filmpjes - doelgroep: leraren, ouders, leerlingen (14-18j)
TV.Klasse start met een nieuw project. 18 jaar lang volgen we drie generaties Vlaamse jongeren. Tot in 2028. Sommigen zijn nu kleuters, anderen zitten in het laatste jaar. Wij volgen ze op een keerpunt in hun leven. Welke keuzes maken ze en wat zijn hun angsten en dromen? Maak kennis met de klas van 2010.
Bekijk dit filmpje
De Klas van 2010 (4/4)Eén jaar later2 september 2011 doelgroep: leraren, ouders, leerlingen (14-18j) |
Bekijk dit filmpje
De Klas van 2010 (3/4)Een plan B heb ik niet31 augustus 2010 doelgroep: leraren, ouders, leerlingen (14-18j) |
Bekijk dit filmpje
De Klas van 2010 (2/4)Wij zijn geen kleintjes meer12 september 2010 doelgroep: leraren, ouders, leerlingen (14-18j) |
Bekijk dit filmpje
De Klas van 2010 (1/4)Later wil ik juffrouw worden3 september 2010 doelgroep: leraren, ouders, leerlingen (14-18j) |
filmpje 1 van 4 - 00:11:24 - 3 september 2010 - voor leraren, ouders, leerlingen (14-18j)
Introduurt 00:00:55 |
|
Stien houdt van voetballenduurt 00:01:54 |
|
Matthias is een speelvogelduurt 00:02:33 |
|
Wordt Ayoub dakwerker?duurt 00:01:58 |
|
Bang van spokenduurt 00:01:56 |
|
Sterren in een doosjeduurt 00:02:08 |
onderwerpen: dromen, toekomst, overgang kleuter naar lager, kleuters, kinderen
Stien, Ayoub en Matthias mogen bijna naar het eerste leerjaar. Ook voor hun ouders is dat een grote stap. Wat zal het leven voor hen in petto hebben? Kleuters dromen al over wat ze later willen worden. Bang van de toekomst zijn ze niet, wel van spoken en slangen.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Scharniermomenten bepalen de rest van je leven.
TV.Klasse volgt de komende jaren negen Vlaamse jongeren.
Hoe evolueren hun dromen, angsten en verwachtingen
en wat heeft de wereld voor hen in petto ?
Drie generaties in beeld in De Klas van 2010.
(DE HELE KLAS ZINGT) Goeiemorgen, goeiendag.
Dag, alle vriendjes. Dag, dag, dag.
(JUF) Goedemorgen, allemaal. - (KLAS) Goedemorgen, juf.
(JUF) Goedemorgen.
(VOICE-OVER) Stien, Matthias en Ayoub gaan volgend jaar naar 't eerste leerjaar.
Ook voor hun ouders is dat 'n grote stap.
Hoe zullen hun kinderen in het leven staan ?
Bij elke kleuter tekent zich alvast een duidelijke karaktertrek af,
maar blijft dat zo ? En wat kleuters vandaag graag doen,
doen ze dat morgen ook nog graag ?
(JUF) Vertel mij eens: Wat doe jij graag ?
(BJARNE) BMX'en en paardrijden.
(CHELSEA) Gaan goalen.
(JUF) Wat ? - (CHELSEA) Goalen.
(JUF) Gaan goalen ? Met de voetbal ?
(CHELSEA) Gaan bowlingen. - (JUF) Ah, gaan bowlen.
(AYOUB) Voetballen.
(MATTHIAS) Spelen. - (JUF) Ja ?
(MATTHIAS) En dan ook met blokjes spelen.
(STIEN) Voetballen. - (JUF) Voetballen ? Echt waar ?
Samen met de jongens ?
(MAMA VAN STIEN) Ik denk dat ze zo wat jongensachtige karakterkenmerken vertoont,
dus ik denk dat ze wel heel goed gaat opschieten met jongens.
(VOICE-OVER) Stien is 'n actief kind. Ze huppelt altijd vrolijk rond
op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Toch is er één ding waar ze de hele dag mee bezig kan zijn.
(MAMA VAN STIEN) Ze is wel een beetje geobsedeerd door tv kijken,
dus daar moeten we 'n beperking op zetten,
want dat zou ze eigenlijk een hele dag kunnen doen.
Andere activiteiten moeten zo afwisselend mogelijk zijn,
dus we maken daar eigenlijk heel duidelijke afspraken rond van:
Als dat programma gedaan is, gaat de tv uit, Stien.
(VOICE-OVER) Net als Stien is Ayoub een fervent voetballer.
10 jaar geleden vertrokken zijn ouders vanuit Marokko
om in Brussel te gaan wonen.
Nu wonen ze al zes jaar in Vlaanderen.
Thuis spreken ze vooral Frans en Arabisch.
(MAMA VAN AYOUB IN 'T FRANS) Hij houdt van vele spelletjes.
Hij chat ook graag op het internet.
Hij houdt ook heel erg van voetbal.
Iedereen praat met hem, ook op school.
Hij is een verlegen, maar goede jongen.
Alle kinderen zien hem graag, ook de meisjes.
(JUF) En volgend jaar, dan mag je naar het...
(JORDI) Eerste studiejaar. - (JUF) Ja, inderdaad.
Is dat leuk ? Kijk je er al naar uit ?
(JUF) Wat moet je daar doen, in 't eerste leerjaar ?
(STIEN) Huiswerk maken. - (JUF) Ja.
(STIEN) Werken met de juf. - (JUF) Ja.
(AYOUB) Plus en maal en minder.
(JUF) Ah ja, rekenen, hè. Ja. En wat nog ?
(GIL) Dan moet je veel studeren en dat vind ik leuk
dat je dan veel kan opschrijven. - (JUF) Ja ?
(GIL) Dat ik 't zelf kan. - (JUF) Ja.
(JUF) En heb je er zin in of heb je een beetje bang ?
(MATTHIAS) Ik heb er geen zin in. - (JUF) Geen zin in ?
(MATTHIAS) Nee. (LACHT) - (JUF) Nee ?
(MATTHIAS) Want dan heb ik altijd werk.
(MAMA VAN MATTHIAS) Omdat Matthias nog erg speels is en dat we 't niet snel zien veranderen,
gaat Matthias nu ook naar een...
Hoe moet ik het zeggen ? Eigenlijk een vierde kleuterklasje,
dus dat is een speelleerklasje, dus omdat...
Ze vinden 't niet nodig om zijn derde kleuterklasje te dubbelen
omdat dat eigenlijk nutteloos zou zijn, maar ook nog niet echt rijp
voor het eerste leerjaar. Dus omdat bij Matthias dat speelse erin zit
en hij veel problemen heeft met concentratie.
(MATTHIAS) Mama, ik ga hier blijven.
(VOICE-OVER) De ouders van Matthias denken eraan 'm volgend jaar
naar 'n speelleerklas te laten gaan. Dat zal hem voorbereiden
op het eerste leerjaar. Niet alle kinderen van 6 zijn klaar
om te leren lezen, schrijven en rekenen.
Ann maakt zich zorgen omdat die stap voor Matthias niet makkelijk is.
(ANN) Soms maak ik mij wel zorgen omdat ze dan zo zeggen van:
Het kan zijn dat hij na dat klasje naar het eerste mag, maar...
Dan heb ik zoiets van: Gaat op een jaar tijd echt dat speelse eruit zijn
en ga je echt die concentratie dan hebben ? Ik hoop het,
want nu verliest hij z'n kameraadjes die hij opgebouwd heeft,
dus daar ziet hij wel een beetje tegenop, vind ik.
(VOICE-OVER) Ayoub gaat volgend schooljaar probleemloos naar 't eerste leerjaar.
Zijn taalniveau is goed hoewel hij thuis geen Nederlands spreekt.
Toch willen zijn ouders snel Nederlands leren.
(MAMA VAN AYOUB IN HET FRANS) Ik leerde al wat Nederlands.
Ik begrijp enkele woorden.
Als Ayoub en Koutar onderling Nederlands praten,
versta ik waar ze over bezig zijn.
De kinderen worden groter, dus ik moet Nederlands leren.
Ik moet Nederlands kennen om samen examens voor te bereiden,
om te praten, om vele dingen te zeggen, dat en dat.
Het is beter als ik 't ken.
(JUF) Zeg, en Stien, later als je heel groot bent,
wat wil je dan graag worden ? - (STIEN) Juffrouw.
(JUF) Ook een juf ? Ja ?
(MATTHIAS) Koerser. - (JUF) Ja, een wielrenner ?
(CHELSEA) Kapper. - (JUF) Wil jij kapster worden ?
(GIL) Boerderij worden. Boerin.
(JUF) Wil jij graag boerin worden ? Ja ? Waarom ?
(GIL) Omdat ik dat leuk vind, met dieren werken, en ze veel eten geven.
(AYOUB) Ook een voetballer. - (JUF) Een echte voetballer ook ?
(JUF) Waarom wil jij dat dat je beroep wordt later ?
(AYOUB) Omdat ik veel geld wil hebben.
(MAMA VAN AYOUB IN HET FRANS) Als mijn zoon later iets wil doen,
laat ik hem daarin verder doen, want hij moet het later doen, niet ik.
Hij houdt erg van dakwerkers,
omdat dat het beroep van zijn vader is. Hij vindt dat geweldig.
(VOICE-OVER) Van jongs af fantaseren kinderen over wat ze later willen worden.
Ze spiegelen zich aan volwassenen rondom hen.
Wat 't uiteindelijk wordt, valt moeilijk te voorspellen,
maar ouders hebben soms al een idee.
(MAMA VAN STIEN) Later zie ik Stien als iemand die heel sociaal gaat zijn.
(AARZELT) Die ook wel zekere verantwoordelijkheden
gaat opnemen, dus ik zie haar echt later werken in de sociale sector.
(PAPA VAN STIEN) Ik heb een kleine hoop, in de dierensector.
Ik heb dat vroeger zelf altijd willen doen.
Het is er niet van gekomen. Mensen die met dieren omgaan,
gaan ook vaak heel goed met mensen om.
(MAMA VAN MATTHIAS) Ik vind, ja... Als het iets is waar hij zich goed in voelt...
Dat is het belangrijkste, als je iets doet waar je je goed in voelt.
Is dat nu beenhouwer of is dat nu 'n verkoper of het een of het ander,
dat blijft voor mij hetzelfde.
(JUF) Is er iets waar je bang van hebt ?
(STIEN) Van spoken. - (JUF) Spoken ? (DOET ER ÉÉN NA)
(BJARNE) Van een cobra.
(JUF) Een cobra ? Vertel eens, wat is dat ?
(BJARNE) Ik weet het niet, maar Robin heeft het me ooit al eens verteld.
(CHELSEA) Van slangen. - (JUF) Ja ?
(CHELSEA) Van leeuwen en van tijgers.
(MATTHIAS) Van wormen.
(JUF) Wormen ? - (MATTHIAS) Ja.
(GIL) Van ratten. - (JUF) Van ratten ?
(GIL) En van spitsmuizen die...
Maar vandaag in mijn bed was er een spitsmuis
op mijn tenen gekropen.
(MATTHIAS) En ook van piddebetten. - (JUF) Van ?
(MATTHIAS) Piddebetten. - (JUF) Van pissebedden ?
Ah, van die beestjes. (LACHT)
(VOICE-OVER) Kleuters zijn bang van enge beesten, spoken of dieven,
maar van de toekomst liggen ze nog niet wakker.
Hun ouders denken er wel al aan.
(MAMA VAN MATTHIAS) Ik hoop dat hij als puber niet te rebels gaat zijn,
maar dus op dat gebied hoop ik dan wel dat hij nog luistert naar mama
en alles doet wat mama zegt.
Ik zeg het, dat is echt afwachten en dat hangt ook af
met welke vrienden ze zullen omgaan natuurlijk.
(PAPA VAN STIEN) Ik denk dat ze iemand gaat zijn die gemakkelijk in de groep zal liggen.
(MAMA VAN STIEN) Heel sociaal, denk ik.
(PAPA VAN STIEN) Ik hoop juist niet dat ze meer het leiderstype wordt van de groep.
Dat zit er eigenlijk wel in.
(MAMA VAN MATTHIAS) Het enige waar ik me echt zorgen over maak,
is over hoe z'n verloop van studies gaat zijn.
Ik wil echt dus dat hij ook, allee...
Dat moet geen hoog diploma zijn, maar dat hij iets in handen heeft
waarmee hij toch in de wereld iets kan bereiken.
(MAMA VAN STIEN) Misschien... (TWIJFELT)
dat we haar wel hier en daar... (AARZELT)
Ja, we gaan duidelijk moeten maken zo van:
Stien, dat zijn eigenlijk wel dingen die niet kunnen,
daarmee ga je de verkeerde weg op gaan.
(JUF) En als je nu eens één wens mag doen,
wat zou dan je wens zijn ? Je grootste wens ?
(JORDI) Mijn grootste wens ?
Ik wou dat Pikachu tot leven kwam
en dat hij mij beschermt.
(BJARNE) Een BMX-fiets.
(STIEN) Een hond. - (JUF) Een hond ?
(KESTIA) Ik wil graag snoepjes hebben.
(CHELSEA) Dat mijn mama en mijn papa samenwonen.
(GIL) Ik wil dat de sterren naar mij thuis komen.
(JUF) Alle sterren ? Da's een mooie wens.
(GIL) Ja, want ik zou ze graag in een potje steken.
(AYOUB) Op reis gaan. - (JUF) Wil je op reis gaan ?
Naar waar ?
Waar zou je graag eens naartoe willen gaan ?
(AYOUB) Marokko.
(MAMA VAN AYOUB IN HET FRANS) Veel van m'n familie woont hier,
behalve mijn ouders. Zij wonen in Marokko.
Ayoub houdt veel van 'opa', zijn grootvader.
Toen Ayoub begon te praten, was zijn eerste woord niet 'mama' of 'papa',
maar 'opa'.
(VOICE-OVER) Naar Marokko om opa te zien, 'n hond om mee te spelen
of sterren in een doosje. Kinderen hebben grote en kleine wensen,
net als hun ouders.
(MAMA VAN MATTHIAS) Zoals iedere ouder hoop ik dat hij heel gelukkig wordt.
Dat hij alles kan doen wat hij wilt doen in het leven
en dat, ja... Dat hij beseft
wat de ouders voor hem allemaal gedaan hebben,
dat hij dat nooit vergeet eigenlijk.
(PAPA VAN STIEN) Ik denk: Oké, wij zijn er als ouder om haar bepaalde
waarden en dingen aan te leren.
Maar we proberen haar gewoon echt in haar zoeken gewoon te begeleiden
en mijn levensles is eigenlijk een beetje zoals mijn karakter.
Da's eigenlijk gewoon heel simpel: Pluk de dag.