijd.
(AYOUB) Nog een keer. - (IBRAHIM) Ja, spijtig.
(AYOUB) Zo, doef, doef. - (IBRAHIM) Nee, niet waar.
(IBRAHIM ROEPT EN MAAKT ZICH KWAAD)
(AYOUB) Ik wil niet meer. - (IBRAHIM) Allee, je houdt dat.
Maar allee. Doe gewoon.
(PETER ADRIAENSSENS) We zien hier hoe Ayoub met een glimlachje
zijn broer langzaam als een raket de lucht in laat gaan.
Dit is het moeilijke voor ouders. Je bent er niet bij.
Je hoort van buiten hoe in deze kamer ruzie ontstaat.
(MAMA) Het is genoeg geweest. - (IBRAHIM ROEPT)
(MAMA) Ik had gezegd: Nog één keer roepen en ik pak alles af.
(IBRAHIM ROEPT) Mama. - (MAMA) Nee.
Waar is dat doosje ?
(PETER ADRIAENSSENS) En mama praat gewoon rustig door
terwijl het lawaai in de achtergrond altijd maar hoger gaat.
Zij toont duidelijk: Kijk, ik ga mij niet laten leiden door het theater.
Iedereen is verantwoordelijk voor ruzie. Ja ?
Samen eraan begonnen, samen een gevolg.
(MAMA) Het is al laat. We gaan naar boven.
(AYOUB) Maar nee.
(MAMA) Kom, je bent al heel moe. Het is al laat.
(AYOUB) Oké. - (MAMA) Je bent vroeg opgestaan.
(AYOUB) Het is nog niet donker. - (MAMA) Allee, kom.
Het is wel al donker. Het is niet omdat het licht hier aan is...
(AYOUB) Als je me draagt.
(MAMA) Nee, dat kan ik niet. Nee, schat.
(PETER ADRIAENSSENS) Hier zie je warme onderhandelaars.
Heel het gezin zat daar in de zetel. De kinderen plakken tegen de papa,
hangen aan de mama en dan wordt er gezegd 'Gaan slapen'
en zeggen mama's en papa's wel eens:
Maar hoe komt het dat dat nu niet vlotter loopt ?
Eigenlijk is het gewoon liefde op dat moment.
Het kind wil zo genieten van die rustige mama en papa,
dat die totaal geen zin heeft om dat te ruilen
met alleen liggen in je bed.
(AYOUB) Mama, heb ik vandaag stickers verdiend ?
(MAMA) Ik ga daar eens goed over nadenken met papa en zien, want...
Je bent braaf geweest, maar je bent ook 'n paar momenten stout geweest
en ik ga een beetje zien wat het zwaarst weegt op de weegschaal.
(PETER ADRIAENSSENS) Het systeem van de sticker is natuurlijk een hele handige truc
om voor een kind nog eens extra duidelijk te maken:
Wat loopt goed ? Wat loopt minder goed ?
(MAMA) Wat denk je zelf ? - (AYOUB) Ik denk... Braaf.
(MAMA) Ja ? Als je nu heel stilletjes gaat slapen
en als ik je niet meer hoor, dan krijg je een sticker.
(ADRIAENSSENS) Dat is een heel mooi voorbeeld.
De mama zegt: Als je braaf gaat slapen, je komt niet uit je bed,
dan krijg je een sticker. Dat is iets wat zo'n kind kan.
Hij heeft duidelijk het kleine filmpje gehoord:
Braaf zijn, niet uit bed komen, dan een sticker.
(VOICE-OVER) Zesjarigen vinden steeds beter hun weg in het leven.
Volgende keer nemen we je mee naar de wereld van de negenjarigen.
Waar staan zij in hun ontwikkeling ?