onderwerpen: oudercontact, ouders, lichaamstaal
Gebaren, lichaamshouding, gelaatsuitdrukkingen en stemvolume kunnen evenveel betekenen als woorden. “Als je je bewust bent van je eigen lichaamstaal en die van je gesprekspartner wordt je boodschap sterker”, zegt Rik Prenen, co-auteur van het boek 'Praten met ouders'. In dit filmpje krijg je tips om bewust om te gaan met non-verbale communicatie.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(BRECHT) Lichaamstaal is belangrijk.
Je kunt, denk ik, heel rap ouders afschrikken
door bepaalde houdingen aan te nemen.
(FADILA) Het is belangrijk een open houding aan te nemen
en zeker niet familiair te zijn.
(BRECHT) Maar ik denk niet dat ik er zelf zozeer op ga letten.
(JENS) Je moet in je lichaamstaal, vind ik, op 'n oudercontact
proberen ook weer neutraal te blijven en je emoties die daarbij opkomen
toch niet te tonen in die lichaamstaal.
(LERARES) De ouders van Davy ? - (MAMA) Ik ben de mama van Davy
en dat is mijn man, de papa. - (LERARES) Ja.
Welkom op 't oudercontact. - (MAMA) Graag gedaan.
(PAPA) U bent toch de leerkracht wiskunde van Davy ?
(LERARES) En aardrijkskunde. Uw zoon is in beide vakken erg slecht.
(MAMA) Oei. - (LERARES) U schrikt daarvan ?
(MAMA) Eigenlijk wel. - (LERARES) En toch is 't zo.
Laatste overhoring over de rivieren, twee op tien.
(PAPA) Oei. - (LERARES) U schrikt daar ook van ?
(PAPA) Goh ja. Allee ja, nee.
(LERARES) Ik ga er geen doekjes om winden, Mr. Van Monckhoven.
(MAMA) U bent wel erg direct. Allee, ik bedoel...
Ze is erg... Allee. Sorry.
(LERARES) Doe ik het niet goed ? Kom ik te bot over ?
(MAMA) O ja.
(LERARES) Ik probeer 't opnieuw. - (PAPA) Wat ?
(LERARES) Voilà .
U mag mij nu beiden een hand geven.
Ja, voilà . - (PAPA) Ja.
(LERARES) En maak de cirkel maar rond.
(LERARES ZUCHT) Patrick, Lydia,
wat ik jullie nu moet vertellen,
is niet leuk om te horen, maar...
Jullie zoon, Davy, is...
de zwakste schakel in mijn klas.
Het spijt mij. Laat gerust uw tranen stromen nu,
geen gêne alstublieft. (SNIKT)
(BEGINT LUID TE HUILEN) O, Davy. - (MAMA) Kom, we zijn weg.
(LERARES) Davy... (ZIT LUID TE HUILEN)
(RIK PRENEN) Lichaamstaal is natuurlijk de taal die iedereen spreekt
en 't belang van non-verbale communicatie
wordt schromelijk onderschat. Het is vooral belangrijk
om 'n gesprek in gang te zetten, de eerste indruk,
'the first cut is the deepest'. Ga naar de mensen toe,
geef de mensen een handdruk, maak oogcontact.
Zoek een rustige omgeving op om het gesprek te starten.
Dat breekt al onmiddellijk het ijs. Eenmaal het contact gaande is
of eenmaal 't gesprek gaande is, wordt het pas 'n kwestie
van afstand en nabijheid. Men noemt dat weleens
'de communicatieve dans'. Je hebt afstand nodig
om bijvoorbeeld 'n moeilijke boodschap te brengen,
maar aan de andere kant, als die afstand groot wordt,
dan wordt het gesprek ook zeer afstandelijk. Je hebt nabijheid nodig
om bijvoorbeeld mensen de kans te geven om emoties te uiten,
om hun beleving te uiten en noem maar op.
Maar soms komen mensen ook zo kort bij mekaar
dat het niet meer mogelijk is om de moeilijke boodschap te geven,
gewoon uit angst dat men de andere gaat verliezen of gaat kwetsen.
Het is dus steeds 'n inschatten van die afstand en nabijheid
en datzelfde heb je eigenlijk ook met 't oogcontact.
Oogcontact kan ook best wat gedoseerd gebeuren.
Je mag mensen best in de ogen kijken, maar hou het prettig
voor iedereen.
(MAMA) Ik mocht toch al binnenkomen ?
Hallo ? - (LERARES) Ja, zeg het eens.
(MAMA) Ik ben de mama van Petra. Ik kom eens horen...
(LERARES) Momentje. - (MAMA) Oei, excuseer.
(LERARES) Petra...
P... Petra... Petra Vanderbeken...
Ja. Dat ziet er goed uit. Goede punten...
Geen klachten, een onopvallende leerling. Da's in orde.
Nog vragen ? Geen vragen ? Dank u.
(MAMA) Was dat alles over Petra ?
Ik dacht dat ik 10 minuutjes zou krijgen om wat...
(LERARES REMT DE MAMA AF) Wo, wo, wo, dimmen, hè.
Ik heb u toch gezegd dat alles in orde is ? Wees blij.
Er zijn hier heel veel moeders die graag in uw schoenen zouden staan.
(MAMA) Ja... - (LERARES) Alles is goed met Petra.
Ze doet het zo. Voilà .
(MAMA) Ja, ik ben blij dat te horen...
(LERARES) Wablief ? Wat ?
Pas op, jij, want ik ga je moeten straffen, hè.
Ik ga mij kwaad moeten maken, hè.
Maak eens rap dat je weg bent. Allee.
Dat ik je hier niet meer zie. Komaan, hup, hup, hup, hup.
Allee, zie.
(MAAKT AFKEUREND GELUID)
(RIK) Het is belangrijk in 'n gesprek niet enkel te focussen op de inhoud,
maar ook werk te maken van verbinding,
het 'joinen' met de andere aan de andere kant van de tafel.
Je merkt heel dikwijls dat in een gesprek mensen enorm bezig zijn
met de inhoud. Gebruik ik de juiste argumenten. Zeg ik het duidelijk ?
Begrijpt de ander 't ? Dat vertaalt zich heel vaak in lichaamstaal
door verscholen te zitten achter een berg dossiers,
observatieschema's, puntenkaarten en noem maar op.
Aan de andere kant merk je soms
dat wanneer ouders iets in willen brengen wat niet helemaal past
in dat kadertje, dan komt 't douanegebaar naar voor, van:
Wacht eventjes, ik ben nog niet uitgesproken. U krijgt zo de kans.
Of aan de andere kant 't zalvende gebaar.
Als men een moeilijke boodschap heeft en men wil het dan een beetje
minder ernstig laten voorkomen dan men denkt,
of dat men dacht van te zeggen: Wacht, zo erg had ik het niet bedoeld.
En dan is er natuurlijk op één, met stip, 't vingertje.
Dat heeft toch altijd wel iets beschuldigends.
(LERARES) Beste ouders... Ja, nee, maar zo gaan we niet beginnen, jongens.
Ik zit precies tegen twee planten te spreken. Ga eens mooi rechtop zitten.
Voilà , zie. Da's beter. Oké, goed. (AARZELEND)
Sigiswald doet het de laatste tijd eigenlijk niet echt goed op school.
Maar je moet niet beginnen wenen. Dat is nergens voor nodig.
Stop die traantjes maar rap terug weg.
(PAPA) Nee, er zat iets in mijn oog. - (MAMA ZUCHT)
(LERARES) U zucht ? Vindt u het saai wat ik hier vertel ?
(MAMA) Maar nee. (ZUCHT) - (LERARES) Voilà , u zucht weer.
Wat zit daarachter ? Wanhoop ? Verlatingsangst ? Stress ?
Oververmoeidheid ?
(PAPA) Kunnen wij 't misschien gewoon over Sigiswald hebben ? Ja ?
(LERARES) U kijkt op uw horloge. Verveel ik u ?
(PAPA) Maar nee. - (LERARES) Ho, ho.
Stemverheffing, het optillen van de wenkbrauwen, u bent kwaad.
(PAPA ZUCHT) (LERARES) U gaat slapen ? Nee ?
Uitdrukking van ontgoocheling ? - (PA) Maar...
(LERARES) Nee ? - (MAMA) Kom, Rudy. We zijn weg.
(LERARES) Moederfiguur neemt de leiding, kordaat. (MAMA ZUCHT)
Irritatie in het stemgeluid.
Leerkracht blijft alleen achter.
(RIK) Naast aandacht voor je eigen lichaamstaal,
is er natuurlijk ook nog de lichaamstaal van de andere
en dat is moeilijker. Het interpreteren van de lichaamstaal
van anderen is niet altijd even eenduidig.
Dus in plaats van te interpreteren wat je ziet,
vraag gewoon om toelichting.
'Meneer, ik zie dat u de wenkbrauwen fronst, wat moet er u van 't hart ?'
Als je je bewust bent van je eigen lichaamstaal en rekening houdt
met de lichaamstaal van de andere, dan wordt 't gesprek natuurlijk
'n heel stuk sterker. Als bovendien jouw lichaamstaal
dan ook nog je boodschap ondersteunt,
dan wordt het voor de andere een pak gemakkelijker je te begrijpen.