onderwerpen: onderwijspraktijk, feedback, lerarenopleiding, studenten, begeleiding, werkvormen
"Wat is een hologram? Wat is een perforatie? Dat zijn quizvragen. 'Is dit vals biljet geloofwaardig?', dat is een goede vraag." In de nieuwe aflevering van Het Labo geeft pedagoog Kristof De Coninck feedback aan derdejaarsstudent Olivier Van Roy. Zijn belangrijkste werkpunt? Goede vragen stellen. Ontdek hier 7 tips.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Vier camera's, twintig leerlingen en één stagiair.
Olivier is klaar voor een les over valsmunterij.
Achteraan observeren de pedagoog en vaklector de les.
Zij doen straks de evaluatie.
(OLIVIER) Ik heb 't meeste schrik dat mijn timing niet zou kloppen vandaag.
Ik ga proberen om zeker de les af te werken tot waar ik het gepland had
en ik hoop uiteraard dat de leerlingen tevreden buiten gaan
en dat ze de leerstof begrepen hebben,
want ze kunnen het echt gebruiken in het dagelijkse leven. We zien wel.
(OLIVIER) Goedemorgen. - (DE HELE KLAS) Goedemorgen.
(OLIVIER) Het enige wat jullie vandaag nodig hebben, is een balpen.
Goed, ik ga al onmiddellijk starten met een vraagje te stellen.
Ik heb hier vandaag een biljetje van twintig euro bij.
Wie zou er graag twintig euro krijgen zonder er iets voor te moeten doen ?
Eerlijk, hè. Iedereen eigenlijk. Ja, oké.
Jij hebt geluk vandaag. Je krijgt van mij 20 euro, alsjeblieft.
(MEISJE) Dat is vals. - (OLIVIER) Je bent er niet blij mee ?
Waarom ben je er niet blij mee ? - (MEISJE) Omdat 't niet echt is.
(OLIVIER) En hoe weet je dat ? - (MEISJE) Dat glanzend randje.
(OLIVIER) Ah, dus enkel dat randje ? Omdat dat niet blinkt.
Het is ook nog eens te klein, ja. Dus zou je ermee kunnen betalen ?
(MEISJE) Nee. - (OLIVIER) Nee, oké.
Je hebt goed gezien dat het een vals biljetje is
en daar zal 't vandaag over gaan.
We gaan eens een kijkje nemen naar onze bankbiljetten.
Wat staat er zoal op ? Hoe kunnen we zien of het wel echt geld is ?
Is er iemand al ooit het slachtoffer geweest van cyberpesten ?
Mijn naam is Olivier en ik ben laatstejaarsstudent
leerkracht secundair onderwijs in de Hogeschool in Mechelen.
Mijn vakken zijn economie en informatica
en ik ben hier nu mijn zelfstandige stage bezig in Ursulinen Mechelen.
Wat kun je als slachtoffer doen ? Stel je voor, je zit voor je computer.
Ik ben eigenlijk een spreker. Ik spreek heel graag voor groepen.
Ik heb ook geen angst om voor groepen te spreken
en ik vertel ook heel graag mijn mening
en ik wil heel graag iets doorgeven aan mensen. Ik vind dat belangrijk
en dat is eigenlijk mijn grootste doel. Mijn... (AARZELT)
Ja, dat drijft mij eigenlijk om leerkracht te worden.
Als beginnend leerkracht laat ik nog soms wel eens over me heen lopen.
Het gezag, daar moet ik nog wat aan werken, en vooral consequent zijn.
Dat is eigenlijk momenteel mijn grootste werkpunt.
Ik zorg altijd dat ik goed voorbereid ben.
Eerst ga ik het lokaal eens bezoeken van: Wat staat er hier allemaal ?
Hoe zijn de banken geschikt ? Welk materiaal heb ik ?
Nadien ga ik het schriftelijk voorbereiden. Dan ga ik eens kijken:
Welke leerstof moet er gezien worden ? Welke leerplandoelen
en vakoverschrijdende eindtermen wil ik bereiken ?
En dan ga ik kort eigenlijk de verschillende fasen van m'n les,
de opbouw eigenlijk, neerschrijven.
Als al die elementen samenkomen en je voelt je er zelf goed bij,
dan is je les goed voorbereid. Ik ga niet snel iets aan 't toeval overlaten.
Het eerste wat we vandaag gaan doen, is een klein quizje.
We gaan eens zien of jullie wat voorkennis hebben,
of jullie al iets meer weten over de euro.
Heeft er iemand enig idee
wanneer de eurobiljetten eigenlijk in omloop werden gebracht ?
Sinds wanneer kunnen wij daarmee betalen ?
'98, 2000, 2002 ? Wat denk je, Arman ? 2002 ? Da's absoluut juist.
Dus jullie mogen dat nu noteren.
(VOICE-OVER) Met een quiz krijgt Olivier inzicht in wat de leerlingen weten over de euro.
Daarna bestuderen de leerlingen ieder voor zich de eurobiljetten
in hun bundeltje. De bijhorende vragen worden klassikaal opgelost.
(OLIVIER) Oké, hieronder dan. Wat denk je daarvan ?
(JONGEN) Het C-teken. - (OLIVIER) Ja,
maar wat is het C-teken eigenlijk ? - (JONGEN) Het C-teken ?
(OLIVIER) Wat denken jullie ? Het C-teken, waarvoor zou dat kunnen staan ?
C met een rondje errond. - (MEISJE) Copyright.
(OLIVIER) Copyright. Wat is dat ?
(JONGEN) Dat je het mag kopiëren. - (OLIVIER) Dat dat mag ?
Nee, we mogen dat niet zomaar kopiëren. Dat biljet is beschermd,
ik mag daar eigenlijk niet zomaar een kopie van nemen. Ik deed dat nu wel.
Eigenlijk mag dat niet. Nu, ik ga er niet mee gaan betalen.
(OLIVIER) Jullie gaan nu per 2 werken.
Jullie gaan per twee samenwerken, altijd per bank,
en jullie gaan eens een biljet bestuderen.
Jullie gaan aanduiden hoeveel het biljet waard is.
Jullie duiden aan welke kleur 't biljet gekregen heeft.
Heel moeilijk, want het is nu in zwart-wit gekopieerd, maar...
probeer daar eens over na te denken. En we gaan ook eens kijken,
op die biljetten zien jullie ook afbeeldingen staan
en die zijn aan 'n bepaalde stijlperiode gelinkt.
We gaan dat straks samen verbeteren.
(VOICE-OVER) De leerlingen maken de opdrachten zo goed als ze kunnen,
maar de vraag over de stijlkenmerken op de biljetten
blijkt te moeilijk en de leerlingen raden er wat op los.
(OLIVIER) Nu, we moeten hier oppassen, want het vijf eurobiljet,
is een stukje Romaans, maar oorspronkelijk was het...
Komt het uit de... Denk zo ver mogelijk in het verleden.
(MEISJE) De renaissance. - (OLIVIER) Nog verder.
(JONGEN) Klassiek. - (OLIVIER) Ja, eigenlijk van toen.
Uit welke stijl stamt dat af ? - (VELEN) Gotische.
(OLIVIER) Gotisch hadden we al. - (MEISJE) Moderne, twintigste eeuw.
(OLIVIER) Kijk eens eventjes op het biljet, mannen. Da's al wat moeilijker, hè.
Dat is zo van een Franse periode. - (VELEN) Renaissance.
(OLIVIER) Ja, de renaissance.
(OLIVIER) Nu, ik ga jullie nog eens een vraagje stellen.
Ik heb jullie daarstraks een beetje proberen op te lichten
met een vals biljet, maar hoe gaan ze dat eigenlijk in de winkels doen ?
Gaan ze in winkels, als ze zulke biljetten krijgen, altijd kijken:
Zou dat wel echt zijn ? - (MEISJE) Met zo'n machientje.
(JONGEN) Je hebt zo'n fluostift. - (OLIVIER) Ja ? Wat doe je ermee ?
(MEISJE) Ah, je moet er zo'n lijn op trekken.
(VOICE-OVER) Met 'n onderwijsleergesprek overloopt Olivier
de mechanismen om de echtheid van een biljet te controleren.
Daarna toont hij ze op het digitale bord.
(OLIVIER) Dat zijn twee van die biljetten hier, van die machientjes, bedoel ik.
Dit hier bijvoorbeeld is zo'n UV-toestel.
Men gaat dat biljet eronder leggen. Men gaat eens kijken...
Men gaat dat activeren en dan wordt dat biljet opgelicht als het ware
en straks, helemaal op het einde, gaan we er een voorbeeldje van zien
hoe dat biljet er dan uitziet.
(OLIVIER) Goed, nu gaan jullie voor de laatste keer met twee werken.
We gaan eens onderzoeken hoe zo'n biljet beveiligd is.
Jullie gaan de veiligheidskenmerken met twee eens proberen in te vullen
in de juiste vakjes. Je gaat eens kijken en desnoods neem je
een echt biljet uit je portefeuille. Dat mag, geen probleem.
(MEISJE) Ja, hier, die vijf. - (MEISJE) Ja.
(OLIVIER) Wat staat hier ? - (JONGEN) Een brug.
(OLIVIER) Ja, maar nu moet je die eens neerleggen. Leg 't eens neer.
Zie je die nu staan ? Nee, inderdaad. Dus die brug komt daar ineens door
en nu zie je die niet meer. Dus dat verschijnt ineens. Wat kan dat zijn ?
(VOICE-OVER) Niet alle leerlingen hebben een bankbiljet bij de hand.
Voor hen is de opdracht aanzienlijk minder interessant.
Enkele leerlingen zoeken dan maar een andere manier
om zich bezig te houden.
(OLIVIER) Ik denk dat er sommige leerlingen op bepaalde momenten
afgeleid waren en onderling aan 't praten.
Ik probeerde dat zo snel mogelijk op te lossen, maar die afleiding
gebeurt echt wel heel snel. Ik denk dat ik wat te veel gepraat heb.
Ze waren vrij rustig vandaag. Ze konden ook niet rondlopen,
dat gaat natuurlijk niet elke les,
maar misschien had ik nog wat meer actie moeten voorzien.
(VOICE-OVER) Olivier sluit de les af met een aantal evaluatievragen.
De lectoren hebben de les geobserveerd
en geven Olivier drie tips.
(VAKLECTOR) Ik heb een aantal werkpunten voor jou geformuleerd.
Hoe zou jij de les zoals je ze nu hebt gegeven
zelf nog iets aanschouwelijker maken voor je leerlingen ?
(OLIVIER) Ja, ik heb nu een powerpoint gebruikt. Misschien had ik nog
meer biljetten of zo moeten gebruiken en op het bord hangen.
(VAKLECTOR) Zeker als je verwacht dat de leerlingen de juiste kleur
kunnen aangeven. Verder kon je misschien ook
een echt vijf eurobiljet per leerlingduo voorzien,
want je veronderstelde nu dat alle leerlingen
bankbiljetten bij zich hadden, maar dat was helaas het geval niet.
En eventueel... Het zijn suggesties, Olivier.
...kon je bij een handelaar langsgaan
om haar of zijn UV-lampje te ontlenen
en dan kon je zelf eens de test doen samen met de leerlingen.
(VAKLECTOR) Een tweede groot werkpunt is aandacht voor de vraagstelling.
Over de aard van de vragen zou ik willen dat je in de toekomst
niet enkel reproductievragen gaat stellen.
Wat is een hologram ? Wat is een perforatie ?
Quizvragen als het ware, maar ik zou eigenlijk verwachten van jou
dat je nog meer interpretatievragen gaat stellen,
misschien zelfs een evaluatievraag in de zin van:
Vind je dit een goed vals biljet
of vind je het eerder een slechte namaakversie ?
(OLIVIER) Dat maakt het wel leuk.
(VAKLECTOR) Ook, maar je verwacht om bovendien (AARZELT)
van je leerlingen niet enkel weetjes, feitjes,
maar je verwacht ook dat leerlingen zelf inzichten en verbanden
gaan leggen, inzichten hebben in de materie.
(VAKLECTOR) Een derde aandachtspunt is het gebruik van de voorkennis
uit andere zaken of schoolvakken.
Dus je had drie opdrachten voorzien
en je vroeg aan je leerlingen om een bepaalde stijlperiode
te linken aan een bepaald biljet. - (OLIVIER) Ja.
(VAKLECTOR) Je leerlingen moeten gaan gokken.
Sommigen hebben die voorkennis wel, anderen hebben die niet.
Hoe zou jij dat verschil enigszins kunnen hebben opgevangen ?
(OLIVIER) Ik ben er eigenlijk van uitgegaan dat ze
alle stijlen eigenlijk al perfect zouden kennen,
maar ik kon vast 'n blad voorzien waar de stijlen op werden toegelicht.
(VAKLECTOR) Je suggereert een mooie oplossing. Een andere oplossing was misschien
dat je eens een tijdslijn projecteerde en gewoon per tijdsvak
een aantal stijlkenmerken met eventueel fotootjes of voorbeelden
die je weer linkte aan de stijlperiode die jij wenst te bespreken.
(OLIVIER) Ja, want ik denk dat ze nu niet wisten van:
Wat is nu het oudste en wat is het meest moderne ?
Had ik dat inderdaad op zo'n lijn geplaatst dan wisten ze ongeveer
vanwaar het zou komen.
(VAKLECTOR) Globaal ben ik van mening dat jij een kwalitatieve les realiseerde.
Je bereikte de beoogde doelstellingen.
Je staat vol zelfvertrouwen voor de klas,
maar het klasmanagement, het zijn kleine zaken,
daar kan je hier en daar nog aan schaven.
Wanneer we de kant van de leerlingen bekijken, merkte ik
heel betrokken en gemotiveerde leerlingen
en wat mij betreft, zijn zij en niet ik de beste graadmeter
voor de kwaliteit van je les, dus proficiat.
(OLIVIER) Oké, dank u wel.