filmpjes - doelgroep: leraren, ouders
Groei! is een reeks over de ontwikkeling van kinderen. We starten bij de kleuters en volgen de groei van lagere schoolkinderen tot jongeren, thuis en op school. Waar staan ze in hun ontwikkeling? En hoe stimuleer je die als ouder en leerkracht het best? Opvoedingsspecialist en kinderpsychiater Peter Adriaenssens geeft leerijke duiding en commentaar.
Inleidingduurt 00:00:58 |
|
Bewustwordingduurt 00:01:08 |
|
Fijne motoriekduurt 00:01:12 |
|
Structuurduurt 00:01:03 |
|
Conflicten oplossenduurt 00:01:18 |
|
Voorbereiding schrijvenduurt 00:01:09 |
|
Spelend lerenduurt 00:01:35 |
|
Leren bij angstduurt 00:01:38 |
|
Warme duidelijkheidduurt 00:01:16 |
|
Een lerende handduurt 00:00:50 |
|
Een goed boekduurt 00:01:02 |
onderwerpen: opvoedingsondersteuning, Peter Adriaenssens, opvoeden, opvoeding, kleuterparticipatie, kleuters, ouders, ontwikkeling
De eerste aflevering van een nieuwe reeks. We starten bij de kleuters en volgen de groei van jongeren, thuis en op school. Simon is vier. Waar staat hij in zijn ontwikkeling? En hoe stimuleer je die als ouder en leraar het best? Peter Adriaenssens geeft leerrijke duiding en commentaar.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) In Groei neemt TV.Klasse je elke aflevering mee
naar een andere leeftijd. Waar staat een kind in zijn ontwikkeling
en hoe kan je die optimaal stimuleren ?
Opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens
analyseert de thuis- en schoolbeelden
en geeft leerrijk advies.
(VOICE-OVER) In deze aflevering volgen we Simon.
Hij is vier jaar en zit in de tweede kleuterklas.
Simon is de zoon van mama Sofie en papa Pieter.
Hij heeft nog een jongere zus, Marthe, van twee jaar.
(ER WORDT EEN FOTO GEMAAKT)
(SOFIE) Ja, ja. (SIMON LACHT)
(VOICE-OVER) Woensdagnamiddag. Simon gedraagt zich als een typische vierjarige
en laat zijn fantasie de vrije loop.
Een plas op de glijbaan wordt een heerlijke heksensoep.
(SIMON) Mama ? Een beetje snottebellen ? Snottebel ?
(JUF) Heb jij heksensoep gemaakt ?
(SIMON) Want het lag daar zo nat op die glijbaan.
Dan heb ik daar iets in gedaan. Zand.
(JUF) Wat zou je nog in de heksensoep kunnen doen ?
(JONGENS) Slakken. - (SIMON) Snottebel.
(JUF) Snottebellen, ja. (KINDEREN LACHEN)
(JUF) En slangen. En krokodillenogen misschien.
(KINDEREN) Bah.
(PETER ADRIAENSSENS) Je ziet aan de ogen van die Simon, snottebellen, dat heeft zo die grens
van: Mag dat hier gezegd worden ? Ja ?
Een kind van 2, 3 is daar niet mee bezig.
Die kent dat nog niet, maar vanaf vier begin je je bewust te worden
dat er zoiets bestaat als beleefdheid, hè.
Maar je kent die grens nog niet zo goed.
Wat is een beleefd grapje en wat is echt onbeleefd ?
(VOICE-OVER) Terwijl Simon en z'n vriendjes met de brandweerwagen spelen,
knutselen andere kinderen geconcentreerd aan een collage.
Dat bereidt hen voor op leren schrijven.
De ogen moeten met de handen leren samenwerken,
maar Charlie heeft het knippen nog niet helemaal onder de knie.
(JUF) Probeer het nog eens een keer zo. Zo, kijk eens.
(PETER ADRIAENSSENS) En je ziet dat dat kind hier twee vingers daarin heeft zitten
en die hand eigenlijk 'n beetje raar houdt om de knipbeweging te maken.
Je moet behoorlijk geduldig zijn voor iemand die aan het leren is
en eigenlijk zou je op het voorhoofd van dat kind
een sticker kunnen plakken waarop staat: Hier zijn werken bezig.
(JUF) Kijk, als je met de schaar knipt, de mond open.
Zo, de mond open en hap.
Hap.
Hap.
(PETER ADRIAENSSENS) Ouders vandaag zien we toch... Ze zien 's avonds hun kind.
Ze hoorden dat die geknipt heeft
en ze willen dan graag een demonstratie,
maar men verwacht te gemakkelijk een demonstratie van het ideale.
Dat dat ineens allemaal lukt. Nee, het moet groeien.
(JUF ZINGT) Wat doen we wel vandaag ?
Wat doen we wel ? Wat doen we wel ? Wat doen we wel vandaag ?
(JUF SPREEKT) Wat hebben wel al gedaan ? Hebben we al in onze kring ? Ja.
(KIND) Gespeeld. - (JUF) Hebben we al gespeeld ?
(KINDEREN) Ja. - (JUF) Wat moeten we dan nu doen ?
(SIMON) Jas aan en speeltuin. - (JUF) Jas aan. Wat doen we dan ?
(SIMON) Fruithap. - (JUF) En dan ?
(SIMON) Eerst drankje, dan jas aan, fruithap en naar de speelplaats.
(JUF) Ziezo.
(PETER ADRIAENSSENS) Dit is iets dat de ouders ook vaak kunnen nadoen.
Het helpt voor kinderen om aan de muur in de keuken
leuke tekeningen te hangen waardoor ze 'n beetje weten:
Als je thuiskomt, eerst die boeken opzij, je jas weghangen.
Dan hebben we een vieruurtje. Dat is niet zomaar een boeltje,
het is stap voor stap
en eerlijk gezegd helpt het ook de volwassenen
om niet te vergeten dat jonge kinderen structuur nodig hebben.
(VOICE-OVER) Op de speelplaats kan een vierjarige zich volledig uitleven.
Het is een ideaal laboratorium binnen de veilige schoolmuren
om zelf spelletjes uit te vinden, vriendjes te maken
en te leren omgaan met sociale conflicten.
(PETER ADRIAENSSENS) Iedereen zal nu zeggen: 'Dat hoort niet.'
Maar dit soort scène is de standaardscène in vele films
waar wij als volwassenen naar kijken en die wij maken.
Dat is poeder die je met het leven meekrijgt.
Jongens meer dan meisjes. Je ziet dus vaak ouders
die zeggen aan hun kind: 'Maar hoe is dat nu mogelijk
dat je dat nu terug doet ? Ik heb het je gisteren gezegd.'
Wel, dat moet je leren onder controle krijgen, maar dat duurt jaren.
(JUF) Geen kindjes pijn doen. Jij kan dat. Ik weet dat je het kan. Oké ?
Oké, Aldo ? Ik weet dat jij het kan.
(PETER ADRIAENSSENS) Mooi hier, hè ? Er wordt positief afgerond: Ik weet dat je het kan.
Belangrijk om ook thuis te doen. We moeten het kort houden,
alleen over de situatie die zich nu voordoet
en (KNIPT MET ZIJN VINGERS) klik, vooruit, terug positief: Je kan het.
(JUF) Voel maar met je vingers. Wat is dat allemaal ?
(SIMON) Vierkantje. - (JUF) O, luister eens.
Het is een vierkantje, dat voel je al. Wat voel je nog ?
(SIMON) Draadjes. - (JUF) Een draad. Wat voel je nog ?
(SIMON) Knopje. - (JUF) Zeg het eens wat luider.
(SIMON) Een knopje die... - (JUF) Er staan knopjes op.
(PETER ADRIAENSSENS) Dit is een leuk, maar ingewikkeld spel, hè.
Dat heeft opnieuw te maken met de grote voorbereiding voor schrijven.
De handen gaan hun fijne bewegingen
nog meer moeten specialiseren, hè.
Een baby of een kind van drie, die kan een grote knuffel voelen,
maar hij gaat kleine voorwerpjes nu krijgen
waar dat hij echt met de vingers zal moeten voelen: Wat is dit ?
(JUF) We gaan kijken. Eén, twee, drie.
Kijk eens, het is een wekker.
Met de knopjes om op te duwen. Goed gedaan, Simon.
Met een lange draad en het is ook wel een vierkant. Heel goed.
(PETER ADRIAENSSENS) Dus dat is een hele sterke oefening voor de intelligentie van het kind
en de handvaardigheid.
(DE HELE KLAS ZINGT EN KLAPT) Hier leg ik mijn zakdoekje neer.
(JUF) Ja, ja. Lopen, lopen, lopen...
(VOICE-OVER) Kleuters spelen graag en veel. Zo ontwikkelen ze zichzelf dag na dag.
Het is hun manier van leren en ervaren.
Daarom staat spelen zo centraal in het kleuteronderwijs.
Met een simpel spel als Zakdoek leggen oefenen ze hun motoriek,
maar ook hun sociale vaardigheden en hun taal- en denkvermogen.
(PETER ADRIAENSSENS) Tussen 4 en 6, 7 jaar gaan kinderen met dit soort spel moeten oefenen
voor ze uiteindelijk in staat gaan zijn om een gezelschapsspel te doen,
want in een gezelschapsspel heb je zes, zeven regels tegelijkertijd.
In het spel dat we hier zien, is het nog eenvoudig.
Er zijn één of twee regels.
(JUF) Als je neerzit en ze leggen het achter jou.
En hij begint te lopen, dan stel jij je recht,
neem je de tamboerijn. Stel je maar recht.
En nu ga je achter hem lopen om hem te tikken. Lopen, lopen...
(PETER ADRIAENSSENS) Het mooie wat de juf hier doet, is: Ze maakt er bijna een toneeltje van.
We hebben al in dit programma gezien
dat kinderen leren door te kijken naar volwassenen en na te doen.
Een andere manier waarop dat kinderen leren, is:
maak er een toneeltje van. Zeg tegen je kind:
'Stel: je bent helemaal alleen in de supermarkt.
Je ziet mama niet staan. Wat ga je doen ?'
Praat daar niet alleen over, maar doe eens eventjes alsof.
Dat helpt hun om beter te begrijpen wat je eigenlijk bedoelt.
(VOICE-OVER) Zaterdagochtend.
Na het ochtendritueel maakt 't gezin van Simon zich klaar
om in 't park te gaan spelen.
Mama en papa volgen de ontwikkeling van hun zoon
nauwgezet op.
(SOFIE) Simon is wel een positief ingesteld kind, een vrij open kind.
Hij was vrij snel in stappen en praten...
Aan de andere kant merken we wel dat hij tamelijk gevoelig is
voor kleine ongemakken, voor pijntjes of wat dan ook.
(SOFIE) Je handjes verzetten en dan hierop stappen. Doe maar.
(SIMON) Nee, anders gaat mijn voet eraf vallen.
(SOFIE) Nee, hij gaat er niet af vallen.
Ja... - (SIMON) Dat wiebelt! 't Wiebelt!
(SOFIE) Kijk, mama gaat het vasthouden. Kom dichter met je voet.
Zo. - (SIMON) Ik wil niet...
(SOFIE) Je kan dat wel. Je hebt al... - (SIMON) Nee. Nee.
(SOFIE) Maar je durft wel.
(PETER ADRIAENSSENS) Dit is even toch 'n heel intens, moeilijk moment.
Het is niet zo eenvoudig om als ouder te weten:
Haal ik hem er nu beter af of moedig ik hem aan ?
(SOFIE) Ja, flink. Je bent er bijna.
Je staat heel stevig. Kijk eens hoe stevig dat je staat. Dat is goed.
Voilà , je kan dat. Hela. Bravo, Simon.
(PETER ADRIAENSSENS) Het kind voelt hier: Mijn ouder geloof in mij.
Het is de goeie band tussen kind en ouder
die hier maakt dat hij het toch zal halen.
We moeten ervoor zorgen betrouwbare volwassenen te zijn
voor kinderen en dan leren zij hele nieuwe dingen
ook op een moment dat ze er heel bang voor zijn.
(SOFIE) Nee, zoetje. Ik heb gezegd: De glijbaan.
(SIMON) Dat. - (SOFIE) Nee.
(SIMON) Eén... - (SOFIE) De glijbaan...
Niet meer de schommel.
(VOICE-OVER) Simon wil op de schommel terwijl er afgesproken was
dat hij enkel op de glijbaan mocht.
Toch probeert Simon zijn zin door te duwen.
(SIMON ROEPT) - (SOFIE) Oké, dan...
Awel, ga dan snel op de glijbaan. - (SIMON) Stom.
(PETER ADRIAENSSENS) Hij maakt zich boos. We zijn in 't publiek.
Iedereen kan zich voorstellen, als je dit in de supermarkt meemaakt,
dat dat niet prettig is. Andere mensen staan naar je te kijken,
terwijl dit eigenlijk leeftijdsgepast gedrag is.
Het is een normale opvoedsituatie.
(SOFIE) Mama telt tot drie. Eén...
Twee... - (SIMON) Je moet tot twaalf tellen.
(SOFIE) Nee. Twee...
Drie.
(PETER ADRIAENSSENS) En mama telt tot drie, wat een methode is
om aan een kind duidelijk te maken
dat je niet tot vier zal gaan.
Wat de mama doet, is kiezen voor warme duidelijkheid. Hè ?
'Ik zie je graag. Ik ga je hier niet vastpakken, meesleuren
naar huis, maar ik ben wel duidelijk. Ja ?
Als je het toch doet, dan heeft dat een gevolg.'
(PIETER) We gaan naar de kleine ring. Alle twee dribbelen.
Dribbelen, Simon. Dribbelen. Ja.
(VOICE-OVER) Na 't bezoekje aan 't park leeft Simon zich ten volle uit
tijdens het basketten. Thuis helpt Simon zijn papa bij het koken.
Aan tafel wil hij graag zelf zijn worst snijden,
maar daar moet papa even bij helpen.
(PIETER) Je houdt het in je handje, je vork. Je prikt met je vork
en dan met je mes duw je een beetje... Voilà .
Dan is dat van een groot stuk in twee kleine stukjes.
(PETER ADRIAENSSENS) Zoals deze papa doet, als 't nog niet zo goed gaat,
helpt het soms om je eigen hand te gebruiken
als lerende hand voor het kind. Dus eerder dan je eigen mes te gebruiken
en snel de worst te snijden,
leg je je hand op de hand van het kind en je maakt mee de beweging
zodat die voelt: Hoe kan ik dat leren ?
(PIETER) Simon, dino is de afkorting van welk woordje ? Van ?
(SIMON) Dinosaurus. - (PIETER) Ja.
Weet je nog wat dinosaurus betekent ?
Angstaanjagende... - (SIMON) Hagedis.
(PIETER) Angstaanjagende hagedis.
(VOICE-OVER) Voor het slapengaan leest papa 'n verhaal voor
uit het grote dinoboek. Vaak vinden ouders het moeilijk
om een goed boek te vinden voor hun kinderen.
(PETER ADRIAENSSENS) Ouders weten niet altijd: Wat is een goed boek voor mijn kind ?
En dus, ik raad vaak ouders aan: Ga naar de boekhandelaar, zeg:
'Mijn kind is altijd onmiddellijk gevat als het over dieren gaat'
of wat ook, dan krijg je ook de boeken mee
die echt ook je kind weten te interesseren,
maar koop niet te snel hetgeen wat je zelf 'n leuk kinderboek vindt.
(SIMON) Dada. - (PIETER FLUISTERT) Dag, Simon.
Dada. (DOET HET LICHT UIT)