filmpjes - doelgroep: leraren
In de reeks 'Meesterlijk!' volgt TV.Klasse leraren voor de klas die inspirerend zijn voor anderen. Geen superteachers, wel leraren die nét dat snuifje peper en zout toevoegen dat hun lessen zo boeiend maakt.
filmpje 4 van 9 - 00:09:15 - 2 februari 2009 - voor leraren
| 9 | Zin in lezen00:12:19 |
|
| 8 | Kunsteducatie00:10:25 |
|
| 7 | Op de proef gesteld00:08:01 |
|
| 6 | Worstelen met d/t00:09:31 |
|
| 5 | Taal stimuleren00:10:33 |
|
| 4 | Creatief in de les Nederlands00:09:15 |
|
| 3 | Contractwerk00:08:28 |
|
| 2 | Hoekenwerk00:10:50 |
|
| 1 | Stilzitten verboden00:10:39 |
onderwerpen: creativiteit, poëzie, Nederlands, onderwijs, didactisch materiaal, schilderkunst, kunst, lezen, literatuur, jongeren, cultuureducatie, televisie, tekenen
Hoe breng je creativiteit in de les Nederlands? Kijk mee hoe Kris Daems experimenteert met poëzie en schilderkunst en zo haar leerlingen uit het vijfde secundair de Cobra-beweging laat voelen, ontdekken en ervaren. Beklijvend!
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Chris Daems toont in de vierde aflevering van Meesterlijk
hoe ze 'r leerlingen uit het vijfde middelbaar creatief uitdaagt
in de les Nederlands.
(CHRIS) Goeiemorgen, allemaal. Waar we het vandaag over gaan hebben,
dat ga ik nog niet meteen zeggen, maar ik ga jullie iets laten zien,
namelijk iets uit de Vrienden van de Poëzie.
En als ik zeg de Vrienden van de Poëzie over wie heb ik het dan ?
(LEERLING) Wim Helsen. (CHRIS) Ja. Kijk maar eerst even
naar het gedicht dat Wim Helsen leest
of moet ik zeggen voordraagt of vertelt ? Je ziet maar.
(WIM HELSEN) Het gedicht is zeker een echt gedicht,
want het staat in de bloemlezing van Gerrit Komrij.
Het gedicht is van Jan Hanlo en het heet Oote.
Dubbele O. Oote.
Oote, oote, oote, boe.
Oote, oote. Oote, oote, oote, boe.
(CHRIS) Ik ben de Cobrales begonnen
met de Vrienden van de Poëzie van Wim Helsen.
Dus dat vind ik ook wel belangrijk dat je een les eigenlijk begint
met iets of iemand die ze kennen.
Ik had dat gedicht ook zelf kunnen lezen of aan hen kunnen geven.
Het gevaar is alleen al dat ze dan op zo'n gedicht vast direct afknappen
en Wim Helsen brengt het zo dat ze er ook een beetje mee kunnen lachen
en dan is de bereidwilligheid er wel om de les, denk ik, wel te volgen.
(WIM HELSEN) Da demband. Kneu ote boe.
(CHRIS) Wie herinnert zich nog een gedicht
dat we vorig jaar van Jan Hanlo gelezen hebben ?
(LEERLINGE) Ik denk Jossie, lief Jossie.
(CHRIS) Jossie is een gedicht van hem. Weten jullie nog...
tot welke stroming dat Jan Hanlo behoorde ?
Tot welke literaire stroming ? Ja ? Ja, de vijftigers.
(VOICE-OVER) Met een onderwijsleergesprek verkent de lerares
wat de leerlingen al weten over de Cobrabeweging.
Daarna draait ze drie schilderijen om aan het bord.
De leerlingen moeten raden wie die getekend heeft.
(LEERLING) Ik vind dat het een beetje lijkt alsof dat kindjes een gedicht kregen
en dan er rond een schilderij moesten maken of zo in die stijl.
(CHRIS) Dat kinderen een gedicht hebben gekregen
en dat gedicht op het blad hebben aangebracht
en daar iets bij getekend hebben. - (LEERLING) Ja.
(CHRIS) Zie je nog iets in de tekst en in het beeld ? Ja ?
(LEERLING) Het is een onomatopee. - (CHRIS) Ja. Wat is dat ?
(LEERLING) Een klanknabootsing. - (CHRIS) Ja. Waar zie je die staan ?
(LEERLING) Onder het linkse beest, die 'boe'.
(CHRIS) Ik zeg eigenlijk op voorhand tegen leerlingen
niet vaak hoe een les eruit gaan zien.
Dat doe ik eigenlijk ook om een stukje de verrassing erin te houden,
want als ze op voorhand eigenlijk al helemaal weten
hoe dat de les verloopt, dan is dat voor hen, denk ik,
ook niet aangenaam. Dus ze willen eigenlijk ook graag verrast worden.
Zie je nu ook nog een verschil ? Tussen die drie ?
(LEERLING) Ik vind dat de 2 eerste meer lijken alsof een volwassene die tekende
en het laatste echt een kind. - (CHRIS) Ja. Aan wat zie je dat ?
(LEERLING) Ik weet 't niet. De eerste twee zijn veel slordiger en zo
en dat ziet er kinderlijk uit, maar ik weet het niet,
die kleuren en zo die combinaties vind ik, ja...
(VOICE-OVER) Jana heeft het bij het rechte eind. Enkel de eerste twee
zijn getekend door een volwassen hand.
De leerlingen krijgen een gelijkaardige opdracht:
Verwerk een kinderrijmpje in een tekening
die je maakt met je linkerhand
waardoor je een kinderlijk effect krijgt.
(CHRIS) Wat ik ook ga doen gelijktijdig...
Jullie zullen tekenen en schilderen, schrijven,
maar ik ga ook muziek opzetten en de muziek die ik ga opzetten,
dat is van de Nederlandse muzikant, Tom America.
En Tom America, die heeft een paar jaar geleden
de gedichten van Jan Hanlo op muziek gezet
en aan jullie nu de vraag:
Waarom zou hij juist de gedichten van Jan Hanlo
op muziek gezet hebben ? Tine ?
(TINE) Omdat die klank heel belangrijk is.
(MUZIEK VAN TOM AMERICA) Tjielp, tjielp...
(CHRIS) Je begint met Jan Hanlo en terwijl dat ze 'n opdracht aan het doen zijn,
een opdracht die zij individueel maken.
Ja, dan is 't ook leuk dat een ander zintuig ook nog wordt aangesproken
en je krijgt ook 'n gezelligere sfeer om die opdracht te maken,
want een school is vaak een beetje een cleane omgeving
en ik vind dat je eigenlijk erg vaak in een klas moet proberen
de sfeer te benaderen die buiten de school er ook is.
(MUZIEK) Jossie, lief Jossie. Klein Jossie, goed Jossie.
Goed lijf, Jossie. Goed zicht.
(CHRIS) Bij het lesonderwerp, de Cobra, is het natuurlijk logisch
dat je beeld en tekst gaat combineren
omdat dat een essentieel onderdeel is van die beweging,
maar ik doe dat ook met andere lessen
omdat we eigenlijk ook wel in een beeldcultuur leven.
Beeld is ook een taal en Nederlands is een taal.
(MUZIEK) Ken niet oud Jossie. Ken niet oud ziel Jossie.
(VOICE-OVER) De lerares hangt alle kunstwerkjes vooraan.
Samen zoeken ze naar gemeenschappelijke kenmerken.
(CHRIS) Heb ik alleen maar jullie werk opgehangen ?
(LEERLING) Ah, nee. (DE KLAS LACHT)
(CHRIS) Ja. Welke werken heb ik nog opgehangen, Kiara ?
(KIARA) Van Alechinsky, denk ik. - (CHRIS) Ja, dit is 'n werk van hem.
(LEERLING) En van Appel. - (CHRIS) Ja, van Karel Appel.
Hier krijg je Lucebert en als je daarnaar kijkt,
dan zie je... Dat is toch... - (MEISJE) Ik dacht dat 't echt was.
(DE KLAS LACHT) (CHRIS) Wat jullie gemaakt hebben,
dat past perfect tussen de werken
van die echte vijftigers en Cobraschilders.
Als je ze zo vooraan ziet hangen, dan... Ja.
Vallen ze eigenlijk niet op. Langs beide partijen niet,
dus je moet daar soms ook wat vertrouwen in hebben, denk ik, van:
Als je goed weet waar je naartoe werkt,
dat die resultaten dan ook wel oké zullen zijn.
Zijn ze niet oké, dan is het ook zo, maar dat vind ik bij zulke oefeningen
of zo'n opdracht ook niet zo erg dat dat dan weleens mislukt.
Dat risico moet je nemen.
(MUZIEK VAN TOM AMERICA) Soms ziel, grap ziel. Papier ziel.
(CHRIS) Je bent natuurlijk nu veel bezig geweest met beeld.
Het waren vaak ook schilders, maar omdat we met Nederlands bezig zijn,
wil ik toch ook wel terug naar het woord gaan.
Wat ik nu ga doen, is: Ik geef je een twaalftal woorden na elkaar op
en na elk woord laat ik een beetje tijd
en de bedoeling is dat je dan erg vrij gaat associëren.
Zwemmen.
Vingers.
Water.
(VOICE-OVER) In deze oefening moeten de leerlingen per twee
van deze twaalf associaties twaalf zinnen of versregels maken.
(CHRIS) Willen jullie je zinnen even lezen ?
(LEERLINGE) Zwemmen in 't water met de kikkers, de eendjes en de stukjes brood.
(LEERLING) Zinloos en doelloos is de intro van een eindeloos gedicht.
(LEERLING) Vingers grijpen naar je been, je weet niet welke geheimen je kan verzinnen
om altijd het grote mysterie van het water te overbruggen
in het bad van blauw.
(CHRIS) Leerlingen hebben zeker nood aan een veilige omgeving.
Zeker om deze oefeningen te doen. Wat je opschrijft, is iets van jou.
Of wat je schildert, is iets van jou. Je laat je onmiddellijk zien.
Je moet veiligheid creëren en dan kan je heel veel uitproberen
en dan kan je heel veel dingen ook fout doen en veel...
En onderuitgaan en uitschuiven, maar vanuit die uitschuivers
kunnen heel mooie dingen ontstaan.
(VOICE-OVER) De leerlingen moeten thuis verder werken tot 'n echt gedicht ontstaat.
De associaties zetten hen al een heel eind op weg.
(CHRIS) De manier van werken laat eigenlijk toe
dat zwakke leerlingen deze opdrachten ook kunnen doen
en het gevoel hebben dat ze het ook wel kunnen
en dat er daardoor ook een veilig gevoel komt van:
Kijk eens, ik ben misschien wel niet zo goed in taal,
maar eigenlijk kan ik ook wel iets op papier zetten.
Ik heb jullie deze oefening laten doen omdat ik eigenlijk wil uitkomen
bij een vijftiger, namelijk bij Paul Snoek.
En we gaan eens een gedicht van hem lezen,
een heel bekend gedicht van hem en dat heet: Een zwemmer is een ruiter.
(LEERLINGE) Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water.
Is liefhebben met elke nog bruikbare porie. Is...
(VOICE-OVER) Voor de leerlingen wordt nu duidelijk dat de 12 woorden van de oefening
uit het gedicht van Paul Snoek komen.
In de volgende les volgt een diepere analyse van de Cobradichters.
(CHRIS) Als je met een creatieve verwerking begint, dan vind ik het belangrijk
dat je daar tijd voor neemt en dat je dat ook au sérieux neemt.
Daarom begin ik heel vaak met een creatieve verwerking
en doe ik dat niet op het einde van een lessenreeks,
wat traditioneel wel heel vaak wordt gedaan.
Het gevaar is dan dat er te weinig tijd overblijft
en dan bevestig je eigenlijk alleen maar de clichés
die er over kunst misschien bestaan van:
Ach, het is maar wat snel, snel iets op papier zetten.