onderwerpen: beroepsonderwijs, buitengewoon basisonderwijs, buitengewoon secundair onderwijs, buitengewoon lager onderwijs, blo, buso, bso, overgang basis naar secundair
Negen procent van alle elfjarigen in Vlaanderen, zit in het buitengewoon lager onderwijs. De meesten zitten in type 1 of type 8, met leerstoornissen of een licht mentale handicap. Ze blijven één jaar langer in de lagere school en kiezen in de eindklas voor een richting in het secundair. Dat is voor hen en hun ouders een grote stap en soms een moeilijke keuze. Kijk mee met Lotte (13), Kaat (13) en Maarten (13). Zij maken de overstap van het buitengewoon lager onderwijs naar het secundair. Waar zijn ze bang voor en waar kijken ze naaruit? Waar zijn ze goed in en wat zijn hun dromen? Meester Wim probeert hen heel goed voor te bereiden op de grote overstap.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(LOTTE - 13) Ik zou natuurlijk geen spelling- en leesprobleem willen hebben.
Dan zou ik makkelijk naar ASO of TSO kunnen gaan,
maar BSO is mijn richting.
(KAAT - 13) In BSO kun je je job al een beetje uitoefenen.
(MAARTEN - 13) Het is eindelijk zover. Ik ben weg van de lagere school.
Alweer korter bij het beroep.
(JUF) Manuel heeft erop geschreven dat hij tegen de examens opziet
of bang is voor de examens volgend jaar. Waarom ?
(LOTTE) Omdat dat hele grote toetsen zijn, daar moet je keihard voor studeren.
(VOICE-OVER) Lotte, Kaat en Maarten zitten in het buitengewoon lager onderwijs
type één en type acht.
Volgend jaar kiezen ze voor een richting in het secundair.
Dat is best een spannend moment.
(KAAT) Dan ben je weer alleen. Dat zal anders zijn,
want nu heb ik een hele goede vriendin hier, dus...
Dat gaat wel anders zijn zonder haar.
(MAARTEN - 13) De meesters en de juffen zijn strenger dan hier.
(LOTTE - 13) Ik vind het wel spannend, maar het lijkt me ook wel leuk.
Een nieuwe school, helemaal opnieuw beginnen,
nieuwe vrienden maken.
(VOICE-OVER) Ze zijn alle drie gestart in 't gewone lager onderwijs,
maar drie jaar geleden kozen ze voor het buitengewoon onderwijs.
(MAMA VAN KAAT) Bij Kaat zijn in het derde studiejaar
aandacht- en concentratiestoornissen vastgesteld.
De tafel van vermenigvuldiging, deeltafels en zo, dat ging niet.
Dat was werkelijk oefenen, oefenen, oefenen,
om dan twee dagen later er eigenlijk niks meer van te weten.
(MAMA VAN LOTTE) Lotte voelde zich niet lekker. Ze werd eigenlijk wel een beetje driftig,
want ze had drie keer in de week bijles.
Ja, dat was te veel en ze had 't op 'n gegeven moment helemaal gehad
met die bijlessen en er was ook geen tijd meer om te spelen.
Toen dacht ik als mama: Ik moet een keuze maken, want dit gaat niet.
(MAMA VAN MAARTEN) Maarten had problemen in het eerste leerjaar al,
dus dat ze zegden dat hij eigenlijk niet zo goed kon volgen.
Dan hebben we hem nog het tweede laten doen, het derde ook nog
en dan in het vierde... In het vierde is hij eigenlijk overgeschakeld
naar het BuLO-onderwijs.
(VOICE-OVER) Maarten zit in type één. Lotte en Kaat gaan naar type acht.
Die overstap naar het buitengewoon lager onderwijs
is ook voor ouders een hele aanpassing.
(MAMA VAN LOTTE) Ik was in mezelf teleurgesteld, dat ik dacht van:
Hoe kan dat nu ? Ik heb dat nooit gehad,
niemand bij ons in de familie, omdat ik het gevoel had:
Dat is niet voor mijn kinderen. Mijn kinderen doen het gewoon goed en...
Ja, dat staat zo ver van je bed.
(VOICE-OVER) Nu ze alle drie in de eindklas zitten, moeten ze opnieuw 'n keuze maken,
een keuze voor het secundair.
(PSYCHOLOOG CLB) Bij sommige ouders horen we dat dan
het aanvaardingsproces terug naar voor komt.
Wanneer ze in 't buitengewoon onderwijs komen,
gaat dat terug zes jaar goed bij wijze van spreken
en dan komt terug die vraag: Kunnen ze terug naar het gewoon onderwijs
of gaat de carrière verder gaan in het buitengewoon onderwijs ?
(VOICE-OVER) Het lerarenteam en het CLB helpen de leerlingen en hun ouders
daarom heel goed bij het kiezen van een studierichting.
(PSYCHOLOOG CLB) We geven louter 'n advies. Dat is niet verplicht
om dat te moeten volgen. De bedoeling is vooral
om de ouders thuis te brengen in dat onderwijslandschap
en hen aan te tonen van: Wat is er hier allemaal mogelijk
en waar denken jullie dat jullie kind het best zijn plaatsje zal vinden ?
(VOICE-OVER) Meester Wim van de eindklas type één doet een kringgesprek
om na te gaan hoe de leerlingen zich voelen
bij de keuze die ze moeten maken.
(WIM) Priyanka ?
(PRIYANKA) Ik zou eigenlijk heel graag naar de vakschool gaan.
Ik ben een beetje zenuwachtig om te zien wat er allemaal gaat gebeuren.
(WIM) Je had toch 'n andere droom ? - (PRIYANKA) Ja, dierenzorg.
(WIM) Maar de reden waarom dierenzorg moeilijk is,
is omdat je heel veel schrijfwerk hebt ook, hè ?
En dat is moeilijk voor jou, hè ? - (PRIYANKA) Ja.
(PSYCHOLOOG CLB) Zowel in de klas als met het CLB worden er vele gesprekjes gevoerd.
In de klas gaat men eerst praten over: Wat kunnen zij goed ?
Wat gaat moeilijk ? En ze leren verschillende beroepen kennen.
We gaan kijken van: Welke richtingen zijn er allemaal ?
Ben jij graag praktisch bezig met je handen ?
Ben jij meer met mensen bezig ? Wil je dat graag doen ?
Kan je dat ook ? Dat zijn zaken die zoal in vraag gesteld worden
om dan samen met het kind te kijken van: Waar ben jij goed in ?
Wat zijn moeilijkere zaken voor jou en welke keuze wil je daarin maken ?
(WIM) Ze moeten eigenlijk in verhouding veel vlugger kiezen
dan wanneer leerlingen 'n algemene richting gaan volgen,
maar ik sluit ook nooit dromen uit.
Maar je moet wel gaan kijken van: Wat is de inhoud van die opleiding
en weeg dat eens af tegen je eigen talenten en je beperkingen.
(KATHY) In mijn kopje zeggen ze nu van: Komaan, Kathy.
Je moet wat hoger gaan. Je bent nu veel slimmer en verstandiger dan...
(WIM) Je moet jezelf moed inspreken, Kathy. Je moet zeggen: Vooruit.
Want nu is het echt gezellig. - (KATHY) Het is gedaan.
(WIM) Inderdaad.
(WIM) De taak als leerkracht voor mij in de studiekeuzebegeleiding
is toch de leerling ondersteunen
bij 't behouden van hun realistisch zelfbeeld,
want dat komt ook wel vaak onder druk te staan, omdat ze ook wel
leeftijdsgenoten, die in het regulier onderwijs zitten, ontmoeten
en dan twijfelen ze ook wel vaak. (DENKT NA)
En ook wel hen blijven motiveren en ook wel ervan uitgaan
dat elk radertje in de maatschappij belangrijk is,
op welk niveau je ook een dienst levert aan de maatschappij,
dat we iedereen nodig hebben.
(VOICE-OVER) Maarten, Lotte en Kaat hebben hun keuze al gemaakt.
Lotte en Kaat kiezen voor 1 B om later naar het BSO te gaan,
het beroepssecundair onderwijs.
Maarten gaat naar het BuSO, het buitengewoon secundair onderwijs.
(MAMA VAN MAARTEN) Ja, daar hebben we al even... vele nachten van wakker gelegen van:
Gaan we de stap doen of niet ? Je hoopt misschien wel van:
Misschien dat hij na 'n paar jaar terug het gewoon onderwijs aankan,
maar als je dan ziet hoe hij er eigenlijk zichzelf goed in voelt
en hoe dat gebeterd is, dan zeg je van:
Als ze nu aanraden om hem naar het BuSO te laten gaan,
dan laten we hem gewoon gaan.
We maakten daar eigenlijk geen problemen meer van, dus...
Allee, voor ons is dat...
Eigenlijk voor ons is dat niks, als hij zichzelf maar goed voelt.
(VOICE-OVER) Maarten denkt eraan bouw te doen.
Lotte wil mode gaan doen en Kaat verzorging,
een richting die bij hen past en hen typeert.
(LOTTE) Ik zou natuurlijk heel graag kleding willen ontwerpen.
Dat lijkt me echt wel leuk, maar da's nogal moeilijk,
want er zijn keiveel ontwerpers en dan moet je met iets anders komen.
En als dat niet gaat, dan wil ik een winkel beginnen.
Dat lijkt mij ook echt leuk, een winkel met mijn eigen kleding dan.
(MAARTEN) Mijn dromen zijn om bouwvakker te worden en een bus in te richten
als mobilhome en dan naar de koers te gaan,
want ik ben ook zelf coureur en dan heb ik zo ook een mobilhome
waar ik trots op kan zijn, omdat ik dat zelf heb gemaakt.
(KAAT) Ik droom ervan om later in een gehandicapteninstelling
voor mentaal gehandicapte mensen te werken
om te zien hoe die op hun eigen manier de dingen doen
en gelukkig zijn op hun eigen manier.
(VOICE-OVER) Binnenkort is 't zover en zetten ze de grote stap.
Ook hun ouders kijken ernaar uit.
(MAMA VAN LOTTE) Het is een nieuwe fase.
Je probeert ze in alle kanten te ondersteunen en...
Ja, ik ben er en het is natuurlijk voor mij ook spannend.
Ze gaat met de bus en niet meer met de fiets,
niet meer mammie die haar brengt met de auto. Als ze iets vergeten is,
breng ik 't even. Nee, dat zit er niet meer in.
(MAMA VAN KAAT) Kaat is een verschrikkelijk chaotisch persoontje
en toch doet ze het altijd. Ik weet gewoon, op haar manier:
Die komt er. Ik moet er niet van wakker liggen, die komt er.
(LERARES) Lees maar eventjes voor wat daar staat.
(VOICE-OVER) Het is september. Lotte, Kaat en Maarten maakten de overstap.
(KAAT) Ik heb niemand die ik hier kende, dus de eerste speeltijd was het stil,
maar daarna als je zo in de klas bent, begin je mensen te leren kennen
en is dat wel beter gegaan met de volgende speeltijd.
(LOTTE) De eerste dag was heel spannend, omdat ik eerder was dan Margot,
want die zat vroeger ook bij mij op school
en dan was ik hier zo alleen en zo.
(MAARTEN) We kwamen hier dan aan met de bus
en ik kende al kinderen van vorig jaar die ook naar hier kwamen.
Dan was dat al direct je groepje eigenlijk, dat we al hadden.
(VOICE-OVER) De eerste dagen waren spannend,
maar ondertussen zijn ze het goed gewend.
Leraren van het eerste jaar zorgen altijd voor een warm welkom,
zodat iedereen zich snel goed voelt.
(KLASTITULARIS 1 B) Eigenlijk beginnen we er in de vakantie al mee.
Dus zij krijgen op het moment dat ze inschrijven een afspraak
voor een intakegesprek. Leerlingen kunnen daar hun vraagjes stellen,
hun kleine en grote zorgen, en dan wordt ook een beetje afgesproken
als dat nodig is, voor leerlingen voor begeleiding.
Dan maken zij kennis met hun klasgenoten en titularis
en dan zijn ze eigenlijk een beetje rustig voor 1 september.
(VOICE-OVER) Lotte en Kaat zitten in de 1 B-klas, dat is een algemeen jaar
dat hen voorbereidt op het BSO in de tweede graad.
Maarten zit in het BuSO. Het eerste jaar is daar een observatiejaar
waar ze verschillende beroepen leren kennen.
(MAARTEN) Wij hebben de BGV-uren en dat is beroepsgerichte vorming.
Dan doen we bouw, schilder, magazijn, stofferen,
hout, metaal.
(VOICE-OVER) Volgend schooljaar kiezen zij er één beroep uit
dat hen het beste ligt.
(KAAT) Ik heb heel veel nog zo... Dat ik zo nog steeds zeg 'juffrouw'
en da's wel het ambetante, want dan luisteren ze niet.
Dus als je 'juffrouw' zegt, ja...
Die achternamen, daar ben ik niet goed in,
dus ik zeg echt 'mevrouw Godsdienst, mevrouw Frans' en zo,
want ik weet echt niet hoe die heten allemaal.
(LOTTE) De boeken zijn ook anders. Het is niet echt moeilijk,
maar je moet anders gaan kijken naar de oefeningen en zo.
Je moet harder studeren, want je moet ook sowieso alles onthouden
voor de examens.
(VOICE-OVER) Heel veel dingen zijn anders in het secundair en dat is best aanpassen,
maar de leraren blijven het hele jaar door alles goed opvolgen.
(KLASTITULARIS 1B) Telkens opnieuw tijd maken voor vragen, voor...
Ja, wat in hun ogen heel grote problemen zijn,
dat we dat toch altijd proberen onmiddellijk op te lossen.
Dus ik denk vooral eerst het vertrouwen
en het vertrouwd thuis zijn eigenlijk in de groep
en dan komt de rest zo wel vanzelf, denk ik.