filmpjes - doelgroep: leraren
In de reeks 'Meesterlijk!' volgt TV.Klasse leraren voor de klas die inspirerend zijn voor anderen. Geen superteachers, wel leraren die nét dat snuifje peper en zout toevoegen dat hun lessen zo boeiend maakt.
| 9 | Zin in lezen00:12:19 |
|
| 8 | Kunsteducatie00:10:25 |
|
| 7 | Op de proef gesteld00:08:01 |
|
| 6 | Worstelen met d/t00:09:31 |
|
| 5 | Taal stimuleren00:10:33 |
|
| 4 | Creatief in de les Nederlands00:09:15 |
|
| 3 | Contractwerk00:08:28 |
|
| 2 | Hoekenwerk00:10:50 |
|
| 1 | Stilzitten verboden00:10:39 |
onderwerpen: taal, taalbad, taalontwikkeling, didactisch materiaal, anders zijn, allochtonen, beroepsonderwijs, Brussel
Hoe geef je les in een klas waar geen enkele leerling Nederlands als moedertaal heeft? Voor Leen Uleneers staan succeservaringen centraal. Kijk naar deze les gezondheidsopvoeding in een 1B-klas en laat je inspireren voor je eigen lespraktijk.
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(VOICE-OVER) Deze leerlingen van 1B krijgen in de vijfde aflevering van Meesterlijk
een les gezondheidsopvoeding.
Leen Uleneers geeft het vak PAV en toont hoe ze bij deze leerlingen
bijzondere aandacht heeft voor taal.
(LEEN) Een klein vraagje, mannen. Wat doen jullie om gezond te leven ?
Aan wat denk je dan ? - (LEERLING) Sport.
(LEEN) Sporten. Ja, wacht. Dat ga ik er eventjes intypen, hè.
Ja, Jam. - (JAM) Gezond eten.
(LEEN) Gezond eten. Mohammed ? - (MOHAMMED) Veel water drinken.
(LEEN) Heel veel water drinken. Nog iets ? Osman ?
(OSMAN AARZELT) Niet te veel eten.
(LEEN) Ja, dieet. Zo zeggen we dat.
Ik ben dus begonnen met de vraag te stellen aan de klas van:
Wat doen jullie om gezond te leven ?
Omdat eigenlijk het thema waar rond we in PAV werken is:
Zijn we gezond bezig ?
Ik doe dat klassikaal met een woordspin
om eigenlijk hun de voorzet te geven
naar de woorden die je daarbij kan gebruiken
en ook omdat zij dat nodig hebben. Ze zijn van allochtone afkomst.
Hier zitten heel veel allochtone leerlingen
waarvan Nederlands zelfs niet hun tweede, maar vaak hun derde taal is.
Hun moedertaal het Frans en dan pas het Nederlands.
Luister wat ik zeg, hè. - (LEERLING) Mag ik dat doen ?
(LEEN) Nee, nee. Nesrin kan dat. Eén grote kring rond de vier woordjes.
Cirkel, één grote cirkel rond de vier woordjes. Doe dat nu eens.
(NESRIN) Waar ? - (LEEN) Rond de vier woorden
die te maken hebben met beweging trek je nu een grote cirkel.
Het is zeker een doelpubliek dat eigenlijk, ja...
Heel veel nood heeft aan taalondersteuning.
Als je ziet dat een leerling zelfs problemen heeft
met de instructie van: Trek een cirkel rond enkele woorden,
ja, dan moet ik je niet uitleggen
hoe dat dat soms met handen en voeten wordt uitgelegd.
Dank je wel. Oké. Prima.
(LEEN) Groepje één mag op de eerste computer.
(VOICE-OVER) De leerlingen mogen zich in groepjes aan de klascomputers zetten.
Hier vullen ze een quiz in met vijftien vragen
over hun persoonlijk eetgedrag.
Hoe hoger hun score, hoe gezonder ze zijn.
(LEEN) Eten is een race tegen de tijd.
Als je die vraag tegenkomt, dat wil zeggen
dat je veel haast hebt. Ja ?
In zo'n les wordt ook ICT eigenlijk bewust geïntegreerd
net omdat ze thuis soms...
Ja, sociaal een beetje achtergesteld zijn.
Het geld ontbreekt er, ze hebben geen computer,
dus zo vaak als we kunnen, in het kader van een thema,
proberen we heel veel ICT te integreren.
Twaalf op vijftien. Dat is goed, hè. Hoeveel is dat op tien ?
Hoe kan ik dat weten ? Denk daar eens even over na.
(OSMAN) Acht op tien. - (LEERLINGE) Negen, mevrouw.
(LEERLING) Negen op vijftien.
(LEEN) Groenten zou je normaal driehonderd gram per dag moeten eten.
Dat is één portie. Portie, mannen. Wat wil dat zeggen ?
(LEERLING) Van alles één. - (MOHAMMED) Van alle.
(LEEN) Ja ? - (SINA) Bijvoorbeeld...
Van een bepaalde soort, een beetje van dat, wat van dat op een bord.
(LEEN) Een portie is eigenlijk het eten voor één mens
en ik heb nu ook woorden gemaakt die bij dit thema horen. Ja ?
En je ziet, één portie is het eten voor één persoon.
In PAV gebruiken we ook vaak posterwoorden,
dat zijn woorden die specifiek horen bij een thema.
Bijvoorbeeld 'variëren', niet altijd hetzelfde eten,
dus op een eenvoudige manier proberen we die moeilijkere woorden
uit te leggen. Sommige leerlingen zijn al sneller weg
met die posterwoorden en hebben die niet nodig.
Degenen die dat wel nodig hebben, die kunnen steeds terugkijken,
want de woorden blijven zolang hangen
dat we eigenlijk met het thema bezig zijn.
(LEEN) En nu ga jij eens drie vragen opschrijven die jij zou stellen.
Let op, je mag niet zomaar een vraag opschrijven,
het antwoord moet zijn: Altijd,
af en toe of nooit.
(VOICE-OVER) De leraar wil samen met de leerlingen 'n enquête opstellen
om na te gaan hoe gezond er op hun school geleefd wordt.
Iedere leerling moet drie mogelijke vragen op een placemat schrijven.
Daarna kiezen de leerlingen per groep de beste vragen uit
die ze nadien aan andere leerlingen van hun school zullen stellen.
(MOHAMMED) Ik schrijf: Sporten jullie in de week ?
(ANDEREN STEMMEN IN)
(OSMAN) Drinken jullie veel water ? - (NESRIN) Omdat je vaak
Drinken jullie cola ? Wil groenten eten alle dagen ?
(LEEN) Sina, welke vraag hebben jullie gekozen ?
(SINA) We hebben: Ga je veel naar snack ?
(LEEN) Ja, maar dat is geen juiste zin. Bar is het eigenlijk, hè. Snackbar.
Ga je vaak naar de snackbar, maar ik vind dat niet zo'n goede vraag.
Wat is je andere vraag ? - (SINA) Drink je veel water ?
(LEEN) Dat vind ik 'n betere vraag.
Als ik in het wilde weg zou zeggen: Geef me eens enkele vragen,
dan zijn er enkelen die wel hun vinger opsteken,
enkelen die zelfs niet de moeite gaan doen.
Het voordeel van zo'n placemat is dat de leerlingen
zich meer betrokken voelen, dat ze de indruk hebben
dat zij die enquête gemaakt hebben
en dus dat het niet zo van buitenaf wordt gegeven,
maar dat zij het gemaakt hebben.
(VOICE-OVER) Straks moeten de leerlingen de enquête afnemen
in verschillende klassen op school.
De verschillende leraren van iedere klas
zullen de leerlingen evalueren met een evaluatiewijzer.
(LEEN) De leerling heeft een goede uitspraak.
Als je zo mompelt, dan verstaat niemand je. Ja ?
De leerling gebruikt Nederlandstalige woorden
of enkel Nederlandse woorden.
Ja ? Dat je niet daar in het Frans al iets zegt.
Nu weten ze ook met die evaluatiewijzer:
Op wat krijg ik punten ? Waar moet ik op letten ?
Dan hebben ze op papier wat eigenlijk de aandachtspunten zijn
en wat de criteria zijn, want dat is voor hun ook belangrijk.
(LEEN) Nu mag je dat per twee inoefenen
en straks roep ik jullie per twee naar voor.
(IMAD) Hallo, iedereen. Mijn naam is Imad en...
(JAM) Jam. - (IMAD) We gaan 'n enquête over...
(JAM AARZELT) Zijn we gezond bezig ?
(SAFIA) Wij willen nu onderzoeken welke eetgewoonten
de leerlingen van Victor Hortaschool hebben.
(IMAD) Hebben jullie ??? Ja, ik... (BEIDE JONGENS LACHEN)
(LEERLING) Dank je voor je aandacht.
(IMAD) Maar we moeten serieus zijn.
(VOICE-OVER) Met 'n voorbeeld van de leraar oefenen de leerlingen in hun klas
het afnemen van de enquête.
(ANGI) Sorry voor te storen. - (LEEN) Dat is niet erg, jongeheren.
(ANGI) Mijn collega gaat jullie vertellen waarom zijn wij hier.
(MOHAMMED) Hallo, iedereen. Wij zijn Mohammed en Angi
en wij zitten in de 1B-klas.
(LEEN) Zij krijgen eigenlijk een voorgekauwd tekstje
waar zij enkel woordjes moeten invullen.
Ze mogen dat van mij ook aanpassen,
de taalsterke leerlingen, die doen dat ook automatisch
en dan via peer-evaluatie gaan we dan eigenlijk beoordelen
hoe dat het is gebeurd.
(LEEN) Ja, Imad ? - (IMAD) Het is best leuk,
maar Nesrin en ??? begint dan te bewegen, alles...
(LEEN) Inderdaad, maar dat is zo. - (LEERLING) Dat is stress.
(JAM) Maar die is ineens binnengegaan en die zegt goeiemi...
maar die moest: Sorry voor te storen...
(LEEN) Jij hebt er twee in de lucht ? - (OSMAN) Ja.
Dat is niet te veel van je blaadje gekomen.
(LEEN) Inderdaad, daar was ik op aan het wachten.
Ze mogen nu zelf eens zeggen wat ze goed en niet goed vinden.
Dat is heel anders als ik zou zeggen van: Dat is niet goed of wel goed.
Zij mogen nu zeggen wat ze goed vinden.
Plus, dat is ook weer een spreekoefening
zonder dat ze 't eigenlijk beseffen.
(JONGENS KLOPPEN AAN)
(LERAAR) Ja.
(OSMAN) Hallo, iedereen. Sorry voor te storen.
(ANGI) Sorry voor te storen.
Wij zijn Osman en Safia.
(MOHAMMED) Hallo, iedereen. Ik ben Mohammed, hij is Angi
en wij zitten in de 1B-klas.
(OSMAN) In de les PAV hebben we een thema gedaan
voor onze... Zijn we gezond bezig ?
(SAFIA) We willen onderzoeken welke eetgewo...
(LEEN) Voor die enquête af te nemen, waren ze heel zenuwachtig.
Dat is voor hun iets heel werkelijkheidsnabij.
Dat is 't ergste wat ze moeten doen: Spreken voor een vreemde groep.
Ze weten van hun eigen dat hun Nederlands niet 100% is,
maar vaak is dat de reden dat ze maar niks zeggen.
Maar dan waren ze heel trots als ze terugkwamen
met die evaluatiewijzer met dan een vijf op vijf.
Ja, dan zie je die gezichtjes glunderen, dat is echt...
Ja, dat is dan wel fijn.
(VOICE-OVER) Het laatste deel van de les bestaat uit hoekenwerk.
Een klokje geeft aan wanneer de groepen van tafel moeten wisselen.
Terwijl de ene groep de enquête verwerkt tot een staafdiagram,
leert de andere groep over etiquette.
De derde groep schrijft de voedingsstoffen op
van wat hij of zij eet.
(JAM) Zoiets ? - (LEEN) Ja, dat ziet er al goed uit.
Ja, doe maar. Ja, dat is goed.
Dat ziet er goed uit, hè. We gaan eens kijken.
En dan denk eraan hoe ik het... Ja, prima.
Dat is goed, jongens. Dat is flink gedaan.
Het is belangrijk dat de leerlingen veel succeservaringen hebben,
want, ja, dit is het publiek wat naderhand afhaakt,
schoolmoe wordt, enzovoort.
Dus hoe meer dat we het positieve in het daglicht kunnen zetten,
hoe beter en hoe enthousiaster dat die leerlingen ook worden,
want ze zijn daar heel gevoelig voor,
voor positieve opmerkingen, complimentjes.
Ja, wie heeft dat niet graag, hè ?