onderwerpen: proeftuinen, praktijkvoorbeelden, meervoudige intelligentie, talent, talentontwikkeling
'Élke school kan met Meervoudige Intelligentie aan de slag,' zegt Karine van Acker, directeur van De Letterdoos. 'Ieder kind heeft talenten. De ene is woord-knap, de andere beeld-knap of natuur-knap. Je moet die intelligenties ontdekken en er iets mee doen.' De hele school is geïnspireerd op de 8 intelligenties van psycholoog Howard Gardner. Ontdek het in dit filmpje. Lees meer over meervoudige intelligentie in deze Klasse voor Ouders
Hieronder vind je de weergave van de gesproken tekst in het filmpje. Je kan deze tekst ook als ondertitelingsbestand (TimedText) downloaden
(MEISJE) Mijn talent is 'muziek' omdat ik Josje ben van K3.
(JONGEN) Mijn talent is 'getallen' omdat ik goed kan tellen.
(JONGEN) Mijn talent is 'kijk' omdat ik goed kan tekenen
en ik heb daar al een keer een wedstrijd van gewonnen.
(MEISJE) Mijn talent is 'natuur' omdat ik er graag over leer
en omdat ik meer buiten ben dan wat anders.
(JONGEN) Mijn talent is 'ik', want ik ken mezelf erg goed
en ik ben heel vaak, en dat doe ik ook graag, alleen bezig.
(REPORTER) Waar ik goed in ben, kom ik ontdekken
in De Letterdoos in Oostakker,
de eerste en enige meervoudige intelligentieschool in Vlaanderen.
(VOICE-OVER) De reporter van TV.Klasse doorkruist Vlaanderen
op zoek naar inspirerende proeftuinen.
Dat zijn scholen die een nieuw onderwijsidee uitproberen.
Zo liggen ze mee aan de basis voor onderwijsvernieuwing in Vlaanderen.
Laat je inspireren door de proeftuinen.
(KINDEREN DOOR ELKAAR) 19. 20. 12. 18. 5.
(MEISJE) Zeven. - (REPORTER) Ik heb... negen.
(JONGEN) Twintig. - (REPORTER) Zeven.
Twintig. - (MEISJE) Zes.
(JUFFROUW) Koppel. - (MEISJE) Koppel, koppel.
(REPORTER) Ik doe mee met de rekenles in het eerste leerjaar van juf Ria.
We moeten kaartjes met cijfers uitwisselen
en op zoek gaan naar iemand met hetzelfde getal.
Als we die gevonden hebben, mogen we door het poortje.
(JUF RIA) Wat hebben jullie ? - (MEISJE) 16.
(JUF RIA) 16. Jullie mogen door het poortje.
(REPORTER) Dat was geen gewone rekenles die we zagen.
Hoe probeer jij je lessen op te vatten ?
(JUF RIA) Ik probeer zo veel mogelijk te variëren in mijn rekenlessen,
omdat elk kind op een andere manier leert,
dus nu was dat zeer actief,
dus bepaalde kinderen leren heel makkelijk als ze actief bezig zijn.
(REPORTER) In deze school benadert men de kinderen vanuit 8 intelligenties.
Deze les wiskunde is op maat van kinderen die vooral beweegknap zijn.
Dat zijn kinderen die snel leren door te doen,
maar je kan ondermeer ook taalknap, rekenknap of muziekknap zijn.
(JUF RIA) Ik differentieer eigenlijk door de ene keer die intelligentie
in de kijker te zetten, bijvoorbeeld zoals daarnet heb je 'doen' gezien,
en de andere keer gebruik ik dan weer een andere intelligentie,
omdat ik dan weer tegemoetkom aan andere groepen kinderen.
Jullie hebben alleen maar groene bolletjes. Heb je nog niks gevonden
dat verschillend was ? Vertel jij eens iets over de kleurtjes van je diertje.
(MEISJE) Mijn diertje heeft oranje. - (MEISJE) Mijn diertje heeft grijs.
(REPORTER) Jij weet welke intelligentie een kind heeft. Hoe kom je dat te weten ?
(JUF RIA) Door heel veel te observeren en ook heel goed te luisteren naar kinderen.
En ik zet ook regelmatig eens een ander brilletje op.
Ik zet eens mijn kijkbril op, mijn natuurbril,
zodanig dat ik ook anders kijk naar kinderen,
dat ik kijk van: Waar zitten die talenten van die kinderen ?
Waar zijn mijn natuurslimme kinderen, mijn kijkslimme kinderen ?
Waar zijn mijn taalslimme kinderen ? Waar zijn m'n rekenslimme kinderen,
enzovoort.
(REPORTER) In de klas van juf Ria kon ik al zien
hoe de school met meervoudige intelligentie werkt.
Leraren observeren en kennen hun leerlingen,
maar weten de kinderen ook zelf waar ze knap in zijn ?
Daarvoor neem ik een kijkje in de klas van juf Micheline
van het vierde leerjaar. - (JUF MICHELINE) Celine.
Met kleine kinderen werken vind ik supertof,
staat hier als talent in je... In de talentenboom. Ja, vertel eens.
(CELINE) Ik speel heel graag met kleine kindjes en ik verzorg ze heel graag.
Ik en mijn vriendin zijn naar beneden gegaan
en met het tweede kleuterklasje in de tuin gaan spelen en verzorgen.
(JUF MICHELINE) En was de juf tevreden over jullie ? - (CELINE) Ja.
(REPORTER) Waarom gebruik jij je talentenboom in de klas ?
(JUF MICHELINE) Ja, in eerste instantie moeten kinderen zich bewust worden
van hun talenten
om later gemakkelijker de keuze te kunnen maken
welke richting ze gaan volgen na het zesde leerjaar.
Maar anderzijds is het ook belangrijk dat een kind zich bewust wordt van:
Ik kan veel. Niet alleen rekenen en taal is hier belangrijk,
ook alle andere aspecten. Alle talenten zijn evenwaardig
en door de talentenboom moeten zij om de twee maanden
gaan nadenken van: Welk talent heb ik ?
(JUF MICHELINE) Welk nieuw talent ga jij erin hangen ?
(ELIO) Ik kan heel goed plannetjes aflezen.
(JUF MICHELINE) Plannetjes lezen, zoals plannetjes om de weg te vinden ?
Plannetjes om dingen te bouwen ? - (ELIO) Ja.
(JUF MICHELINE) Ja, dan gaan we dat erin hangen.
Voilà .
(JUF BIANCA) Ik heb de autohoek. Waar hoort dat nu alweer bij ? Wie weet het ?
(DOOR ELKAAR) Samen. - (JUF BIANCA) Samen, heel goed.
En waar is 'samen', Kelsey ? - (KELSEY) Lichtblauw.
(JUF BIANCA) Donkerblauw, heel goed. Puzzelen.
(ENKELEN) Samen. - (ANDEREN) Nee, kijken.
(JUF BIANCA) Kijken, de meisjes daar wisten het. Wat was 'kijken' nu weer, Jinte ?
(JINTE) Grijs. - (JUF BIANCA) Grijs. Goed.
(REPORTER) Hoe gaat dat hoekenwerk bij jullie in zijn werk ?
(JUF BIANCA) Dat doen wij ongeveer twee keer per dag. Minimaal twee keer per dag,
soms ook drie keer. Wij overlopen eerst samen met de kinderen
het intelligentiebord. Wij plakken bij iedere intelligentie
twee activiteiten die erbij kunnen passen.
De kinderen weten ook heel goed dat elke hoek hoort bij een intelligentie,
dat is iets wat bij hen al zeer goed gekend is.
Zij weten 'doen' is schilderen of knutselen.
'Kijken' is de computer en zo gaan wij dan verder.
Zij kiezen dan ook eigenlijk wel zelf welke activiteit ze doen.
(REPORTER) Weet jij in de kleuterklas al welke intelligentie bij welk kind past ?
(JUF BIANCA) Bij sommigen komt dat wel al heel duidelijk naar voor,
dus wij hebben echt een puzzelkampioen in de klas,
dat is Milo en die komt dan ook regelmatig in de puzzelhoek.
Dan proberen we die wel te stimuleren
om ook ergens anders naartoe te gaan.
Figo is bij ons dan echt de kampioen met de getallen
en dan letten we soms ook op, als er een zwak kindje
in die getallenhoek komt, dat Figo soms eens komt assisteren.
Dan proberen we ook altijd een zwak kindje aan een sterk te koppelen.
(REPORTER) Van de kleuterklas tot 't 6de leerjaar ligt de nadruk
op de acht intelligenties. Het unieke van ieder kind staat centraal.
In het zesde leerjaar van meester Stijn leren de kinderen reflecteren
over hun eigen talenten.
(MEESTER STIJN) Zion, jij hebt opgeschreven dat je de taalkaart van 'n dagboek deed.
Je zegt dat je bijgeleerd hebt hoe het is om een dagboek bij te houden.
Hoe is dat om een dagboek bij te houden ?
(ZION) Ik vind het wel handig om je gedachten en zo in te schrijven.
(MEESTER STIJN) Je gedachten, oké.
Dus je hebt niet gewoon verteld wat je gedaan hebt.
Je hebt ook nagedacht over je gevoelens ?
Oké. En is dat iets nieuws voor jou of heb je dat ooit al gedaan ?
Heb je ooit al een dagboek bijgehouden ?
(REPORTER) Jullie hebben het klassieke rapport aangevuld. Hoe deden jullie dat ?
Wij hebben nog altijd het klassieke rapport met punten taal en wiskunde,
we hebben dat aangevuld met een MI-rapport
waar de acht intelligenties ook aan de ouders worden duidelijk gemaakt.
(REPORTER) Wat is voor jou nog 'n grote meerwaarde van het MI-rapport ?
(MEESTER STIJN) De grootste meerwaarde persoonlijk vind ik... Via het MI-rapport
maak je de ouders duidelijk wat de talenten zijn van hun kinderen
en op die manier kunnen ze samen tot de keuze komen
om een school te kiezen voor het secundair onderwijs
en dat vind ik wel heel belangrijk.
Een tweede iets wat ik heel belangrijk vind, is dat...
Dankzij dat MI-rapport hebben de kinderen en ook de ouders...
Zij weten van: Eigenlijk is niemand de slimste in de klas.
Niemand is nummer één in de klas en ook hier in het zesde leerjaar
heb je nooit kinderen die zeggen: Ik ben de 1ste van de klas,
want ze weten... Ik heb wel de meeste punten voor wiskunde,
maar ik heb ook mijn beperkingen en die andere heeft zijn talent.
Dat is ook 'n heel grote meerwaarde, dat de kinderen hier in de klas
nooit zeggen: Ik ben eerste of tweede.
(REPORTER) Welk project zijn jullie hier aan het uitwerken ?
(JONGEN) Natuur, we gaan onze eigen droomtuin maken.
(REPORTER) En gaat het dan alleen maar over de intelligentie natuur ?
(JONGEN) Nee, dat gaat ook over andere intelligenties, die hier staan.
(MEISJE) Zoals natuur, taal, samen... - (JONGEN) Rekenen.
(REPORTER) Kun je een voorbeeld... - (JONGEN) We maakten een liedje
dat 'Soep met balletjes' heet.
(MEISJE) Bij 'taal' hebben we zo naamkaartjes gemaakt voor de groenten en vogels.
(JONGEN) Bij 'getallen' hebben we de oppervlakte gemeten
van 't stuk dat we gekregen hebben.
(REPORTER) Kan 'n andere school MI inbouwen ? - (DIRECTRICE) Zeker.
Het is juist iets wat... Het zou bijna logisch moeten zijn
in het onderwijs, want iedereen heeft die acht talenten.
Het één wat minder uitgebouwd en het ander wat hoger uitgebouwd,
dus je kan er altijd mee aan de slag. Iedereen kan dat...
Je kunt het gebruiken in projecten. Je kunt zeggen:
In plaats van zo te brainstormen van wat gaan we doen,
in elke intelligentie gaan werken. Tijdens taal en wiskunde
kan je ook gemakkelijk didactische structuurtjes
waar alle intelligenties in verwerkt worden gebruiken,
dus het is zeker voor iedereen mogelijk.