onderwerpen: Peter Adriaenssens, pesten, persoonlijke groei, filosoferen, straffen, opvoeden, ouders, speelplaats, emoties, experimenteren, ontspanning
Waarom doet dat kind nu zo? Vaak ligt het antwoord gewoon in de ontwikkelingspsychologie. TV.Klasse volgt een kind van negen van 's morgens tot 's avonds (van de speelplaats tot in de winkel en op het verjaardagsfeestje). Professor Peter Adriaenssens kijkt mee. Hij ziet wat ik niet zie.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) In Groei neemt TV.Klasse je elke aflevering mee
naar 'n andere leeftijd. Waar staat een kind in zijn ontwikkeling
en hoe kan je die optimaal stimuleren ?
Opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens
analyseert thuis- en schoolbeelden en geeft leerrijk advies.
(VOICE-OVER) In deze aflevering volgen we Reina thuis en op school.
Reina is 9 jaar en gaat naar de Freinetschool De Boomgaard
in Gent. Ze zit in de derde leefgroep bij Ann.
Reina is de dochter van mama Mira en papa Rudy.
Ze heeft nog een oudere broer Joran die in 't eerste jaar secundair zit.
(ER WORDT EEN FOTO GEMAAKT)
(JUF ANN) Reina, ben je klaar ?
(REINA) Dus mijn boek heet Foeksia's Miniheksenstreken.
'Juf Minuul komt aansuizen op haar bezem.
Ze vliegt door het raam naar binnen en landt boven op een tafel.
Vandaag gaan we wind maken, roept ze met haar schelle stem.'
(PETER ADRIAENSSENS) We zijn eigenlijk begonnen op zesjarige leeftijd
met kinderen die nog niks konden. Niet kunnen lezen, schrijven
en hier, negenjarigen zitten in een kring, lezen een boek,
vertellen over het boek, denken na over het boek.
We zien kleine dames en heren.
(REINA) En dat was mijn hoofdstukje.
(JUF) Wie denk je dat het boek nog graag zou kunnen lezen ?
(REINA) Camille. - (JUF) En waarom Camille ?
(REINA) Omdat zij wel veel gevoel voor humor heeft
en het boek is echt heel grappig. - (JUF) Het is 'n heel grappig boek.
Camille, zou je 't graag eens lezen ?
(PETER ADRIAENSSENS) Je hoort daarbij ook dat de juf vooral vragen stelt
en niet meer zoveel zelf aanreikt.
We verwachten eigenlijk van de ouders en van leerkrachten
om vooral aan te geven, vragen te stellen.
Hoe meer je hen doet vertellen, hoe meer dat ze leren
hun taal vloeiend te gebruiken.
(JUF ANN) Wie heeft er een topper ? Een topper voor Reina ?
(CAMILLE) Ik vind het goed dat je niet alles hebt voorgelezen,
dat je zo een stukje hebt verteld en ik ga het boek heel graag lezen.
(JUF ANN) Wie heeft er nog een tip voor Reina voor volgende keer ?
(MEISJE) In het begin vertelde je, maar je keek het meest naar Ann
en in het vervolg wat meer naar de kinderen kijken.
(PETER ADRIAENSSENS) Je ziet hier de kleine criticasters in spe
en dat is goed zoals de juf doet, het parlement beluisteren.
Zoals dat ouders met kinderen van deze leeftijd aan tafel
ook parlement moeten spelen. Geef eens jullie gedacht
over hoe de uitstap vandaag was
en mama, papa sturen het parlement: Zeg jij eens iets. Zeg jij...
Want je hebt altijd praters en zwijgers,
maar het is niet meer de mama of papa die zelf in de eerste plaats
het verhaal doet.
(JUF ANN) Hele mooie illustratie. Goed voorgelezen.
Applaus. (DE HELE KLAS APPLAUDISSEERT)
(PETER ADRIAENSSENS) Dus je ziet dat er zich kliekjes vormen. Het is de leeftijd
waarin dat vrienden 'n belangrijke rol beginnen te spelen
om je eigen wereldje te maken.
(DE KINDEREN MAKEN LAWAAI MET LEPELS)
(MEISJE ROEPT) Awel, wat is dat hier ? Lepels weg en eten.
(PETER ADRIAENSSENS) Vaak vragen ouders: Wat kan ik doen opdat mijn kind weerbaar zou zijn
tegen pesten ? Ook al lijkt dit maar spel,
het zijn net die dingen die daar geoefend worden,
als in het toneelstukje iemand iets lelijks tegen je zegt,
dan moet je toch vindingrijk zijn van: Wat kan ik erop terugzeggen ?
Dus het is heel belangrijk als oefenplek.
(PETER ADRIAENSSENS) Hier zien we mooi naast elkaar goed en kwaad.
Er zijn 2 kinderen en die spelen het kussen.
Het is toch belangrijk om erop te wijzen dat dat normaal is.
De leeftijd waarop lichamelijkheid verder verkend wordt
op een vriendelijke manier. Het mag natuurlijk niet
grensoverschrijdend zijn en dan, links daarvan,
zit een ruziestoker die om een of andere reden boos is
en die fors trapt. Dit moeten ouders toch goed in het hoofd houden.
Het is een leeftijd waarop kinderen vaak kalmer zijn, maar niet altijd.
(GELUIDEN VAN SPELENDE KINDEREN)
(PETER ADRIAENSSENS) En je kan dus nog een echt stout kind hebben op die leeftijd.
Je moet als ouder ervoor zorgen dat je hier nu de leiding niet lost.
Als iemand echt niet mee wilt,
vergeet niet dat je dan hoort op te treden.
Ja, dus een straf heeft wel degelijk zijn plaats in de opvoeding.
(JUF ANN) Eerst de klassenraad. Helena, jij bent de voorzitter.
(PETER ADRIAENSSENS) De klassenraad is een mooie illustratie
hoe dat de kinderen toch in een veel rustigere ontwikkelingstijd
terechtgekomen zijn. Dus vele ouders zullen zien dat hun kind
niet zo driftig is, zijn emoties beter leert beheersen,
hoewel het kan er ook af en toe flink tegenaan gaan,
zoals deze jongen toegeeft, ja.
(HELENA) Einar zegt hele grove scheldwoorden, Jente en Emma.
(JUF ANN) Einar, weet je waarover het gaat ?
(EINAR) Ja, maar het is... Ik heb Jente wat pijn gedaan
en wij doen altijd spelletjes soms
en dan zeggen wij vloekwoorden tegen mekaar voor het plezier.
(PETER ADRIAENSSENS) Kinderen beginnen nu ook beter na te denken over morele normen.
Wat kan er ? Wat kan er niet ? En je hoort het beginnende filosoferen.
(MEISJE) Oké, ze begrijpen dat wel dat dat zo van die grove scheldwoorden zijn,
maar ik vind dat je dat toch niet mag zeggen.
(MEISJE) Het is niet goed om dat te zeggen,
want als een kleutertje daar toevallig bij staat, leert hij dat
en begint hij dat ook te zeggen en op de duur zit de hele school
dan scheldwoorden tegen elkaar te zeggen.
(JUF ANN) Heeft ze gelijk ? Wat zeg je dan ?
(EINAR) Sorry. - (JUF) Ga je erop letten ? Ja.
(PETER ADRIAENSSENS) Heel mooi is dat het niet alleen maar, zoals in een kleuterklas,
iets is van: Jij bent stout geweest en dat mag niet.
Nee, andere kinderen gaan nu ter hulp komen
en gaan zich proberen in te beelden: Hoe zou dat komen
dat hij dat gedaan heeft ? Misschien heeft hij 't niet zo slecht bedoeld.
En het zijn voorbeelden hoe je op deze leeftijd
het concrete denken lost en dan heb je een volwassene nodig
die dat aanstuurt.
(JUF ANN) Ik heb een boek en de titel is Lola en de Leasekat.
'Lola en Jan worden stokoud.
Soms wordt Jan zomaar verdrietig en verdwaalt hij in huis.
En op een dag valt Jan om. Zijn hart staat stil.'
(PETER ADRIAENSSENS) Er wordt toch nog met 'n prentenboek gewerkt
omdat, we zitten in die tussenleeftijd.
We moeten ook nog altijd rekening houden met dat hoofd
dat nog niet alles kan. Het zijn nog geen volwassenen.
We moeten toch steuntjes aanreiken
en die tekeningen, die helpen de aandacht te focussen.
(JUF) Zou dat leuk zijn, zo oud zijn ?
(ENKELE KINDEREN) Ja. Nee. - (JUF) Ik hoor 'ja, nee, soms'.
(MEISJE) Mijn overgrootmoeder is 93 en zij vergeet alles
en ze dacht in het ziekenhuis dat de verpleegsters op 'r hebben gedanst
omdat ze zo veel blauwe plekken heeft.
(PETER ADRIAENSSENS) Kinderen doen de doosjes van hun leven open.
Binnen 3, 4 jaar in de puberteit gaat 't net iets zijn wat we missen.
Als volwassenen gaan we al die privéverhalen
niet meer mogen horen.
(CAMILLE) Mijn ene opa is doodgegaan omdat hij kanker had.
Die was vroeger aan het roken en door te veel te roken,
heeft hij altijd... Heeft hij kanker gehad en dan is hij doodgegaan.
(JUF ANN) Mensen gaan dood. Waar gaan ze naartoe ?
(JONGEN) Dat weet ik niet. - (JONGEN) Niemand weet dat.
(LEERLING) Naar de hemel. - (JUF) Waar zouden ze heen gaan ?
(PETER ADRIAENSSENS) Wat de juf nu vraagt, is echt een filosofisch thema.
De vraag is belangrijk. De antwoorden zijn niet zo belangrijk.
Het is vooral belangrijk om kinderen te helpen
om zich ook over deze aspecten van het leven vragen te stellen.
Wat is belangrijk in het leven ? Waar doen we het allemaal voor ?
(JUF ANN) Zoals jouw opa. Jouw opa is gestorven, maar bestaat je opa nog ?
(MEISJE) Voor mij bestaat hij nog, maar...
Ik kan mij niet voorstellen
dat hij er niet meer is, dat ik 'm niet meer ga zien.
(JUF ANN) Dries ? - (DRIES) In mijn hoofd,
ik doe alsof ik speel met hem. - (JUF) Je doet alsof je speelt ?
Wanneer doe je dat ? - (DRIES) Ik...
Ik doe dat 's avonds als ik niks te doen heb.
(JUF) En dan speel jij... - (DRIES) Met zijn knuffel
die hij mij gegeven heeft. - (JUF) Heb je zijn knuffel nog ?
En als je met zijn knuffel speelt, dan denk je aan je opa.
(PETER ADRIAENSSENS) Ze voelen nog dat die grootouder in hen leeft,
maar leeft hij dan nog echt of niet ? En de juf komt niet tussen,
wat ontzettend mooi is. Ze geeft waardigheid
aan ieders beleving. 'Zoals jij het beleeft, is het voor mij belangrijk.'
(PETER ADRIAENSSENS) Moeder en dochter gaan shoppen. Wat ik daar belangrijk vind,
is dat deze mama iets organiseert voor haar kind.
Negenjarigen die je aan hun eigen inspiratie overlaat,
hun vrije tijd, die gaan heel veel tijd doorbrengen op hun kamer,
zeker als daar een computer staat. Dat is eigenlijk een aandachtspunt
voor alle ouders om voldoende alert te zijn
op de organisatie van de vrije tijd.
(REINA REAGEERT ERG ENTHOUSIAST)
(MAMA MIRA) Het is wel een heel dun truitje. Voor de winter zijn dikkere beter.
(REINA) Toe ? - (MAMA) Hij mag heel mooi zijn,
maar als je zo naar mij kijkt, dat gaat niet helpen. Ik vind hem te dun.
(PETER ADRIAENSSENS) Het mooie verschil:
de hersenen van mama denken vooruit in de tijd.
Haar hersenen hebben het nog over vandaag. Ik zie nu iets moois.
Ik zou dit graag hebben. We moeten niet boos zijn
voor de keuzes die ze maakt. We moeten dat begrijpen.
De mama kan er lachend mee om. Het is een goed voorbeeld,
heel de shopbeurt door, dat de mama op een vriendelijke manier
continu bijstuurt.
(MAMA MIRA) Doe eerst al je jurkjes aan.
Moet ik helpen of doe je 't alleen ? - (REINA) Alleen.
(MAMA MIRA) Oké, dan wacht ik buiten het hokje. Pas maar aan.
(PETER ADRIAENSSENS) Het gordijn gaat toe. De wereld van de privacy is in ontwikkeling.
Het is belangrijk om daar gevoelig voor te zijn.
Het is een van de dingen die kinderen moeten leren
en die ook beveiligend is voor kinderen.
Door je kind eigenlijk aan te moedigen van respect te hebben
voor zijn lichaam en als je je moet omkleden
van dat te doen zonder andere blikken,
zorgt er eigenlijk voor dat je ook zekerder bent
dat dit niet gebeurt als je er niet bij bent.
(PETER ADRIAENSSENS) Onderweg naar de hobby en zij wordt gevoerd.
Het is een moment om even alleen te zijn bij je kind
als je samen op de fiets of hier met de wagen of wandelend
naar de activiteit gaat. Je bent eventjes samen.
Het zijn dikwijls van die gestolen momenten
om even de temperatuur te meten van je kind.
(PETER ADRIAENSSENS) Eigenlijk is 't niet zo belangrijk welke hobby 't kind doet.
Het is wel belangrijk dat het zo veel mogelijk aansluit
bij de vaardigheden van het kind. Het is dikwijls de leeftijd
waarop je ontdekt dat je kind misschien in iets
veel vaardiger is dan het gewoon praten.
De kinderen die ineens over echte danscapaciteiten
blijken te beschikken of schilderen en tekenen met grote gave.
Zeker voor zulke kinderen moet je dit stimuleren.
(LUIDE DISCOMUZIEK)
(REINA) O my God, ik ga ernaast zitten.
(IEDEREEN) Ja, ja, ja, ja.
(MEISJES BEGINNEN TE TIEREN)
(PETER ADRIAENSSENS) Mensen denken wel eens dat die kinderen graag mee discodansen
of playbacken, dat wil zeggen dat ze misschien al in de pubertijd zijn.
Nee, dit heeft te maken met het beginnend experimenteren
met wat loskomen. Het is goed dat je ze in contact laat komen met dit
zolang het begeleid is door volwassenen. Het is niet goed
als je kinderen van negen jaar bijvoorbeeld
zelfstandig naar de bowling zou sturen en zeggen:
Heb daar maar een leuke namiddag.
Want dan schuif je hen eigenlijk 5 jaar vooruit in hun ontwikkeling.
(MAMA MIRA) Heb je het al een beetje warmer ?
Nee ? Een beetje tegen mama kruipen ?
(PETER ADRIAENSSENS) Je ziet 2 keer hetzelfde kind. Op het ene moment
lijkt het al een aankomend tienertje
en op het andere moment is het nog een kleine knuffelpop.
En dit is de combinatie van de opdracht voor ouders.
Aan de ene kant moet je weten: Die is nog maar negen jaar.
Ik moet nog voldoende aanwezig zijn en structuur geven,
in de buurt blijven,
en anderzijds moet ik die al voldoende kunnen lossen.
Hier in de zetel is het letterlijk vasthouden.
'We zijn samen een nest en ik wil dat mijn kind dat niet vergeet.'