onderwerpen: activerend onderwijs, activering, studenten, lerarenstage, leraren, lerarenbegeleiding, lerarenopleiding, begrijpend lezen, beginnende leraren, begeleiding, samenwerking, samenwerkend leren, werkvormen, onderwijspraktijk, feedback, coöperatieve werkvorm, krachtige leeromgeving
Leerlingen actief laten werken door ze uitdagende opdrachten te geven. Mooi in theorie, maar hoe reageer je als een deel van de klas liever een andere opdracht doet? Evelien, studente aan de lerarenopleiding, ondervindt het in Het Labo. Haar docenten kijken mee en geven nuttige tips.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Vier camera's, twintig leerlingen en één stagiaire.
Evelien is klaar voor een oefenles begrijpend lezen.
Achteraan observeren de pedagoog en vaklector de les.
Zij zorgen straks voor de evaluatie.
(EVELIEN) Ik verwacht dat de kinderen op het einde toch...
zeker voor meer dan de helft zo'n speciale knoop kunnen leggen
en dat ik minstens 5 tips ga horen
voor het veilig oversteken van een rivier,
dus mijn einddoel moet bereikt worden.
(DE DEUR PIEPT ERG LUID)
(EVELIEN) Goedenamiddag, allemaal. Ik ben juf Evelien.
Ik zeg wel juf, maar eigenlijk studeer ik nog voor juf
en naast het studeren voor juf zit ik ook in de Chiro.
En we gaan dit jaar naar de Ardennen.
Wat kan je allemaal doen in de Ardennen ?
(JONGEN) Fietstochten maken. - (EVELIEN) Ja, da's heel leuk.
(MEISJE) Vlotten maken. - (EVELIEN) Ja, heel goed.
Wat heb je nodig om een vlot te maken ?
Zeg maar. - (JONGEN) Hout en tonnen.
(EVELIEN) Hout, tonnen en nog iets, want als ik gewoon hout en tonnen heb...
(JONGEN) Koord. - (EVELIEN) Koord. Ja, heel goed.
Maar ik zit daar met een klein probleempje.
De jongens zeggen dat onze leden, onze kwiks en onze rakkers,
die knopen gaan kunnen maken, maar ik ben er niet zeker van
en ik zou dat toch zeker willen weten voor we vertrekken op kamp.
Heeft er iemand een idee hoe ik dat op voorhand zou kunnen testen
zonder dat ik dat met hen doe, want dan weten ze dat we dat gaan doen.
(JONGEN) Dat met ons proberen. - (EVELIEN) Inderdaad.
Ik denk dat ik dat eens ga doen.
(EVELIEN) Ik ben Evelien Moens, 20 jaar en ik studeer leerkracht lager onderwijs
in Mechelen. Ik wou vroeger altijd de lieve leerkracht zijn
die nooit streng of boos moest worden,
maar door veel stage te doen, heb ik al gemerkt
dat je sowieso wel een keer een straf moet uitdelen.
Voor mij is een kind een volwaardige persoon
die ik sowieso op dezelfde hoogte stel (AARZELT)
en ik vind ook, in kinderen, daar zit zo veel in
dat we dat als leerkracht allemaal daar moeten proberen uit te halen.
Mijn lesvoorbereidingen zijn altijd in orde. Allee, toch het meeste.
En ik doe ook altijd mijn lessen thuis eens voor de spiegel
of voor mijn vriend
en we hebben hier ook op school een heen-en-weerschriftje.
Dus de mentor kan er iets in schrijven en da's alleen bedoeld
voor haar en voor ons en op die manier zie je dan
wat haar tips zijn en dan hou ik daar ook rekening mee.
(EVELIEN) Als wij op kamp gaan, je hebt het al gezegd, daar zijn veel rivieren.
Op het nieuws heb ik de laatste tijd gezien
dat 'n rivier nogal gevaarlijk kan zijn.
Dus ik wil toch aan mijn leden, mijn kwiks en de rakkers,
een beetje tips geven over hoe we veilig een rivier moeten oversteken.
Dus ik ga jullie nog een uitdaging geven,
want ik wil straks van jullie minstens vijf tips krijgen
hoe ik veilig een rivier oversteek.
(VOICE-OVER) Evelien deelt de klas in 2 groepen.
In de ene groep moeten de leerlingen per 2 een platte knoop leren leggen.
De andere groep wordt ondertussen expert
in 't oversteken van 'n rivier.
Samenwerking en begrijpend lezen staan centraal in deze les.
(EVELIEN) En dan krijgen jullie van mij ook nog een kokertje.
Dat kokertje is heel belangrijk, want straks werken jullie per 2
en als je dus wat hulp nodig hebt,
dan zet je je koker met de rode kant naar boven
en dan zie ik dat heel goed en kom ik zo snel mogelijk langs,
maar dan kan je wel verder werken, want we steken er wat tempo in,
dus je moet goed voort werken, want anders gaat 't niet lukken.
Je moet natuurlijk... Straks gaan we mengen
En dan moet een knoopje haar knoop uitleggen aan een riviertje,
maar zonder blad. Wat moeten de riviertjes doen ?
Die hebben hier een tekst gekregen met allemaal tips in
en die zoeken eerst met hun tweeën allemaal tips op
en dan gaan die de tips ook onthouden, want je moet ze daarna
ook zonder blad aan een knoopje kunnen leren. Goed ?
(EVELIEN) Ik kom. - (MEISJE) Deze snappen we niet.
(EVELIEN) Het is inderdaad niet zo gemakkelijk.
(VOICE-OVER) Evelien helpt tijdens de opdracht die leerlingen die 'n rode koker zetten,
maar de leerlingen die de touwknopen moeten leren,
krijgen meer aandacht van de juf dan de anderen.
(EVELIEN) En dan zie je: dit touwtje gaat erachter.
Zo. Terug erin en erachter. (VEEL LAWAAI IN DE KLAS)
(JONGEN) Nu heb ik dat weer te veel. - (EVELIEN) En trekken.
Ja, trek maar. - (JONGEN) Ik heb hem.
(EVELIEN) Ja, je hebt hem. Jij ook ? - (JONGEN) Ja, ik heb 'm.
(EVELIEN) Nee, jij moet 't aan hem vragen. Misschien kan hij je helpen.
(JONGEN IS VERBAASD)
(EVELIEN) Dan kijk je naar de achterkant van 't briefje dat je in 't begin kreeg.
Daar staat een lettertje op.
Dan mag je nu gaan zitten op de bank waar die letter ligt,
ik heb net letters op de banken gelegd.
(VOICE-OVER) Nu worden er nieuwe duo's gevormd waarbij de leerlingen
aan elkaar uitleggen wat ze daarstraks zelfstandig leerden.
Evelien helpt waar nodig.
(EVELIEN) Lukt het hier ? (GEROEZEMOES)
(EVELIEN) Is 't hier gelukt ? Kunnen jullie alles ?
(MEISJE) Nee. Ik niet. - (JONGEN) Ja.
(EVELIEN) Dan moet je goed opletten, deze stap is belangrijk,
dat je dan met deze erachter gaat, niet erover,
want dan maakt die zo'n rare krul.
(EVELIEN) De knoop al gelegd ? - (JONGEN) Ja.
(EVELIEN) Kan je 'm ? Zeker weten ? - (JONGEN) Ja.
(EVELIEN) Je moet hem straks komen doen ? Ja ? Oké.
(EVELIEN) Ik ben benieuwd of 't gaat lukken. Ik zou graag hebben
dat alle riviertjes hier eens vooraan komen staan.
Dan wil ik dat jullie allemaal de platte knoop eens maken.
Als je klaar bent, zet je een stap naar voor en kom ik 'm controleren.
(JONGEN) Ik heb dat niet met twee touwtjes geleerd.
(EVELIEN) Jullie maken allemaal dezelfde fout. Ja, da's een goede. Goed zo.
Fout. - (JONGEN) Oké.
(JONGEN) Juffrouw... - (EVELIEN) 't Is niks. Ga maar zitten
Het is allemaal dezelfde fout.
(EVELIEN) Toen de kinderen de knopen niet allemaal konden,
dacht ik eigenlijk dat het eerder aan tijdsgebrek lag ook
en ook aan het touw. Dat krulde ook niet zo goed mee.
Allee, ze konden de knoop eigenlijk op één cruciaal puntje na,
dan deden ze iets verkeerds, want ze hadden wel die juiste beweging,
maar de uitkomst klopte niet helemaal.
(EVELIEN) Hoe kan ik veilig een rivier oversteken ?
(JONGEN) Altijd stroomopwaarts stappen.
(EVELIEN) Stroomopwaarts stappen. Ja.
(VOICE-OVER) Gelukkig kunnen de leerlingen wel zonder problemen 5 tips geven
om veilig een rivier over te steken. Daarmee is de les afgelopen.
De lectoren hebben de les geobserveerd
en geven Evelien drie tips.
(VAKLECTOR) Evelien. Hoe is het geweest ?
(EVELIEN) Ik vond het goed meevallen, maar...
Er zijn wel een paar dingen die ik nu al zou veranderen.
De tekst van de rivieren, die was een beetje te saai.
Allee, zo te... Ik denk dat de leerlingen die de tekst kregen,
dat die liever de knopen hadden gehad.
Ik heb gewoon gezegd dat ik ze uitdaag om 5 tips te geven,
maar ik had dat misschien nog... Ja.
Die uitdaging nog veel enthousiaster kunnen brengen voor hen.
(VAKLECTOR) Da's inderdaad iets wat je aan die context, aan je probleemstelling
nog kan versterken eigenlijk, die uitdaging naar die riviertjes toe.
Bijvoorbeeld van: Wie gaat er zo veel mogelijk tips
vinden in de tekst en die ook nog eens kunnen onthouden ?
(VAKLECTOR) Laat ons kijken naar het duowerk.
Dat eerste duowerk, dat expertduowerk,
waar lag dan de klemtoon ? Wat moesten de kinderen er leren ?
(EVELIEN) Ja, daar moest dus vooral het taalgedeelte zijn, begrijpend lezen.
(VAKLECTOR) Als je weet dat dat je doel is, wat heb je rond begeleiding gedaan
van die duo's ?
(EVELIEN) Ja, vooral bij de knoopjes langs geweest.
Ik heb eigenlijk inderdaad niet rond dat talige gedeelte gewerkt.
(VAKLECTOR) Dat zag ik ook, dat je daar heel lang
met die knoopjes bezig bent geweest,
sterk inderdaad aan het controleren was: Kunnen ze hem ?
Is hij juist of niet fout ? Maar je verwees helemaal niet naar de tekst.
(EVELIEN) Da's waar.
(VAKLECTOR) Dus daar kon je een paar kansen tot impulsen geven
of: Hoe vind je dat in de tekst ? Hoe staat het in de tekst ?
Leid het af uit de tekst, en dan had je een tijd lang eigenlijk
de riviertjes uit 't oog verloren. (EVELIEN BEVESTIGT)
(VAKLECTOR) Bijvoorbeeld die jongens bij de rivieren,
het stond al een hele tijd op rood licht en die zaten gewoon te wachten.
(EVELIEN) Oké.
(VAKLECTOR) Wat mooi was om te zien, als je de les zou bekijken,
die kinderen zijn eigenlijk constant de hele les bezig geweest.
Ze zijn ook echt bezig met de opdracht die jij hebt gegeven.
Het was echt blijkbaar een uitdaging voor hen
om die tips door te geven en 't was mooi om te zien
hoe kinderen dat deden.
Met die observaties heb je weinig gedaan.
(EVELIEN) Ja. - (VAKLECTOR) In de laatste fase
heb je wel gecontroleerd: Wie kan er die knopen leggen ?
Maar zo rond hoe hebben jullie dat gedaan,
dat heb je wat laten liggen. - (EVELIEN) Ja, da's waar.
(VAKLECTOR) Zo van: Hadden jullie een goede meester of een goede juf ?
Hoe was die meester ? Was die geduldig ?
Was die duidelijk als hij iets uitlegde ?
Wat vond je zelf de kracht van deze les ? Wat vond je zelf goed of leuk ?
(EVELIEN) Ik denk dat ze vooral goed hebben samengewerkt.
Want je voelde wel dat ze allemaal met elkaar...
(LECTOR) Begaan waren. - (EVELIEN) Dat ze elkaar
wilden helpen.
(VAKLECTOR) Dan mag je dat meer in de kijker zetten, ook naar de kinderen toe.
Amai, wat heb ik nu gezien ?
Jullie zijn al bijna echte meesters en juffen.
Dus dat had echt nog veel meer accent mogen krijgen.
(EVELIEN) Ja, da's waar.
(VAKLECTOR) Het was een ingewikkelde les, maar door je goede voorbereiding
en alle hulpmiddelen die je gebruikt hebt,
is dat eigenlijk heel vlot gelopen en verder denk ik
dat je ook heel goed die kracht van die context,
van die probleemstelling, hebt ondervonden
die kinderen echt uitdaagt om aan de slag te gaan
en ik hoop dat je dat ook in de komende stage die eraan komt
zo veel mogelijk lessen vanuit diezelfde uitdaging kan starten.
(EVELIEN) Oké. - (VAKLECTOR) Bedankt in elk geval.
Tot de volgende keer. - (EVELIEN) Oké.