Interview met dokter Schaemroodt

Vragen aan Dokter Schaemroodt

(De visie van Yeti op communicatie rond seksualiteit met tieners)

 
•    Vanaf welke leeftijd  is seksualiteit een gespreksonderwerp?
Begin zo jong mogelijk. Het is belangrijk dat je zo vroeg mogelijk begint met de seksuele opvoeding van een kind. Begin er zelf over en wacht niet tot een  kind een vraag stelt. Kinderen hoeven natuurlijk niet alles in één keer te weten. Vergelijk het met de kennis die kinderen hebben van de wereld. Eerst kennen ze alleen hun eigen kamertje, dan hun huis, hun straat, hun dorp. Zo gaat dat verder: van ons land naar Europa naar de wereld en… het heelal! Seksuele opvoeding is een continu proces.

 
•    Wat mag ik vertellen?
Elke vraag heeft recht op een antwoord. “Daar ben je nog te jong voor!” is geen goed antwoord op de vraag van een kind. Het feit dat het kind een vraag stelt, betekent dat hij of zij er mee zit. Geef een correct antwoord. Heel vaak volstaat de essentie en hoef je helemaal niet in details te treden.

 
•    Wat mag ik niet vertellen?
Wees duidelijk. Rond de pot draaien of omfloerste woorden gebruiken kan je het gevoel geven dat je er zonder kleerscheuren vanaf komt. Maar of dat zo is? Om misverstanden te vermijden, kun je beter zo helder mogelijk proberen te zijn. Neem nu het woord ‘geslachtsgemeenschap’. Er is geen kind dat dit woord gebruikt. Zij (en wij) hebben het over ‘het’ doen, vrijen, met elkaar naar bed gaan, met elkaar slapen… Maar verstaan we wel allemaal hetzelfde? Gebruik in elk geval ook woorden waar je je prettig bij voelt en die passen bij de leeftijd van het kind. Bij kleine kinderen heb je het bijvoorbeeld over ‘piemel’. ‘Penis’ komt later. Maar misschien moet je het met je tienerkinderen ook niet meteen over ‘neuken’ hebben, als dat niet meteen een woord is dat tot jouw woordenschat behoort.

 
•    Voor- of nabespreking?
Stel vooral gerust. Een eerste hevige verliefdheid, de eerste menstruatie… dat is even schrikken! Je moet een kind, voor het gebeurt, al eens vertellen dat het kan gebeuren, of beter nog dat het zàl gebeuren. Zeg dat je het zelf ook hebt meegemaakt, en vertel hoe dat was. Dat zal een hele geruststelling zijn.

3 Reacties op Interview met dokter Schaemroodt

  1. Ik las in Yeti dat Dokter Schaemroodt de volgende tips geeft aan iemand die hulp vraagt omdat hij of zij erg zweet onder de oksels. Twee nuttige tips waren om een arts te raadplegen en om elke dag de oksels te wassen. Maar de dokter raadde deodorant af als zijnde overbodig omdat ze onder andere zouden irriteren. Dat vind ik toch te ver gaan. Als er sprake is van een allergie kan ik dat begrijpen, maar ik kom als verpleegkundige af en toe jongeren tegen die geen deodorant gebruiken en daardoor een zeer onaangename geur met zich meedragen. Wassen helpt dan slechts enkele uren. Ik vrees dat je zo gevaar loopt tot sociale uitsuiting. En dat moet je toch proberen te vermijden als het kan! Er bestaan trouwens anti-allergische deodorants.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>