onderwerpen: diabetes, kinderen, ouders, ziekte, insuline, suikerziekte
Matthias (10) moet zichzelf prikken in de klas. Hij heeft diabetes. Dat betekent dat zijn lichaam geen suiker kan omzetten in energie, daarom moet hij vijf keer per dag insuline spuiten. "Taart tijdens verjaardagsfeestjes moet ik laten staan. Dan haat ik diabetes," zegt hij. Maar muurklimmen of naar de chiro gaan, dat kan nog allemaal. Matthias vertelt hoe het leven verder gaat als je hoort dat je diabetes hebt.
Je vindt meer informatie over diabetes bij de Vlaamse Diabetes Vereniging of bij de Vlaamse Diabetescentra voor Kinderen en Adolescenten.
Hier kan je doorklikken naar een online dossier met tips voor ouders en leraren.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(MATTHIAS) Ik ben Matthias, ik heb diabetes type één.
Diabetes wil zeggen dat ik geen suiker kan omzetten in energie.
(MATTHIAS) Dat betekent niet dat ik geen suiker mag eten
of dat ik te veel suiker heb gegeten. Men weet nog altijd niet
hoe het komt dat ik diabetes heb.
(MATTHIAS) Ik moet gedurende de hele dag vaak prikken
om te zien hoe mijn bloedsuikerspiegel staat
en vijf keer per dag insuline spuiten,
zodat ik dingen kan eten en dingen kan doen.
(MAMA) Zes, zeven, acht, negen, tien.
(MATTHIAS) In het begin, ik wist echt niet hoe je die spuiten moest zetten
en hoe je moest prikken, maar omdat ik wel een vriendje heb
die ook diabetes heeft, wist ik wel van:
Ik ga de prik niet meer zo eng vinden als ik dat voor de eerste keer doe,
omdat mijn vriendje dat heeft, maar het was wennen om elke dag
elke maaltijd dat te doen.
(MATTHIAS) En dan moet ik ook koolhydraten tellen,
want ik moet zien dat ik evenveel koolhydraten heb elke maaltijd.
Dus 's ochtends eet ik er 76, bij mijn snack 20,
's middags eet ik er 45, dan bij mijn snack 's middags eet ik er 15.
Dan als ik snack om vier uur eet ik er 22
en 's avonds eet ik er weer 45 en bij mijn laatavondsnack 8.
(MAMA) Dus op die verpakking zien we hier staan: per biscuit 9,8.
Dus dan mag hij twee van die Dinosauruskoekjes nemen.
In zo'n pakje zitten er drie, maar hij mag er maar twee,
want als hij er drie neemt... - (MATTHIAS) Kom ik te hoog.
(MAMA) Dan gaat zijn bloedsuiker veel te hoog zijn. Als de bloedsuiker...
(MATTHIAS) Een hypo. - (MAMA) Dan doet hij hypo's.
(MATTHIAS) Dan zie ik meestal bleek. Ik kan duizelig worden.
Ik kan slecht zien, ik kan hoofdpijn krijgen, ik kan honger hebben.
Ik kan moe worden.
Ik heb altijd mijn tasje bij en daar steekt echt alles in:
Mijn suikerkoeken, mijn prikkers, mijn spuiten, mijn druivensuikers.
(MATTHIAS) Er ligt een noodspuit thuis zowel als op school
voor het geval dat ik zou flauwvallen en dat ik echt niet meer
geen cola of geen druivensuiker kan slikken,
dat ik echt gewoon flauw lig. Het beste is dat ze dan (AARZELT)
gewoon een ambulance bellen.
(MATTHIAS) Als er dan in de klas 'n verjaardagsfeestje is,
heb ik altijd wel suikervrije snoepjes in de kast van onze juf
en dan kan ik daar eens, als er 'n verjaardag is, eentje gaan nemen.
Dan heb ik toch ook nog een traktatie.
(MATTHIAS) Hippo, mijn knuffelbeer, betekent heel veel voor mij,
want ik speel er elke dag mee. Als ik van school kom,
dan geef ik hem direct een stevige knuffel in de auto.
Die gaat elke keer mee in de auto, die kijkt mee tv,
dit zit mee aan de computer, die zit mee aan de tafel.
(MATTHIAS) Zelf heeft die knuffelbeer Hippo ook diabetes
en dat heeft mij echt geholpen.
(MATTHIAS) Klimmen is mijn favoriete sport. Als ik niet kan klimmen,
dan weet ik 't ook niet meer, want ik doe die sport gewoon zo graag.
Als ik dan in de auto zit bij mijn papa,
dan moet ik mijn bloedsuikerspiegel testen en daar hangt het vanaf
wat ik moet doen. Onder een bepaalde waarde
moet ik dan mijn suikerkoek en snack nemen
en boven diezelfde waarde moet ik dan gewoon mijn snack nemen.
En dan tijdens het klimmen moet ik twee slokken Aquarius drinken.
Als het dan een moeilijker stuk wordt, moet ik er drie nemen.
(PAPA) Je moet ermee leren leven.
Dat is het belangrijkste, dat je dat 'n plaats geeft
in je dagelijkse leven.
(MAMA) Maar je hebt geen keuze. Van het ene op het andere moment
krijg je die diagnose en ja, wij moeten hem verzorgen
en wij kunnen nu enkel maar zien dat we hem zo goed mogelijk opvolgen,
'n zo goed mogelijke verzorging geven voor de rest van z'n leven,
dus wij moeten eigenlijk nu echt wat 't goede voorbeeld geven,
niet te laks zijn of... Niet zeggen: Het is alleen maar een paaseitje.
(MATTHIAS) Als ik later een beroep wil doen en dat gaat niet,
dat is piloot of astronaut. Want je kunt niet tijdens een vlucht
je gaan prikken, want dan gaat je vliegtuig gewoon crashen.
(MATTHIAS) Ik denk er soms wel aan van: Je moet dat nog je hele leven blijven doen,
maar als je je goed verzorgt, kun je er heel oud mee worden.
Maar het nadeel is dan dat je het wel langer moet doen.