onderwerpen: agressie, klasmanagement, coaching, begeleiding
Juf Leen heeft een rumoerige klas. "Bij de minste aanleiding ontstaan er conflicten en hevige discussies. Het loopt vooral uit de hand tijdens de lossere momenten." In deze eerste aflevering observeert Danielle Van Damme, psychopedagogisch consulent, de klas van juf Leen en geeft coaching op maat. "Tijdens de les heb ik zelden positieve opmerkingen gehoord of schouderklopjes gezien. Ze moet voortdurend kinderen op de vingers tikken. Die negatieve sfeer moet ze doorbreken."
Krijg je je groepswerk niet goed georganiseerd? Heb je veel last van rumoer in je klas? Twijfel je of je je kleuters wel goed voorbereidt op dat eerste leerjaar? In 'De Coach' krijgt elke leraar die het anders wil aanpakken, een aangepaste coaching op maat van zijn/haar klas. Zoek jij een coach? Mail je vraag naar redactie@tvklasse.be
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(ROEPENDE KINDEREN) (ER KLINKT EEN TRlANGEL)
(VOICE-OVER) Gemeentelijke Basisschool Windekind
in Sint-Jans-Molenbeek, Brussel. (LAWAAIERIGE KLAS)
(ER KLINKT EEN TRIANGEL) (JUF LEEN) Tweede keer. (RUMOER GAAT DOOR)
(JUF LEEN) Derde keer. (SLAAT NOG EENS OP DE TRIANGEL)
(RUMOER GAAT DOOR)
(JUF LEEN) Een vierde keer is nog een ster.
(VOICE-OVER) Juf Leen geeft les in Sint-Jans-Molenbeek.
In deze moeilijke wijk in Brussel is lesgeven een uitdaging.
In haar klas zitten 24 leerlingen waarvan geen enkele
Nederlands als moedertaal heeft.
Veel kinderen hebben extra aandacht nodig.
Ze zijn enthousiast, maar ook impulsief,
wat leidt tot veel ruzie en rumoer in de klas.
(LEEN) Van het moment dat er een conflict is, dat kan over het stomste gaan,
dat kan over een gom gaan, gaan ze beginnen discussiëren
en dat gaat snel van 'n onenigheid naar Franse scheldwoorden
en naar elkaar aanvallen. Het grootste probleem is echt
de momenten van... We hebben gezegd: Oké, dat is klaar.
We gaan nu iets anders doen en daarom moeten we even...
Ja, dan zijn ze vertrokken.
(JUF LEEN) Prosper, dit kan leuk zijn of dit kan saai zijn
omdat we zo lang moeten wachten elke keer opnieuw.
(PROSPER) Ik vind het niet leuk. - (JUF LEEN) Nee, je zwijgt nu.
(LEEN) Ik ben wel 'n leerkracht die 't belangrijk vindt
dat alle leerlingen zich aan de regels houden en ik vind dat...
Ik heb dat al ervaren, dat consequent zijn,
een van de belangrijkste dingen is. Dat is niet altijd gemakkelijk,
maar als je dat niet doet, dan is het heel snel om zeep.
Meestal ben ik een strenge leerkracht.
(VOICE-OVER) Danielle Van Damme is psycho-pedagogisch consulent
en observeert enkele uren de klas van juf Leen.
In het coachinggesprek achteraf helpt ze Leen reflecteren
over haar eigen klaspraktijk. Leen hoopt op enkele concrete adviezen
op maat van haar eigen klas.
(JUF LEEN) De opdracht... (VEEL RUMOER IN DE KLAS)
(JUF LEEN) De opdracht... Jullie krijgen... (VEEL RUMOER)
(ER WORDT OM STILTE GEVRAAGD)
(JUF LEEN) Jullie krijgen per 2, maar jullie krijgen alle 2, een enveloppe.
Nummer twaalf is de eerste. Ja ? (RUMOER)
(JUF LEEN) Enes, blijf zitten. (ENES KLAAGT WAT)
(JUF LEEN) Ga zitten. (VEEL RUMOER)
(JUF) Ik wacht.
(DANIELLE) Ik vind dat jij als leerkracht er heel goed staat
gezien een aantal structurele problemen.
Je hebt een grote klas van aantal en een kleine oppervlakte,
dus dat is al een probleem waar jij zelf niet veel aan kunt doen.
Maar ik zag ook dat je het soms zelf ook wel wat moeilijk had.
Sta je met goesting voor de klas of hoe voel je je daar zelf bij ?
(LEEN) Op momenten dat ze goed aan het werken zijn, vind ik dat heel fijn.
Het lesgeven vind ik heel leuk, maar op momenten dat je meer bezig bent
met wachten op aandacht, dan vind ik dat niet leuk, nee.
(KINDEREN ROEPEN DOOR ELKAAR)
(ER WORDT STILTE GEVRAAGD EN DE TRIANGEL KLINKT)
(ER KLINKEN NOG ENKELE STEMMEN)
(JUF LEEN) Jullie hebben zinnen gepuzzeld. Is het gelukt
om twee andere zinnen te maken ? - (DE HELE KLAS) Ja.
(JUF LEEN) Oké, nu kies je. (RUMOER ZWELT AAN)
(JUF LEEN) Een van jullie twee gaat nu de zin voorlezen,
want we moeten niet telkens de zin twee keer horen.
(VELE KINDEREN ROEPEN 'IK' EN ER ONTSTAAT WEER RUMOER)
(LEEN SLAAT WEER OP DE TRIANGEL - HET WORDT STILLER)
(ER WORDT STILTE GEVRAAGD) (LEEN SLAAT OP DE TRIANGEL)
(HET IS VOOR HET EERST STIL)
(JUF LEEN) Ik vraag me af waarom je je vinger opsteekt.
Ik heb niet gezegd: Steek je vinger op. Ik zeg: Jullie tweetjes,
elke keer, kies samen één iemand die de zin gaat voorlezen.
(DANIELLE) Ik denk dat je klas vrij betrokken was.
Ik heb ook momenten gezien dat jij perfect een aandachtsvolle klas had.
Op momenten dat je dat niet hebt, pas je twee strategieën toe,
heb ik gezien. Je gebruikt de kracht van de stilte, dus je zwijgt
om hun aandacht te krijgen, dat ze allemaal stil zijn,
of je gebruikt je triangel. Dat zijn hele goede strategieën.
Alleen denk ik dat je er wat moet voor oppassen
dat je ze niet te veel gebruikt. - (LEEN) Ja.
(DANIELLE) Gebruik je ze te veel... - (LEEN) Wordt 't een routine.
Ja, dan is het ook niet meer... Dan werkt het niet meer zo goed.
(LEEN SLAAT OP DE TRIANGEL - HET IS STIL)
(JUF LEEN) Dit is geen ster, want ik ben het wat beu aan het worden
omdat het zo lang moet duren.
(DANIELLE) Wat ik ook meer zou doen, als ze bijvoorbeeld
na je kracht van de stilte, of als je je triangel gebruikt hebt
en ze zijn stil, van het ook te bekrachtigen, zeggen van:
Mannen, dit is wel goed dat jullie stil zijn. Dit is fijn,
want nu krijgen ze daar eigenlijk geen...
En dat moet een sociale beloning zijn. Gewoon sociaal zeggen:
Mannen, dit is fijn. Dit is goed.
(JUF LEEN) Logake, het is nog lang geen speeltijd. Ga op je plaats zitten.
Mannen, ik kan daar niet mee lachen. Ben je weer met iets anders bezig ?
(LEERLING) Ja. - (JUF) Ik zou vingers willen
in plaats van zomaar door de klas te roepen de hele tijd.
Als je 'n griezelverhaal voor die mierenbaby's zou voorlezen,
denk je dat ze dan goed gaan slapen of dat ze dan... (RUMOER)
(JUF LEEN ROEPT) Hallo.
Wat vraag ik net ? Niet door de klas praten. (RUMOER)
(DANIELLE) Het is goed dat je de kracht van de stilte gebruikt, maar je zegt ook:
Niet allemaal, er zijn kinderen die wel opletten.
Er zijn kinderen die het wel doen. Het is heel belangrijk dat je ook daarop
de aandacht vestigt, want ik denk dat je zelf voelt
dat je heel veel negatieve opmerkingen moet geven.
En eigenlijk moet je zorgen dat jouw positieve opmerkingen
boven jouw negatieve opmerkingen gaan.
Eigenlijk, de balans zit nu verkeerd en als je je balans kan wisselen
naar jou toe, je gevoel zal beter zijn,
maar ook je klasklimaat zal beter zijn.
(LEEN) Dat is eigenlijk 'n beetje het probleem, denk ik,
dat je dikwijls... Ik weet niet echt hoe ik dat moet uitleggen,
mee een beetje in een negatieve sfeer getrokken wordt
en dat je daar zelf ook in vervalt
en dat zij dat ook doen en dat werkt vicieus. Dat blijft verder gaan.
(DANIELLE) Dus je mag zeker opmerkingen maken.
Je hoort me niet zeggen dat je geen opmerkingen mag maken,
maar ik denk dat je sterk moet opletten
dat je ook positieve opmerkingen maakt.
(JUF LEEN) Wat is er ongeveer één meter ? Je mag hier kijken, rond je,
of je mag aan iets anders denken. Probeer iets te vinden.
Nee, je vinger opsteken.
(DANIELLE) Je hebt een aantal regels of afspraken met de kinderen.
Misschien is het goed als je die afspraken ook op een kaart zet,
duidelijk voor de kinderen, dat je ze niet altijd hoeft te zeggen,
maar dat je soms gewoon naar de kaart kan wijzen: Kijk, mannen.
Dat is de afspraak. Dat je het niet 100 keer moet zeggen:
Ik wil dat je je vinger opsteekt of ik wil dat je stilzit.
Ik wil dat je zwijgt als ik spreek of als er iemand anders aan de beurt is.
(JUF LEEN) Drie, twee, één.
(DE HELE KLAS SLAAT OP HUN BENEN EN TELT) 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8.
(DE HELE KLAS KLAPT IN DE HANDEN) 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8.
(DE HELE KLAS KNIPT IN DE VINGERS) 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8.
(JUF LEEN) Goed zo. (ER KLINKT GEJUICH EN GEROEP)
(JUF LEEN) Wil je stoppen met naar iemand anders te kijken ?
Het gaat om wat jij doet. Ja ? (RUMOER IN DE KLAS)
(JUF LEEN) Safa, doe die sjaal aan de kant. Doe dat weg. (VEEL RUMOER)
(JUF LEEN) Ja. (ER WORDT STILTE GEVRAAGD)
(JUF LEEN) Zo wachten wij weer een hele tijd.
Zeg nu weer niet iemand anders zijn naam, kijk naar jezelf.
Zit jij niet stil, is het niet oké.
(DANIELLE) Je bent 'n prima leerkracht, maar je mag niet verwachten:
Dat gaat hier altijd heel goed. Dat gaat niet.
Eigenlijk heb ik een klas gezien waar heel wat potentieel in zit
en waar je al wat mee doet, met die kinderen.
Maar ik denk dat je voor jezelf de normen enorm hoog legt.
(LEEN) Ik denk dat dat ook een beetje is, hier in Brussel,
als ze de school verlaten, sowieso scoren ze onder het gemiddelde.
(DANIELLE) Ja, maar daar kun jij niet aan doen. Da's een structureel probleem.
Dat moet je ook voor jezelf goed weten van:
Da's een structureel probleem. Daar kan ik niet aan doen.
En leg voor jezelf de norm een beetje lager.
(VOICE-OVER) De observatiedag loopt ten einde. In het reflectiegesprek
kreeg Leen een beter zicht op haar klaspraktijk.
Ze neemt enkele aandachtspunten mee die ze de komende weken
zal uitproberen: de triangel en de kracht van de stilte
efficiënter gebruiken, veel meer positieve opmerkingen geven
om de negatieve klassfeer te doorbreken
en ten slotte de afspraken visualiseren in de klas.
(LEEN) Het zijn simpele dingen, accenten anders leggen en...
(DANIELLE) Au fond ben je goed bezig. Alleen de accenten moeten inderdaad anders,
want je hebt 't zelf eigenlijk perfect omschreven:
Je moet uit die vicieuze cirkel.
(DANIELLE) Dag, allemaal. Juf Leen. - (HELE KLAS) Hallo.
(VOICE-OVER) Twee maanden later komt coach Danielle opnieuw kijken.
Heeft juf Leen de negatieve cirkel kunnen doorbreken ?
(JUF LEEN) Een ander verhaaltje. Juffrouw de directrice gaat in de winkel
432 paaseitjes kopen. (VRIJ STIL IN DE KLAS)
Ze gaat die verdelen over vier klassen.
Welke oefening moeten we dan maken, Abdel ?
(ABDEL) We doen 400...
432 gedeeld door 2.
4. - (JUF LEEN) Ja.
(DANIELLE) Ik merk dat je toch minder gespannen voor de klas staat
dan vorige keer. Heb je er zelf een verklaring voor
of wat heb je eraan gedaan ? - (LEEN) Er zijn meerdere dingen.
Ik heb van jou tips gekregen. Ik heb ook met mijn directie
daar nog eens over gesproken en over nagedacht
en er waren 'n aantal kinderen in de klas
waar het echt moeilijker mee ging.
Die heb ik er een week uitgehaald
en alleen met die kinderen gewerkt zodat die verbondenheid,
die band een beetje sterker werd terug.
Maar dat blijven natuurlijk wel de kinderen die het meeste storen.
Het gaat altijd zo blijven, maar het is nu wel op een ander niveau.
(RUMOER) - (JUF LEEN) Jessy, je stoort.
Goed zo, de bank van Emma. Flink bezig.
(JUF LEEN - RUSTIG) Ik heb het al eens gezegd. Het stoort. Ga je ermee stoppen ?
(JESSY) Ja. - (JUF) Dank je.
Goed zo, Saïd. Flink bezig, Amna. Goed zo.
Goed zo, Elma. Heel flink dat jij zo verder blijft werken, hoor.
Goed zo, Abdeladim.
Voilà , goed zo.
(DANIELLE) Je bent ook vaak heel positief geweest naar de kinderen,
de positieve dingen in het licht gezet.
(LEEN) Dat heeft effect als je dat zegt. Je ziet dat ze zoiets hebben van:
Die krijgt 'n complimentje. - (DANIELLE) Ja.
(LEEN) Ik ga ook... Ik wil ook een complimentje.
(DANIELLE) Je moet soms negatief reageren op kinderen,
maar je mag ook zeker niet vergeten zo veel mogelijk
positief te reageren. - (LEEN) Dat is zo.
Ik merk dat zelf ook. Ik wist eigenlijk al wel
dat ik heel veel flinke kinderen in de klas had. Dat wist ik al,
maar door dat meer in de verf te zetten,
heb ik er ook 'n beter gevoel over.
(JUF LEEN) Zeg eens, Damne. Wat heb jij bij de eerste aangeduid ?
(DAMNE) Zij doet het toezicht op school.
(JUF LEEN) Wacht even, Damne. (LEEN SLAAT OP DE TRIANGEL)
(HET RUMOER VERMINDERT) (JUF LEEN) Ja, Damne. Zeg maar.
(DAMNE) Zij doet het toezicht op school.
(JUF LEEN) Ja, goed zo.
(DANIELLE) Ik had het gevoel dat je ook veel minder de triangel gebruikt hebt.
(LEEN) Ik weet niet goed hoe vaak ik dat ervoor deed of hoe vaak ik 't nu doe.
Ik gebruik 't nu wel anders. Het gaat erom dat ze weten
dat ik de aandacht vraag. Toch moet ik het altijd twee keer doen
tot ze stil zijn.
(DANIELLE) Ik denk dat dat te maken heeft met je klasgroepje.
(LEEN) Ja, psychisch... De eerste keer is 'hallo'
en de tweede keer is: Nu moet je stil zijn.
(JUF LEEN) Bij de tweede vraag moet jij zeggen 'waar' of 'niet waar'.
De eerste, Safa. - (SAFA) Waar.
(JUF LEEN) Juist, ze woonde vlakbij de school. Zacharia de tweede.
(ZACHARIA) (ONDUIDELIJK) 'Mieke werkt nog maar pas op de school.' Niet waar.
(JUF LEEN) Hoe lang werkt ze er ? (ZACHARIA) (ONDUIDELIJK) 20 jaar.
(JUF LEEN) Goed zo, goed gehoord. Welke dans vindt Mieke heel erg leuk ?
(JONGEN) Salsa. - (JUF) Salsa, met haar man.
Heel goed, zeg.
(LEEN) Het heeft lang geduurd tot ik doorhad dat ik de druk
niet alleen te hoog legde voor de kinderen, maar ook voor mezelf.
Het is niet wat je doet, het is de manier waarop, dat ik probeer...
(DANIELLE) Maar ik denk... - (LEEN) Er rustiger in te blijven.
Om niet de hele tijd te denken van: Potverdorie, je stoort
en nu kan ik niet verder, en het is door jou...
(DANIELLE) Ik denk dat we dat vooral hebben gezien van
waar je vroeger veel meer er direct op inging, zei je nu bijvoorbeeld...
Als je 'n opmerking gaf, gaf je ze stiller
en gerichter naar het kind en niet meer luid naar de klas toe.
Ik voelde dat je daar inderdaad minder gespannen rond was
en minder van... - (LEEN) Gefrustreerd.
(DANIELLE) Ja, er was veel minder frustratie in jouw persoon nu dan de vorige keer.
(JUF LEEN) Probeer nog eens aan iets helemaal anders te denken. Abdeladim.
(ABDELADIM) Heb je een kat ? - (JUF LEEN) Heb je een kat ?
(GEROEP) (JUF LEEN) Heb je een huisdier ? Dat kan je vragen, ja.
(JONGEN) Is je papa een voetballer ? - (JUF) Is je papa een voetballer
of wat doet je papa ? Ik denk dat dat een goede vraag is.
Ik denk niet dat iemand op school dat weet.
(DANIELLE) Ik zie dat jij een knappe leerkracht bent, dat je erg goed je plan trekt.
Je hebt toch wel een betrokken klas, dus ik hoop voor de rest van 't jaar
nog een leuk schooljaar.
(LEEN) Bedankt voor je tips. Ik heb er zeker iets aan gehad.
Achteraf gezien zijn we positief geëvolueerd,
dus dat is alleen maar goed, hè.