onderwerpen: oudercontact, ouders, leerproblemen, leraren, leraar
“Het spijt me, maar uw zoon is niet geslaagd”. Slecht nieuws melden aan de ouders, niet simpel. Hoe pak je dat aan? Welke woorden kies je en hoe speel je in op emoties van ouders? Een leerzaam filmpje als derde in de frisse reeks ‘Het oudercontact’. Maurits Wysmans, opvoedingsdeskundige en auteur van het boek ‘Praten met ouders’, geeft do’s en dont’s.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(JUF INGRID) Makkelijk is het niet omdat je weet ook als...
ouders zoiets te horen krijgen. Ze schrikken er soms van.
Soms is 't ook de eerste keer dat ze daarmee geconfronteerd worden
en de eerste keer zie je wel van: Waarover hebben ze het nu allemaal
en is dat gaande met mijn kind ?
(JUF LEEN) Ik vind het vooral moeilijker als het gaat over resultaten,
omdat daar de aanpak ook wel niet altijd zo gemakkelijk is.
Bij 'n kind met minder capaciteiten is het heel moeilijk om daar ineens
die resultaten wel in de hoogte te krijgen terwijl dat... (AARZELT)
Leerlingen met een gedragsprobleem dat vaak ook de ouders
er zelf al wel iets van merkten.
(JUF INES) Het is niet altijd makkelijk om 't direct te zeggen,
maar soms moet je gewoon, want als we zeker weten dat we gelijk hebben,
moet je kordaat zijn en moet je op je strepen staan en zo,
maar je hebt er... Achteraf 'n slecht gevoel bij soms (BLAAST).
Allee, die zijn verveeld naar huis gegaan.
Zelf heb je dat vervelende gevoel ook, maar dan is 't plezant
als je je collega's hebt aan wie je alles toch eens even kwijt kan.
(PAPA) Ja.
(LERARES) Dag, Mr. Cuppens. Fijn dat u er bent. Uw vrouw is niet meegekomen, zie ik.
(PAPA) Oei. Was dat de bedoeling misschien ?
(LERARES) Ja, ik had dat toch zo begrepen. In de uitnodiging stond 'beste ouders'.
(PAPA) Ja, dat is dan een misverstand. Die is bij de kinderen.
(LERARES) Ah ja, oké. Natuurlijk. Fijn dat u toch eventjes tijd hebt gemaakt.
Hebt u enig idee waarover het zou kunnen gaan ?
(PAPA) Hoe ? Er is toch geen probleem met onze Brian ?
Doet hij het niet goed in de klas ? - (LERARES) Dat is zwaar uitgedrukt.
We gaan geen overhaaste conclusies trekken.
Het is in feite zo dat Brian...
Nogal vaak...
Negatieve aandacht vraagt. (PAPA SCHRIKT)
(LERARES) Er is iets... Hij zit niet zo goed in zijn vel.
(PAPA) Niet zo goed in zijn vel ? Wat bedoelt u daar precies mee ?
(LERARES) Ja...
(DENKT GOED NA)
(MAURITS WYSMANS) We hebben een spontane weerstand bij het brengen van slecht nieuws.
Niemand brengt graag slecht nieuws.
Net daarom is 't belangrijk dat 't slechte nieuws
niet gebagatelliseerd wordt, dat er niet te snel getroost wordt,
maar dat de leerkracht na de sociale fase en de inleiding,
met de eigenlijke introductie komt van het slechte nieuws.
We noemen dat de confrontatie.
In tegenstelling tot wat men vroeger dacht
waar we zouden beginnen met 't goede nieuws, met 't positieve,
zijn we vandaag van mening dat we beter meteen
met de voordeur kunnen binnenkomen.
Daarbij is het belangrijk dat de leerkracht het gedrag
van het kind of de jongere omschrijft in concrete termen.
Wat zie ik ? Wat merk ik ? Dat is belangrijker dan:
Wat denk ik erover ? Niet te veel interpretatie,
maar liever observatie.
(LERARES) Brian is niet goed bezig. Dat schiet naar alle kanten.
Hij kan zijn aandacht niet op zijn taak houden.
Hij zorgt voor heel wat onrust in de klas.
Ja, maar je moet dat goed beseffen, dat is een klas van 24 leerlingen.
Ga er maar eens voor staan, meneer.
(PAPA) Hij kan erg verstrooid zijn, maar ik was als kind ook zo
en ik heb het ook ver geschopt.
(LERARES) Ja, maar dat is een wervelwind die door de klas raast.
En zijn punten zijn heel zwak voor iemand van een eerste jaar.
Hij kan geen 2 seconden stilzitten. Iedereen wordt ambetant
van zijn gefrommel en gefriemel.
Zijn taken brengt hij heel vaak te laat binnen.
Allee ja, hij heeft geen structuur.
Misschien toch eens laten testen. - (PAPA) Testen ?
(LERARES SPREEKT AARZELEND) Misschien ADHD. (PAPA SCHRIKT)
(LERARES) We bespraken het in de klassenraad en dat doet ons eraan denken.
Ja, ik ben geen kinderpsycholoog. Ik ben geen specialist, maar...
(PAPA) Kijk, mevrouw. Eerlijk gezegd overvalt u mij wel 'n beetje.
Zoals u Brian beschrijft, zo ken ik 'm helemaal niet.
Brian is een actief vrolijk kind, heeft voor veel dingen belangstelling
en hij kan soms druk zijn, maar er zijn zeker nog kinderen in de klas
die ook zo zijn. En trouwens, ADHD zegt u.
U zou hem moeten bezig zien als hij voor z'n pc met z'n Gameboy speelt.
Dan mag er een bom ontploffen, mevrouw. Zet hem gewoon vooraan.
(LERARES) (VERWONDERD) Pardon ?
24 leerlingen, Mr. Cuppens. Uw zoon is daar één van.
Dan zijn er nog altijd 23 anderen met 'n speciale gebruiksaanwijzing.
En die computerdingen, dat is niet hetzelfde
als wiskundige bewijzen oplossen.
Het kan zo niet langer meer. Er moet iets gebeuren.
(MAURITS WYSMANS) Bij 't praten over 't probleemgedrag van het kind of de jongere
is het belangrijk dat de leerkracht vertrekt vanuit het kanaal Zorg.
Kies het kanaal Zorg en niet het kanaal Last.
'Ik maak me zorgen over het gedrag van uw zoon of uw dochter',
klinkt veel beter bij ouders dan: Hij doet vervelend.
'We hebben er last mee.'
Het is noodzakelijk dat de leerkracht zich onthoudt van een diagnose.
Het is niet aan leerkrachten om diagnoses te stellen.
Dit stoot altijd op weerstand, oppositie bij ouders.
Dus niet dingen als 'We denken aan ADHD'
of 'We vermoeden ASS' of iets dergelijks.
Men gaat ook merken dat als men spreekt
over problemen bij kinderen en jongeren met ouders,
dat er uiteraard emoties vrijkomen.
Niks raakt ouders zo diep als hun kinderen.
Heb oog voor die emoties van de ouders.
Geef feedback in wat u ziet. 'Ik merk, mevrouw. Ik merk, meneer,
dat het u heel erg raakt. Ik kan het mij voorstellen.
Mocht het mijn zoon of dochter zijn, ik zou ook heel erg geraakt zijn.'
(LERARES) Als Brian niet wil veranderen, dan loopt hij 't risico
zijn jaar te moeten overdoen. - (PAPA) Maar...
Blijven zitten ? Maar nee. - (LERARES) Rustig.
(PAPA) Brian gaat dat verschrikkelijk vinden.
(LERARES) Ik heb het er eens met de klassenraad over gehad en...
zij vinden dat eigenlijk ook.
(PAPA ZIT TE HUILEN)
(LERARES) Pas op, 't is niet alleen in de klas. Het is ook op de speelplaats.
Als er ruzie is, hij zit er altijd voor iets tussen.
(PAPA) Noem 'm een ruziestoker. - (LERARES) Dat zeg ik niet.
(PAPA) Nee, maar je hebt wel gezegd dat m'n zoon ADHD heeft.
(LERARES) Dat heb ik ook niet gezegd. Ik heb gezegd dat je hem moet laten testen.
Verdraai m'n woorden niet. - (PAPA) Maar de laatste jaren
was er geen sprake van ADHD bij Brian. Toen ging het allemaal wel.
Volgens mij heeft tegenwoordig iedereen ADHD of is dat een hype ?
Laat m'n zoon maar zitten. Laat 'm maar z'n jaar overdoen.
Zet mijn zoon maar bij het groot huisvuil, mevrouw.
(LERARES) Ik ga hier niet verder op ingaan.
Misschien toch best de volgende keer uw vrouw meebrengen, meneer.
(MAURITS WYSMANS) Als leerkracht kan je best vermijden om in debat te gaan met de ouders.
Debatten met ouders kan je niet winnen. Forget it.
Daarnaast zou ik aanraden om ouders ook wat verwerkingstijd
te gunnen. Als het slechte nieuws gepaard gaat met emoties
en slecht nieuws gaat altijd gepaard met emoties,
dan is er ook voor de ouders verwerkingstijd nodig.
Gun ouders die verwerkingstijd.
Leg eventueel het probleem, wat wij noemen, even in de week.
Denk er een weekje over na. 'Er moet vandaag niks beslist worden.
We hebben nog tijd.' En tenslotte, misschien de belangrijkste vraag
is de vraag aan 't einde: Hoe spreken we af ?
'Wat verwacht u van ons ? Wat verwachten wij van u ?
Hoe gaan we voort ?'
Kortom, slechtnieuwsgesprekken, nooit makkelijk om te doen,
maar je kan het leren.