filmpjes - doelgroep: leraren
Drop een student van de lerarenopleiding in een lokaal vol camera's en leerlingen. Pedagogen en vaklectoren kijken mee en evalueren.
| 8 | Heeft er iemand nog vragen?00:11:06 |
|
| 7 | Actief in de praktijk00:11:08 |
|
| 6 | Structuur op je bord00:08:40 |
|
| 5 | 'Begrijp je het?'00:09:37 |
|
| 4 | Leerlingen actief betrekken00:07:45 |
|
| 3 | Verhalen vertellen aan kleuters00:08:20 |
|
| 2 | Kleuters leren luisteren00:08:48 |
|
| 1 | Leren leiding geven00:10:29 |
onderwerpen: hoger onderwijs, kleuters, lerarenopleiding, voorlezen, vertellen, verhalen, stage, startende leraar, lerarenstage, stress, evalueren
Anneke (20) zit in het tweede jaar kleuteronderwijs van de Erasmushogeschool Brussel. Haar opdracht: de aandacht vangen van kleuters voor verhalen en fantasie. Hoe pakt ze dat aan? En waar kan het fout lopen? De camera's in het labo van TV.Klasse registreren elke beweging. Spannend. Vaklectoren en pedagogen kijken mee én evalueren. Leerrijk voor iedereen.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Vier camera's, tien kleuters en één stagiair.
Anneke is klaar om een verhaal te vertellen aan de kleuters.
Achteraan observeren de pedagoog en de vaklector de les.
Zij maken zich klaar voor de evaluatie.
(ANNEKE) Ja, toch een beetje zenuwachtig, maar het komt wel goed.
De kindjes hebben er ook al zin in en ze zijn ook wat zenuwachtig en druk,
maar het komt allemaal goed.
(ANNEKE) Goedemorgen, allemaal. Goedemorgen.
(KLEUTERS) Goedemorgen. - (ANNEKE) O. Goedemorgen.
Ik ben juf Anneke en we gaan iets heel leuks doen samen.
Zijn jullie een beetje benieuwd wat we gaan doen ?
(KLEUTERS) Ja.
(ANNEKE) Ik heb iets meegenomen.
(ANNEKE) Ik ben Anneke en ik doe het tweede jaar kleuteronderwijs
en ja, ik heb dat vooral gekozen omdat
de kleuters aan wie ik dan les zou geven mij heel erg aanspraken,
want kleuters hebben wel een hele wilde en rijke fantasie
en ja, die motiveren mij eigenlijk om de lessen...
nog beter te doen. Ik ben goed in verhalen vertellen, vind ik althans.
Ja, ik vind dat gewoon leuk om met heel veel materiaal
en heel veel expressie en mimiek en met mijn gebaren.
Ik ben heel beeldig met mijn handen, dus ik denk dat dat heel...
Ja, dat vind ik wel erg leuk om te doen.
In principe kan ik redelijk goed met kritiek omgaan.
In het begin van vorig jaar vond ik dat nog vrij lastig,
maar als de kritiek duidelijk en goed onderbouwd is,
dan kan ik er ook wat mee en vind ik het fijn om kritiek te krijgen.
Op zich ben ik wel wat nerveus, want het gaat straks wel gebeuren,
maar ja, ik denk als ik eenmaal daar binnenkom en binnenstap
en de kleuters zitten daar, dat het allemaal wel goed komt.
(ANNEKE) Zal ik het laten zien ?
Wie weet wat dit is ?
Weet jij wat het is, Lola ?
Je kan het omdoen. Kom eens, Lola. Mag ik het bij jou omdoen ?
(LOLA) Nee. - (ANNEKE) Nee ?
Bij wie mag ik het omdoen ? Kom maar.
Dit heet een harnas. (JONGEN LACHT)
En weet je wat je... Een harnas, weet je waarvoor dat is ?
Dat beschermt je. Als er dan gemene monsters komen,
dan kunnen die jou geen pijn doen.
(VOICE-OVER) Anneke wil de kinderen warm maken voor een verhaal over ridder Ricky,
maar de kleuters zijn niet zo enthousiast.
Haar sfeerschepping dreigt te mislukken.
(ANNEKE) Wat zien jullie hier ?
Wat is dat ?
Dat is moeilijk, hè ? Kijk, daar hangt 'n gordijntje voor.
Zullen we het gordijntje weghalen ?
Dat is een boekje, dat is hetzelfde boekje als deze,
maar dan heel groot.
(ANNEKE) Ja, ik had eigenlijk meer gehoopt dat ze toch meer zeiden.
Ze waren best wel... Ik moest 't echt uit ze trekken en...
De meeste kleuters zeggen dat spontaan en deze waren heel rustig.
Ze waren niet heel erg mee in hun fantasie, ze bleven heel snel steken
bij mijn vragen. Ze gingen er niet op door,
dus dat was heel moeilijk om daar nog meer gesprekken uit te halen.
(VOICE-OVER) Ze blijft proberen hen mee te nemen in de wereld
van ridders en prinsessen.
Tijdens het verhaal lukt het 'r toch om de kleuters te laten meedoen.
(ANNEKE) Weet je waar ridder Ricky het allerliefst is ?
In zijn kasteel. - (KLEUTER) Ja.
(ANNEKE) En het allerliefst boven in z'n toren
zodat hij heel ver kan kijken. Hij kan alles zien.
Als jullie allemaal zo kijken. Kijk eens allemaal zoals ridder Ricky,
dan kan je ver kijken.
Zullen wij ook spelen dat we ridder zijn ?
Alle jongens moeten stoere ridders zijn
en alle meisjes lieve prinsesjes. Kunnen jullie dat ?
(KLEUTERS) Ja. - (ANNEKE) Alle jongens
stoere ridders. Laat maar zien. Laat maar zien. Stoere ridders.
(KLEUTER STAAT TE BRULLEN) - (ANNEKE) Oei, oei,
dat wordt een hele stoere ridder. En de prinsesjes ?
Ik heb het in de indirecte rede verteld als verteller zelf
en had ik 't in directe rede verteld, als ik zelf ridder Ricky was geweest,
dat ze dan misschien nog meer mee waren, dat het nog spannender was
en dat ze nog meer het verhaal gingen beleven.
(VOICE-OVER) De les van Anneke zit erop. De vaklector en de pedagoog
hebben zorgvuldig geobserveerd. Zij zijn klaar voor de evaluatie.
Anneke krijgt drie tips.
(VAKLECTOR) Vertel eens even. Wat is je eigen gevoel bij wat je net verteld hebt ?
(ANNEKE) Ja, dat was eigenlijk heel erg leuk. Ik weet het niet, ze waren erg rustig
en er kwam niet heel veel uit de kleuters zelf,
maar ja, ik vond het wel... Ze waren wel helemaal geboeid
en ze vonden het wel heel spannend.
(VAKLECTOR) Ze hebben erg goed geluisterd, maar dat is ook een van je troeven,
dat je eigenlijk op een leuke manier kan vertellen
en daarmee bedoel ik: Je tempo is goed, je kan rustig vertellen.
Je bent niet... Je bent vast wel nerveus, maar dat komt zo niet over
en je hebt ook heel veel intonatie en dat is natuurlijk wel fijn
gewoon om naar te luisteren. Maar wat vind ik nog belangrijk ?
Bij dit soort moeilijker verhaal, daarmee bedoel ik
waar heel veel taalaanbod, specifiek taalaanbod rond ridder-zijn
aan bod komt, had je vaker die woorden moeten laten herhalen
en laten beleven. Want je vraagt ook aan kinderen:
Vind je hem stoer ? Terwijl ze het woord 'stoer' eigenlijk niet kennen,
maar dat had je kunnen aanbrengen. Wat is stoer ? Je doet 't even voor.
Ik ben een stoere ridder. Nu ben ik een zwakke ridder. Hè ?
Dat je het contrast geeft tussen stoer en zwak of slap.
Ik ga eens stoer staan en dan: O, let op, daar is een draak
en ik moet die draak gaan... Die draak spuwt vuur...
Dus je had meer kunnen theater spelen,
dus wat meer kunnen dramatiseren
juist om die kinderen het gevoel te geven: Wat is dat nu, ridder zijn ?
En waarom is dat nu zo bijzonder om een ridder te zijn ?
(VAKLECTOR) Dan heb je ook geprobeerd om dus de kleuters te laten meedoen.
Je mag allemaal kijken zoals ridder Ricky. Prima, maar nog veel meer.
Nog veel meer, ja ? Ik weet dat je dat wel kan,
dus wat jij hebt gedaan, is verteld, je hebt taalaanbod geboden,
maar je hebt te weinig inlevingskansen gegeven.
Dus ook aan dat kleutertje dat daar stond, had je kunnen zeggen:
Kijk, zie je daar die draak ? We gaan eens samen kijken.
O, nee. Wat gaan we nu doen ? Ah, we gaan ons zwaard nemen.
Oké, je hebt geen zwaard, maakt niet uit.
Kinderen hebben genoeg fantasie.
We nemen ons zwaard en we gaan... Onze vriendjes die hier zitten,
we gaan die verdedigen, want jij bent de ridder.
(VAKLECTOR) Goed. Nog één zaak. Probeer aan te knopen bij hun leefwereld.
Wanneer verkleed je je ? Bij carnaval.
(ANNEKE) Ja.
(VAKLECTOR) Of wanneer verkleed je je ? Op een verjaardagsfeestje.
Dus vanaf dan, in je nagesprek, zit je in de leefwereld van de kinderen
en moet jij vooraf op je lesvoorbereiding voorzien:
Hoe kan ik nu de kleuters zo ver krijgen dat ze vertellen
over hun eigen ervaring als ze zich verkleden
of als ze ridder of prinses spelen ?
Knoop dan aan bij carnaval, verjaardagsfeestjes, thuis,
misschien heb je een verkleedkoffer. Heeft er iemand een verkleedkoffer ?
Wie heeft er ook een harnas ? Of waarin verkleed jij je graag ?
Is dat een clown, dan maakt het niet meer uit.
Het gaat niet meer over ridders, het gaat over de kleuters die zelf
zich ook graag vermommen in iemand anders.
(LECTOR) Het was goed. Ze waren geboeid, maar volgende keer
probeer je die puntjes mee te nemen. - (ANNEKE) Oké, goed. Bedankt.