onderwerpen: Peter Adriaenssens, maatschappelijk kwetsbare jongeren, jongeren, jongerenproblemen, probleemgedrag, tieners, opvoeding, opvoedingsondersteuning, opvoeder, ouders, opvoeden
Kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens gaf in vijf Vlaamse steden de scherpzinnige lezing 'Tieners, hou ze vast'. Enkele fragmenten daarvan kan je zien in dit filmpje. Meer dan 4000 leraren woonden de lezing bij. In een mum van tijd was ze helemaal uitverkocht. Een must voor elke opvoeder. "We dreigen immers te veel van onze jongeren te verliezen in probleemgedrag. En dat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid", zegt Peter Adriaenssens. De opbrengst van deze lezingen gaat naar Youth at Risk. Die organisatie geeft jongeren tussen 15 en 21 jaar met een dossier bij de jeugdrechter een kans om hun leven weer op de sporen te krijgen.
Meer info over dit onderwerp vind je in het boek 'Laat ze niet schieten' van Peter Adriaenssens, uitgegeven bij Lannoo. Kijk ook naar de reeks 'Groei!' waarin Peter Adriaenssens leerrijke duiding en commentaar geeft bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(PETER ADRIAENSSENS) Met verrassing zien wij dat volwassenen bang zijn van tieners.
Dat heeft geen enkele generatie ons voorgedaan.
Als een volwassene lastiggevallen wordt door twee tieners,
zal die niet geholpen door andere volwassenen die passeren.
En ondertussen hebben we massa's verhalen in ons land
over buschauffeurs die geschoffeerd worden door een 14-jarige,
terwijl er 20 volwassenen in de bus zitten die hun best doen
om naar buiten te kijken.
Treinconducteurs waarbij er 200 volwassenen op de trein zitten
en die slaag krijgen van arrogante, agressieve, 16-, 17-jarigen.
Het is toch zo verschrikkelijk. En waar was die politie ?
Wij durven niet meer ons in vraag stellen,
wat maakt dat wij als eerste generatie in ons broek doen
voor normale jeugd.
Onze eigen grootouders, overgrootouders
die vaak 1, maar velen 2 wereld- oorlogen achter de kiezen hebben,
zouden het niet begrepen hebben. Wij lossen elkaar.
Merkwaardig is dat jongeren zeer verbonden zijn.
Wij worden als volwassenen geconfronteerd met een generatie
met een zeer grote solidariteit.
Als u zich in het nauw voelt en deze jongere die arrogant is tegen u,
roept met zijn gsm zijn vrienden bijeen,
binnen de tien minuten staan er daar een paar.
Als u gans uw adresbestand in uw gsm een sms stuurt:
Help, er is hier een 15-jarige mij aan het overvallen,
heb je veel kans dat er twee dagen later gebeld wordt
om te horen hoe het gaat.
Maar u zal geen volwassenen zien. Zo solidair zijn we geworden.
Zo laten wij op dit ogenblik jongeren los.
Wij stellen hoge verwachtingen aan iedereen die zorgt voor kinderen.
Het onderwijs, de politie, justitie en welzijn.
Maar wij missen volwassenen op het front.
Zoveel situaties die op dit ogenblik mislopen met jongeren,
gebeuren in de aanwezigheid van volwassenen
die niet meer durven met mekaar en voor elkaar opkomen.
En wij vinden dan wel dat onderwijs heel pedagogisch moet zijn
en u zal ook vinden dat het beter is dat er een appel
in iedere automaat te vinden is dan die frisdranken,
maar het belet wel niet dat eens jongeren uit school komen,
rond elke school in Vlaanderen volwassenen nachtwinkels openen
waar alles verkocht wordt dat pedagogisch niet mocht.
Dat er nu scholen zijn, ook hier in Limburg,
die een reglement moeten vragen aan de gemeente om te voorkomen
dat mobiele frietkoten zich voor de schoolpoort komen zetten
als de leerlingen buitenkomen.
Dat jongeren die spijbelen geen probleem hebben op dit ogenblik
om lustig te eten en te drinken in allerlei uitbatingen.
Want het gaat om het gewin. En dan ineens is het niet belangrijk
dat het een minderjarige is. Volwassenen buigen voor het geld
en jongeren kennen die kwetsbaarheid van volwassenen.
Een hele industrie richt zich op hen, één miljard euro op dit ogenblik.
Nieuwe variaties op het gsm-gebruik,
het insluiten van de video in de gsm,
daar moeten dan schooldirecties en leerkrachten oplossingen zoeken
als jongeren elkaar naakt beginnen te filmen of al masturberend
of als proef van de echte liefde vragen dat de ander zich uitkleedt.
En dan moet men studiedagen organiseren:
Hoe moeten wij omgaan met de nieuwe media ?
Het zijn volwassenen die al deze problemen binnenbrengen
en aan de eindgebruikers is het om er oplossingen voor te zoeken.
(PETER ADRIAENSSENS) Alle problemen die we bij jongeren zien: druggebruik,
depressie, anorexia enzovoort, zijn eigenlijk tekens aan de buitenkant
van een lijf in wankel evenwicht.
Bij sommigen wankelder dan bij anderen
en daardoor gaan zij sterker in symptomen gaan.
En het is bij jonge kinderen dat we vooral fabrieksfouten zien.
Als een kind een aanlegprobleem heeft, zie je dat in de kleutertijd,
dat zie je in het lager onderwijs, het is daar al dat we tekenen zien
van ADHD, van autisme enzovoort.
Maar er komt een heel ander soort problematiek in die adolescentie.
Er is de aanleg van de hersenen. Er is een tweede belangrijke factor
en dat is de aanleg van het temperament.
Waarom als u statistisch... U hebt drie kinderen, waarom zijn er twee
die een probleemloze puberteit doorlopen ?
Ik zeg vaak: Op het eerstvolgende familiefeest
waar alle kinderen en kleinkinderen zijn, moet u vragen
dat ze zich allemaal in 2 rijen zetten.
Aan de ene kant alle jongeren in de familie die het goed doen.
Aan de andere kant de rij met alle jeugddelinquenten van de familie.
(HET PUBLIEK LACHT VOORZICHTIG)
(PETER ADRIAENSSENS) Dan zal u zien hoe wij overdrijven.
Want toevallig in uw familie zijn die bijna niet te vinden.
Ik hou een zekere reserve, bijna. Ja ?
Maar wij zien in de eerste plaats de massa jongeren die het goed doen.
Jongeren van wie je hoopt dat het natuurlijk is dankzij uw enorme gave
om tieners op te voeden, maar we weten uit onderzoek
dat mensen die 'n gemakkelijk temperament hebben,
en dat zijn er zes op de tien, dat die overal een voetje voor hebben.
Men ziet ze graag in gezinnen, men ziet ze graag in de klas,
want dat zijn degenen die meedoen, die wat rustig zijn,
die afwachten, die zeggen: Oké, doe maar, ik zie wel wat het wordt.
Acht op de tien kinderen hebben een temperament bij aanleg
dat altijd stabiel blijft. Deze hier...
Ja, deze groene is iemand die amper leeft, maar kom.
(HET PUBLIEK LACHT)
(PETER ADRIAENSSENS) Je mag je toch 'n beetje poeder in 't leven wensen, maar goed.
Deze blauwe is een stevig, temperamentvol kind,
maar je hebt je kind altijd zo gekend.
Dat is het kind van wie u blij bent dat het op kamp vertrekt,
maar twee dagen later valt de stilte van het huis u toch wel zwaar.
Het behoort tot de geluiden van het huis, ja ?
Er zijn twee andere groepen en dat zijn deze, die zijn niet zo talrijk.
Eén op de tien is wat vele mensen een puberteit noemen.
Dat is iemand die eigenlijk een heel rustige jeugd had
en dan vanaf de leeftijd van elf progressief moeilijker wordt
en u ziet, dat kan erg lang duren voor dat zich terug kalmeert.
Maar het is vooral deze groep die ons grote zorgen baart,
dat zijn kinderen die al vanaf de kleuterklas zeer moeilijk zijn
en altijd maar moeilijker worden.
In het lager onderwijs ook een hel zijn voor ouders en leerkrachten,
van wie leerkrachten zeggen: Laat ze overgaan,
want ik neem die geen tweede keer meer in de klas.
Ja, maar op dit ogenblik worden wij geconfronteerd
met enkele kleuters, enkele kinderen in 't lager onderwijs
die door geen enkele school nog gewenst zijn.
Kinderen die reeds zo jong ernstig in de problemen zitten.
En zij moeten er eigenlijk absoluut tussenuit gehaald worden.
Zij horen echt absolute preventie te krijgen,
onze resultaten met die jongeren worden veel te vaak...
Het zijn jongeren die veel te vaak als pubers verwezen worden
en de resultaten zijn heel slecht.
Maar het zijn deze twee die heel wat zorgen bieden.
Die dat ene kind zijn van wie u zich afvraagt:
Hoe hebben we die gemaakt ? Van wie heeft die dat ?
Ook al is het antwoord simpel: de schoonfamilie. Ja ?
(HET PUBLIEK LACHT)
(PETER ADRIAENSSENS) We weten dat iedere school die over de 1.000 leerlingen gaat,
zelf miserie zoekt, want dat er een deel jongeren is
dat vanuit hun temperament voelt: Op mij ga je geen controle hebben,
want dit systeem is veel te groot geworden.
En we weten dat jongeren met deze impulsieve hersenen
en met een samenleving die hen onvoldoende kan vasthouden,
dat deze jongeren nood hebben aan een rustigere klas.
En dus dat klassen kleiner moeten zijn dan vijftien.
Het maakt geen verschil vanaf 15, maar kleiner moeten zijn dan 15.
Dat door het beter coachen dat de leerkracht op dat ogenblik kan
met 12, 13, 14 jongeren, er ook minder andere problemen ontstaan.
En dan zegt men: Dat is een illusie, want wie kan dat betalen ?
Dan denk ik dat ik goed geplaatst ben om als kinderpsychiater
de vraag te mogen stellen waarom kinderpsychiatrie elk jaar meer kost.
Waarom is het logisch dat wij altijd meer bedden moeten openen
en waarom steken we dat geld niet in onderwijs ?
En zorgen we ervoor dat jongeren vanaf de kleuterklas terecht kunnen
in kleine groepen waarin ze gecoacht worden op hun niveau ?
Het zal ook tegemoet komen aan kansarme jongeren.
Die experimenten zijn gedaan en die zijn succesvol.
Als je in kleinere groepen werkt, is de taal beter gekend,
kan men beter mee met de taal. Wij zullen keuzes moeten maken.
Ze leiden tot debatten in de leerkrachtenkamer,
waar er op meer en meer plaatsen soms een gespannen sfeer hangt
tussen twee generaties, want jonge leerkrachten van vandaag
leunen dicht aan bij degenen die op dit ogenblik 15, 16 zijn.
En die zeggen: Och, dat die even zijn gsm opneemt of een sms stuurt
of ineens zomaar een antwoord geeft door alles door. Het moet kunnen.
En de oudere generatie zegt: Zo valt er geen les te geven.
Als ik moet komen nadat jij in die klas geweest bent,
heb ik eerst tien minuten werk om de boel terug op lijn te krijgen.
En eigenlijk hebben zij geen conflict. Zij zien twee kanten
van hetzelfde probleem, van de jongeren zoals ik u beschreven heb,
maar jongeren die geen enkele leiding daarin hebben
en die nood hebben aan een volwassen generatie
die zich solidair rond hen zet.
En dus moeten ouders en school daarin partnerschap zoeken,
de ouders als expert van hun kind,
de school, de leerkrachten als expert van de school.
En ik denk dat er meer te winnen zou zijn van vaker samen te zitten,
de leerkracht met al de ouders waarvan jongeren in de klas zitten.
Dat veel meer ouders kunnen en willen aangesproken worden
om bij te dragen, om te werken aan het gedrag.
(PETER ADRIAENSSENS) Dus aan de ene kant moeten we ons realiseren:
Jongeren kunnen in deze tijd heel wat
en dan is het belangrijk om daarin niet gelijk wat te beschouwen
als deel van de pubertijd. Ze moeten leren luisteren
en dat is hetgeen ze op jonge leeftijd moeten leren.
Nogal wat mensen hebben er moeite mee,
omdat ze leren luisteren verwarren met autoritair optreden.
Het tegenovergestelde daarvan is alles goed vinden wat jongeren doen.
Of zeggen: Je zult het zelf wel ondervinden, wat heel gevaarlijk is,
want jongeren zullen later daarop terugblikken en zeggen:
Je had mij er eigenlijk voor moeten behoeden.
De tussenweg is dat jongeren moeten leren keuzes te maken
samen met volwassenen, zich mee te realiseren:
Ja, het is eigenlijk beter dat ik doe wat jij nu voorstelt.
Wat is daar het moeilijke van ? Dat is dat het een combinatie is
tussen luisteren en niet-luisteren.
Eén van de moeilijke dingen in het opvoeden is
dat je kind natuurlijk moet beginnen met goed te luisteren,
een kleuter kan je niet zomaar zijn zin laten doen
en dus zijn er veel dingen die wij bevelen aan een kleuter.
Eet nu, zwijg nu, steek voorzichtig over.
Pas daarna gaat hij begrijpen waarom hij dat doet.
Als die dat zo moest blijven doen,
zou dat een problematische volwassene geven,
iemand die alleen maar op de knip gehoorzaamt.
Dus ergens onderweg in die opvoeding leert het kind ontdekken
dat niet-luisteren heel belangrijk is,
want dat je anders nooit aan extra snoep geraakt,
als je altijd doet wat ze zeggen.
En dat het nogal meevalt als je die doos koeken leegmaakt
en je draait ze achterstevoren de kast in,
zodat je ouders denken: Er is nog niet aan geweest. (GELACH)
En dan de algemene Vlaamse quizvraag: Wie heeft dat gedaan ?
Omdat er nog altijd Vlaamse ouders zijn die denken
dat ze echt onnozele kinderen hebben die gaan zeggen: Ik.
Geef me maar een pedagogische tik.
Nee, dus al die kinderen zeggen: Ik niet.
In vele gezinnen wonen spoken.
Maar wat is 't goede dat 't kind daar leert ?
Niet-luisteren brengt ook op.
Iedereen van u die hier is, kan zeker een voorbeeld geven van iets
wat u in het leven gerealiseerd hebt dankzij vooral niet te doen
wat uw ouders gezegd hebben, ja ?
U had misschien niet uw partner. U had misschien niet uw beroep,
u had misschien niet uw hobby. Ja ?
En hoe vaak zijn ouders niet fout geweest,
dat ze zeggen: Die gitaar, dat is de zoveelste modegril,
daar beginnen we niet mee en toch bij deze maakte het verschil
en die begon te spelen en is ermee blijven verder gaan.
Dus niet-luisteren is een heel belangrijk deel van onze gezondheid.
Alleen, je moet leren om dat in evenwicht te brengen met luisteren
en leren luisteren uit keuze. Sommige momenten wel,
andere momenten niet. En dat is de moeilijke weg.
En daar word je mee geconfronteerd bij tieners
die volop de zijstraat inslaan van het niet-luisteren
en daar geregeld foute keuzes maken en daaruit moeten leren
om uiteindelijk te zeggen van: Ja, ik zou er beter met u over praten.
Ik zou beter samen een oplossing zoeken.
Luisteren is iets waar je mee moet beginnen bij jonge kinderen,
dat is niet iets wat je nog aanleert aan tieners
als je het voordien altijd verzuimd hebt en dat is één van de situaties
waar we toch in de hulpverlening mee geconfronteerd worden.
(PETER ADRIAENSSENS) De ouder als badmeester is degene die durft zeggen:
Spring er maar in. Ja ?
En in het zwembad, daar weet je dat velen rustig baantjes zwemmen
of rustig spelen, maar dat je daar voortdurend ook van die pipo's hebt
die absoluut excessief moeten doen en zich doen opmerken enzovoort.
De badmeester is degene die kennis heeft
over jongeren van deze leeftijd en die weet: Als ik nu ga reageren
op alles wat zich hier voordoet, heb ik een probleem.
Ik moet een evenwicht vinden tussen wat kan ik toelaten,
omdat ik moet denken: Zo zijn die nu eenmaal,
en waar moet ik duidelijk stellen: Heb je ooit leren luisteren ?
Hier stel ik de grens. De grens moet terug ingevoerd worden.