onderwerpen: oudercontact, ouders, gespreksvoering, begeleiding
Problemen en zorgpunten bespreek je op het oudercontact, op zoek naar een uitweg. Maar hoe pak je dat aan? Wat verwacht een ouder van je? Moet je oplossingen geven of meteen doorverwijzen? 'Een leraar is geen therapeut', zegt Maurits Wysmans, pedagoog en auteur van het boek 'Praten met ouders'. Hij geeft bruikbare tips voor een succesvol gesprek.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(LERARES) Dat gebeurt toch wel regelmatig
en soms komt dat ook onaangekondigd.
Tijdens een gewoon gesprek naar aanleiding van een rapport
kan het zijn dat ouders ook nog een ander... (AARZELT)
Ja, andere zaken aankaarten die we dan verder bekijken.
(LERAAR) Wel, ik ben al jaren klastitularis van een 5 TSO
en in ons technisch onderwijs krijgen we elk jaar
heel veel instromenden van een ASO en vaak B-attesten,
mensen die met loden schoenen komen afgezakt naar die nieuwe
TSO, een nieuwe school, het allemaal niet goed meer zien zitten
en dan merk je dat die soms een nieuwe start kunnen nemen
en op zo'n oudercontact, dan merk je dat die confrontatie van:
Wij zien dat, ouders zien dat en we zien dat als een nieuwe start
en we merken dat positieve aan mekaar en we weten terug
waar we aan toe zijn en we zien dat jaar terug zitten
en die leerling krijgt een nieuw perspectief.
(LERAAR) Mereltje. Je mama en je papa hebben mij gebeld
om eens te praten over jou en ik ben blij dat we hier samen zitten.
Vertel eens. - (PAPA) Kijk, meneer.
Zij is compleet overspannen. Ik heb er geen andere woorden voor.
Het is op. Ja ? - (MAMA) Ze heeft 't wat moeilijk.
Maar om nu direct te beginnen over overspannen,
dat is toch een beetje overdreven. Allee, ze heeft de laatste tijd
zo wat... (AARZELT EN FLUISTERT) angstjes.
(LERAAR) Angstjes ? - (MAMA) Ja, ze maakt zich zorgen
over van alles... - (LERAAR) Zorgen waarover ?
Ze is zo'n ontzettend goede leerling, Merel.
(MEREL) Ik ben eigenlijk gewoon moe.
(PAPA) Gewoon wat moe. Gewoon is dat niet, hè, Merel. Dat is niet gewoon.
Je kunt eens twee dagen ziek zijn, maar bij haar is dat al een maand.
Dat kind lijkt wel 'n melkfles. - (MAMA) Mark, alsjeblieft.
(LERAAR ONDERBREEKT HEN) Niet alles tegelijk.
Merel, jouw mama hier zegt dat jij je zorgen maakt.
Maar waarover dan ? Als ik jouw punten hier bekijk
en jouw betrokkenheid in de klas, dan zie ik geen enkele reden
om mij zorgen te maken. - (PAPA) Ik zie die reden wel.
Da's een stressbol van veertien jaar. Ze slaapt niet.
(LERAAR) Dat is perfect normaal bij een overhoring.
Dan zijn ze wat meer nerveus. Ze willen het goed doen.
Ze willen zichzelf bewijzen.
(MAMA) Meneer, als Merel van school komt,
die gaat direct naar die kamer, die komt daar niet meer af.
Dat is soms tot halfelf 's avonds. Mark ?
(PAPA) Kwart voor elf. - (MAMA) Ik vind dat raar.
Aan de universiteit, oké, maar voor iemand van...
In 't hoeveelste zit je ? - (MEREL) In 't 2de.
(MAMA) Maar voor iemand van het tweede secundair...
Ik vind dat toch raar, meneer.
(MEREL) Jij verstaat mij niet. Ik moet dat doen,
anders ga ik er niet geraken. - (MAMA) Dat zegt ze altijd
als ik daar met haar eens wil over praten van moeder tot dochter.
(PAPA) Ze heeft dat van mij, Lydia. Wij zijn allebei harde werkers.
Bij ons, meneer, is de 'sky the limit'.
(LERAAR) De 'sky' ?
(PAPA) Maar ze moet toch een keer buitenkomen ook.
(MAURTIS WYSMANS) Voor 'n aantal kinderen en jongeren volstaat 't niet
om één gesprek te doen met de ouders,
maar zijn meer gesprekken nodig.
In dat verband spreken we dan over helpende gesprekken.
Daarbij zal de leerlingbegeleider, de zorgbegeleider of de leerkracht
zich hoofdzakelijk focussen op de techniek van actief luisteren.
Bij actief luisteren probeert hij of zij zich wat te verplaatsen
in de leefwereld van het kind, jongere of de ouders.
We noemen dit empathie.
Bij empathie is 't vooral belangrijk om open vragen te stellen.
Een andere mogelijke techniek zou kunnen bestaan
in wat we beschrijven als de copy-paste- of echotechniek.
Bij de echo- of copy-pastetechniek knippen we als het ware
de stukken uit de vorige zin en geven die terug.
Bijvoorbeeld een van de ouders zegt op zeker ogenblik:
Het is de laatste tijd echt niet meer te doen.
We maken ons ontzettend veel zorgen.
'Veel zorgen, zegt u. Vertel eens.'
(LERAAR) Ja, Merel. Als ik dat hier allemaal hoor, begrijp ik het
dat je ouders zich een beetje zorgen maken.
Kan het zijn dat jij voor jezelf de lat niet 'n beetje te hoog legt ?
Ben je niet te streng voor jezelf ? - (PAPA) Wacht.
Ze wil wel kinderpsychiater worden. Da's 12 jaar studeren.
Dat is knokken en blokken. - (MAMA) Ja, maar ja.
Ze moet nu al dubbel zo hard werken om bij de groep te horen.
Allee, ja. Ja, pas op. Zo zal ze wel veel geld verdienen later.
(LERAAR) Ja, Merel. Heb jij een idee
hoeveel uren na schooltijd jij aan studie besteedt ?
Kan je er 'n cijfer op plakken ? - (MEREL) 4, 5 uur.
(MAMA) Allee, maar dat is toch veel te veel ? Ik vind dat zo raar.
Ik was vroeger nooit zo. Ik was geen strever.
Eén uurtje na school, da's al. - (LERAAR) Da's inderdaad veel.
En Merel, wat doe je dan om je te ontspannen ? (DENKT NA)
Origami of macramé ? - (MEREL) Volleybal.
(MAMA) Ja, daar is ze sinds Kerstmis ook mee gestopt
terwijl ze dat vijf jaar lang vol enthousiasme gedaan heeft.
Is 't waar ? - (PAPA) 4.
(LERAAR) Maar waarom ben je ermee gestopt ?
(MEREL) Ik kon het niet meer combineren.
(PAPA) Je praat precies of je een fulltime job hebt
en 3 kinderen moet onderhouden. - (MAMA) Mark, alsjeblieft.
(LERAAR) Merel, voorlopig geen volleybal hoor ik van je ouders.
Maar is er dan niet iets anders waar je dan plezier in hebt ?
Waar je deugd van hebt ? - (MEREL) Ik kijk graag naar tv.
(PAPA) Naar documentaires op Canvas.
(MEREL) Ik kijk liever naar 'Thuis'. - (LERAAR) 'Thuis'. Spannend, hè ?
(MEREL AARZELT) Ja, maar het is wel al lang geleden, want...
ik heb er niet zo veel tijd voor.
(LERAAR) En je vriendinnen in de klas ? Ine bijvoorbeeld.
Werkt zij ook zo hard ? - (MEREL DENKT NA)
Ik weet dat niet. Wij praten daar... - (MAMA) Nee, ze zit hele dagen
op haar kamer. Veel vriendschap krijg je daar niet van.
Merel, jij bent toch echt een raar meisje.
Geniet een keer van het leven. Drink een keer een cocktail of iets.
(MAMA ZUCHT DIEP) Dat...
(MAURTIS WYSMANS) Bij helpende gesprekken proberen we, indien het lukt,
graag beide ouders te zien.
Het is belangrijk dat we de beide visies op het probleem hebben.
Nu, als we beide ouders hebben, gebeurt het uiteraard weleens
dat die mekaar tegenspreken, dat die het oneens zijn.
Daarbij onthoudt de leerkracht zich uiteraard van commentaar.
Hij maakt geen keuze. Hij blijft neutraal.
Een goede analyse bestaat in een evenwichtsoefening
tussen enerzijds attributievragen en anderzijds feitenvragen.
De feitenvragen zijn de zogekende w-vragen:
Wat ? Waarom ? Wie ? Waar ?
De attributievragen peilen meer naar de attributie:
Hoe kijk ik naar dat probleem ? Wat is mijn analyse ?
Hoe ervaar ik dat ? Hoe attribueer ik dat probleem ?
(MAMA) Zeg, kan zij niet beter van studie veranderen ?
Allee, een niveautje lager. - (PAPA) Lydia,
ze wil kinderpsychiater worden. Blijf maar van haar niveau af.
(MEREL) Ik heb nooit gezegd dat ik kinder...
(PAPA) Merel, straks thuis. Kijk, in concreto nu.
Wat kan u doen ? Kan u medicatie voorschrijven ?
(MAMA) Mark, alsjeblieft. Medicatie.
(PAPA) Ja, dikwijls iets tegen 'faalangstigheid'. Wat raadt u aan ?
(LERAAR) Ik ben geen dokter, meneer.
(PAPA) Kan u 'r genezen of niet ? - (MAMA) Wees nu toch eens kalm.
(LERAAR) Als ik het allemaal zo hoor, Merel, moeten wij er samen voor zorgen
dat jij de komende maanden wat minder werkdruk ervaart.
Je hoeft niet altijd een 9 of 10 te halen. Een 6 of 7 is ook perfect.
(PAPA) Maar zij kan het. Dat is het net. Ze kan die tien op tien,
die ligt bij haar voor het grijpen. Ze kan het.
(MEREL) Je ziet plots zo bleek. - (PAPA) Ik ben 'n perfecte vader
en ik heb een perfecte dochter en samen streven wij naar perfectie.
Kan er hier een raam open ?
(MAMA ONDERBREEKT HEM) Mark. Mark, wees kalm. Denk aan je hart.
Kom, jij moet hier even buiten. - (PAPA) Ik krijg haar aan de top.
(LERAAR) Er is... - (MAMA) Wees rustig.
(LERAAR) Daar is een toilet. - (MAMA) Blijf rustig. Gênant.
(MEREL KALM) Sorry voor mijn ouders.
Ze hebben gewoon wat last van stress en...
Daar is niks meer aan te doen.
Maar met mij komt alles wel goed.
(LERAAR) Merel... (PAUZEERT EVEN) Daar ben ik zeker van.
Wij gaan dat samen oplossen, met ons drietjes. Hè ?
(LUID) Hè, Norbert ? (MAAKT SPEELSE GELUIDJES) (LACHT)
(MAURTIS WYSMANS) Leerkrachten zijn uiteraard niet opgeleid tot psychotherapeuten.
Dat is ook hun job niet,
maar leerkrachten kunnen heel wat zinvol werk doen
als wat men omschrijft als 'significant other',
als belangrijke derde naar het kind of de jongere toe.
Wat leerkrachten wel kunnen, is zodra ze van oordeel zijn
dat de problematiek hun competentieniveau overschrijdt,
is adequaat doorverwijzen.
Dat is meer dan een briefje met een adres meegeven.
Da's dus ook de organisatie van een soort follow-up,
verdere gesprekken waarbij men het kind of de jongere
op de voet blijft volgen, de expertise van de therapeut
naast de expertise van de leerkracht legt
om te komen tot 'n aantal handelingsafspraken.
Ouders verwachten een nieuw perspectief:
Wat gaat er nu gebeuren ?
Wat gaat u doen ? Wat verwacht u van ons ?
Dat is wat ouders verwachten
van een helpend of begeleidend gesprek.